Soundtracks voor de Apocalyps en ander muzikaal lekkers: vijf geheimtips van Fifty Lab

Het Amerikaans-Britse trio Gabriels is een van de absolute highlights op Fifty Lab

Vorig jaar moesten we het doen met een digitale versie, maar voor zijn derde editie is het Brusselse showcasefestival Fifty Lab back in full force. Uit het vijftigtal jonge wolven die de (inter)nationale curatoren op de affiche mikten, pikten we vijf welpen die de komende jaren hun eigen territorium mogen afbakenen.

GABRIELS

  • Brits-Amerikaans r&b- en soultrio uit LA
  • Opgericht in 2016, brengt binnenkort zijn tweede ep uit
  • Gecureerd door Fifty Lab

“One of the most seminal records I've heard in the last 10 years,” liet Elton John zich begin dit jaar ontvallen tijdens zijn Rocket Hour op Apple Music. De Britse superster had het over het nummer 'Love and hate in a different time' van Gabriels, het Amerikaans-Britse alternatieve r&b-trio dat al een tijdje meer buzz verzamelt dan een bijennest in hoogzomer.

“Ik piste in mijn broek toen ik dat hoorde,” zegt Jacob Lusk met een stem tussen lach en schreeuw. Lusk is de imposante jonge kerel uit LA wiens even engelachtige als androgyne vocals Gabriels zo uniek en instant herkenbaar maken. Tien jaar geleden noemde jurylid Steven Tyler hem een goddelijke verschijning in American Idol, de rockzanger van Aerosmith zat er niet ver naast. Lusks stem is een wonderlijke, androgyne kruising tussen Anohni (Antony Hegarty) en Billie Holiday.

“Dank je, dat is heel lief. Mijn moeder denkt er wellicht anders over. Ik zong vroeger de héle tijd, tot aan tafel toe. Op een bepaald moment heeft ze mij verbannen naar de garage, daar zat ik dan op de motorkap van de auto te zingen voor mijn hond. (Lacht) Het streelt je ego om loftuitingen van de allergrootsten te krijgen, maar het grootste compliment is wel dat onze muziek iets losweekt bij onze luisteraars. Die connectie is belangrijk. De verhalen die we vertellen zijn die van mij maar ook die van jou, ze zeggen iets over vroeger, maar ook over nu.”

Samen met de Britse producer Ryan Hope en zijn Californische collega Ari Balouzian verbindt Lusk op een unieke manier het heden met het verleden. In de muziek van Gabriels, vernoemd naar de St Gabriel's Avenue, de straat in het Noord-Engelse Sunderland waar Hope opgroeide, resoneren zowel gospel en doowop van de eerste helft van de vorige eeuw als hedendaagse soul en r&b. Zijn teksten zeggen net zoveel over de burgerrechtenbeweging van de jaren 1960 als over de strijd voor zwarte emancipatie vandaag.

Strange fruit
De videoclip bij 'Love and hate in a different time' wordt bijvoorbeeld aangekondigd als een short story – Hope is naast producer ook regisseur, Balouzian doet naast muziek ook sounddesign en Lusk ambieerde een tijdje een carrière als acteur. De clip toont dansende mensen, van Thomas Edison die American natives filmt over de legendarische muziekshow Soul Train tot nu. “De pandemie had ons in haar greep toen we die clip maakten, een periode waarin je niet mócht dansen,” zegt Lusk. “En dat terwijl het iets is wat mensen altijd gedaan hebben. De dansvloer is net de plek waar we ons bevrijd moeten voelen.”

Die vrijheid ligt aan banden sinds we alles zijn beginnen te filmen, vindt Lusk. “Denk je dat er iemand aan dacht om in Studio 54 een selfie te nemen? Nee, ze zaten in het moment, ze moesten niet bezorgd zijn over het feit dat iemand hen met zijn smartphone op de huid zat of niet. Technologie heeft ons veel vooruitgang gebracht, maar het is ook een beetje een vloek. Kijk naar hoe wij muziek maken: met échte instrumenten, en vocal takes uit één stuk.”

Die technologie zorgt er ook wel voor dat we dingen kunnen delen die anders voor velen verstoken zou blijven. Zoals de beelden van Lusk die de van Billie Holiday bekende traditional 'Strange fruit' door een megafoon zingt tijdens een Black Lives Matter-mars. “Dat was op de verjaardag van Breonna Taylor, die door politieagenten was gedood, niet zo gek lang voor wat er gebeurde met George Floyd. Eigenlijk zou ik 'Happy birthday' zingen, maar op het laatste moment heb ik mij bedacht.”

