Samen uit, alleen thuis: collectief culturen in digitale dagen

David Lamelas: Time, 2020

Cinema bij je thuis, #MuseumAtHome, Podium Aan Huis, AB Canapé… We worden in deze geïsoleerde tijden overspoeld door online-initiatieven die een brug proberen te slaan tussen cultuurmaker en publiek. Is dat een zegen of een wanhoopsdaad? Missen we niet iets essentieels? Past livecultuur op een scherm? En zijn al die afzonderlijke schermen samen eigenlijk nog wel een publiek?

“Wat me bijvoorbeeld blijft verwonderen is dat vreemde en moeilijk verklaarbare gevoel dat je overvalt wanneer je samen, met mensen die je niet kent, in een zaal zit, de lichten worden gedoofd, het doek omhoog gaat en de voorstelling begint. Je voelt je in die duisternis opgaan in een geheel dat groter is dan de afzonderlijke delen,” is te lezen in Caroline Pauwels' boek Ode aan de verwondering. “In een wereld waar zoveel ons van elkaar scheidt of uit elkaar drijft, brengt een theaterzaal, waar de lichten worden gedoofd, ons samen.”

Maar wat moeten we dan met deze dagen van digitale indigestie? Is de cultuurbeleving die ons vandaag overspoelt en overrompelt, en die zich noodgedwongen op schermen afspeelt, geen zwaktebod? Niets kan de live-ervaring vervangen, toch? Wat maakt dat wakkere, afwezige of rumoerige publiek zo gewichtig? Kijken we anders wanneer we collectief kijken, wanneer wij nabij zijn en de dingen tastbaar? Bewerkstelligt onze huidige fysieke afstand ook een mentale en emotionele afstand? En kan je überhaupt livecultuur ervaren op een scherm?

LANG LEVE LIVE
“Er zijn twee momenten die me heel sterk bijblijven,” vertelt filosofe, communicatiewetenschapper en VUB-rector Caroline Pauwels aan de lijn vanuit haar tuin, wanneer ik haar vraag wat de magie dan precies uitmaakt van een livepubliekservaring. “Enerzijds was er de concertante uitvoering van Othello in Bozar. Othello valt uit zijn rol, hij verliest zijn stem en kan niet meer verder zingen. Desdemona moet als gevolg de rest van de voorstelling dragen. Mensen verlieten de zaal, maar Desdemona bleef zingen. Het was heel puur allemaal, zonder mise-en-scène of andere afleiding. Misschien was ik in the mood, maar dat moment was er een van de grootste schoonheid voor mij. De tranen liepen over mijn wangen. Een tweede moment was tijdens de voorstelling van Koenraad Tinels Scheisseimer tijdens Theater Aan Zee. Ik stond helemaal achteraan in cultuurcentrum De Grote Post, maar op een of andere manier werd ik enorm geëmotioneerd door wat er gebeurde. De stilte die de getuigenis over zijn kindertijd tijdens de Tweede Wereldoorlog teweegbracht, was oorverdovend. Op die momenten voel je dat je wordt opgenomen in iets wat groter is dan jezelf.”

Oscar and the Wolf op ABtv
Oscar and the Wolf op ABtv

Eenzelfde geluid is te horen bij Kurt Overbergh, artistiek directeur van de Ancienne Belgique. “In het beste geval leidt een liveconcertervaring tot een opperste verroering, tot compleet weggesleept worden uit de dagelijkse realiteit. Bij de grootste concerten maak je een bijna-buitenlichamelijke ervaring mee, het gevoel dat je collectief opstijgt en dat je die puurheid en echtheid voelt die de artiesten duidelijk ook voelen. Die wisselwerking is uniek en onvervangbaar. Als een collectieve roes. De eerste keer dat ik de Seagram murals van Rothko zag in Tate, heeft mij ook zo ingepakt. Ik schrok er toen van dat beeldende kunst, toch niet mijn eerste liefde, in haar grootsheid en directheid zo kon imponeren. Het zijn die directheid en de marge voor fouten die je live ziet gebeuren, waar mensen op inspelen, die betrokkenheid creëren. Die interactie, die collectieve verwondering, daar gaat het over. En die valt moeilijk te reproduceren online.”

