column

Uschi Cop: ‘Al acht jaar raakt het me, al acht jaar doe ik niets’

© Gaby Jongenelen

Drie weken lang deelt een Brusselse creatieveling zijn/haar/ hun kijk op de wereld. Uschi Cop is doctor in de taalpsychologie, oprichter van het feministische makerscollectief Hyster-x en schrijfster van korte verhalen, poëzie, columns en binnenkort een eerste roman.
www.uschicop.com, hyster-x.com

Ik vraag zijn naam. “Naser,” zegt hij. Hij is de enige van het groepje die een mondje Engels spreekt. Hij is jong – tweeëntwintig, schat ik – met donkerbruine, ernstige ogen die rustig mijn gezicht onderzoeken. Ondersteund door handgebaren vraag ik hem hoelang ze hier al slapen. Het is begin mei, maar fris en regenachtig. Vannacht was het amper 7 graden. Op de grond liggen roze en oranje dekens, kranten en een speelmat die bestaat uit felgekleurde puzzelstukken. Vier dagen, vier nachten, hij gebruikt zijn vingers om te tellen. Wanneer ik vraag hoelang ze erover hebben gedaan om hier te raken, ontstaat er een gesprek tussen hem en zijn vriend, die wat ouder is. Ze lijken zelf in de war. Uiteindelijk toont de vriend twee vingers. “Twee maanden?” vraag ik. “Two years,” zegt Naser. Een oudere man staat stil bij hen. Een vader, een oom of gewoon iemand die ze op de vlucht zijn tegengekomen? Ja, ze komen alle drie uit Jemen.

Al bijna acht jaar woon ik aan het kanaal, vlak tegenover het Klein Kasteeltje. Al acht jaar wandel ik minstens twee keer per dag voorbij de zijingang van het opvangcentrum, met in mijn hoofd de boodschappen, liefdesperikelen, mijn aankomstuur op het werk of het treinstation, ideeën voor romans. Al acht jaar zie ik de rijen wachtende mannen aanwassen en slinken, dranghekken verschijnen en weer verdwijnen, als een ziek ritme van eb en vloed. Dekens, soms een vieze matras, vaak slechts een vochtig stuk karton: alles is goed om als geïmproviseerd bed te dienen. Al acht jaar raakt het me, al acht jaar vraag ik me af waarom het niet lukt deze mensen op tijd een slaapplek, en meer: een thuis te geven. Al acht jaar doe ik niets.

Wanneer ik vraag waarom ze vertrokken uit hun land, valt er een stilte over de groep. Naser kijkt me aan, maar antwoordt niet. Ik vraag me af wat ik eigenlijk weet over Jemen. Mijn conclusie: niet veel. En wat ik weet, is hopeloos eurocentristisch en ongenuanceerd: islamitisch derde­wereldland dicht bij Saoedi-Arabië, verwikkeld in een burgeroorlog, iets met Al-Qaeda? Het geblaf van een hond breekt de stilte. Het is de witte herdershond die consistent de wacht houdt vanaf het dakterras van cultuurcentrum Le Lac. In deze straat, ironisch genoeg vernoemd naar een witte baron uit de negentiende eeuw, is dit dier waarschijnlijk de enige die ziet hoe de mannen 's nachts tegen elkaar aan kruipen om een beetje warmte te genereren onder de muur die hun toekomst omwalt.

Ik vraag of de mannen hulp nodig hebben. Wat ik voor hen kan doen. Eten? Een slaapplek? Geld? De mannen overleggen even. Naser kijkt me aan, doet alsof hij een pen vasthoudt en maakt een schrijfbeweging. “The governement,” zegt hij. “Laat hun weten dat wij hier nog steeds zijn.”


Noot: Minstens 56.000 mensen zijn gedood door het geweld in Jemen sinds januari 2016. De oorlog heeft een hongersnood veroorzaakt die 17 miljoen mensen raakt. Door het vernielen van waterinfrastructuur ontstond hier de grootste choleraplaag in de moderne geschiedenis. Jemen wordt nu gezien als een humanitair noodgebied, waar 80 procent van de bevolking dringend hulp nodig heeft.

Meer nieuws uit Brussel

Nieuws en cultuur uit Brussel in je mailbox?