interview

Rimini Protokoll: 'Avatars kunnen onze ecologische voetafdruk verkleinen'

In 'Conference of the absent' leveren negen experten lezingen af over hun kennisdomein. Die worden vertolkt door Brusselse locals die het script pas bij het begin van de avond in handen krijgen.© Sebastian Hoppe

De klimaatverandering noopt wetenschappers en theatermakers om ambitieuze reisplannen voor conferenties en producties kritisch te bekijken. Het Berlijnse gezelschap Rimini Protokoll probeert zijn CO2-uitstoot te verminderen door tijdens zijn nieuwe tournee lokale 'avatars' in te zetten op de scène.

Met Conference of the absent maakt het Berlijnse regisseurscollectief Rimini Protokoll een op afstand geregisseerde documentaire theatervoorstelling. Voor het documentaire aspect leverden negen experten evenveel lezingen af over hun kennisdomein. Die krijgt het publiek op één avond te horen. Het theatrale element zit hem in het feit dat de sprekers niet fysiek op scène verschijnen, maar worden belichaamd door Brusselse locals uit het publiek die het script pas bij het begin van de avond in handen krijgen en vervolgens op de scène de identiteit aannemen van afwezige sprekers. Over de klimatologische en artistieke impact van deze bijzondere vorm spreken we – via Zoom – met Rimini Protokoll-maker Stefan Kaegi.

Is dit het schoolvoorbeeld van een coronacreatie?
Stefan Kaegi: Neen, de productie is al voor de pandemie ontstaan vanuit een ecologische invalshoek. Toen we met Rimini Protokoll onze twintigste verjaardag vierden in 2020 hadden we een soort retraite met alle dramaturgen en kunstenaars die al met ons hadden samengewerkt. Daarmee belandden we in een discussie over hoe we door het model van internationale coproducties en festivals meer en meer waren beginnen te toeren. Terwijl we de laatste tien jaar toch ook modellen hadden ontworpen waarbij we eerder ideeën lieten reizen dan grote scenografieën. Zo reisden voor de reeks 100% Stadt, waartoe ook 100% Brussels hoorde, maar drie van onze leden mee, terwijl de honderd protagonisten voor die producties uit de deelnemende steden kwamen. En voor Home visit Europa, dat we bij mensen thuis speelden, raakte alles wat nodig was in een paar reis­tassen.
De ecologische balans vinden tussen internationaal en lokaal werken, is niet zo eenvoudig. Werken met lokale mensen is mooi, maar tegelijk wil je toch ook voeling houden met een internationaal theaterdiscours en kwesties die zich aan de andere kant van de wereld afspelen.

Conference of the absent zoekt dus opnieuw naar die balans?
Kaegi: Met een knipoog naar de academische wereld, waar al langer de vraag werd gesteld of je als wetenschapper wel naar een conferentie over duurzaamheid in Australië moet vliegen. Covid heeft daar gezorgd voor de introductie van videoconferenties. Maar voor het theater zijn video calls en streaming toch een uitdaging of zelfs een killer. Daarom kiezen we voor echte belichaming door mensen ter plaatse.

Lokale mensen belichamen en vertolken het script van experten die niet meereizen met de voorstelling en dus afwezig zijn. Draait Conference of the absent ook concreet rond het thema afwezigheid?
Kaegi: Er zijn negen verschillende protagonisten die op heel verschillende manieren iets met afwezigheid te maken hebben. Zo heb je iemand uit de regio van de Mirny-mijn in het Siberische Jakoetië, waar de ontginning van kostbare ertsen voor het grootste gat in de aarde heeft gezorgd. De mijnwerkers en bewoners zijn daarmee blijven zitten, terwijl de rijkdommen zijn verdwenen. Er is een advocaat die praat over het verdedigen van cliënten die soms niet aanwezig zijn in de rechtszaal. Een expert in fantoompijn die mensen met amputaties behandelt met spiegeltherapie om hun zenuwbanen en hersenen te herprogrammeren. Een vluchteling die niet naar Europa kan komen. Een van de laatste getuigen van de Tweede Wereldoorlog. Een aanhanger van de Voluntary Human Exctinction Movement in Portland, die bewust kinderloos blijven omdat ze vinden dat de mens te slecht is voor de planeet. Een geheim agent die nooit in het publiek kan praten. Een astronaut. En een fysicus die met snelgeleiders werkte, maar plots met het locked-insyndroom te maken kreeg, waardoor hij zichzelf niet meer kon bewegen. In zijn geval is het extra speciaal dat iemand zijn lezing uitspreekt. Niet alleen in een andere taal, maar ook in een ander lichaam, dat wel kan bewegen.

Hoe viel het die experten om zich te laten vervangen en belichamen door telkens weer andere toevallige onbekenden?
Kaegi: Academici zijn over het algemeen wel blij als ze vaak worden geciteerd. Ze waren ook blij dat ze hiervoor niet moesten reizen. Maar de vertolkers kunnen woorden uit hun lezingen natuurlijk ook slecht uitspreken, aan overacting doen, of er gewoon niet goed uitzien. Dat zijn zaken die we ook als theatermakers niet in de hand hebben, want we halen telkens op de avond zelf weer vrijwilligers uit het publiek naar voren die totaal onvoorbereid zijn. Het is interessant om die mensen, naarmate ze de tekst opzeggen, te zien ontdekken welke totaal andere karakters ze soms moeten verpersoonlijken en welke hevige dingen, die ze zelf wellicht nooit zouden zeggen, ze toch in de mond moeten nemen.
Hoewel het concept niet voor de pandemie werd bedacht, reflecteert het zo wel de afgeschermde leefwereld waarin we ons meer en meer bevinden, weg van mensen die aan de andere kant van het maatschappelijke debat staan.

1779 konferenz der abwesenden 2541
© Sebastian Hoppe
| Stefan Kaegi: “Je vervreemdt van je eigen werk als je niet live kan zien welke impact het heeft. We zien ons onszelf dus niet opnieuw helemaal lokaal opsluiten.”

Zou het voor een theatermaker even makkelijk zijn als voor een wetenschapper om gewoon een volledig script door te sturen naar andere speelsteden en het daar door een lokaal theatergezelschap te laten spelen, zonder persoonlijk de credits in ontvangst te nemen?
Kaegi: In het begin was het onze bedoeling dat niemand van Rimini Protokoll zou meereizen met de voorstelling en dat we gewoon de technische rider zouden sturen. Maar omdat alles toch wat ingewikkeld werd, zouden lokale technici ons daarom gehaat hebben. (Lacht) En het is inderdaad ook niet makkelijk om een creatie los te maken. We hebben nog een ander concept, de app The Walks, met audiotours die je kan volgen in een park, een supermarkt of een kerkhof, maar dan overal ter wereld. Het is waar dat je daarvan vervreemdt als je niet live kan zien wat de impact is van wat je hebt gemaakt.
We zien ons onszelf dus niet opnieuw helemaal lokaal opsluiten. Dan word je eigenlijk weer het ensembletheater dat toch altijd structureel onze rivaal is geweest. Ook al doen ze goede dingen, ze hebben toch vaak problemen met transformatie, innovatie, motivatie, en flexibiliteit. Terwijl de invloeden van ervaringen over de hele wereld het theater verrijken en zo ook onze maatschappij vooruithelpen.

Meer nieuws uit Brussel
Vooraan op BRUZZ

Nieuws en cultuur uit Brussel in je mailbox?