Lusk zong het lied, een aanklacht tegen de lynchpartijen van Afro-Amerikanen in het Amerikaanse zuiden, vanuit de gedachte dat er niets verandert. “We willen dat de dingen beter worden, maar hoe kan het dat een song die bijna een eeuw geleden geschreven werd, vandaag nog steeds relevant is? Dat nummer voelde heel erg op zijn plaats op dat moment. Een blessing voor de mensen die er waren.”

Lusk had 'Strange fruit' enkele jaren daarvoor al gezongen met een orkest. “Ik ben streng-katholiek opgevoed, Billie Holiday was een van de weinige seculiere artiesten naar wie ik mocht luisteren. Mijn grootmoeder kwam uit het Zuiden, ze migreerde naar Californië in de jaren 1960. Ze heeft al die wreedheden en onrechtvaardigheden zelf moeten ondergaan. Mijn ouders vonden het belangrijk dat ik me bewust was van wat mijn gemeenschap heeft meegemaakt, en nog steeds meemaakt. Daarom ook staat er een foto van mijn grootmoeder op de hoes van de ep Love and hate in a different time.”
17/11, 22.05, Ancienne Belgique

NNAVY

  • Geboren als Florine Gashaza in Lausanne
  • Zweert bij marineblauwe neo soul
  • Gecureerd door het Montreux Jazz Festival

Florine Gashaza is al verschillende keren in Brussel geweest, maar nooit in de hoedanigheid van Nnavy, haar melancholisch blauw getinte popalias. “Ik heb familie in Charleroi, daar gaan we regelmatig op bezoek,” zegt de Zwitserse zangeres vanuit haar hometown Lausanne, waar ze tussen het opnemen en optreden door psychologie studeert.

“Ik ben een newbie in de muziekscene, maar ik heb het gevoel dat er hier heel wat dingen aan het bewegen zijn,” zegt ze over de jonge muziekscene in haar thuisstad. Gashaza begon met pianolessen op haar twaalfde, maar zingen deed ze altijd al, tot ergernis van haar twee oudere broers. “Het duurde wel even voor ik uit de muren van mijn slaapkamer durfde te breken. De gedachte om geconfronteerd te worden met de oren en ogen van anderen, verlamde mij.”

Eerst zong ze covers, onder meer van Billie Eilish, Moses Sumney en de intussen gesplitte close-harmonyband Thirdstory. Aan eigen muziek begon ze tweeënhalf jaar geleden te werken, nadat ze via Instagram aan de praat raakte met de Zwitserse producer en muzikant Naji Seppey. “We vullen elkaar goed aan. Naji is niet zo goed met teksten, ik niet met instrumenten.”

Haar stem is Gashaza's krachtigste wapen, een zachte, soulvolle kom troost die haar bitterzoete neo soul als gegoten zit. Toch laat ze zich nog graag vergezellen, zoals ze ook met de titel van haar nieuwe, tweede ep, In good company, aangeeft. “Ik ben een beetje ambassadeur van de Zwitserse scene.” (Lacht)

Een van hen is de Zwitserse soulzanger Iya Ko, die opduikt in 'Caramélisé', Gashaza's beste song. “Wij schrijven allebei graag supersexy dingen. Dit lied gaat over hoe mooi een gekaramelliseerde huid kan zijn, met al zijn shades of brown. Het is een luchtige ode aan onze huidskleur. Muziek maken is voor mij heel persoonlijk en therapeutisch, maar om grote statements te verkondigen vind ik dat ik nog te weinig politiek onderlegd ben.”
19/11, 20.00, Beursschouwburg

KIDDUS

  • Opgegroeid in Cardiff, Wales
  • Bedenkt eigengereide r&b
  • Gecureerd door We Out Here

“Op een schooltrip naar Normandië na ben ik nog nooit buiten het VK geweest,” grinnikt Kiddus. De 23-jarige muzikale kameleon uit Cardiff is met zijn 690 maandelijkse luisteraars op Spotify de grote onbekende op het festival. Maar net die geheimtips zijn er om te ontdekken. Door zijn aderen stroomt Caribisch, Indiaas, Filipijns en Welsh bloed, zijn familie is grotendeels moslim, maar zijn ouders zijn rastafari. “Vandaar ook mijn naam, vermoed ik, mijn ouders zijn fan van de Jamaicaanse reggaezanger Kiddus I.”

