interview

De familie-obsessie van Gouden Palm-winnaar Bong Joon-ho

Bong Joon-ho, eindelijk ook een filmheld buiten zijn eigen land.

Hopelijk helpt de Gouden Palm voor Parasite regisseur Bong Joon-ho aan wat hij al vijftien jaar verdient: een hit die ook buiten Korea records breekt. Een gesprek over de kloof tussen arm en rijk, genrecinema en Netflix.

In de lente ging de Gouden Palm voor het eerst naar Zuid-Korea. Eigenlijk had Korea al veel eerder moeten triomferen op het Festival van Cannes. Park Chan-wook, Lee Chang-dong en een dozijn landgenoten leveren al twintig jaar de ene straffe film na de andere af. Anderzijds is het wel mooi dat die eerste Gouden Palm door Bong Joon-ho is binnengehaald in het jaar van de honderdste verjaardag van de Koreaanse film.

De immer geestdriftige en vrijgevige filmregisseur maakt al twee decennia kwalitatief hoogstaande én entertainende films zoals Memories of murder, The host of Mother. Dat dat in het Westen geen grote kaskrakers zijn geweest, kan enkel liggen aan de weerzin tegen films in een vreemde taal. Alvast in Frankrijk overtuigde de Gouden Palm een veel grotere groep dan gewoonlijk om zich voor een film van Bong Joon-ho naar de bioscoop te begeven.

'Dark social satire'

In Parasite parasiteren twee gezinnen van vier elkaar: een steenrijk en een straatarm. De klassenstrijd is uitgewerkt als een wervelende, voortdurend verrassende zwarte komedie.

Twee dagen voor hij de Gouden Palm won, stond Bong Joon-ho ons te woord. Dat hij de gedoodverfde favoriet was voor de eindzege, maakte hem geenszins nerveus. “Ik heb zelf al een paar keer in een jury gezeteld, onder andere op de festivals van Berlijn en San Sebastian. Ik weet dus hoe het er toegaat. Het toekennen van de prijzen is een zeer ingewikkeld proces: het laatste halfuur kan alles nog veranderen. Je moet wat geluk hebben. Daarom jaag ik er mij niet in op. Alles kan gebeuren. Dus laat ik gebeuren.”

Het zou wel fijn zijn als de Gouden Palm nog eens naar een film gaat die voluit durft te entertainen.
BONG JOON-HO: Ik beschouw mezelf als een genreregisseur. Soms volg ik de conventies, soms doorbreek ik ze. Maar ik begeef me niet zo héél erg ver buiten de grenzen van het genre. Ik voel me meer op mijn gemak binnen de grenzen. Dat wil nog niet zeggen dat ik genrefilms aflever in de typische Hollywood-stijl. De plaats die humor en emoties krijgen is – denk ik toch – Koreaans.

Tot welk genre reken je Parasite? Ik zou er niet zo direct een etiket op kunnen kleven.
BONG JOON-HO: Euhm. Dark horror black comedy social satire action film. (Lacht) De Amerikaanse verdeler bezorgde me een recensie die stelde dat Bong Joon-ho een genre op zich is. Daar ben ik mee in de wolken.

Parasite beeldt net als je internationale big budget-film Snowpiercer een clash tussen arm en rijk uit. Vrees je zelf een inval door mensen die het veel minder goed hebben?
BONG JOON-HO: Het idee dat je thuis wordt aangevallen door mensen die het veel minder goed hebben, is beangstigend. Maar je verkijkt je op mijn welstand. Mijn huis is lang niet groot genoeg om een familie in te verstoppen. Op een schaal van links (extreme armoede) naar rechts (extreme rijkdom) zit ik links van het midden.

Ik wou daar vooral mee vragen of je wakker ligt van de grote ongelijkheid.
BONG JOON-HO: Ik ben tegen polarisatie, maar je kan niet naast de grote kloof tussen arm en rijk kijken. Het zorgt in de hele wereld voor spanningen. Het is een universeel probleem. Een te grote kloof maakt samenleven moeilijk. De grote vraag is waarom we er ondanks al onze inspanningen en systeemverbeteringen maar niet in slagen om die kloof te verkleinen.

Nog beangstigender vind ik de gedachte dat de kloof er ook in de toekomst niet kleiner op zal worden. Ook de generatie van mijn kinderen zal er last van hebben. Ik geloof niet in een mirakeloplossing. Ik geloof niet in mensen die er één beweren te hebben. Ik weet ook niet wat de toekomst brengt, maar het is wel een strijd die we samen dag in dag uit moeten aangaan.

CINEMA parasite

De straatarme familie in Parasite bestaat uit vier getalenteerde en bekwame mensen. Aan hun capaciteiten ligt het dus niet dat ze het financieel zo slecht hebben.
BONG JOON-HO: Dat is een belangrijk punt. Dat mensen met talent, motivatie en diploma’s toch geen werk vinden, is helaas een realiteit in de huidige wereldeconomie. Ik herinner me een Koreaans journaal dat berichtte over 500 universitair gediplomeerden die hadden gesolliciteerd voor een baan als veiligheidsagent.

De jonge protagonist in de film houdt zichzelf voor dat hij op de sociale ladder kan klimmen en ooit genoeg zal verdienen om dat huis van de rijke familie over te kopen. Aan zijn volharding zal het niet liggen. Maar als je het van op een afstand bekijkt, staat hij er helemaal niet zo goed voor.

