interview

‘Washandjes zijn walgelijk’: de kant-en-klare ideeën van de Readymade Ninas

© Ivan Put

Wie had gedacht dat we een van de mooiste en minst voorspelbare Brusselse artistieke samenwerkingen te danken zouden hebben aan Gustave Flaubert, de negentiende-eeuwse schrijver die ons ook al Madame Bovary schonk? De poëtische filmmaakster Nina de Vroome en de uitbundige tekenares Nina Vandeweghe verpopten samen tot ‘Readymade Ninas’ en pimpten Flauberts Dictionnaire des idées reçues tot een prikkelende tentoonstelling bij Alice Gallery.

NINA VANDEWEGHE?

Geboren in 1988, studeert schilderkunst en illustratie aan het KASK in Gent

Na haar studies gaat ze illustraties in opdracht maken voor onder meer De Morgen, Vice, Knack, Humo, BRUZZ, Duvel...

Maakt deel uit van Tieten Met Haar, een Brussels-Gents magazine en collectief van illustratoren en stripmakers

Haar werk is expressief en veelgelaagd, en wordt bevolkt door uitbundige, onintoombare cartooneske personages

In Readymade Ninas toont ze haar recente schildersavonturen

Instagram: www.instagram.com/ninavandeweghe

NINA DE VROOME?

Geboren in 1989, studeert film aan het KASK in Gent, en maakt in die periode Voortaanvluchtig (2012) en haar afstudeerproject Waves (2013)

Bouwt aan een poëtisch documentair oeuvre met Een idee van de zee (2016), Het geluk van honden (2018) en Globes (2021), die worden vertoond op festivals als Visions du réel en het International Film Festival Rotterdam

Ze geeft ook les en is medeoprichter van Sabzian, een online magazine over film

Instagram: www.instagram.com/nina_de_vroome

“Livre. Quel qu’il soit, toujours trop long.” “Artistes. Tous farceurs.” “Imbéciles. Ceux qui ne pensent pas comme vous.” “Société. Ses ennemis.” “Pitié. Toujours s’en garder.” Met een duizendtal lemmata en wat welgemikte woorden ter duiding trok Gustave Flaubert – de literaire grootheid, bekend van klassiekers als Madame Bovary, Salammbô en Bouvard et Pécuchet – in zijn Dictionnaire des idées reçues een spiegel op voor zijn negentiende-eeuwse Franse medemens.

Dat boek – geconcipieerd als een soort verklarend lexicon bij Bouvard et Pécuchet – was een prikkelend pleziertje van vele jaren, een spontaan en gestaag aanwassend, satirisch ‘terzijde’ over de tijden waarin hij leefde en de ijdelheid, zelfgenoegzaamheid en intellectuele luiheid waarmee de Franse samenleving toen naar zichzelf en de ander keek. Een boek zo vol verachtelijke, kant-en-klare ideeën “dat eenmaal je het gelezen had”, zo wilde Flaubert, “niet meer zou durven te spreken, uit angst om je terloops een van de zinnen uit het boek te laten ontvallen.” Maar terwijl zijn onvoltooide roman Bouvard et Pécuchet – over twee rentenierende kopiisten die zich aan al hun passies en interesses (van de chemie tot de literatuur, van de politiek tot de liefde) overgeven om keer op keer te falen – een jaar na zijn dood in 1880 wel werd uitgegeven, bleef het Dictionnaire des idées reçues tot 1913 ongepubliceerd.

Toen ruim honderd jaar later de Brusselse filmmaakster Nina de Vroome in Twitter het ideale platform vond om Flauberts spitsvondige maatschappelijke dissectie mondjesmaat op de eenentwintigste-eeuwse mens los te laten, voorspelde niets dat het de kiem zou worden van een weinig voorspelbare maar o zo mooie Brusselse artistieke samenwerking. Bien étonnées de se trouver ensemble: tekenares van het frivole exces, de cartooneske contradictie en het uitbundig buitelende leven Nina Vandeweghe en filmmaakster van de verwondering, de eenvoud, de poëzie en het intense kijken Nina de Vroome.

“Ik had dat boekje van Flaubert en was er heel enthousiast over,” vertelt Nina Vandeweghe. “Mijn vriend, net als Nina een regisseur, wees me erop dat zij al een tijdje het originele Dictionnaire des idées reçues aan het twitteren was.” “Als Flaubert vandaag had geleefd, was hij ongetwijfeld een verwoed twitteraar geweest,” pikt Nina de Vroome in. “Sowieso was hij een groot publiek figuur geweest, een controversiële, beetje verketterde opiniemaker en schrijver. Zijn Dictionnaire leest als een heel scherpe weergave van het heersende wereldbeeld van de bourgeoisie uit die tijd.” “En uit die gezamenlijke fascinatie is dan het idee gekiemd om samen iets met Flauberts lexicon te doen,” vertelt Nina Vandeweghe. “Om er een geüpdatete versie van te maken, geënt in het heden, in woord en beeld.”

HINKELEND VAN WOORD NAAR WOORD
“Die missie heeft zich een beetje genesteld in mijn omgang met mensen,” lacht Nina de Vroome. “Als ik met mensen praat, merk ik dat ik vaker denk: ‘Ah ja, dat woord!’ Ik ben voortdurend op zoek naar de signaalwoorden van onze tijd. Ons woordenboek is een soort mouthpiece van een generatie geworden, van een algemene consensus binnen onze cultuur. Het is niet onze stem die spreekt, maar die van een soort hedendaagse doorsneemens, al is die minder afgelijnd dan bij Flaubert, omdat hij bijvoorbeeld niet aan één bepaalde klasse vasthangt.”

