column

Joëlle Sambi: 'We zijn niet uitzonderlijk in Brussel. Hoewel...'

© Sophie Soukias
| Joëlle Sambi.

Drie weken lang deelt een Brusselse creatieveling zijn/haar/hun kijk op de wereld. De schrijfster, slamdichteres en activiste Joëlle Sambi voert strijd via poëzie en via haar meervoudige identiteit. Instagram: @josambi

We zijn niet uitzonderlijk in Brussel. We ontsnappen net als andere grootsteden waar ook ter wereld niet aan de gulzige muil van het kapitalisme. Gentrificatie met een stempel van KFC, Starbucks en een heleboel andere Uniqlo's. Brussel sluit ook uit, complexloos, met zijn portieken aan metro-ingangen en stedelijke inrichtingen die daklozen ontmoedigen. Alles ziet er afgelikt en afgebakend uit, dus we zijn niet uitzonderlijk hier in Brussel.

Hoewel...

In Brussel heeft iedere nachtwinkel zijn vaste klanten, zijn eigen design, zijn verkoper die min of meer sympathiek is, afhankelijk van het uur waarop je binnenkomt, zijn eigen gewoonten en formules, en zijn muziek. Als je er een beetje op let, hoor je aan de soundtracks van de Brusselse kruidenierszaken hoe divers de stad is. Hier dialogen uit Bollywood-soaps, daar voortdurend vogelgeluiden, elders de ge-autotunede hitjes van een vrije radio.

Drie dagen geleden ging ik om een pakje sigaretten, een pintje en witte vuilniszakken van 60 liter 'chez Tonton', de nachtwinkel in mijn buurt, niet ver van het Schaarbeekse Colignonplein. Voor de duizendste keer sinds ik in deze gemeente woon, stap ik over de drempel van deze kruidenier die van boven tot onder is volgestouwd met koopwaar van allerlei slag. Er staan altijd een paar mensen in de winkel die de tijd lijken te doden door op hun telefoon te kijken. Deze mensen werken hier niet en kopen hier niets, maar Tonton trekt het zich allemaal niet aan. En zoals elke keer klinkt uit de luidsprekers muziek die me terugvoert naar mijn jeugd, en waarop ik met microbewegingen dans terwijl ik naar de producten in de koelkasten tuur.

Drie dagen geleden, voor de duizendste keer, vraagt Tonton me 'ça va?' met een glimlach die zijn grijzende baard kreukt. Ik zeg iets terug en we beginnen te praten. Geen banaliteiten over het weer of over de openbare werken die ervoor zorgen dat trams en bussen worden omgeleid. Nee, met Tonton spreek ik over ons werk, over de voortdurende vermoeidheid, over politieke maatregelen waarvan de positieve effecten niet zichtbaar worden in ons dagelijkse leven.

Het gesprek duurt nooit erg lang, net lang genoeg voor een break, en dan zeggen we elkaar weer gedag. Deze keer vraag ik hem: “Zeg, Tonton, wat is de radiofrequentie van die zender die opstaat? De muziek is altijd geweldig!” Hij blaast zich op en wijst naar zichzelf.

“Dat ben ik,” zegt hij, zichtbaar trots. “Bij mij krijg je drie uur funk, drie uur soul en drie uur r&b. Niks anders. Het zijn mijn playlists, zo heb ik er veel.”

Ik vraag hem of hij in zijn vrije tijd dj is. Hij zegt van niet, maar vertelt dat hij vroeger, toen de cd nog in de mode was, enorm veel bootlegs verkocht. “Die mensen daar,” wijst hij naar de twee mannen die in de winkel staan, “passeren hier soms drie keer per dag om liedjes te shazammen.”

Zo zie je maar, we zijn niet uitzonderlijk in Brussel.

De hele reeks lezen? BRUZZ.be/bruxellesvies

Meer nieuws uit Brussel

Nieuws en cultuur uit Brussel in je mailbox?