reportage

Popelende kunstliefhebbers: groot weerzien in kleine musea

Valérie Wyns en Nicolas Lipsin in Museum Van Buuren, Patrick De Clercq in Villa Empain, Dominique Sonet en Nancy Seulen in Bibliotheca Wittockiana en Joan Cursach in het René Magritte Museum in Jette.© Saskia Vanderstichele

Koning Filip en koningin Mathilde vereerden vorige week de grote heropening van de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten met een bezoek. Premier Sophie Wilmès deed hetzelfde voor Bozar. Maar Brussel herbergt meer musea die een plek in de zon verdienen. Onzekerheid over de opkomst bleek niet nodig: gemaskerd maar goedgemutst klopten de eerste bezoekers vrijwel onmiddellijk aan. “O, wat heb ik dit gemist.”

Alles voor de veiligheid

Een bezoek aan het René Magritte Museum, Villa Empain, Museum Van Buuren en Bibliotheca Wittockiana leert dat bussen alcoholgel voortaan tot de standaarduitrusting van een museum behoren. Mondmaskers zijn aanbevolen of verplicht (Van Buuren).

Tickets worden best op voorhand gekocht als u een teleurstelling wilt vermijden. Eenrichtingsroutes beperken waar nodig de vrije wandel, maar daar staat dan weer tegenover dat het zalig rustig is omdat er maar een beperkt aantal mensen per ruimte wordt toegelaten. Villa Empain houdt zich aan een maximum van 25 bezoekers per uur en 100 per dag.

Het garanderen van een veilig bezoek vergde wat denkwerk, opofferingen en aanpassingen, maar bleek wel doenbaar. Het René Magritte Museum in Jette prijst zich gelukkig dat het vorig jaar kon uitbreiden met het museum voor abstracte kunst. Vooraf ingeschreven bezoekers komen binnen langs Esseghemstraat 137 om het museum te verlaten langs het appartement van René Magritte op nummer 135. Nergens hebben ze lang moeten wachten op de eerste bezoekers.

De Bibliotheca Wittockiana beperkt het aantal openingsdagen voorlopig wel tot drie. Ondanks de praktische besognes was de heropening ook voor de musea opwindend en het weerzien met het publiek vreugdevol. Caroline Schuermans van Villa Empain verwoordt het mooi: “We zijn heel content om weer volk te zien. Villa Empain is een spookachtige plek met vreemde objecten als er niemand in rondloopt.” Zonder publiek is een museum maar een sterfhuis voor kunst.

Valérie Wyns en Nicolas Lipsin in Museum Van Buuren

1710 MUSEA Van Buuren
© Saskia Vanderstichele
| Valérie Wyns & Nicolas Lipsin, eerste bezoekers in Museum Van Buuren.

Museum Van Buuren in Ukkel beschikt over een James Ensor, een Constant Permeke en een Gustave van de Woestyne. Maar woensdag 20 mei waren het voor een keer niet de schilderijen die verrukten, noch de art-decopracht in de villa waar David en Alice Van Buuren honderd jaar geleden gelukkig waren. Die dag stond er geen prijs op de gelukzaligheid die de bezoekers van het museum, het merendeel koppels, uitstraalden.

In het museum zelf herinnert de eenrichtingsroute en de verplichting om een mondmasker en papieren sloffen te dragen aan de coronacrisis en de maandenlange afzondering.

Maar in de rozentuin van Jules Buyssens, het Labyrint en de geheime Tuin van het Hart van de befaamde tuinarchitect René Péchère is het belachelijk romantisch slenteren en zonnen. We botsen er op Valérie Wyns, een kunstminnende leerkracht uit Laken, die er heeft afgesproken met Nicolas Lipsin uit Eigenbrakel. “Eigenlijk wilden we naar het Wiertz Museum in Elsene, maar dat is nog niet open,” zegt Lipsin. “Ik vond het niet gemakkelijk om te achterhalen welke musea onmiddellijk de deuren openden en welke nog even wachten. Uiteindelijk heb ik naar het toerismebureau gebeld en een lijst gekregen. We kozen bewust voor een klein museum waar niet te veel volk rondloopt. Ik kende Museum Van Buuren als art-decotempel, maar was hier nog nooit geweest. De keuze was dus snel gemaakt.”

1710 MUSEA Van Buuren2
© Saskia Vanderstichele
| Valérie Wyns en Nicolas Lipsin aan Museum Van Buuren.

De tuinen steken de ogen uit, maar ook binnen deed het duo naar eigen zeggen heel wat ontdekkingen. “De werken van de bekende schilders zijn maar een van de vele troeven,” vertelt Valérie Wyns. “Ik stond versteld van het design en de mooie inrichting. Ronduit indrukwekkend waren de glasramen en de luster (een kleurrijke, 700 kilogram zware, vuurtorenvormige luster ontworpen door Jan Eisenloeffel, nr) die van de villa een totaalkunstwerk maken. Ik onthou ook de portretten van Alice en David Van Buuren. Hij was een zakenman, maar hun liefde voor kunst was erg groot.”