De foutenmarge, de breekbaarheid, het toeval… De menselijke maat van de dingen duikt vaak op als het over de schoonheid van livecultuur gaat, en over de onvoltooide hunkering van de performer in digitale tijden. Ook als Jan Ducheyne via Skype op mijn laptopscherm opduikt. “Je hebt mensen die hun performance voorbereiden en je hebt er die dat niet doen,” vertelt het opperhoofd van De Sprekende Ezels – “een experimenteel laagpodium voor poëzie, woord, muziek, stand-up en hamsterslingeren” dat onder meer De Monk in “chaotisch maandverband” aandoet. “Maar op het moment dat je op het podium stapt, heb je wel een idee van wat je gaat doen. Dan kan dat twee kanten opgaan: er zijn er die liever hebben dat alles vlak is, waardoor ze een optreden kunnen geven zoals voorzien. Maar ik hou er wel van – en ik denk veel performers met mij – dat er een zekere interactie is met het publiek, een zekere spanning, en dat wat je doet iets losmaakt. Dat je signalen opvangt, soms heel subtiel. Iemand die zijn ogen sluit op het moment dat je voorleest, bijvoorbeeld, iemand die lacht, of iemand die duidelijk te verstaan geeft dat hij mee is. In het beste geval staat de hele tent op zijn kop. Een liveoptreden leeft bij de gratie van die interactie.”

SNEEUWVLOKJE OP JE NEUS
En laat dat nu net zijn wat zo moeilijk is in deze digitale tijden. “Weet je wat ik heel hard mis?” vraagt Jan Ducheyne. “Dj'en! Er is niks mooiers dan een dansvloer die ineens ontploft. Online kan je dat nooit evenaren. Ik heb het hier al geprobeerd hoor, op mijn dak. De eigenaar van De Monk woont een tuin verder. Maar de mens die tussen ons in woont, vond dat niet zo tof, dus het is bij één keer gebleven. Een trieste poging. (Lacht) In mijn verbeelding stond ik daar te dj'en en zouden al die mensen op hun balkons komen staan, Italian style, en zou er een party op gang komen die dagenlang zou duren… Het was rap gedaan.”

En toch gaan De Sprekende Ezels op 29 april virtueel. “Tja, waarom ook niet?” zegt Jan Ducheyne. “De aprilline-up was gewoon heel goed, dus ik vond het spijtig dat de avond niet doorging. Ik moet opletten met wat ik zeg, maar ik speel wel met het idee om het in de séparé van De Monk te gaan presenteren, zonder publiek natuurlijk. Dan zou ik daar vooraf opgenomen filmpjes aankondigen en tegelijk een beetje spotten met al die onlinetoestanden. Eigenlijk staan die als een tang op een varken. Ik snap het wel, hoor, waar die behoefte vandaan komt, maar ik ga niet nalaten om tijdens mijn presentatie droogweg te zeggen: 'En nu het volgende filmpje. Het zou mij verwonderen dat jullie nog aan het kijken zijn.'” (Lacht)

De korrel zout wordt ook bovengehaald bij Kurt Overbergh wanneer hij het heeft over AB Canapé, de liveconcerten die dagelijks de huiskamer in worden gestreamd. “ABtv heeft an sich altijd goed gewerkt. Alleen, we hebben het altijd als een verlengstuk gezien van de reguliere werking van de AB. Om mensen die bijvoorbeeld geen tickets hadden weten te kopen, toe te laten alsnog concerten te kunnen 'bijwonen'. Het is ook een niet onbelangrijke promotool gebleken voor Belgische bands of voor eigen producties. Maar we hebben het nooit als een substituut gezien. Zelf kijk ik nauwelijks naar concerten op een scherm, ik zie er ook al zoveel live. Van de Tiny Desk-concerten van de Amerikaanse publieke radio-omroep NPR, omdat die een groep in al zijn puurheid en naaktheid laten zien. Nu, online durven die al eens opnieuw gemixt te worden. Eigenlijk zijn het dan geen livesessies meer, maar bijgestuurde realiteit.”

Die bijgestuurde realiteit is ook voelbaar wanneer beeldende kunst de virtuele ruimte betreedt. “Ik kan geen kunst ervaren op een scherm,” beaamt Julia Wielgus van galerie Jan Mot. “Ik moet naar de galerie gaan om het te ervaren. Een virtuele ruimte geeft me niet het gevoel er te zijn. Het is alsof je in een computerspel rondwaart. Weet je, de voorbije winter heb ik me afgevraagd of ik ooit aan mijn zoontje zou moeten uitleggen wat sneeuw was. En ik denk niet dat ik dat kan. Je moet de vlokjes op je neus voelen om te weten wat het precies is. En zo is het ook voor beeldende kunst. Je moet het ervaren. De ruimtes, de dimensies, de texturen, de geuren. De ervaring om ergens naartoe te gaan, schept een andere tijd, haalt je uit de dagelijkse realiteit. In die zin leven we vandaag in een tussentijd: je wordt geprikkeld door iets online en kijkt uit naar het moment dat je het echt kan zien.”