Hij zal nooit rijk genoeg zijn om dat huis te kunnen kopen en daar vloeit veel verdriet uit voort. We hebben voor de grap berekend hoeveel jaar hij aan een gemiddeld inkomen zou moeten werken om dat huis te kopen. 547 jaar. Gesteld dat hij telkens zijn volledige loon opzijzet.

1674 parasite

In wel meer films zien we een klassenstrijd of klassenbewustzijn. Ik denk aan Shoplifters van Hirokazu Kore-eda, de Gouden Palm van vorig jaar, of Us, de maatschappijkritische horrorfilm van Jordan Peele.
BONG JOON-HO: Ik ben geen filmcriticus, ik heb dat overzicht niet, maar ik vind het wel grappig dat je over Us begint. Ik heb de film van Jordan Peele nog niet gezien, maar de trailer verraste me enorm. De trailer illustreert namelijk decalcomanie.

Toen ik in 2013 het treatment (de fase die voorafgaat aan het uitwerken van het scenario, nr) voor Parasite uitwerkte, was de werktitel nog Decalcomanie. De vier leden van de rijke familie en de vier leden van de arme familie vallen bijna samen als je de twee families over elkaar schuift.

Ik ken Hirokazu Kore-eda of Jordan Peele niet persoonlijk, maar we maken wel films in hetzelfde tijdperk. Ik denk dat een filmregisseur of kunstenaar geen keuze heeft en dat zijn werk altijd, in grote of kleine mate, de tijd weerspiegelt waarin hij leeft. We worden geïnspireerd door onze omgeving.

Zelf probeer ik altijd meer te weten te komen over individuen. Maar als je het individu van nabij bestudeert, leer je automatisch ook bij over het sociale, historische en politieke klimaat waarin hij of zij leeft. Daar ontsnap je alleen aan als je een film maakt over iemand die heel zijn leven op een onbewoond eiland doorbrengt. (Lacht)

In Parasite voer je net als in de heerlijke monsterfilm The host een gemarginaliseerd gezin op. Toeval?
BONG JOON-HO: Mijn films zijn geen familiefilms à la Disney, maar ik voer inderdaad graag families op. Al mijn films gaan over mensen die niet in het systeem passen dat hen door de natie wordt opgelegd. Veel angsten in mijn leven betreffen de samenleving en het systeem.

Ik vrees dat het systeem/de samenleving/het land mij onvoldoende bescherming geeft. Als het systeem daadwerkelijk vierkant draait, is je eigen familie het enige waar je nog op kan vertrouwen. Vandaar mijn obsessie.

1674 parasite2

Koreaanse regisseurs als Park Chan-wook of Kim Jee-woon zijn niet vies van extreem geweld. Jij bent voorzichtiger.
BONG JOON-HO: Wat grappig dat je over Kim Jee-woon begint. Ik liep hem enkele dagen geleden hier in Cannes tegen het lijf. Zijn I saw the devil was zéér angstaanjagend, maar je zou moeten weten hoe introvert hij wel is. Ik vermoed dat we het geweld bij hem verdragen omdat zijn film cinematografisch zo bijzonder sterk is.

Persoonlijk hou ik niet van gore en hardcore-geweld. Mij doe je geen plezier met afgerukte ledematen en plassen bloed. Hoe groter de gore, hoe kleiner de geloofwaardigheid, hoe groter de kans dat de kijker afhaakt of begint te letten op de speciale effecten en de make-up. Dat vermijd ik liever.

Ik respecteer liever de lijn die Alfred Hitchcock aanhield. Kijk maar naar zijn films. Hij laat het bloed verrassend zelden vloeien en toch was hij de master of suspense. Geweldscènes plan ik zorgvuldig. Vooral de timing is cruciaal. Je moet het geweld laten losbarsten vlak voor of vlak na het moment waarop de kijker er zich aan verwacht.

Jouw vorige film, Okja, kruiste E.T. met dierenrechtenactivisme en wantoestanden in de vleesindustrie. De prachtige fotografie verdiende een groot scherm, maar geldschieter en streaminggigant Netflix gunde de film géén bioscooprelease. Hoe kijk je daar nu op terug?
BONG JOON-HO: Tijdens de opnames was ik een zeer gelukkige mens. Netflix gunde me de volledige artistieke vrijheid. Ik had de final cut en dat was een verademing (na het conflict dat Bong Joon-ho met Harvey Weinstein uitvocht rond Snowpiercer, nr) Het enige dat wringt is die bioscooprelease. Ik had gehoopt dat Netflix zich genereuzer zou opstellen en Okja een bioscooprelease zou gunnen.

We hebben daar heel veel over gedebatteerd en het was niet gemakkelijk om een compromis te vinden. Ik heb een bioscooprelease in Korea uit de brand kunnen slepen en troost me met het idee dat Okja tijdens het Festival van Cannes wel op een groot scherm te zien was. Ideaal was dat niet.

Maar begrijp me niet verkeerd: ik heb niets tegen streaming. Dat is een gemakkelijke manier om films te bekijken en ze zal zeker blijven bestaan. Maar een bioscoop is en blijft de beste plek om een film te bekijken.

Release: 11 september 2019

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.
Lees ook

Nieuws uit Brussel in je mailbox?