interview

Sophie Lauwers is nieuwe directeur van Bozar: 'Ik wil de essentie bewaken'

Sophie Lauwers, directeur van het Paleis voor Schone Kunsten.© Bart Dewaele

Dat ze binnen honderd jaar met dezelfde bewondering naar het Paleis voor Schone Kunsten kijken als vandaag, bij de honderdste verjaardag. Daar streeft de kersverse directeur-­generaal Sophie Lauwers naar. “Mensen moeten onze geschiedenis kunnen zien.”

Wie is Sophie Lauwers?

  • Geboren in Halle in 1966
  • Woont in Molenbeek
  • Ging op haar twaalfde naar de Balletschool in Antwerpen
  • Studeerde geschiedenis (VUB)
  • Rolde via de reclamewereld de kunstwereld in
  • Was projectcoördinator op de wereldtentoonstelling in Lissabon (1998), tijdens het Anton Van Dyck-jaar (1999), en tijdens Brussel 2000
  • Begon in 2001 als tentoonstellingscoördinator bij Bozar, waar ze in 2011 adjunct-directeur, en in 2014 directeur Tentoonstellingen werd
  • Zette succesvolle tentoonstellingen op rond Fernand Léger, Michael Borremans, de beelden van Picasso, Keith Haring, en onlangs David Hockney
  • Sinds november directeur-­generaal van Bozar

Op de gevel van het Paleis voor Schone Kunsten wappert een Oekraïense vlag. Ik vraag Sophie Lauwers of dat een van die zaken is waarover zij nu beslist als nieuwe directeur-generaal, en of ze van plan is zich tijdens haar mandaat af en toe uit te spreken in maatschappelijke kwesties. Het antwoord van de nieuwe directeur-generaal is tweemaal ja. “Voor mij was dit iets vanzelfsprekends. We hebben de gevel 's avonds ook in blauw en geel verlicht. Toevallig stond Oekraïne net aan het begin van de oorlog bij ons in de schijnwerpers tijdens het Bridges filmfestival, en konden de aangekondigde regisseurs er niet bij zijn omdat ze vastzaten. Een van hen, Alina Gorlova, stuurde een videoboodschap vanuit haar schuilplaats. Een pijnlijk moment.”“Dat een kunstinstelling zich maatschappelijk uitspreekt is natuurlijk geen verplichting, maar het gaat vaak hand in hand. Behalve het publiek moet in Bozar in de eerste plaats de kunstenaar centraal staan, en kunstenaars laten ons altijd op een andere manier naar de wereld kijken. Als je de wereld niet wil veranderen, heb je geen kunstenaars nodig.”

U begeeft zich al lang onder kunstenaars. Hoelang werkt u al in het Paleis voor Schone Kunsten?
Sophie Lauwers: Ongeveer twintig jaar. Ik was al lang actief in de sector van de voornamelijk hedendaagse beeldende kunst. Voor ik hier kwam, was ik project manager bij Brussel 2000, en niet veel later kreeg ik telefoon van Piet Coessens, die directeur was van wat toen nog de Vereniging voor Tentoonstellingen in het Paleis voor Schone Kunsten heette. Om te vragen of ik hier wilde komen werken. Daar heb ik toen weinig over onderhandeld (lacht). Vanaf 2011 was ik dan directeur tentoonstellingen.

Met uw aanstelling werd gekozen voor iemand uit eigen rangen als nieuwe directeur.
Lauwers: Het is misschien raar om het achteraf te zeggen, maar ik had dit zelf niet verwacht. Veel verder dan de eerste selectierondes had ik nog niet nagedacht. Ik deed graag wat ik hiervoor deed, en ik was nog volop bezig met de Hockney-­tentoonstelling toen ik het telefoontje kreeg. Maar ik wilde ook geen spijt hebben dat ik het niet had geprobeerd.