Het museum houdt de toeschouwersstroom onder controle door enkel bezoekers toe te laten die zich vooraf inschrijven. Door het uitblijven van reactie op hun mail hadden Lipsin en Wyns al een alternatief plan uitgewerkt om er een mooie dag van te maken: een artistieke wandeling door Brussel. “We hebben vanmorgen pas bevestiging gekregen dat we welkom waren,” zegt Lipsin, die de tijdelijke sluiting van de musea niet wil dramatiseren. Wyns denkt er anders over. “Uiteraard moet je alles in het juiste perspectief zien en waren er andere prioriteiten. Maar ik heb de culturele uitstappen hard gemist. Ik ben dus erg blij dat we hier alvast weer welkom zijn.”

Museum Van Buuren (Ukkel), www.museumvanbuuren.be, verplicht inschrijven via telefoon (02-343.48.51) of e-mail (info@museumvanbuuren.be)

Joan Cursach, eerste bezoeker van het René Magritte Museum in Jette

Joan Cursach in het René Magritte Museum in Jette
© Saskia Vanderstichele
| Joan Cursach in het René Magritte Museum in Jette.

Het René Magritte Museum in Jette is nog geen vijf minuten open of kunstschilder Joan Cursach komt binnengewaaid. “Ik kom hier graag en vaak, alleen of voor educatieve projecten. Ik dacht: laat ik mijn vrienden van het museum goeiedag zeggen. Ook bij wijze van steun, want het is vast niet zo gemakkelijk om zich aan de nieuwe situatie aan te passen,” lacht de Jetse kunstenaar met Spaanse roots. “Dit is mijn manier om het leven weer wat normaler te maken. Het doet me enorm plezier dat de musea na twee maanden weer open zijn. Moet je trouwens een reden hebben om een museum te bezoeken? Dat is toch altijd en voor iedereen interessant?”

Als zijn broekzak kent Cursach het tot museum omgebouwde huis in de Esseghemstraat, waar de wereldberoemde surrealist tussen 1930 en 1954 meesterwerken als L'empire des lumières en La condition humaine uit zijn bolhoed toverde. “Er is niets mis met de grote musea of de grote exposities van bekende kunstenaars, maar ik heb een zwak voor kleine musea met een bescheiden collectie zoals hier. Een collectie die je tussen haakjes evenveel leert over de kunstenaar René Magritte als over de verzamelaar.”

Met aanstekelijk enthousiasme neemt de man ons op sleeptouw. “Ik ontdek hier altijd wel iets nieuws. Ik raad mijn vrienden en leerlingen steevast aan om niet alleen op de pronkstukken te letten. Je vindt hier een schat aan foto's, kleine schetsen, aquarellen of kribbels in de rand van een brief die je soms meer bijleren over Magritte dan zijn bekende meesterwerken. In het huis waar hij jarenlang woonde en de werken schilderde waarmee hij doorbrak, kan je het proces zien dat eraan voorafging.

Er is een zakagenda waarin hij al zijn ideeën neerkrabbelde die hij heel misschien op een dag kon gebruiken. Ik doe dat zelf ook. Er is een blad waarop Magritte drie keer varieert op hetzelfde idee: om het te perfectioneren of al zoekend naar de beste compositie. Magritte had een eerder strenge techniek, maar in die kleine, leuke schetsen ontdek je de spontaniteit van het eerste idee. Mij boeit dat mateloos. Het wordt vaak vergeten als je in de grootste musea een Magritte bewondert, maar uiteraard moest ook hij wérken: zoeken, schaven, uitproberen, herbeginnen.”

René Magritte Museum (Jette), www.magrittemuseum.be, vooraf inschrijven is aangewezen en kan via telefoon (02-428.26.26) of e-mail (info@magrittemuseum.be)

Patrick De Clercq, eerste bezoeker in Villa Empain

1710 MUSEA Villa Empain
© Saskia Vanderstichele
| Patrick De Clercq in Villa Empain.

“Na acht weken opsluiting is het een verademing om weer te genieten van de culturele rijkdom,” zegt Patrick De Clercq. In november zwaaide hij af als directeur van het Koninklijk Atheneum in Etterbeek. “Ik had gelezen dat Villa Empain als een van de weinige musea onmiddellijk open was. Het leek me een goed moment om de neiging om naar de musea in het centrum te trekken, te negeren en eens wat verder te trekken. Ik kocht vanmorgen online een ticket en kon hier zo binnenwandelen.”