En toch kunnen we het blijkbaar niet laten om wat als onvervangbaar wordt beschouwd nu alsnog in vele, even wanhopige als liefdevolle pogingen toch na te bouwen. In de hoop onze virtueel zoekende ziel naar zingeving te leiden, een zekere opvulling van de leegte in onze binnenkamers. Dat bevestigt Caroline Pauwels. “Dat digitale medium komt met pro's en contra's,” vertelt ze. “Het is niet the real thing, en dat zal het ook nooit worden. Er zijn veel praktische bezwaren, maar het heeft ook voordelen. Als je ziet wat er vandaag allemaal beschikbaar wordt gesteld, en dat dat gelukt is, dat is wonderlijk.”

Ola Pola Potloodgat, te zien op Podium Aan Huis

“In mijn ogen kunnen online en offline elkaar versterken. Iemand die een voorstelling meepikt op Podium Aan Huis zou na deze hele situatie ook weleens de stap naar het echte theater kunnen zetten. Want er zijn drempels, en niet iedereen wordt bereikt. Dat kan via de digitale weg misschien beter. Als je, los van deze crisis, om een of andere reden lang thuis zit, en je kan terecht bij Cinema bij je thuis, krijg je zo de kans om toch te kunnen meepraten over die film­première waar iedereen over spreekt. Alleen al de beschikbaarheid is iets wat we moeten bewaren voor de toekomst. Ik kan tijdens het digitaal wanderen echt blij worden door iets waar ik allang naar zocht of iets waar ik toevallig op stuit.”

BRUTAAL DIGITAAL
“We zijn vandaag brutaal digitaal gegaan,” vervolgt Caroline Pauwels. “Maar uit die situatie zijn ook solidariteit en creativiteit voortgevloeid. Al die straatconcerten, bijvoorbeeld, blijven me verrassen. Ik ben daar heel gevoelig voor, al die mensen die zo mooi zingen. Dat winnen we. Of de Dichters van wacht: dat daar nooit over is nagedacht! Ik vind dat ongelofelijk mooi, en ik ben ook zeker dat het allemaal helpt.”

Jan Ducheyne is het daar, als een van de dichters met dienst, volledig mee eens: “Dichters van wacht is heel mooi. Het is verbazingwekkend hoe je met mensen die je niet kent drie kwartier aan de lijn kan hangen. Gisteren had ik een jonge arts, een hematologe, aan de lijn die nog elke dag naar haar werk fietste om mensen te helpen. Ze was heel kalm, zoals veel zorgverleners. Maar ook haar deed het deugd om even te kunnen bellen en mij poëzie te laten voorlezen. Is kunst een essentiële dienstverlening? Het zal wel!”

Het is het pijnpunt van deze tijd. “Mensen hebben nood aan contact, aan fysieke ontmoetingen,” vertelt Caroline Pauwels, behalve rector van de VUB deze zomer – tot nader order althans – curator van Theater Aan Zee. Onder de vlag ‘Amor mundi’, programmeert ze voorstellingen vanuit “het geloof dat mensen onlosmakelijk met elkaar en de natuur verbonden zijn en elkaar nodig hebben om mens te worden.” “Je ziet vandaag al hoe hard het gebrek daaraan binnenkomt,” vervolgt ze. “We mogen niet onderschatten hoeveel vereenzaming en angst nu in mensen schuilt. Dat vormt een groot risico, ja. Daarom is de beleving van het collectieve, die vorm van communiegevoel belangrijk: onze miserie kan verschillen, maar er is wel altijd iets wat ons bindt. Die binding zal Teams nooit kunnen realiseren.”

“Voor mij is dat een van de conclusies van deze crisis: het enorme gemis aan fysiek samenkomen, en de extreme noodzaak van theater vandaag, ondanks alle online-initiatieven,” bevestigt Dries Douibi, een van de drie artistieke directeurs van het Kunstenfestivaldesarts, dat de editie 2020 onlangs zag sneuvelen. “Zo'n ruimte voor fragiliteit, aandacht, kwetsbaarheid, concentratie zal je online moeilijk kunnen verwezenlijken, voorlopig althans.”

