interview

Douglas Firs over zijn album 'Heart of a mother': 'Sommige songs hakken er echt in'

Gertjan Van Hellemont laat op zijn nieuwe plaat diep in zijn hart kijken

Na een heftig jaar tussen rouw en nieuw leven vertaalt Gertjan Van Hellemont met Douglas Firs de intiemste gevoelens van zijn kleine zolderkamer naar het grote podium. “Ik heb het gevoel dat het verwerken nu pas begonnen is.”

Wie is Gertjan Van Hellemont?

  • Geboren in 1987, groeit op in Meise, studeert muziekproductie aan de Hogeschool Gent
  • Richt in 2008 Douglas Firs op, een indierockband die geurt naar country, folk en americana
  • Debuteert in 2012 met het album Shimmer & glow, daarna volgen nog The long answer is no, Hinges of luck
  • Speelt gitaar bij onder meer The Bony King of Nowhere
  • Mist in 2020 zijn enige zomeroptreden door de geboorte van zijn zoon
  • Brengt Heart of a mother uit op Arlette Records, een label dat hij opricht samen met zijn broer en bandlid Sem, als ode aan zijn overleden moeder

“They say living life is easy,” zingt Gertjan Van Hellemont aan het begin van de vierde Douglas Firs-plaat, Heart of a mother. De zachte rimpeling van zijn leven werd vorig jaar een grote golfslag, en dat lag niet aan dat kleine rotbeest dat eenieders leven zuur maakte. Begin 2020 kreeg hij in één week tijd te horen dat hij voor het eerst vader zou worden, en dat zijn moeder ongeneeslijk ziek was. Kort nadat ze stierf, overleed ook zijn grootmoeder.

Heen en weer geslingerd tussen blijheid en droefenis toog Van Hellemont twee hoog in zijn huis, waar hij op zolder een studio had gebouwd. “Vluchtgedrag,” noemt hij dat. “Ik praat niet snel over grote emoties met familie en vrienden, of zelfs mijn vriendin. Ik had zoiets heftigs ook nog nooit meegemaakt, maar je merkt snel dat iedereen verdriet of littekens heeft. Dus dacht ik, ik val er niemand lastig mee en verwerk het op mijn manier. Door muziek te maken. Het gekke is wel dat ik nooit heb beseft dat ik iets aan het verwerken was. Ik heb nog altijd niet het gevoel dat Heart of a mother een rouwplaat is.”

2020 heeft hem veranderd, denkt hij. “Zulke dingen maken je heel bescheiden, want de trein van het leven rijdt genadeloos verder. Ergens heeft het ook wel iets moois. Er valt een leven weg, er komt een leven bij. En zelf zit je daar ergens tussenin. Ik denk dat ik wel anders in het leven sta. Dat ik meer vanuit vogelperspectief leef. Het ene meer relativeer, het andere meer waardeer.”

“It wasn't easy to make this record, but it was also impossible not to make it,” schreef je op Instagram.
Gertjan Van Hellemont: Op een bepaald moment was ik mij aan het afvragen waar mijn volgende plaat over zou gaan. Tot de inspiratie me plots door de strot werd geramd. Puur inhoudelijk had ik Heart of a mother natuurlijk liever niet gemaakt, dan had ik nu een levende moeder, en een vrolijke rock-'n-rollplaat onder de arm.

Heart of a mother wordt met lof overladen. Voelt dat vreemd?
Van Hellemont: Ik heb daar even mee geworsteld, op de releasedag. Ik werd toen met een heel zwart gevoel wakker en vond dat ik die plaat niet had mogen maken, maar dat ben ik snel anders gaan zien. Ik merkte dat mensen echt iets aan die liedjes hebben, mensen die misschien net als ik niet makkelijk over die dingen praten, maar wel via muziek begrip voelen. Sowieso is muziek een kunstvorm die op emoties drijft en dat ook mag hebben.