1794 SophieLauwers-06
© Bart Dewaele
| Sophie Lauwers: "Behalve het publiek moet in Bozar in de eerste plaats de kunstenaar centraal staan, en kunstenaars laten ons altijd op een andere manier naar de wereld kijken. Als je de wereld niet wil veranderen, heb je geen kunstenaars nodig.”

U deed het uit liefde voor Bozar.
Lauwers: Dat is echt zo. Dit huis maakt deel uit van mijn leven en heeft mij ook in grote mate gevormd. Ik had er wel vertrouwen in dat men een goede kandidaat zou kiezen voor zo'n belangrijke instelling, maar ik vond dat ik het ook moest proberen, in de hoop bepaalde dingen te kunnen veranderen. Want om het status quo te behouden moet je het niet doen.

Wat zullen dan uw eerste dossiers zijn?
Lauwers: Wat Paul Dujardin hier heeft neergezet, is enorm. Het grootste deel van wat hij verwezenlijkt heeft, wil ik behouden. Het aanbod moet dynamisch blijven, met grote en kleinere projecten. Zodat we net als de afgelopen honderd jaar het erfgoed van de toekomst kunnen blijven tonen.
Maar het mag ook niet te véél worden. Ik wil de essentie bewaken – de kunsten – streven naar een grotere coherentie en afbakening, en intern naar meer afstemming.

Integratie is daarbij belangrijk. We doen veel op verschillende vlakken, maar de afdelingen opereren nog te vaak als satellieten. Bozar Lab levert cruciaal werk rond wetenschappen, maar die knowhow moeten we overal integreren. Op het vlak van inclusiviteit, diversiteit en dekolonisering zijn Afropolitan en de leerstoel Mahmoud Darwish fundamentele bouwstenen, maar ook hun aanpak moet deel worden van ons DNA. Alleen als je een globale visie hebt, waar je telkens kan op inhaken, doe je meer dan af en toe zo'n maatschappelijk statement maken.
Daarnaast is er het publiek. Publieksbereik, audience engagement … er zijn nieuwe manieren om dat beter aan te pakken.

Hoe wil u die veranderingen doorvoeren?
Lauwers: Met een participatief proces. Tot juni wil ik alle departementen – de technische en de artistieke – vrijuit laten spreken om te horen waarom zij hier werken, wat hun motivatie en inspiratie is, en hoe zij dit huis zien. Die gesprekken zijn al heel verrijkend geweest. Alle inzichten worden gebundeld en zullen we toetsen aan mijn nota, om te kijken wat er moet veranderen en wat niet. Dat noem ik de expeditie van het gevestigde naar het onbekende.

Voor uw aanstelling heeft het personeel publiekelijk laten horen dat de werkdruk te hoog was door de vele projecten, en de leiding te hiërarchisch, waardoor de personeelsleden zich ook niet veilig en gehoord voelden. Komt u hen tegemoet?
Lauwers: Helemaal. Vandaar die nadruk op onderlinge afstemming. Wij maakten soms bijna dertig tentoonstellingen in een jaar. Dat is mooi, maar als alle departementen met dat tempo werken is het natuurlijk de vraag of al onze diensten de uitvoering kunnen bolwerken. Zorgen voor welzijn maakt deel uit van het creëren van een professionele omgeving. Daar zijn we met het directiecomité aan bezig.

Als dat betekent dat jullie minder gaan doen, dan komt er misschien ook minder geld binnen.
Lauwers: Ik heb morgen een auditcomité over de financiën. De financiering van het PSK is natuurlijk complex. We werken met de dotatie van de overheid, de inkomsten van de box office, en de subsidies. Maar de algemene kosten zijn zo hoog dat we voor alles wat artistiek is geld en partners moeten zoeken. Dat wil niet zeggen dat Bozar een garage is waar iedereen zomaar onderdak vindt. We gaan zelf actief naar die partners op zoek. We cureren de curatoren.
Als we zouden beslissen minder te doen is dat om alles ook beter te doen op alle vlakken: een goed programma verdient de juiste communicatie, zorg, omkadering en technische uitvoering.

