interview

Melat Nigussie na twee jaar Beursschouwburg: ‘Nieuwe tijden vragen om nieuwe accenten’

Melat Nigussie: "De voorbije maanden kon ik mijn team pas echt beter leren kennen, voordien was ik eerder een crisismanager. "© Kevin Van den Panhuyzen / BRUZZ

In 2020 moest men haar nog overhalen om de functie op te nemen, vandaag geeft Melat Gebeyaw Nigussie vol overtuiging leiding aan de Beursschouwburg. In tijden waarin cultuur klappen kreeg, ontpopte ze zich van crisismanager tot kopvrouw met een eigen stem. “Het debat wordt op het scherpst van de snee gevoerd. Ook van cultuurhuizen wordt steeds vaker verwacht dat ze een standpunt innemen.”

We ontmoeten Melat Gebeyaw Nigussie (31) in het café van een voor de rest lege Beursschouwburg. Op de derde zondag van september – niet toevallig ook autoloze zondag – trapt de Beursschouwburg haar nieuwe seizoen op gang, maar voorlopig geniet het cultuurhuis nog even van een rustige zomer.

Dat geldt ook voor Nigussie, die we kunnen spreken tussen twee vakanties in Frankrijk in. Welverdiende vakanties, want na een aanstelling tot algemeen en artistiek directeur van de schouwburg te midden van een pandemie, heeft Nigussie inmiddels ook een half seizoen achter de rug zonder lockdowns of andere ingrijpende covidmaatregelen. “Het was erg pittig om te starten in volle coronaperiode. Eigenlijk was het een erg paradoxale periode: enerzijds was er sprake van stilstand, maar anderzijds gebeurde er erg veel. De voorbije maanden kon ik mijn team pas echt beter leren kennen, voordien was ik eerder een crisismanager. Ik raad het niemand aan om ergens van start te gaan tijdens een lockdown.”

Hoe gaat het intussen met de Beursschouwburg nu de pandemie gaan liggen is?

Melat Nigussie: Goed! We hebben net te horen gekregen dat we erop vooruit gaan wat subsidies betreft. We hebben een sterk plan voorgelegd en zijn daar beloond voor geweest. We beseffen wel dat er ook veel organisaties op achteruitgaan. De komende jaren zal solidariteit in de sector nog belangrijker worden.

In september ben je twee jaar directeur van de Beursschouwburg. Welke directeur wou je initieel zijn en welke ben je vandaag naar eigen aanvoelen geworden?

Nigussie: In het begin heb ik me heel dienstbaar opgesteld ten aanzien van het algemeen doel van de Beursschouwburg. Dat doe ik nog steeds, maar vandaag ben ik ook meer wat we een situationeel leider zouden noemen. Ik hanteer niet slechts een methode, maar pas me aan naargelang de context. Altijd consequent zijn of met dezelfde oplossing komen, werkt niet. Maar ik heb natuurlijk wel een artistiek plan waaraan ik vasthoud en heb zo ook mijn eigen stem ontwikkeld.

dsc08459.jpg
© Kevin Van den Panhuyzen / BRUZZ
| Melat Nigussie: "Ik probeer elke dag iets te schrijven. Maken doet iets met je."

Initieel gaf je aan je niet meteen comfortabel te voelen bij de term ‘directeur’. Is dat nog steeds zo?

Nigussie: Ik heb gekozen om ermee te spelen. Soms noem ik mezelf coördinator, soms directeur. Belangrijker is dat ik beoordeeld wil worden op het werk dat ik verzet, niet zozeer op de titel die ik draag. Ik behoud een kritische afstand tegenover de titel, wat die betekent, wat de historische wortels ervan zijn en welke connotaties ermee gepaard gaan. Ik ben mezelf daar heel bewust van, maar tegelijk ben ik me er ook van bewust dat als een vrouw die rol dan heeft, ze er meteen ook afstand van wil nemen en zich niet comfortabel voelt bij dat label. Ik ben er dus nog niet helemaal uit, maar dat is niet zo erg.

Is de Beursschouwburg veranderd sinds jouw komst?

Nigussie: De wereld en de tijden zijn veranderd. Eerst was er de pandemie, dan de Black Lives Matter-protesten. Het debat wordt bovendien op het scherpst van de snee gevoerd. Ook van cultuurhuizen wordt steeds vaker verwacht dat ze een standpunt innemen. Dat voel ik sterk. Nieuwe tijden vragen om nieuwe accenten.

