Creatief omgaan met corona in toeristische en culturele sector

© Georges De Kinder
| Villa Empain.

Het is niet gemakkelijk voor de Brusselse musea en andere toeristische organisaties om te overleven in het coronaklimaat. Er werden hen veel maatregelen opgelegd; tickets moeten online verkocht, maar een beperkt aantal bezoekers mag binnen en de algemene mondmaskerplicht schrikt nu ook binnenlandse toeristen af. Maar enkelen van hen konden het beste maken van een moeilijke situatie en bloeiden net open. “Wij beleefden onze beste maand juli ooit.”

“Over het algemeen gaat het nu vrij slecht met de Brusselse musea,” vertelt Pieter Van der Gheynst, directeur van Brussels Museums. “Van de meeste hoor ik dat ze rond de 10 à 20 procent van hun capaciteit zitten momenteel.” Vooral de musea die voor een groot deel afhankelijk zijn van toerisme zitten nu in de problemen. Dat viel in een artikel van Le Soir ook al te lezen, het Atomium had zich al verwacht aan maar 30 procent van haar bezoekers, vertelt de organisatie aan de krant. Maar dat blijken er nu nog minder te zijn.

Ook Mini-Europa draait maar op 25 procent van haar capaciteit, getuigt het openluchtmuseum in hetzelfde artikel. De grenzen zijn weliswaar weer open in Europa, maar Brussel trekt normaal nog een internationaler publiek aan. “De Amerikanen, Japanners en Chinezen die normaal naar de grote bekende musea gaan, missen we nu," legt Van der Gheynst uit.

Bovendien denkt Van Der Gheynst dat nog niet iedereen zich weer helemaal klaar voelt voor een museumbezoek. “Mensen zijn misschien nog altijd nog een beetje bang,” vertelt hij. “Zeker na wat er de voorbije weken allemaal gebeurde.” Maar die angst is ongegrond volgens de directeur: “Musea zijn eigenlijk net een van de meest veilige plekken nu, zeker als je het vergelijkt met gaan winkelen in je vrije tijd.”

Groter potentieel dan capaciteit

Toch zijn er een paar uitzonderingen onder de Brusselse organisaties, die er in deze vreemde periode toch in slagen het goed te doen. Zo behaalde Bozar ondanks alles zijn hoogste bezoekerscijfer ooit voor de overzichtsexpo van Keith Haring. “Heel goede cijfers, maar toch onder de capaciteit van Bozar,” zegt Van der Geynst. Omdat de musea zich natuurlijk aan alle coronamaatregelen moeten houden, kunnen ze hun volledige potentieel niet bereiken. “Zonder beperkingen hadden ze waarschijnlijk drie keer zo veel bezoekers gehad voor die expo,” aldus Van der Geynst.

Plantentuin meise
© Saskia Vanderstichele
| Plantentuin Meise

Ook andere kleinere en niche musea vonden hun succes in het coronatijdperk. “Villa Empain doet het nu zeer goed,” zegt Van der Geynst. “Dat heeft natuurlijk ook te maken met hun tijdelijke tentoonstelling die heel goed ontvangen werd door de pers.”

Hij merkt op dat instellingen die goed inspelen op het staycationconcept, deze zomer het zelfs beter doen dan anders. Dat beaamt Manon van Hoye van de Plantentuin in Meise: “We beleefden onze beste maand juli ooit,” vertelt ze “Mensen komen ons speciaal bezoeken voor wat rust.” Het domein van de botanische tuin bestaat uit maar liefst 92 hectare en de organisatie werkt met tijdslots, zodat er voldoende ruimte tussen bezoekers bewaard kan worden.

Aantrekkingskracht

“We zijn hier ook snel aan de slag gegaan met het bedenken van activiteiten die coronaproof zijn,” vertelt Van Hoye. “Zo hebben we onze workshops vervangen door doe-het-zelf uitleendozen onder de naam ‘50 Kistjes Groen’. Daarin zitten dan bijvoorbeeld speurtochten, knutselideeën of luisterwandelingen die families met kinderen zelf kunnen uitvoeren.” Het park heeft ook het geluk net buiten het Brussels gewest gelegen te zijn, en dat mondmaskers er tot nu toe enkel verplicht zijn in de serres. Die letterlijke en figuurlijke ademruimte spelen zeker een rol in het hernieuwd succes. “Ik denk dat het een opluchting is voor mensen uit meer dichtbevolkte gebieden.” zegt Van Hoye.

1693 Wolfgang Tillmans2
In Wiels loopt een tentoonstelling van Wolfgang Tillmans.

Net zoals de tentoonstelling Mappa Mundi in Villa Empain over de cartografie is ook de foto expositie van Wolfgang Tillmans, lopende in museum Wiels in Vorst, heel populair. “Er komen ongeveer duizend bezoekers per week,” vertelt Nancy van de ticket- en boekenwinkel van Wiels. Mensen komen om naar de expo van Wolfgang Tillmans te gaan kijken en zijn dan ook nog eens aangenaam verrast door de andere expo van minder bekende fotografe Thao Nyugen Phan. “Soms moeten we zelfs mensen wegsturen omdat alle plaatsen al gereserveerd zijn,” zegt Nancy.

Geen redding voor iedereen

Maar niet voor elke organisatie die zich op lokale bezoekers richt is het even simpel om alternatieven te bedenken op hun activiteiten. Bruskelbinnestebuiten organiseert gegidste wandelingen door Brussel, deze zomer zette het zelfs een audiosysteem, in zodat de gidsen en wandelaars aan social distancing kunnen doen. “Toch krijgen we momenteel nog meer annuleringen dan boekingen,” vertelt Tine Debosscher van Bruskelbinnestebuiten.

"Mensen zien het ook niet zitten om heel de dag een mondmasker aan te houden,” legt Debosscher uit. “De zomer is normaal altijd rustig, maar nooit zo rustig,” zegt ze. “We zitten nu op een dieptepunt, maar houden de moed erin.” Om toch nog werkgelegenheid te kunnen creëren voor de gidsen werkte Brukselbinnestebuiten al samen met de Ketnetreeks Hoodie en schreven de gidsen in een boekje een wandeling uit langs de locaties uit de reeks.

“Ik hoop dat kleine onafhankelijke instellingen het nog zullen halen,” zegt Van der Geynst van Brussels Museums. “Gesubsidieerde musea enzovoort hebben natuurlijk nog een reddingsboei om zich aan vast te houden, maar zij niet.” Om in de toekomst te overleven denkt hij dat ook grote instellingen meer zullen moeten inspelen op een lokaal publiek. “Ze zullen meer rondom zich moeten kijken en in dat publiek trachten te investeren,” klinkt het.

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.

 

 

Meer nieuws uit Brussel

Nieuws en cultuur uit Brussel in je mailbox?