Want ondanks de fundamentele onmogelijkheid om die fysieke collectiviteit online te reproduceren, loeren achter de beperkingen ook mogelijkheden, volgens Dries Douibi. “Voor de toekomst ligt er een enorm potentieel, om bijvoorbeeld mensen te bereiken die anders niet in een theaterzaal zouden raken. Er valt toch een barrière weg. Het digitale medium is ook letterlijk grenzeloos: je kan internationaal werken en je doorbreekt tegelijk een beetje de muur tussen periferie en centrum. Op wat voor effect deze crisis heeft op artistieke creaties, de kern van ons programma, is het nog even wachten. En het was te kort dag om onze producties naar online te vertalen, maar ik ben ervan overtuigd dat we meer en meer boeiende initiatieven gaan zien die het nieuwe medium zullen bevragen en ermee aan de slag zullen gaan.”

SCHOON ONGEDULD
Een gloednieuw Brussels initiatief dat lak had aan dralen en zich met een schoon ongeduld vanuit een precair heden in de nabije toekomst heeft geworpen, is Culture Quarantaine. “Op 13 maart zijn de coronamaatregelen aangekondigd, op 14 maart hebben we het onlineplatform opgestart,” vertelt Charlène Sauldé, een van de drijvende krachten achter het platform. “Op maandag zaten we al aan 1.000 likes, vandaag zijn dat er 6.000. Gemiddeld zijn er elke dag zes tot acht producties te zien op onze Facebook-pagina, die elk tussen de 300 en 1.500 bezoekers trekken. Dat verloopt met vallen en opstaan. Maar we hadden geen keuze. De nood was hoog, bij de artiesten en het publiek.”

Culture Quarantaine verschilt van veel andere initiatieven, omdat het vertrekt van de live-ervaring, of het nu om theater, vertellingen, concerten of tentoonstellingen gaat. “Daar hebben we snel de klemtoon op gelegd. We wilden niet louter video's tonen. We wilden interactie creëren, artiesten in contact brengen met hun publiek. Dat was de grootste uitdaging. Het doel is niet om onlinecultuur te promoten, we willen nog altijd dat mensen echt naar het theater en de cinema gaan. We wilden gewoon een onmiddellijke oplossing proberen te bieden voor een crisis die acuut was, en dat nog steeds is.”

1705 Culture Quarantaine - Cie BricoPhonik
Culture Quarantaine: Cie BricoPhonik

“En natuurlijk geeft dat niet hetzelfde als echt op een podium staan. Het heeft tijd gekost om de artiesten te overtuigen. Je moet jezelf anders presenteren, creatief zijn, en technisch is het ook een hele onderneming. Maar het werkt. Het geeft zichtbaarheid en het zet artiesten aan om te experimenteren. Er zijn heel wat mensen die nu nieuwe dingen maken, aangepast aan het platform. Het is leuk dat het de creativiteit prikkelt. Mensen zijn soms ook heel ontroerd door wat er gebeurt en uiten dat ook. Het is leuk om te voelen dat je niet alleen bent.”

“Wat we doen heeft steeds meer zin. Er is vandaag een dringende nood om bruggen te bouwen tussen publiek en kunstenaar. En om het belang en de dynamiek van de kunsten te belichten. In die zin zie ik dit moment liever als een opportuniteit dan als een catastrofale crisis. Want deze crisis doet pijn. En wij willen niet wachten tot de zalen weer opengaan of we opnieuw wat geld hebben om dingen in elkaar te steken. We willen nu handelen. Dit is een kans om samen te bekijken waar ons systeem faalt, op alle vlakken, ziekenzorg, voeding... Cultuur is geen eiland, maar staat in de maatschappij. Daarom proberen we ook een brug te slaan naar andere initiatieven die ons dierbaar zijn, zoals #LeaveNoOneBehind, een initiatief dat ondersteuning biedt aan de vluchtelingenkampen in Griekenland. Al die tekorten in onze samenleving moeten we aanpakken met het oog op een nieuwe toekomst.”

GEDEELDE TIJD
Ook voor Julia Wielgus is dat het positieve punt van deze crisis. “Wat nu heel zichtbaar is, is dat mensen meer dan vroeger bereid zijn om samen te werken. Het zou geweldig zijn als die solidariteit, die openheid op een gedeelde ervaring kon blijven duren.” Net die solidariteit staat centraal in het wonderlijke project dat Jan Mot in het hier en nu – en over de hele wereld, op alle uren – initieerde.

David Lamelas: Time, 2020

Het is zondagnamiddag 19 april. David Lamelas sluit even de ogen, blaast uit en bedankt de YouTube-kijkers en het negentienkoppige gezelschap dat in Zoom-vakjes rond hem is gestapeld. “We will be performing Time. I will start the line announcing the present time and concentrate on the passing of the sixty seconds. And after one minute the next person in line will announce the new minute, then to the next person, and so on, so on, so on, until the end of our line here virtually present. When we finish the line, I invite all of you at home please to continue the line passing the time to yourself or to the person next to you.” De Argentijnse pionier van de conceptuele kunst haalt zijn smartphone boven en begint: “Now in Buenos Aires it is 12.08 pm.”