Zelf heb ik ook een aantal nieuwe klemtonen gelegd. Als alles goed gaat, beginnen vanaf 2025 de renovaties en wordt ons café naar de straatkant gebracht. Intussen gebruiken we die ruimte als een cityhub met caféconcerten waar we Brussels talent dat nooit eerder op een podium stond, de kans geven zich te tonen. Daarnaast werken we voor onze residentiële artiesten voortaan met een open oproep. De artiesten komen niet enkel meer op uitnodiging, maar kunnen zichzelf nu ook aanmelden. Dat heeft al heel wat nieuwe talenten binnengebracht.

De Beursschouwburg wil graag inzetten op jongeren. In Brussel is er voor jongeren soms een tekort aan ruimte en vrijetijdsactiviteiten om zich tijdens de warme zomermaanden te ontplooien. Wil het cultuurhuis hier ook een rol in opnemen?

Nigussie: Ja, al wil ik benadrukken dat we niet enkel een jong huis zijn, we willen ook de gelegenheid bieden voor intergenerationele ontmoetingen. Maar in het verlengde van onze cityhub hebben we nog ruimte vrij in het café om organisaties aan de slag te laten gaan met jongeren tijdens de zomermaanden. Het enige praktische probleem is dat we voor onze medewerkers wel degelijk een zomersluiting nodig hebben: we moeten dus nog eens bekijken hoe we dat best aanpakken in de toekomst.

Welke vooralsnog onaangesproken doelgroepen zou je nog naar de Beursschouwburg willen trekken?

Nigussie: Er zullen altijd mensen zijn die we niet bereiken. Maar vandaag willen we vooral proberen om meer doelgroepen met elkaar te vermengen door bijvoorbeeld verschillende soorten evenementen op hetzelfde moment te laten plaatsvinden op de verschillende verdiepingen in ons gebouw. (lees verder onder de foto)

dsc08518.jpg
© Kevin Van den Panhuyzen / BRUZZ
| Melat Nigussie: "Soms noem ik mezelf coördinator, soms directeur. Belangrijker is dat ik beoordeeld wil worden op het werk dat ik verzet, niet zozeer op de titel die ik draag."

Is de Brusselse cultuursector voldoende inclusief?

Nigussie: Ik ben hoopvol. Tussen zelfkastijding – “we bakken er niets van” – en zelfgenoegzaamheid – “we zijn supergoed bezig” – bestaat er volgens mij nog een derde weg. En die weg kan leiden tot oprechte verandering. De twee uitersten brengen immers allebei verlamming met zich mee. We moeten onszelf de vraag stellen wat we wél kunnen doen.

Boordevol ideeën, kritisch, avant-gardistisch. Soms lijkt het alsof jij en de Beursschouwburg voor elkaar gemaakt zijn?

Nigussie: Is dat zo? Ik denk dat de Beursschouwburg zichzelf vroeger een luis in de pels noemde. Ik hoop dat ik geen luis ben, ik wil geen luis zijn (lacht). Het is natuurlijk wel een jong en avontuurlijk huis dat vragen stelt en daar identificeer ik me wel mee. Maar het wordt gevaarlijk als je denkt dat een huis voor je gemaakt is, want dat wekt de veronderstelling dat je onvervangbaar bent. En dat is niet zo: iedereen is vervangbaar.

Eerder was je actief bij Bozar en richtte je ook het collectief Belgian Renaissance op. Wat is de rode draad in je carrière binnen de cultuursector?

Nigussie: Participatie is voor mij heel belangrijk. Hoe kunnen we kunst openbreken en kunnen we mensen activeren om er zelf mee aan de slag te gaan? Ook inclusie ligt me nauw aan het hart. Ik wil nog meer mensen betrekken, en nog meer jonge mensen.

In een eerder interview vertelde je dat er in het verleden huizen waren waar je je minder thuis voelde. Is dat vandaag nog steeds zo?

Nigussie: Mijn perspectief is natuurlijk veranderd. Toen kwam ik als bezoeker, vandaag kom ik ook als vertegenwoordiger van een ander cultuurhuis. Maar uiteraard zijn de drempels in sommige cultuurhuizen nog steeds hoog.

Je zegt dat je eerste bezoek als kind aan het AfricaMuseum in Tervuren een zware indruk op je naliet. Heeft dat museum volgens jou nog een bestaansrecht?

Nigussie: Daar is natuurlijk al veel over gezegd naar aanleiding van de renovatie van het museum. Ik heb een tijdje geleden nog gesproken over het belang van restitutie, het teruggeven van roofkunst. Anderzijds is het belangrijk dat er plekken bestaan waar we spreken over kolonisatie, maar dat is een narratief dat ontwikkeld moet worden door de collega’s van het AfricaMuseum.