Hij kent het verhaal van de familie Empain en noemt de art-decotempel “samen met het Stocletpaleis een van de iconische monumenten van Brussel.”
“Zoals wel meer mensen ken ik het gebouw en het interieur omdat ze zo vaak worden afgebeeld, maar eigenlijk was ik hier nog nooit geweest. Ik moet zeggen dat ik het hier echt mooi vind, zeer Brussels ook. Ik hou van de strakke lijnen en het imposante siersmeedwerk.”

Nog tot 4 oktober loopt hier Mappa mundi, een piekfijne tentoonstelling van hedendaagse kunstwerken rond het thema cartografie en landkaarten. “Het zegt wellicht meer over mij dan over de expo dat Marcel Broodthaers en Wim Delvoye de enige kunstenaars zijn die ik bij naam kende. Maar ik heb meerdere leuke werken gezien, en de evolutie van wereldkaart tot Google Earth is behoorlijk spectaculair.”

Voor de foto trekken we naar het door een pergola omgeven, immense, blauwe art-decozwembad, dat net als de villa werd ontworpen door de Zwitserse architect Michel Polak. Zelfs met een mondmasker mag er niet in worden gezwommen.

De voormalige schooldirecteur heeft een mondkapje van de VUB op zak, maar draagt het liever niet als het niet moet. “Ik moet er nog aan wennen. Enerzijds heeft deze dag alles van een vakantie. Ik ben hierheen gewandeld, de zon schijnt, en je wordt hier omringd door geschiedenis en schoonheid. Anderzijds klopt het plaatje niet helemaal. Mondkapjes, afstand bewaren … Het is een domper op de feestvreugde.”

Villa Empain (Elsene), www.villaempain.com,tickets vooraf te bestellen

Dominique Sonet en Nancy Seulen, eerste bezoekers in Bibliotheca Wittockiana

1710 MUSEAtockiana2
© Saskia Vanderstichele
| Dominique Sonet en Nancy Seulen in Bibliotheca Wittockiana.

Verstopt in een anonieme straat in Sint-Pieters-Woluwe moet Bibliotheca Wittockiana het niet hebben van toevallige voorbijgangers en verdwaalde toeristen. Het is een van de enige musea ter wereld die hoofdzakelijk gewijd zijn aan de boekbindkunst.

Tot de collectie, die industrieel en bibliofiel Michel Wittock startte, behoren een eerste druk van Il principe van Machiavelli en de fameuze Encyclopédie van Diderot en d'Alembert. De boekbanden bestuderen kan voorlopig niet, want de bibliotheek blijft tot nader order dicht. Alleen de tijdelijke tentoonstelling op de begane grond van het beschermde gebouw is toegankelijk.

Dominique Sonet en Nancy Seulen hadden daar ruim genoeg aan. Seulen is een kunstschilder en docente plastische kunst uit Bosvoorde. Sonet, die in Schaarbeek van haar pensioen geniet na een loopbaan in de verzekeringen, stelt zich voor als een leerlinge van Seulen, maar de twee blijken elkaar al 18 jaar te kennen. Allebei kennen ze ook Kikie Crêvecoeur, de Brusselse artieste met een tentoonstelling in Bibliotheca Wittockiana.

Ze misten de vernissage in maart en zijn erg blij met de kans om alsnog te genieten van de etsen, linosnedes en grafische ontwerpen van de door teksten en boeken gepassioneerde kunstenares. “Haar toewijding, creativiteit en humor bevallen me zeer,” zegt Seulen. “Ze vulde de expo ook aan met een quarantainereisverslag: een humoristische, assemblage van zinnen uit bijvoorbeeld kranten.” Ook voor de scenografie van de tentoonstelling heeft Seulen niets dan lof, en sowieso is Bibliotheca Wittockiana een plek “waar ik erg veel van houd.”

Haar vriendin Sonet foetert op de mondmaskers die worden aanbevolen. “Die vervloekte maskers hangen mij de keel uit. Maar als dat het offer is om weer naar tentoonstellingen te kunnen gaan, dan zet ik er wel een op. Ik vond het gruwelijk om twee maanden verstoken te zijn van tentoonstellingen en culturele spektakels. Het viel ook ineens allemáál weg. Ik zing in twee koren, maar ook dat kon niet langer doorgaan. Zalig dat tenminste een museumbezoek weer mogelijk is.”

Bibliotheca Wittockiana (Sint-Pieters-­Woluwe), www.wittockiana.org, beperkt open op woensdag, zaterdag en zondag, vooraf inschrijven via info@wittockiana.org

1710 MUSEAtockiana
© Saskia Vanderstichele
| Dominique Sonet en Nancy Seulen in Bibliotheca Wittockiana.

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.

 

 

Lees ook

Nieuws en cultuur uit Brussel in je mailbox?