interview

Tekenaar Benôit van Innis werd 60 in quarantaine: 'Niets doen is ook iets doen'

Illustrator en kunstenaar Benoît van Innis maakt een tekening voor zijn eigen zestigste verjaardag.© Saskia Vanderstichele

Tijdens de lockdown maakte Brugse Brusselaar Benoît dagelijks tekeningen die druk gedeeld werden op sociale media en waarvan uitgeverij Plaizier nu een selectie op postkaartformaat uitbrengt. Een mooie traktatie voor zijn zestigste verjaardag.

Wie is Benoît van Innis?

  • Geboren in 1960 in Brugge als jongste van acht kinderen
  • Krijgt via zijn grootvader de erfelijke titel van jonkheer studeert schilderkunst aan Sint-Lucas in Gent, waar hij in 1984 met grote onderscheiding afstudeert
  • Tot zijn voorbeelden rekent hij onder meer René Magritte, Saul Steinberg, Glen Baxter en Jean-Jacques Sempé
  • Publiceert in De Standaard, Paris Match, Vrij Nederland, Esquire en The New Yorker
  • Auteur van boeken als ‘Scrabbelen In de Herfst’, ‘Bravo, Bravo!’ en ‘Mijn Oom Gilbert’
  • Creëert muurtekeningen, interieurs en publieke ruimten voor de UCL, Deinze, het Jan Breydelstadion, restaurant De Refter in Brugge, het Wezenberg-zwembad in Antwerpen, metrostation Maalbeek en advocatenkantoor Liedekerke in Brussel
  • Betrokken bij de creatie van KANAL-Centre Pompidou

Bij Benoît hoeven we geen tekeningetje meer te maken. U kent hem vast van zijn ‘koppen’ op de perrons van metrostation Maalbeek, of van zijn werk voor De Standaard, Paris Match of The New Yorker. Voor zover de huidige toestand het mogelijk maakt, werkt tekenaar en schilder Benoît van Innis mee aan de definitieve transformatie van de oude Citroëngarage tot KANAL.

Binnenkort duikt hij ook weer regelmatig op in de vernieuwde Standaard der Letteren, en ondertussen circuleren zijn geïnspireerde quarantainetekeningen - viltstift op A4 - de jongste weken vrij en vrolijk via sociale media. Omdat Benoît afgelopen maandag ook nog eens verjaarde, belde BRUZZ aan bij zijn atelier in de voormalige drukkerij te 1070 Brussel, waar hij stijlvol samenhokt met zijn vrienden van noAarchitecten.

We gingen ook even langs in het atelier van Benoit van Innis.

Met hetzelfde leeggemaakte en ontvankelijke hoofd als dat van de centrale figuur op Benoîts tekeningen slalommen we tussen de boeken en de doeken die de in- en output vormen van zijn hoogstpersoonlijke werk. Om plaats te nemen in de lommerrijke patio achterin, die de telewerkende noAarchitecten nu node moeten missen.

“Die quarantainetekeningen zijn begonnen met een tekening voor mijn buren van noAarchitecten op de eerste dag van de lockdown. De dag nadien maakte ik er nog een, en dat is niet meer gestopt. Mensen naar wie ik ze opstuurde, zijn die dan beginnen door te sturen via Facebook en Instagram, en ondertussen krijg ik er honderden reacties op. Blijkbaar hebben veel mensen er iets aan, en blijven mijn ideeën komen. Ik heb een klein voorraadje waar ik elke dag de meest geschikte uit kies. Half juli komt het geheel ook uit als dagboek bij Posture Editions uit Gent.”

Illustrator en kunstenaar Benoît van Innis
© Saskia Vanderstichele
| Illustrator en kunstenaar Benoît van Innis werd op 25 mei 60 jaar: "Ik ben daar niet zo gevoelig voor.".