“En zo vult ons lexicon zich, net zoals bij Flaubert, met modewoorden die heel tijdelijk met betekenis worden opgevuld, zoals woke, natuurwijn of corona. Maar ook woorden die in wezen neutraal zijn – een washandje is gewoon een washandje – maar waar zoveel specifieke connotaties aan vasthangen.”

“Washandjes – Zijn walgelijk. Dienen voor het schoonvegen van genitaliën en kindergezichten,” valt te lezen in het woordenboek van de Nina’s, dat elke bezoeker door de tentoonstelling leidt. Of nog: “Zitten – Is het nieuwe roken.” “Vlees – Over honderd jaar zullen we het eten van vlees net zo immoreel vinden als slavernij.” “Vliegschaamte – Erg vervelend om last van te hebben wanneer je zoekt naar het goedkoopste reisplan.” “Jezelf – Het zijn is het allerbelangrijkste.”

1803 Nina Vandeweghe Nina DeVroome
© Ivan Put
| ‘Readymade Ninas’ verenigt op wonderlijke wijze de krachten van tekenaar en schilder Nina Vandeweghe (links) en filmmaakster Nina de Vroome.

Of “Lichaam – Het is belangrijk om je erin thuis te voelen. Zuidelijke volken kunnen dit beter dan Noordelijke.” “Dat vond ik lastig, ja,” vertelt Nina de Vroome. “Maar dat inferential racism, dat niet expliciet is maar zit ingebed in onze taal en concepten, wilde ik er wel in.” “Dat zijn van die clichés die veel vertellen over wat er nu leeft,” knikt Nina Vandeweghe. “Die commentaar zit er ook in. Zoals bij ‘Conversatie – Liever niet over identiteitspolitiek.’”

“En dat raakt ook aan iets anders,” vertelt Nina de Vroome. “Hoe er vandaag ook wel meer woorden verboden zijn. Niet vanuit censuur, het gebruik van woorden wordt gewoon steeds meer onderhevig aan debat. Kijk naar de voornaamwoorden in de lgbtq+-community, of naar woorden als ‘wit’, ‘blank’, ‘zwart’ of ‘gekleurd’. Al die woorden die rond identiteitspolitiek draaien, zijn delicaat. Het is goed dat er een verschuiving optreedt in hoe we dingen kunnen benoemen, maar tegelijk voelt spreken soms ook aan als een soort hinkelspel, springend over ‘verboden woorden’ naar ‘geoorloofde woorden’, en dat speelse maakt ook wel deel uit van dit project.”

BUITELENDE BEELDEN
“Ik ben nooit de persoon geweest die op de barricaden gaat staan om wantoestanden te adresseren, dat is niet mijn stijl,” vertelt Nina Vandeweghe. “Onrechtstreeks, via donkere humor, een vreemd soort melancholie en de groteske uitvergroting die altijd in mijn personages en hun handelingen zit, raakt mijn werk wel aan al die kwesties. Maar dat is de intentie, mensen zien er nog altijd in wat ze erin willen zien : het schijnheilige of net het grappige, het platte of het wrange. Die ruimte is belangrijk.”

Nina Vandeweghes schilderijen verbeelden de gelaagdheid van de clichés uit het geüpdatete Dictionnaire des idées reçues op treffende wijze. Groteske houdingen, larger than life buitelende lichamen, bungelende ledematen en wegsmeltende maskers : de expressieve, heel eigen beeldtaal van Nina Vandeweghe blijft ook op het doek uiterst herkenbaar. “Terwijl ik nog maar sinds november echt aan het schilderen ben. Wegkomen van dat A3-blad en groter gaan, ook in verf naar die textuur en gelaagdheid zoeken, was al een bijzondere ervaring. Plots krijg ik heel andere mogelijkheden. Maar ik ben nog aan het groeien, het gaat soms nog wat alle kanten op, heb ik het gevoel. Dat ligt aan de wispelturigheid die me kan overvallen, waardoor ik van het ene naar het andere spring, nog groter en nog sneller en met nog meer lagen en textuur wil werken.”

Het blijkt ook een keerzijde te hebben. “Het licht is uitgegaan, ja,” vertelt Nina Vandeweghe. “Met het creëren raak ik blijkbaar aan mijn slaap. En dat wreekt zich dan ook weer op mijn creativiteit. Ik wil er geen thema van maken, maar op de een of andere manier vloeit dat ook over in mijn werk.”

“Aftakeling” luidt een van de lemmata die Nina Vandeweghe heeft verbeeld. De verklaring: “We zullen het allemaal moeten ondergaan. Voor vrouwen tragischer dan voor mannen.” “De maskers smelten weg van de schijnheiligheid, maar ook mijn gevoel weg te smelten onder de druk zit daarin verwerkt.” Het maakt het persoonlijk, maar niet één-op-één. “Handschrift” is het lemma waaraan twee doeken van Nina Vandeweghe refereren. “Onthult zeer veel over iemands karakter,” luidt de verklaring. “En dan schilder ik expres in een mega-onnozel schoonschrift: ‘Love, love, love’, heel cliché.” Een speels hinkelende route naar ontsnapping.

READYMADE NINAS
> 1/7, Alice Gallery, alicebxl.com

Meer nieuws uit Brussel
Vooraan op BRUZZ

Nieuws en cultuur uit Brussel in je mailbox?