Is er voor uw vorige functie als directeur tentoonstellingen al een opvolger?
Lauwers: Die procedure is net begonnen, via een extern bureau gespecialiseerd in de sector van de beeldende kunsten. Het is een belangrijke functie die de mogelijkheid biedt om eens met een ander profiel een frisse wind te laten waaien. Maar het moet wel iemand zijn met een netwerk.

Dekolonisering van cultuurinstellingen vraagt niet alleen om aandacht en inspraak, maar echt om het delen van macht en middelen met groepen die daar tot nu grotendeels van verstoken bleven. Bozar reflecteerde daar al over op een symposium als Race, Power & Culture, maar uw voorganger werd verweten de laatste fundamentele stap niet te zetten.
Lauwers: Ik vind dat we daar niet bang van moeten zijn. Nog eens: onze waarden moeten uitgedragen worden door onze hele werking. Een concept voor jongeren als Next Generation, Please! is fantastisch, maar je mag niet alléén dergelijke individuele evenementen hebben.

Zijn er al genoeg mensen in huis met de nodige expertise?
Lauwers: Een goede vraag, die we verder zullen onderzoeken. Ik wil wel al aangeven dat onze raad van bestuur ondertussen heel divers is. Zaken moeten van onderuit komen, maar het draagt ook veel bij als je van bovenuit zo'n signaal krijgt.

Toch kleeft aan Bozar nog het etiket dat het een elitaire instelling is, die er voor een stuk is voor en door de haute finance.
Lauwers: Ik ben me bewust van dat etiket. Maar er is toch ook een mix. Bozar is een open paleis. Het is gevaarlijke materie, maar je zou kunnen zeggen dat kunst altijd op een of andere manier iets elitairs heeft, maar dat dat dan niets te maken heeft met afkomst. We moeten zorgen dat we de drempel verlagen en alle doelgroepen bereiken.

Hebt u een goed zicht op wie de bezoekers van Bozar zijn?
Lauwers: Niet voldoende. We waren er al mee begonnen om dat te onderzoeken, maar nu tillen we dat op een nog hoger niveau. Binnen het Europese plan voor herstel en veerkracht (2021-2026), waarmee we veel investeren op het vlak van het digitale en de big data, is het een belangrijk onderdeel. We hebben veel bezoekers, maar we willen echt weten wie ons publiek is om voort te kunnen werken en op zoek gaan naar wie nog ontbreekt. Ik ben er bijvoorbeeld niet zeker van of we genoeg inzetten op de Brusselse diversiteit, ook als hoofdstad van Europa.

U verwacht blijkbaar veel van het digitale verhaal. Ook als het gaat om digitale creatie.
Lauwers: Maar dan heb ik het niet over gim­micks. In de internationale museumwereld leeft de vraag hoe we een antwoord kunnen bieden op de klimatologische implicaties van de sector. Ik ben er nog altijd van overtuigd dat de meeste mensen een echte tentoonstelling willen zien en we moeten die zeker behouden, maar dat neemt niet weg dat je ook aan digitale creatie moet denken. We hebben geen keuze.

Sophie Lauwers, directeur-generaal van het Paleis voor Schone Kunsten
© Bart Dewaele
| Sophie Lauwers, directeur-generaal van Bozar: "Zorgen voor welzijn maakt deel uit van het creëren van een professionele omgeving. Daar zijn we met het directiecomité aan bezig."

Zijn corona en de dakbrand inmiddels verteerd door Bozar?
Lauwers: We merken dat het gedrag van het publiek niet zo snel verandert. Dat horen we van andere instellingen ook. We hebben al bijna volle zalen gehad voor concerten, maar het aankoop­gedrag is erg veranderd, veel afwachtender.
Het dak zou over iets meer dan een jaar gerenoveerd moeten zijn.

