Energiecrisis: tijdelijke werkloosheidcijfers in Brussel lager dan in de rest van het land

© Eva Hilhorst
| illustratie werkloosheid

Sinds oktober 2022 kunnen werkgevers de energiecrisis inroepen om hun werknemers op tijdelijke werkloosheid te zetten. In Brussel hebben 'nog maar ' 25 bedrijven dit ondertussen effectief gedaan. Dat cijfer ligt een pak lager dan in de andere regio's van het land. Hoe dat komt? 'Brussel is vooral een diensteneconomie', legt arbeidseconoom Stijn Baert (UGent) uit.

België tekende de voorbije twee weken voor een verviervoudiging van de tijdelijke werkloosheidscijfers. Zo vroegen er in West-Vlaanderen al 158 werkgevers voor 12.342 werknemers het tijdelijke werkloosheidsstatuut aan. In het Brussels Hoofdstedelijk Gewest deden 'slechts' 25 werkgevers dit voor 103 werknemers. Hoe valt dat verschil te verklaren?
Stijn Baert:
Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest wordt gekenmerkt door een diensteneconomie. Dat is een heel ander gegeven dan een regio zoals West-Vlaanderen, waar je bijvoorbeeld veel textielindustrie aantreft. De industrie verslindt in het algemeen veel meer energie dan de dienstensector. Het is dan ook logisch dat regio's met relatief veel industriële activiteit meer door de energiecrisis getroffen worden.
Komt erbij dat fabrieken in het algemeen heel onderhevig zijn aan internationale concurrentie. Zij opereren in een context waar hun internationale concurrenten niet op dezelfde manier door de energiecrisis getroffen worden en bijgevolg niet gedwongen worden hun prijzen te verhogen. Dat concurrentieel nadeel doet sommige bedrijven beslissen om hun productie tijdelijk stil te leggen.


Hoe kijk je naar de recente cijfers die aantonen dat in België 784 bedrijven reeds de stap naar het aanvragen van een tijdelijk werkloosheidsstatuut voor hun werknemers gezet hebben?
Baert: We zagen al een tijdje dat bepaalde economische indicatoren niet echt de goede richting uitgingen. Zo groeide het aantal vacatures al een hele periode niet meer en zette de daling in de werkloosheidscijfers zich niet meer verder. Nu komt de stijging van de tijdelijke werkloosheidscijfers erbij en dat is echt een knipperlicht op het economisch dashboard dat we niet mogen negeren. Met tijdelijke werkloosheidsuitkeringen kunnen we bedrijven een tijd stutten, maar het is een steun die de staat ook heel veel geld kost.

Maar je wil die bedrijven toch ook niet failliet laten gaan. Wat moet er dan volgens jou gebeuren?
Baert: België moet aan de Europese boom blijven schudden. Het prijsplafond is dé structurele oplossing die we nodig hebben om onze bedrijven weer stabiliteit te geven.

Waarom is het zo moeilijk dat prijzenplafond op Europees niveau er door te krijgen?
Baert: Op Europees niveau een consensus bereiken, is geen evidentie. Er zijn heel wat Europese landen die voor dat prijzenplafond lobbyen, maar er zijn er ook die het willen tegenhouden. Zoals Nederland en de Scandinavische landen. Dat mag ons echter niet beletten om op tafel te blijven kloppen.

Over die knipperlichten: wat is jouw advies als econoom om het niet tot een recessie te laten komen?
Baert: Het is essentieel dat we de vraag naar energie doen afnemen. Met de btw-verlaging voert de overheid nu een generiek beleid, maar dat maakt dat ook mensen die het financieel niet meteen nodig hebben, gecompenseerd worden en dus niet gestimuleerd worden om hun energieverbruik te verminderen.
Daarom pleit ik voor meer gerichte maatregelen. Zo maak je ook extra middelen vrij voor de burgers die het het meest nodig hebben. Sommige stemmen durven al wel eens pleiten voor een recessie. Maar dat is niet mijn remedie. Ik vergelijk het met een pilletje dat je neemt tegen de hoofdpijn, maar waarvan je later buikloop krijgt. Daarmee los je het probleem niet op, maar creëer je er een nieuw. Mijn pleidooi is gebaseerd op twee pijlers: een Europees prijzenplafond en een gericht beleid waarbij je maximaal inzet op hen die het meest getroffen worden door de energiecrisis.

Meer nieuws uit Brussel

Nieuws en cultuur uit Brussel in je mailbox?