Kiddus is een kind van zijn tijd: zijn muziek is een mix van soul, punk, grime, indiepop, dub, r&b en wat nog meer. Een ongehoorde slaapkamersound die meandert tussen de avant-garde-r&b van Flying Lotus, de rauwe grootstadspoëzie van King Krule en de dromerige indierock van Mac DeMarco. Hij bedacht er zelf de beeldrijke termen postfunk, moshpit-r&b en depressing dancehall voor. “Haha, ja, ik schud altijd van die dingen uit de mouw als mensen vragen wat voor muziek ik speel. Ze is moeilijk in een hokje te stoppen, maar zo geef ik toch al een richting aan. Het liefst van al noem ik mijn muziek wereldmuziek. Niet de duffe term waarmee de media niet-westerse muziek bestempelen, maar gewoon om te duiden dat mijn invloeden van over de hele wereld komen.”

Er zit een stoned kantje aan Kiddus' muziek, zijn liveshows worden niet zelden omschreven als acid trips. “Nochtans gebruik ik geen drugs, op wat wiet na,” lacht hij. “Maar het klopt wel dat mijn shows je uit het lood kunnen slaan. Mijn liedjes zijn in se heel dromerig, maar op het podium kan ik plots wild beginnen te schreeuwen en door de zaal stormen. Hangt ervan af in welke mood ik ben.”

Kiddus heeft één ep uit, Snake girl - disc 1, het resultaat van een zelfopgelegde lockdown, hallucinaties en paranoia. Binnenkort volgt deel twee, met de single 'Mashallah' als voorbode. “'Mashallah' is een moslimzegswijze, 'loof de Heer en wees dankbaar'. Het zijn de laatste woorden die mijn grootvader tegen me zei voor hij twee jaar geleden stierf. Mijn songs zijn soms nogal donker, daarom wilde ik er die positieve gedachte in stoppen.”
17/11, 21.25, Bonnefooi

MAZEY HAZE

  • Geboren als Nadine Appeldoorn, woont in Amsterdam
  • Richtte anderhalf jaar geleden Mazey Haze op
  • Gecureerd door Down the Rabbit Hole

“Afgelopen zaterdag heb ik mijn eerste headlineshow gespeeld, ik ben er nog van aan het nagloeien,” zegt de 21-jarige Nadine Appeldoorn, alias Mazey Haze. Terecht, want niet iedereen doet zo'n eerste optreden als hoofdact in de roemruchte Paradiso in Amsterdam. “Goh, ja, het was in de kleine zaal boven, maar hé, het stond wel goed vol.”

Er hangt nog wat babyvet aan de galmende, dromerige gitaarpop van Mazey Haze – de naam geeft een hint over Appeldoorns favoriete sound –, de eerste single van de band verscheen dan ook pas deze zomer. “Maar ik ben natuurlijk al langer met muziek bezig,” vertelt Appeldoorn. “Van kleins af zong ik in een kinderkoor, daarna leerde ik mezelf gitaar spelen met YouTube-tutorials. Eigenlijk ben ik al mijn hele leven naar dit moment aan het toewerken. En nu is het eindelijk daar.”

Appeldoorn was negen toen ze de kracht van popmuziek ontdekte. “Ik zat aan de tv gekluisterd te kijken naar beelden van Michael Jackson, die toen net overleden was. Het ging de hele tijd over de King of Pop, maar ik had nog nooit van die gozer gehoord. Toen ben ik meteen met mijn moeder cd's gaan kopen, en posters. Tot daarvoor luisterde ik enkel naar Kinderen voor Kinderen, vanaf dan raakte ik verslingerd aan popmuziek.”

Mazey Haze heeft intussen één ep uit, gitaarpop die zich ophoudt ergens in de doolhoven die Fleetwood Mac met Beach House verbinden, voorzien van de lekker swingende titel Always dancing. “Beetje cheesy, maar dat vond ik net grappig. Veel van de teksten die ik schrijf, zijn nogal down. Het nummer 'Sad lonely groove', bijvoorbeeld, verwijst naar hoe droevig ik mij voelde twee jaar geleden, toen mijn eerste lange relatie stukliep en ik er als 19-jarige plots helemaal alleen voor stond. Maar je kan er wél op dansen.”