Hebt u een vaste routine?
Benoît: Nee, de tekeningen ontstaan op totaal verschillende tijdstippen. Eigenlijk heb ik nooit eerder per dag gewerkt, en daardoor ervaar ik toch een soort plankenkoorts. Soms zit het meteen juist. Soms maak ik op het laatst nog een totaal andere tekening. Soms maak ik tien verschillende versies van één idee, omdat ik voel dat er iets ontbreekt. Want het ziet er natuurlijk altijd eenvoudiger uit dan het is. Als ik zo rond twaalf uur nog iets drink of iets lees voor ik ga slapen, begin ik al te piekeren welke tekening ik ’s ochtends zal publiceren, en of ze wel goed genoeg is.

Wat moet dan vooral juist zitten?
Benoît: De sfeer - soms teken ik bijvoorbeeld te veel interieur of te weinig - maar vooral de houding van de centrale figuur: die man die alleen thuis zit en waarin je een soort zelfportret kan zien. Zijn houding en uitdrukking zijn heel belangrijk. Maar dat is moeilijk uit te leggen.

Illustrator en kunstenaar Benoît van Innis

Hoe zou u zijn karakter schetsen? Hij lijkt een beetje perplex door de ongewone situatie, maar maakt er het beste van door zich een omgeving te dromen, een universum met de vaste waarden waar hij aan houdt.
Benoît: Zo is het altijd al wel een beetje geweest bij mij. Mijn personages zijn geen bourgeois, maar mensen die een beetje buiten de maatschappij staan. De fi guur op de quarantainetekeningen werkt nooit, maar hij is wel bezig met dingen die ik heel belangrijk vind. Hij droomt over Velázquez in het Prado, over auteur Georges Perec, of over Club Brugge. Hij valt in slaap, hij kijkt naar de vogels … De tekening ‘A day as another’ had ik al een tijdje geleden gemaakt, maar gisteren realiseerde ik me dat ze paste bij Hemelvaart.

In Brugge, waar ik vandaan kom, betekent Hemelvaart met de Heilig Bloedprocessie normaal heel wat, maar in deze omstandigheden is het een dag als een andere. Ons ritme is helemaal veranderd. Normaal zit het atelier van noAarchitecten hier vol en drinken we ’s morgens samen koffie, of eten we hier ’s middags soms met veel volk. Die energie tussen het bureau en mezelf is er nu niet meer en dat voelen we allebei. Daarom is het meer een periode om van thuis uit op papier te werken. Met de koelkast in de buurt voel ik me al minder geïsoleerd (ook de foto’s bij dit interview werden bij Benoît thuis genomen, red.)

Hoe zit dat eigenlijk tussen u en de architectuur? U werkte ondertussen al mee aan verschillende architecturale en stedenbouwkundige projecten.
Benoît: In de richting Latijn-wiskunde aan het Onze-Lieve-Vrouwecollege in Brugge had ik goede punten, maar de sfeer en de mentaliteit staken me er enorm tegen en ik was daar absoluut niet gelukkig. Tekenen zat altijd al in mij, en voor de kerstexamens in het voorlaatste jaar heb ik mijn ouders voor een voldongen feit gesteld door naar Sint-Lucas in Gent te trekken.

Die artistieke humaniora was eigenlijk een voorbereiding op architectuurstudies. Met mijn leraar Gilbert Decouvreur reisden we in 1978 al naar Berlijn, en gingen we naar Finland voor het werk van Alvar Aalto. Toch voelde ik dat ik geen architect was, en Decouvreur wist dat ook. “Ik zie in alles wat hij doet dat hij een schilder is,” zei hij tegen mijn vader, die zelf juridisch adviseur was, en wiens andere zonen toen al jonge zakenmannen waren.

Dat Decouvreur daarbij een mooi pak en een plastron droeg, en geen lang haar en een vuile baard had zoals mijn vader had verwacht, hielp om hem te overtuigen. Uiteindelijk werkte ik in 2001 dan toch een eerste keer samen met architecten voor de renovatie van Maalbeek.

