Jan Bucquoy-retrospectieve in Cinematek

Still uit 'La vie sexuelle des Belges'.

Zijn nieuwe film is voor volgende maand, zijn oude films, ­zoals het beruchte La vie sexuelle des Belges, voor deze. Met een retrospectieve en carte blanche lanceert Cinematek een Jan ­Bucquoy-offensief.

Hoe berucht is Jan Bucquoy nog? Tot de vele exploten van de belhamel uit Harelbeke behoren de oprichting van een Slipmuseum in Schaarbeek, verschillende bestormingen van het koninklijk paleis, een campagne om elke erfenis via loterij te herverdelen en een ruime bijdrage tot de reputatie van café De Dolle Mol. Niet elke onderneming liep uit op een sisser, een kater of een nacht in het cachot. Zo regisseerde hij onder meer een handvol films, waarvan de eerste de beste is: La vie sexuelle des Belges uit 1994. Met de vertoning van de gerestaureerde versie gaat in Cinematek een retrospectieve van start.

Het door Jean-Henri Compère vertolkte hoofdpersonage heet Jan Bucquoy. De minst fictieve Bucquoy verfilmde namelijk met humor, overtuiging en verbeelding zijn herinneringen aan vele vrouwen en misavonturen. Tot in Singapore was men geprikkeld. Na amper twee jaar was er een sequel. Camping Cosmos of La vie sexuelle des Belges n°2 ontbloot de vulgariteit van een kustcamping in de jaren 1980. Arno, Jan Decleir en Herman Brusselmans spelen een gastrol, maar het werd vooral een cultfilm dankzij de présence van Lolo Ferrari, een pornoactrice met een enorme borstomtrek, die zich in 2000 van het leven zou benemen.

Bucquoy bleef films maken en bleef die La vie sexuelle des Belges noemen en nummeren, ook al gingen ze over de sluiting van Renault Vilvoorde, politieke campagnes of een vent die alleen maar kan vrijen met vrouwen die naar vis ruiken.

Cinematek vroeg hem om ook zelf een filmprogramma samen te stellen. Hoewel hij graag Jean-Luc Godard citeert, zit er geen film tussen van de Franse filmrevolutionair. Bucquoy breekt liever een lans voor La maman et la putain van Jean Eustache, The killing van Stanley Kubrick, An autumn afternoon van Yasujiro Ozu én Alles moet weg van Jan Verheyen, de man die volgens Bucquoy de Vlamingen leerde houden van films uit eigen land. Alain Jessua bestempelt hij dan weer als “de Michel Houellebecq van de cinema”. Bucquoy weet altijd wat te zeggen.

RETROSPECTIEVE & CARTE BLANCHE JAN BUCQUOY
12 > 31/1, Cinematek, www.cinematek.be

Meer nieuws uit Brussel

Nieuws en cultuur uit Brussel in je mailbox?