Die laconieke blik illustreert Appeldoorn ook in de clip van 'Don't care', waarin ze een graf delft voor haar ex-vriendje. Of zo lijkt het toch. “Dat nummer gaat over iemand die ik heel graag wilde loslaten, iemand die voor heel veel heisa heeft gezorgd in mijn leven. Die guy in de clip dus. Maar tegelijk weet je ook niet of hij echt bestaat. Misschien zijn het gewoon mijn herinneringen die ik wil begraven.”
19/11, 20.55, Ancienne Belgique

SOPHIA KENNEDY

  • Verhuisde op haar vijfde van de VS naar Hamburg
  • Voor muziek haar hoofdbezigheid werd, studeerde ze film
  • Gecureerd door Pop-Kultur Berlin

Zoek je nog een soundtrack voor bij de ondergang van de wereld? Dan is Sophia Kennedy your woman. De in Hamburg wonende Duits-Amerikaanse bracht net haar tweede album uit, het omineus getitelde Monsters. Niet de kleine creaturen die de fanbase vormen van Lady Gaga, maar de chaotische, donkere beesten die Kennedy's dramatische popsongs soms kunnen zijn.

“Monsters oefenen een vreemde aantrekkingskracht op ons uit,” vertelt ze. “Als kind ben je bang van al die angstaanjagende wezens, maar tegelijk wil je ook weten wat er achter je kast of onder je bed schuilt.”

De ijselijke dierenkreten die opduiken in het nummer 'Francis' verhogen die sfeer van onbehagen. “Dat ben ik die in de studio tien minuten deed alsof ik een aap was. (Lacht) Die song is nogal dramatisch, ik wilde het gevoel van hysterie onderstrepen en dat leek me een goeie manier.”

“Pop music teetering on the verge of ruin,” wordt Kennedy's muziek niet onterecht omschreven. “Ik denk dat mijn songs op een manier het ontwrichte tijdsgewricht waarin we leven weerspiegelen. Vandaar ook de vele wendingen in mijn liedjes, de contradicties, de clash tussen schoonheid en paranoia, de irritaties, de verwarring. Mensen denken dat het einde van de wereld eruit zal zien als in een film, maar we leven nu in dat moment. De klimaatcrisis zit niet om de hoek, die is zich hier en nu aan het voltrekken.”

Dat idee van beklemming zit ook in 'Loop': “Our mothers are insane / 'Cause their mothers are insane / Our fathers are insane / 'Cause their fathers are insane,” klink het. “Ik heb het gevoel dat zoveel problemen van generatie op generatie worden doorgegeven. Ze zijn diepgeworteld, en we kunnen ons er maar moeilijk van loswrikken. Dat is onze grote uitdaging, die vicieuze cirkels doorbreken. De titel verwijst ook wel naar de zachte pianoloop waarmee ik die song bouwde, een troostende melodie waarrond ik dan een zwaar thema drapeerde.”

Kennedy zingt het nummer met diepe, doorleefde stem. Elders klinkt ze zoet en lichtvoetig. Een flexibiliteit die haar ook al op de albums van DJ Koze deed belanden. “Ik speel graag met mijn stem. Mijn songs zijn heel afwisselend qua instrumentatie en sfeer. Dat vraagt telkens om andere personae. Niet dat ik een acteur ben, maar ik draag het verhalende, cinematografische aspect van muziek maken wel een warm hart toe. Ik heb niet voor niets film gestudeerd.”

De stem die haar zelf begeesterde, was die van de vergeten folkzangeres Karen Dalton. “Als tiener luisterde ik heel veel naar haar. Er zit zoveel pijn in haar vocals, en tegelijk klinken ze heel soulful.” Is zij de stem die ze samplet op het einde van haar album in het liedje 'Dragged myself into the sun'? “Nee, dat was mijn grootmoeder die me op mijn antwoordapparaat geluk toewenste. Ze is ondertussen gestorven. Ik heb veel van mijn familieleden opgenomen vroeger, net om hen te laten verder leven in mijn muziek. Dat liedje is heel donker, maar mijn grootmoeder geeft er licht aan.”
18/11, 21.50, L'Archiduc

Meer nieuws uit Brussel
Vooraan op BRUZZ

Nieuws en cultuur uit Brussel in je mailbox?