interview

‘Passages’: Martha Verschaffel over haar nieuwe beeldverhaal en de dingen die voorbijgaan

Zou het kunnen dat we het mooiste beeldverhaal dat we dit jaar onder ogen zullen krijgen al achter de kiezen hebben? Met Passages, haar tweede beeldverhaal, dat bij Grafik wordt gepresenteerd en tentoongesteld, doet de Gentse Martha Verschaffel een glorieuze en poëtische gooi naar die titel.

WIE IS MARTHA VERSCHAFFEL?

Geboren in Gent in 1987

Schrijft in haar jeugd meer dan ze tekent, maar laat vandaag haar beelden en spaarzame woorden samen wonderlijke verhalen suggereren

Studeert af als master Beeldende Kunsten aan LUCA School of Arts – Campus Sint-Lucas Gent

Begint met het maken van zines en debuteert in 2015 bij de Antwerpse stripuitgeverij Bries met het onheilspellende Lily

Doceert Illustratie aan het KASK in Gent

Deelt een atelier met haar neef, stripmaker Lukas Verstraete, die als klankbord fungeerde voor haar tweede bij Bries verschenen beeldverhaal Passages

“Er zal toch niets gebeurd zijn?” klinkt het terloops in Passages, het tweede beeldverhaal dat de Gentse stripmaker Martha Verschaffel zopas bij het weergaloze Bries uitgaf. Vanachter een stomende fluitketel wordt gewacht op een aankomst. Elders klimmen meisjes in bomen en wordt getwijfeld tussen links en rechts en andere dilemma’s. Een computerspel zuigt een lichaam leeg en komt hortend, bit na byte, zelf tot stilstand. En in een weids, onherbergzaam, gehavend landschap kan een vrouw "altijd nog terug.

Er gebeurt niets, met andere woorden, en net dat niets gebeurt in de vier, subtiel met elkaar verweven verhaallijnen van Passages glorieus. De tijd verglijdt, stolt, wordt gedood, verzandt in een loop, dijt uit, krimpt in elkaar, haalt het leven in. Onder een stolp wordt wachten existentieel, vertragen keuzes, woekert een eindeloze twijfel, worden sporen bijster gezocht, dikken kamers in tot harde hulzen en komen verbindingen maar hortend (of niet) tot stand.

1782 Martha Verschaffel
© Ivan Put

De lezer raakt te midden van die volle leegte tegelijk verward en verwonderd. Nooit helemaal in staat om de vinger te leggen op de grootsheid die voelbaar in Passages geborgen ligt. Martha Verschaffel beweegt niet in kant-en-klare, behapbare verhalen, maar in de ondoorgrondelijkheid die leven en kunst innig met elkaar verstrengelt. Een essentie die enkel in grijstinten – in Passages middels grafietpotlood en -poeder – te vatten is, in een precair evenwicht tussen dat wat onontkoombaar is en dat wat ons ontglipt.

“Dat gevoel dat je iets niet helemaal kan doorgronden, dat er een bedoeling aan de basis van een werk ligt die groter is dan je begrijpt, is wat ik zelf heel erg zoek in de boeken en films die mij interesseren,” vertelt Martha Verschaffel. “Iets als het puzzelachtige Pale fire (een vermaarde, niet-lineaire en multidimensionale roman uit 1962, red.) van Nabokov bijvoorbeeld, dat voor Passages een belangrijke inspiratiebron was. Maar dat wankelen, die onzekerheid zit ook in de personages, die allemaal twijfelen en zoeken. En in mij: ik heb vijf jaar gewerkt aan Passages, niet voortdurend, in meer en minder intensieve periodes, maar door die traagheid, die inherent lijkt aan mijn werk, is het maakproces heel erg gaan samenlopen met mijn eigen leven en zijn er elementen uit dat leven in het boek geslopen.”

WACHTEN OP EEN IDEE
“Misschien het meest autobiografische deel in Passages is de verhaallijn van de twee meisjes die in de bomen klimmen,” verduidelijkt Martha Verschaffel. “Die haakt terug naar mijn kindertijd, toen ik veel tijd doorbracht met mijn nicht. Hele namiddagen vulden we met gesprekken, de meest zinloze eerst. Alsof je zonder aanknopingspunt bent, je ergens ophoudt tussen een speelveld en een plek die volledig losstaat van de realiteit. We moeten uren, een eindeloze tijd naar mijn gevoel van toen, op de grond gelegen hebben, gewoon wachtend op een idee – dat was haar manier om de tijd te verdrijven. (Lacht) Die zinloosheid, die haast tastbare verveling van momenten waarop niets gebeurt maar alles mogelijk wordt, wilde ik op een of andere manier in het boek krijgen.”

