column

Maryam Kamal Hedayat: 'Mijn compagnons zijn ideeën, verhaallijnen en personages'

Maryam Kamal Hedayat.

Drie weken lang deelt een creatieveling zijn/haar/hun visie op de wereld. Maryam Kamal Hedayat is filmmaker, schrijver en curator. In 2021 ontving ze scenariosteun van het Vlaams Audiovisueel Fonds voor haar eerste langspeelfilm. Ze is oprichtend lid van het feministische filmcollectief Wanda. www.maryamkhedayat.com

Ik sta in de deuropening en beslis na een priemende blik naar de hemel dat die mijn vragen niet kan beantwoorden. De geleende paraplu laat ik in de gang staan, en ik ga naar buiten. Via Rue d’Albanie haast ik me naar Horta, om daar met tram 51 richting Molenbeek - mijn thuis de voorbije negen jaar in Brussel - af te dalen. Plots denk ik aan mijn moeder. Ik denk aan hoe zij op een soortgelijke dag, zo’n 42 jaar geleden, zich door de drukke straten van Isfahan een weg naar huis baande. Mijn zenuwachtige aard is de reden van mijn constante haast, maar dat was niet het geval bij mijn moeder. Haar gejaagdheid had een andere, externe oorzaak: een revolutie. Op die dag in 1979, terwijl ze naar huis snelde, weg van de soldaten, de tanks en de manifestanten die de koning net tot ballingschap hadden verdreven, hield ik haar gezelschap in haar buik.

Mijn moeders verhalen over die periode zijn veranderlijk. Zo gaat dat altijd met herinneringen. Tijd tast alles aan en tenslotte zijn niet alle mensen geschiedschrijvers, onderworpen aan wetenschappelijkheid en verplicht tot verifiëren en citeren. In sommige versies draagt mijn moeder een chador terwijl ze door de massa naar huis loopt. In andere versies weigerde ze zich van dag één te sluieren. Soms loopt ze alleen door de straten, dan is ze vergezeld door mijn tante, die bij het zien van tanks even stopt om een bloem te plukken voor een van de soldaten. Ik vraag me af in hoeverre andere relazen over revoluties zich in haar herinneringen hebben genesteld. Ze vertelt me altijd in fragmenten hoe de revolutie verliep, nooit in volledige hoofdstukken. Dat is misschien niet nodig. Daar zijn tenslotte boeken voor. Maar die boeken, hoe accuraat ze ook pretenderen te zijn, vind ik even onbetrouwbaar als de herinneringen van mijn moeder. Geschiedenis kan nooit waarheidsgetrouw naverteld worden. Hoe vaak ik ook aandrong om de gaten in die verhalen te dichten, het trauma van het verleden verzandde altijd in een zee van stilte.

Terwijl ik mijn weg verderzet door de, vreemd genoeg, verlaten straten van Sint-Gillis bedenk ik dat ik vandaag niet vergezeld ben van een kind in mijn buik, zoals mijn moeder al die jaren geleden. Mijn compagnons zijn ideeën, schrijfsels, verhaallijnen en personages. Creaties van minder wereldlijke maar meer mystieke aard. Ik zal niet degene zijn die de naam en de geschiedenis van mijn familie in corpore doorgeeft. Hoogstens zal die geschiedenis op papier of op een scherm tot leven komen. Mijn metgezellen zullen zich binnen enkele decennia niet door de straten van Brussel of een andere verre stad naar huis haasten terwijl ze aan mij denken. Ze zullen hun geschiedenis niet proberen te vatten in woorden, of ze uit machteloosheid proberen te herschrijven. Toch ben ik blij dat ze me vandaag vergezellen en zullen ze willens nillens voor mij moeten zorgen als ik oud ben. Ze zullen me elke zondag moeten bezoeken en terwijl ik met zorg de koffie en gebakjes klaarzet, zullen ze me verblijden met overpeinzingen, vertellingen en avonturen tot ze weer moeten vertrekken naar waar ze vandaan komen.

Ik steek de straat over en denk aan hoe wij altijd van hier naar daar, van huis naar huis onderweg zijn; niet alleen onze lichamen, maar ook onze gedachten, de muzen die ons tijdelijk bezoeken om dan weer iemand anders te gaan verblijden.

Plots word ik uit mijn reverie gehaald door een vertrouwd geluid. Een geluid dat mijn hart elke keer doet smelten: miauw! Voor mij staat de schattigste kat van Sint-Gillis, een klein, grijs schepsel met witte pootjes, te klein om alleen op straat te dwalen. Ik krijg een flashforward: al die personages en hun verhalen op bezoek bij mij en mijn katten. Ik glimlach. De gedachte aan een huis vol pluizige diertjes maakt me blij. De witpotige kat is nog steeds aan het miauwen en volgt me tot aan een grote bruine deur. Ze wil me iets vertellen over dat huis. "Ben je buitengesloten?," vraag ik, alsof ze mij een antwoord kan bieden. Ik duw op de bel en wacht geduldig, samen met de kat. Ik bel nog eens aan. Een vriendelijk ogende man doet eindelijk de deur open en de kat glipt razendsnel naar binnen. "Uw kat was ontsnapt," zeg ik vrolijk. “Dat is de onze niet,” antwoordt de man. “Ze is haar weg kwijt, vermoed ik.” Hij legt me uit dat de kat via de tuin was binnengekomen en waarschijnlijk de weg langs de straatkant niet kent. “Ik zal ze langs de tuin buitenlaten,” zegt hij nog snel voor hij de deur sluit. Ik voel een knoop in mijn maag. Plots ben ik bezorgd over het lot van mijn nieuwe vriend. Ik kijk nog een paar keer achterom terwijl ik mijn weg hervat richting Horta en hoop dat het dier, net zoals ik, haar weg naar huis veilig zal terugvinden.

Dit is deel 1 van Maryam Kamal Hedayats driedelige travelogue, die zich ontrafelt gedurende één dag en ons meevoert door de straten van Brussel op een stroom van herinneringen.

De hele reeks herlezen? BRUZZ.be/bruxellesvies

Meer nieuws uit Brussel

Nieuws en cultuur uit Brussel in je mailbox?