Eerlijke, diep snijdende muziek wordt doorgaans als waardevoller beschouwd. Terecht?
Van Hellemont: Dat denk ik niet. Mijn twee lievelingsplaten van Beck zijn Midnite vultures en Sea change. De eerste is een funky funplaat, de tweede een diep, emotioneel break-upalbum. Voor mij zijn ze even waardevol. Op sommige momenten heb je het ene nodig, op sommige het andere. Als alle muzikanten beslissen om alleen nog rouw- en break-upplaten te maken, dan zou ik in een andere wereld willen leven. (Lacht)

1771 Douglas Firs
Gertjan Van Hellemont zuigt het zonlicht op in zijn zolderkamer

Je hebt je album thuis geschreven en ingeblikt. Hoe belangrijk was dat?
Van Hellemont: Achteraf gezien klopte dat helemaal. Ik vind het ook tof om te weten dat het technisch lukt om hier alle instrumenten op te nemen, en te beseffen dat ik hier nog vijftig platen kan maken. (Lacht) In een studio opnemen geeft een ander gevoel. Je wilt elke seconde van die dure tijd benutten en bent je bewust van de tijd die je verspilt aan slechte takes. Wanneer je een gitaarlick inblikt terwijl de studiolamp brandt, speel je elke noot gedecideerd. In de opnames die ik thuis heb gemaakt, hoor je het zoeken soms nog, het aarzelen. Dat is een andere, rustigere toon. Eerst wilde ik de zanglijnen opnieuw opnemen, maar er zit een tristesse in die moeilijk weer op te roepen was in de studio.

Is de verleiding niet groot om je op te sluiten in zo'n homestudio?
Van Hellemont: Dat is een gevaar, ja. Je kan ook blijven experimenteren. Het was goed dat mijn vriendin zwanger was. Dat was een duidelijke deadline.

Voor je vorige platen ging je overzees, naar de VS en naar Canada. Wat hoopte je daar te vinden?
Van Hellemont: Ik lijd aan wat je Wanderlust noemt. (Lacht) Escapisme. Weg zijn, op avontuur. Dat hoeft niet ver te zijn. Voor mijn vorige plaat wilde ik twee maanden alleen ergens schrijven, en dat is Montréal geworden. De trip voor het album daarvoor, naar Chicago, deed ik voor Tom Schick, een geluidsmixer die al met Wilco en Norah Jones had samengewerkt. Hij heeft mij en mijn broer Sem meegenomen naar The Loft, de werkplek van Wilco die toen even niet in gebruik was. Dat was een muzikantensprookje, een van de mooiste weken uit mijn leven.

Met je zolder heb je nu je eigen Loft.
Van Hellemont: (Grinnikt) Misschien wel. Ik heb die plek nu twee jaar. Als ik hier binnen wandel, denk ik, ha, mijn droom is gelukt.

'Until it won't', een ode aan je grootmoeder, heb je dan weer in de aanstaande babykamer opgenomen.
Van Hellemont: Dat liedje wilde ik een minder afgewerkte studioklank geven. Alles wat ik probeerde, was te netjes, waardoor het een soort foute meligheid kreeg. Ik heb veel plekken uitgeprobeerd, onder meer in een vogelkijkhut aan het Damvalleimeer. Uiteindelijk is het die kinderkamer geworden, die stond nog leeg. De ramen isoleren niet goed, waardoor je de auto's voorbij hoort rijden. Dat vond ik mooi, het klonk bijna als de zee.

Al die emoties die je in de intimiteit van je huis hebt gekanaliseerd, hoe vertaal je dat naar het podium?
Van Hellemont: Ik heb net een paar try-outs gedaan, en die waren heel intens. Van sommige songs vraag ik me zelfs af of ik ze nog moet spelen. 'Until it won't' hakt er echt in, het was aanklampen om het einde te halen. Daarna spelen we een song waarin ik weinig moet doen en kan bekomen. Gelukkig heb ik al vier platen, niet elk nummer is zo heftig.
Eigenlijk heb ik het gevoel dat het verwerken nu pas begint. Zo'n tekst schrijven en opnemen, dat is soms ook gewoon heel technisch werk. Nu, met de concertreeks die begint, beleef ik die verhalen veel sterker.

Je vader sluit de plaat af met een prachtige ode aan je moeder. Komt hij live meespelen?
Van Hellemont: Nee, dat zou hij niet overleven. (Lacht) Hij heeft dat nummer live opgenomen in onze living, samen met Sam Vloemans, Jasper Hautekiet en Bart Vervaeck, en toen was hij al ongelofelijk nerveus. In de AB zou dat niet goed komen. Hij komt wel kijken.

DOUGLAS FIRS
16/10, 19.00, Ancienne Belgique, www.abconcerts.be

Meer nieuws uit Brussel
Vooraan op BRUZZ

Nieuws en cultuur uit Brussel in je mailbox?