1782 Martha Verschaffel Passages p155

Het is de leegte die creativiteit aanwakkert, de traagheid die tot introspectie leidt. “Precies, ja,” knikt Martha Verschaffel. “De films van Chantal Akerman inspireren me net door hun traagheid en uitgesponnenheid. Door hoe ze toont dat heel banale handelingen, door er intens naar te kijken, zo ontzettend mooi kunnen zijn. Dat diepe, trage kijken zijn we verleerd, geloof ik. De traagheid zit nog in ons allen, alleen komt ze er niet meer vanzelf uit en moet je ze opzoeken. Het vergt iets van je om tijdens het lezen van een boek niet te grijpen naar een oplichtend scherm of om - ik heb een kindje van 2,5 jaar oud – in weerwil van al die jachtige televisieprogramma’s vijf minuten lang naar een oude, schaatsende Mickey Mouse te kijken. Maar ik ben ervan overtuigd dat je die rustpunten nodig hebt.”

Passages reikt in die zin een fascinerend spel aan tussen beweging en onbewogenheid. Van mensen die onderweg zijn, niet noodzakelijk naar een plaats, maar naar een moment. Een moment van echt contact, van zekerheid, van inzicht, van intentie of verzoening. Wat we graag als resttijd, de rafelranden van een leven, verbeelden, herijkt Martha Verschaffel tot een bitterzoete kern van het menselijke bestaan. “Omdat ik het over tijd wilde hebben, over hoe we tijd beleven en over hoe tijd zich afwikkelt in een verhaal, kwam ik vrij natuurlijk uit bij personages die onderweg zijn, die zoeken naar, die wachten of verdwalen en het besef van tijd helemaal kwijt zijn. Tot een week voor de deadline zat er nog een timer in de verhaallijn over het computerspel. Ik ben blij dat dat er nog uit is gehaald, omdat zo’n concrete aanduiding de ervaring van het verhaal, de pogingen van de lezer om zelf de tijd in te vullen, onderuit zou halen.”

LOST IN THE DREAM
Passages reikt verder dan het hier en nu. Terwijl de meerderheid van de personages elk uit hun tijd een ruimte van leven boetseren – op verbluffende wijze door Martha Verschaffel in een diversiteit aan kadercomposities gegoten –, beweegt een vrouw zich door een woest, door geen randen in te tomen landschap. Haar verhaal – ook één van zoeken en dolen, twijfelen en schroomvol naderen – weeft subtiel details uit de verschillende afzonderlijke ruimtes aan elkaar, om aan het eind te openen op een duizelingwekkend raster waarin de verschillende kamers zij aan zij liggen. Tegen elkaar aanschurkend met muren uit povere materialen, die makkelijk weer te verwijderen of te verhangen zijn en toch overeind blijven. Omdat die ruimtes en routines ons nu eenmaal door de dag halen. Omdat grenzen in tijd en ruimte controle bieden, voorspelbaar zijn, en omdat de onbegrensde blik angstaanjagend is.

1782 Martha Verschaffel Passages p20

“Het zijn precies die kaders en rasters van de afzonderlijke verhaallijnen die over elkaar gelegd op de cover staan,” vertelt Martha Verschaffel. “Om het belang ervan te duiden. En het contrast tussen enerzijds de claustrofobische beslotenheid en het open landschap. Die vormelijke afbakeningen hebben pas na verloop van tijd al hun inhoudelijke betekenissen gekregen. Door die lange duur van het maken, knopen losse eindjes soms als vanzelf, heel onbewust, aan elkaar. Soms schrok ik van hoe zoveel van dit boek een overdachte keuze had kunnen zijn, maar eigenlijk toevallig en intuïtief tot stand kwam. Omdat je voor jezelf een wereld creëert waar je vijf jaar lang in zit en waar onvermijdelijk het leven in doordringt. Het is pas achteraf dat ik besefte hoe het feit dat ik in die vijf jaar een rijhuis in Gent had gekocht, erin heeft doorgewerkt. Dat ik het heel raar vond om plots mijn buren te horen, om te weten dat er zich achter dat fragiele muurtje een heel leven afspeelde dat aan het zicht onttrokken is maar waar je wel ergens deel van wordt.”