Wel fijn: u mag meteen de viering van de honderdste verjaardag van Bozar inzetten.
Lauwers: Honderd jaar geleden, in 1922, werd het gebouw geconcipieerd door de burgemeester, boekhouders, notarissen en bankiers die toch een heel vooruitstrevende visie hadden.
We willen de viering gebruiken om de transversale werking van Bozar onder de aandacht te brengen. Elk departement zal iets doen en werkte een enorm programma uit, samen. Voor de tentoonstelling Project Paleis, een eeuwfeest van curator Wouter Davidts duikt een tiental kunstenaars in het archief en maken ze zelf een werk. De komende jaren blijft die geschiedenis een rode draad. 2023 is het jaar van de art nouveau en dus ook van Horta. Er is het Belgische voorzitterschap van de EU. De opening van het PSK was in 1928, in 1929 was de concertzaal klaar en in 2030 is het de 200ste verjaardag van België.

Wat kan ik me voorstellen bij het archief van Bozar?
Lauwers: Ik vind dat een heel belangrijk onderdeel. Er is net iemand aangesteld om dat project op te volgen. Ik hoop binnen de zes jaar van mijn mandaat een ruimte te vinden voor het archief en een bibliotheek met de catalogi en boeken, die ook voor het publiek toegankelijk is. Zodat mensen onze geschiedenis ook kunnen zien, want ik voel dat de verhalen over onze honderdjarige geschiedenis erin gaan als zoete koek.
Zo'n plek kan ook een meerwaarde bieden voor het gebouw. Mensen komen hier voor een concert, een film, maar zelden voor het gebouw. Vandaar dat ook dat Boris Charmatz voor zijn performanceconcept 20 dansers voor de XXe eeuw en zelfs meer twintig dansers solo's laat uitvoeren verspreid in het gebouw. Hierdoor ontmoet je ook andere plekken dan die waar je gewoon bent om naartoe te gaan.

Hoe ziet u de samenwerking met andere partners binnen Brussel, uw werking grenst aan die van KMSK, Wiels, Kanal en andere kunstencentra.
Lauwers: Ik heb Kasia Redzisz en Melat Nigussie al uitgenodigd op ons toekomstdebat. Ik zie Dirk Snauwaert en Michel Draguet regelmatig. Ook met Jan Goossens en Hadja Lahbib van Brussel 2030 zitten we rond de tafel. Het culturele landschap in Brussel is totaal veranderd sinds Paul hier begon.
Maar ik spreek niet graag over concurrentie. Ieder zou in staat moeten zijn om vanuit zijn eigen identiteit te functioneren en voor sommige zaken ook op een ongeforceerde manier samen te werken om het Brusselse landschap te versterken.

100 jaar Bozar: eeuwfeest

Op 4 april 1922 werden op het stadhuis van Brussel de juridische basis voor de bouw en de bijbehorende ambities voor het Paleis voor Schone Kunsten officieel vastgelegd. Op 4 mei 1928 openden de tentoonstellingszalen en nog een jaar later de Henry Le Bœufzaal. Bozar lanceert daarom een langdurig programma van feestelijkheden. Project Paleis, een eeuwfeest, expo met werk uit archieven en werk van Lara Almarcegui, Sammy Baloji & Johan Lagae & Traumnovelle, Lynn Cassiers, Jeremiah Day, Sylvie Eyberg, Liam Gillick, Auguste Orts, Annaïk Lou Pitteloud, Koen van den Broek, Belgian Institute Graphic Design. Van 1 april tot 21 juli.

20 dansers voor de XXe eeuw en zelfs meer - Boris Charmatz, 23 & 24 april, 14 uur.
www.bozar.be

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.

 

 

Meer nieuws uit Brussel
Vooraan op BRUZZ

Nieuws en cultuur uit Brussel in je mailbox?