Dat was met Henk De Smet en Paul Vermeulen, die ik nog kende van het college. Maalbeek was geslaagd – ook al omdat we het echt in overleg mochten ontwerpen, en zo zijn ook samenwerkingen met Paul Robbrecht of noA gevolgd, en met noA klikte het onmiddellijk. Als kunstenaar ben je wel vrij om te schilderen of te tekenen wat je wil, terwijl je in de architectuur een antwoord moet bieden op een specifi eke vraag, wat ook een verantwoordelijkheid met zich meebrengt. Slechte architectuur is dan ook crimineel, omdat ze mensen ongelukkig kan maken.

Illustrator en kunstenaar Benoît van Innis maakt een tekening voor zijn eigen zestigste verjaardag
© Saskia Vanderstichele
| Benoît van Innis met enkele van zijn quarantainetekeningen: “Ik heb nooit eerder per dag gewerkt en daardoor ervaar ik toch een soort van plankenkoorts.”

Momenteel werkt noA aan de uitvoering van KANAL.
Benoît: Ik zat mee in de denktank die honderden vragen heeft opgeworpen om van die site echt een platform voor Brussel te maken. Behalve een museum moet het ook een draaischijf worden tussen het centrum, het kanaal, Laken, Molenbeek en de rest van Brussel.

Concreter zal ik ook een kleurstudie doen voor die onwaarschijnlijke metaalstructuur in de gebouwen, of bijvoorbeeld mee nadenken over hoe we het sanitair op een aantrekkelijke manier kunnen vormgeven.

Werk genoeg dus. Toch ziet u de figuur die op uw tekeningen de leegte bestrijdt als een soort zelfportret. Anders dan uw broers die CEO of advocaat zijn, gaan bij u ook dagen voorbij zonder artistieke output.

Benoît: Maar ook als ik niet werk, werk ik nog. Ik sta ermee op en ga ermee slapen. Mijn broers hebben allemaal rechten of economie gestudeerd, als jongste van acht was ik meer een observator in een wereld vol volwassenen. Toen ik acht jaar was, zaten mijn broers al op de universiteit. Ik ben ook pas normaal beginnen te groeien toen ik zeventien was.

Op mijn zestiende dachten mensen dat ik elf of twaalf was en niets begreep van de gesprekken aan tafel. ‘Benoîtje’ klonk het altijd. Maar ik begreep wel alles en ik observeerde voortdurend. Ik keek ook al vroeg heel aandachtig naar tekeningen. Op mijn zevende lag ik in mijn bed te bestuderen hoe Jean-Jacques Sempé Le Petit Nicolas getekend had.

Ondertussen bent u zestig.
Benôit: Ik ben daar niet zo gevoelig voor. Ik zou in ieder geval geen veertig meer willen zijn. Ik voel de laatste tijd dat veel dingen samenkomen, waardoor ik beter begrijp waarmee ik bezig ben. Ik ontdek dat veel van mijn grote voorliefdes – Sempé, Cézanne, Matisse, Rilke, Thomas Mann, Tarkovski, Buñuel, Buster Keaton … – ook onderling naar elkaar verwezen. En een constante – bijvoorbeeld bij Tarkovski en Buñuel, maar ook bij Mann – is dat hun personages weinig of geen evolutie doormaken. De verzegelde tijd, Cet obscur objet du désir, maar ook de personages in het sanatorium van De toverberg, of Oblomov van Gontsjarov: op het einde van de roman of de film staan ze nog op hetzelfde punt als in het begin.

Benoît van Innis: de tekening die hij maakte op zijn zestigste verjaardag
© Saskia Vanderstichele
| De tekening die Benoît van Innis maakte op zijn zestigste verjaardag.