Die beweging tussen nabijheid en afstand speelt ook in de dromen die al zo lang een voedingsbodem zijn voor de verhalen van Martha Verschaffel. “Ik droom veel, vaak claustrofobische, bevreemdende dromen. Al meer dan vijftien jaar schrijf ik ze op en houd ze bij. Intussen telt dat document ruim 200 pagina’s, die ik koester en waar ik naar blijf teruggrijpen. Soms letterlijk, als verhalende inspiratiebron, soms wanneer ik vast kom te zitten in een verhaal, maar vooral als structuur: een soort gebrekkige logica van verhaallijnen die niet worden afgemaakt of plotse transformaties van omgevingen. Ook omdat een droom een plek is waar je de realiteit verwerkt, en een boek net zo’n realiteit is. Op momenten dat ik intensief aan iets werk, ga ik soms als het ware oplossingen of uitwegen dromen. Ik vind het leuk dat dat proces ’s nachts gewoon doorloopt. En dat je zo met dingen komt die je tegelijk heel eigen zijn en je ergens ook ontsnappen.”

PASSANT-ZONDER-NAAM
Het is een van de vele aspecten van het werk van Martha Verschaffel die tot verwondering nopen: de radicale vrijheid waarvan haar manier van vertellen is doordrongen. “Ik heb altijd dingen willen maken waarvan ze in de winkel niet zouden weten waar ze te leggen. Is het nu een strip, een beeldverhaal, een autonoom beeldenboek, een kunstenaarsboek? Mijn liefde voor het boek was er altijd al, maar als kind schreef ik veel meer dan ik tekende, en voor mijn studies wist ik nog niet goed dat ik in de stripwereld zou terechtkomen. Het is maar door mijn studies aan Sint-Lucas in Gent, door met eigen zines bezig te zijn en door Ward (Zwart, de in 2020 plots overleden tekenaar en lange tijd spin in het zineweb van het Antwerpse stripfestival Grafixx, red.) te zijn voortgestuwd in die ambitie, dat ik met beelden ben gaan schrijven en vertellen en uiteindelijk naar grotere verhalen ben geëvolueerd.”

1782 Martha Verschaffel Passages p94

“Ik houd erg van het niet-pretentieuze van een boek, en van de mogelijkheden van het beeldverhaal. Van hoe je met dat hybride samenspel van woord en beeld alle kanten op kan en tegelijk niets hoeft te ensceneren, zoals bij fotografie en film, maar gewoon in beeld kan brengen wat je maar wilt. Tegelijk zie ik mijn verhalen vaak niet als strips maar als films die beeld voor beeld worden uitgetekend en die je af en toe op pauze zet. In dat midden tussen film en strip zweef ik graag rond.”

Het verleent Martha Verschaffels werk een wonderlijke eigenzinnigheid. “En dat schept natuurlijk weer andere problemen,” lacht ze. “Na mijn debuut Lily in 2015 kreeg ik af en toe de commentaar dat er meer een helder verhaal in had moeten zitten. Terwijl dat voor mij niet natuurlijk aanvoelde. Ik werd plots geconfronteerd met een publiek, terwijl ik eigenlijk gewoon boeken voor mezelf dacht te maken. (Lacht) Ik heb die verwachtingen wel kunnen loslaten, en ik ben er zelfs mee gaan spelen. Passages vertrekt in zekere zin vanuit die noodzaak die je als lezer kan voelen om verschillende verhaallijnen met elkaar te verbinden, en het gebrek aan noodzaak bij de maker om dat verband op te helderen. Zie het een beetje als dat moment dat je op straat een passant kruist die je denkt te kennen, maar van wie de naam je ontglipt en die je dan ook gewoon laat gaan. Niet alles hoeft altijd te worden beantwoord, soms mag iets eenvoudigweg uitdoven.” Of als een weerhaakje van verwondering in de lezer blijven zitten. Voortdurend op dat magische punt van verdwijnen en verschijnen.

1782 Martha Verschaffel Passages cover

MARTHA VERSCHAFFEL: PASSAGES
Boek:
Bries, 240 p., €32, www.thebriesspace.be
Lancering expo & signeersessie: 21/1, 18.00, Grafik

> MARTHA VERSCHAFFEL
marthaverschaffel.com / Instagram: @marthaversch

Meer nieuws uit Brussel
Vooraan op BRUZZ

Nieuws en cultuur uit Brussel in je mailbox?