Een minuut gaat voorbij, en uit het Zoom-rooster maakt een nieuw scherm zich los: “Now in Chicago, United States, it is 10.09 am.” Elke zestig seconden vloeit de tijd naar een andere, digitaal geconnecteerde mens. Het wordt onder meer nog 23.11 uur in Hongkong, 16.13 uur in Hastings, 0.16 uur in Tokio, 17.19 uur in Brussel, 12.21 uur in São Paulo, 18.25 uur in Beiroet, 10.26 uur in Bogota en 16.27 uur in Lagos, Nigeria.

David Lamelas: Time, 2020
David Lamelas: Time, 2020

Het kan dus toch. Dit efemere moment van eenheid en solidariteit – vijftig jaar nadat David Lamelas Time voor het eerst performde op een besneeuwde heuvel in de Franse Alpen – kan iets teweegbrengen dat leeft. Een brug tussen maker en publiek, tussen verlangen naar verbinding en opname in een groter geheel. Ergens in een virtuele ruimte wordt tijd gedeeld. Ondanks de fysieke afstand, ongeacht de grenzen en het tijdsverschil. Kortstondig maar intens. Ergens halverwege glipt een minuut tussen de mazen van het digitale net. 17.20 uur ontsnapt. De foutenmarge, de breekbaarheid, het toeval. De menselijke maat van de dingen doet de machine stokken. De mozaïek haakt zich vast in mijn nekvel. Tegen de verwachtingen in, als ik heel eerlijk ben.

De kunsten kunnen ontroeren, zalven in onzekere tijden. Net zoals de verwondering, die staat van opperste ontvankelijkheid die door de Britse romantische dichter John Keats ooit werd verbonden aan de term 'negative capability': de vaardigheid om in het ongewisse te verkeren. “Die gedachte moet je zeker meegeven!” reageert Caroline Pauwels. “We moeten vandaag heel hard met het onverwachte omgaan. Mensen willen weten wat en hoe en wanneer, en net dat zijn vragen die we niet kunnen beantwoorden. Dat is ontstellend. Maar in die onmogelijkheid om plannen te maken, in dat onverwachte dat je plots overkomt en dat nu een soort duurtijd krijgt, kan ook veel schoons gebeuren.”

HOEZO, COLLECTIEF? DE CIJFERS ACHTER DE SCHERMEN

Goed, hoor ik u denken, op onze schermen speelt zich meer af dan ooit. Maar kijkt daar ook een kat naar? Wel, dat blijkt erg goed mee te vallen.

Het YouTube-kanaal van de Ancienne Belgique, waarop de liveconcerten van AB Canapé worden gestreamd, laat bijvoorbeeld een stijging van 225.000 bezoekers optekenen op één maand. Podium Aan Huis, dat intussen 105 voorstellingen aanreikt, werd intussen 120.000 keer bezocht, door goed 78.000 unieke bezoekers. 4.900 van hen bekeek het zotte geweld van Pascale Platel en Bronks’ Ola Pola Potloodgat. Op een maand tijd wist ook #MuseumAtHome, het initiatief van Brussels Museums dat de online-initiatieven van de stadsmusea bundelt, via sociale media goed 200.000 mensen te bereiken. Een virtueel bezoek kan je intussen onder meer brengen aan de tentoonstellingen van Keith Haring in Bozar en Wolfgang Tillmans in Wiels. Los van Brussel blijken al 50.000 eigenaars van een Museumpas zo een virtueel museumbezoek te hebben gedaan. Lumières Cinema bij je thuis, dat actuele films en premières naar de huiskamer streamt, laat weten dat er sinds de lancering op 13 maart al meer dan 4.000 titels zijn bekeken. De top vijf bestaat uit La Vérité van Kore-eda, L’immortale, Roy Anderssons About endlessness, Willem Wallyns All of us, en Portrait de la jeune fille en feu. Opmerkelijk is het succes van Jeanne Dielman, 23, Quai du Commerce, 1080 Bruxelles. Culture Quarantaine, een nieuw platform dat livetheatervoorstellingen, -tentoonstellingen, -vertellingen en -concerten aanreikt, weet op het moment zelf tot 300 mensen te lokken, nadien kan het aantal views oplopen tot 1.500. Geen kat in een zak!

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.

 

 

Meer nieuws uit Brussel
Vooraan op BRUZZ

Nieuws en cultuur uit Brussel in je mailbox?