Alsof ze in quarantaine zitten. En alsof de stilstand, het onbegrip, de perplexiteit en twijfel van die toestand bij de menselijke staat horen. Is nietsdoen decadent of dapper?
Benoît: Er zijn mensen die Oblomov niet kunnen uitstaan omdat hij nooit doet wat hij zegt te zullen doen. Maar ik heb enorm veel sympathie voor hem. Niets doen is ook iets doen. En onbegrip hoort inderdaad bij het leven en bij de kunst. Van veel kunstenaars van wie ik hou begreep ik eerst helemaal niets. Hoe kan ik de genialiteit van Velázquez of de kapel van Matisse in Vence uitleggen? Het is veel makkelijker om uit te leggen waarom iets slecht is dan waarom iets geniaal is.

Los van dat alles: hoe zoet is het leven van een Club Brugge-supporter hier in Anderlecht?
Benoît: Ik zeg nooit dat ik in Anderlecht werk. Mijn atelier is in 1070 Brussel. Zo staat het van bij het begin op al mijn administratieve papieren. Het woord Anderlecht komt niet over mijn lippen (grijnst).

Op uw tekening van Hemelvaartsdag vraagt uw personage zich af of hij voor de twaalfde keer naar The Godfather zou kijken of voor de vijftiende keer naar de Bekerfi nale van 1977, waarin Club Anderlecht klopte met 3-4.
Benoît: Nadat we 3-1 hadden achtergestaan! Veel van die wedstrijden ken ik uit het hoofd en ik bekijk veel opnieuw op internet. Club-Dortmund onlangs nog: daar 3-0 verloren en thuis 5-0 winnen. Of de grandioze overwinning onder trainer Ernst Happel tegen Ipswich Town.

Toen René Vandereycken de 4-0 scoorde, werd ik als veertienjarige tussen de rondvliegende brillen en sacochen drie rijen verder in de armen van een onbekende vrouw gekatapulteerd. Club Brugge heeft mijn leven en zeker mijn jeugd bepaald.

Zonder Happel of Raoul Lambert zou ik het tijdens mijn ongelukkige periode in de humaniora nog veel moeilijker hebben gehad. David Steegen, de persattaché van Anderlecht, kijkt op exact dezelfde manier naar voetbal als ik. Samen gaan we een boek schrijven over onze jeugdherinneringen aan Club en Anderlecht, en daar zal ik ook tekeningen bij maken.

Veel draait vandaag natuurlijk om geld, maar het huidige bestuur onder Bart Verhaeghe heeft toch iets van de ziel en de aparte sfeer van de volksclub kunnen bewaren. Je mag niet vergeten dat Brugge het grootste aantal supporters heeft, terwijl het toch maar een provinciestad van 150.000 inwoners is. Vergelijk dat eens met Anderlecht. De komst van Marc Coucke heeft de ziel van Anderlecht echt geen goed gedaan.

Doet het u iets dat het Jan Breydelstadion, waarop één van uw werken te bewonderen is, binnenkort tegen de grond gaat voor een nieuw stadion?
Benoît: Nee, want ook aan het nieuwe stadion kan je zien dat Verhaeghe geen dommerik is. Ze bouwen gelukkig geen arena. Een voetbalstadion moet bestaan uit vier tribunes, waaronder een eretribune aan de zijkant en een grote tribune achter de goal voor de spionkop. En de nieuwe plannen zijn ook zo. Ik zou alleen nog iets verder gaan en geen dak voorzien boven de tribune van de bezoekers, vooral als Anderlecht komt.

Win 10 quarantainetekeningen op postkaartformaat

BRUZZ mag vijf pakketjes weggeven, stuur ten laatste op vrijdag 29 mei, 17 uur een mail naar win@bruzz.be, met als onderwerp ‘Benoît’

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.

 

--- OPROEP. Reageer jij soms op online nieuwsartikels of wil je het wel eens proberen? Doe mee aan het RHETORIC-onderzoek en maak kans op een waardebon. Meer info en inschrijven

 

Lees ook

Nieuws en cultuur uit Brussel in je mailbox?