Je werd geboren in Ethiopië, maar groeide op in Wilsele. Wat bracht je uiteindelijk naar Brussel?

Nigussie: Toen ik vier jaar was, verhuisden we inderdaad van Ethiopië naar België. Mijn vader was politiek actief in Ethiopië en kon daar niet langer blijven. In de buurt van Leuven groeide ik op in een heel brave context. Op een bepaald moment had ik het gevoel dat ik moest losbreken en ben ik naar Brussel getrokken, een beslissing waar ik nog steeds heel blij mee ben. Daar ben ik Taal- en Letterkunde gaan studeren. Vandaag woon ik in Vorst en mijn favoriete plekken in de stad zijn dan ook het Dudenpark en het dakterras van de Beursschouwburg. Een groot deel van mijn familie woont nog in Ethiopië: de laatste keer dat ik ernaartoe reisde, was in 2017.

Behoort de voetgangerszone ook tot een van je favoriete plekken?

Nigussie: Ik houd van het centrum en vind het op zich al schitterend dat ze erin geslaagd zijn die straten autovrij te krijgen. Maar er moet nog een aantal knopen doorgehakt worden, zoals bijvoorbeeld of het houdbaar is dat voetgangers en fietsers er dezelfde ruimte delen. Bovendien wil ik graag horen wat de visie van de stad is op deze wijk. Willen we meer publieke ruimte of willen we meer handel? Als we in deze wijk vooral toeristen willen aantrekken, zal dat gevolgen hebben voor de Beursschouwburg.

dsc08489.jpg
© Kevin Van den Panhuyzen / BRUZZ
| Melat Nigussie: "Ook die kritische zin kreeg ik van thuis mee. Omdat mijn vader zelf politiek actief was, voerden we thuis altijd veel debatten."

Werd de liefde voor cultuur je met de paplepel ingegeven?

Nigussie: Thuis werd ik aangemoedigd om te lezen en van muziek te genieten, maar het is niet dat wij samen naar het theater gingen of musea bezochten. Binnen onze eigen microkosmos waren we wel bezig met cultuur. Ook die kritische zin kreeg ik van thuis mee. Ik ben altijd een contrair kind geweest (lacht). Omdat mijn vader zelf politiek actief was, voerden we thuis altijd veel debatten.

Je bent ook auteur en columniste. Heb je daar vandaag nog tijd voor?

Nigussie: Veel te weinig, maar ik ga het schrijven nooit loslaten. Ik schrijf vooral opiniërend, maar ik sluit niet uit dat ik ooit fictie zal schrijven. Als het hoofd van een cultuurinstelling vind ik het ook belangrijk om zelf kunst te beoefenen op mijn eigen manier. Daarom probeer ik elke dag iets te schrijven. Maken doet iets met je.

Merk je dat steeds meer mensen jou als een rolmodel zien?

Nigussie: In het begin heb ik een beetje onderschat wat de symbolische waarde was van mijn aanstelling tot directeur. Ik werd er veel op aangesproken, vaak door vrouwen met een migratieachtergrond. Die zeiden dan zaken als “ik wist niet dat dit in de pijplijn zat voor ons” en “nu ik dit weet, ga ik ook voor die of die job gaan”. Ik ben altijd blij om zoiets te horen. Maar het label rolmodel: daar voel ik me niet comfortabel bij omdat dat een vorm van perfectie inhoudt en dat ben ik allesbehalve. Maar de symbolische waarde is groot en representatie is belangrijk.

Naar welke projecten in de nabije toekomst kijk je uit?

Nigussie: Ons najaar is erg veelbelovend, met onder andere het Tashweesh Festival, met feministische stemmen uit Zuidwest-Azië, Noord-Afrika en Europa. Het festival opent met een lezing van de Frans-Algerijnse auteur Fatima Daas; afsluiten doen we met een set van dj Haram. In november hosten we opnieuw Fifty Lab en verwelkomen we Bâtard Festival.

Waar wil je over tien jaar met trots naar terugkijken?

Nigussie: Dat de Beursschouwburg haar missie op een oprechte manier heeft kunnen bewerkstelligen en dat ik mijn stempel daarop heb kunnen drukken. Ik weet niet hoe lang ik zal blijven, er staat geen houdbaarheidsdatum op. Maar geen enkele directeur blijft best te lang op een stoel. Als je bepaalde lijnen hebt kunnen uitzetten en je merkt dat het begint te werken, dan moet je ruimte maken voor nieuwe mensen.

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.

 

 

Meer nieuws uit Brussel
Vooraan op BRUZZ

Nieuws en cultuur uit Brussel in je mailbox?