reportage

Steeds meer (grote) biowinkels: 'Mensen willen weten wat ze eten'

Biomarkt Be.Here, de gloednieuwe winkel van Terrabio in het Byrrhgebouw nabij Thurn en Taxis.© Saskia Vanderstichele

The Barn in Sint-Gillis, Be.Here in Laken en nog een waslijst aan nieuwe vestigingen van Färm, Sequoia en Bio C’Bon: het aantal nieuwe en vaak grote biowinkels in het gewest is amper bij te houden. De voorbije twee jaar kwamen er zo welgeteld 21 bij. Met hun lagere prijzen en verse producten spreken de nieuwe zaken meteen ook een breder publiek aan. “De Marokkaanse gemeenschap bereiken we nog maar de voorbije twee jaar.”

Een zondagochtend aan de Marché des Tanneurs in de Marollen. Op de binnenplaats wacht een veertigtal klanten geduldig tot ze binnen mogen. De rij is een bont allegaartje met veel dertigers en veertigers, vaak met fietstas of caddy in de hand. Toch zien we ook enkele vrouwen met hoofddoek en bejaarde klanten. De zon schijnt, de sfeer is gemoedelijk en aan ingang naar de binnenplaats bakt een dame pannenkoeken.

De goedgeluimde klanten zijn niet te vroeg gekomen, maar moeten even wachten omdat de winkel anders gewoon uit zijn voegen barst. De zaak in het magnifieke voormalige drankendepot is dan ook de meest succesvolle biomarkt in het gewest, met liefst vijftien kassa’s. “Gelukkig hebben we geen parking, anders ging het helemaal niet meer,” glimlacht Elsa Pluquet, de eigenaar en zaakvoerder van Terrabio, het bedrijf achter de markt.

Biomarkt Byrrh 2 BRUZZ ACTUA 1663
© Saskia Vanderstichele
| Biomarkt Be.Here, de gloednieuwe winkel van Terrabio in het Byrrhgebouw nabij Thurn en Taxis.

Binnen vinden de klanten vooral een breed assortiment aan kraakverse groenten en fruit, maar ook brood, tientallen bulkproducten, kaas en andere basisvoeding. Allemaal tegen een erg concurrentiële prijs die een stuk lager ligt dan in de kleine biowinkels en vaak ook de bioprijzen in de supermarkt klopt. Klanten lopen hier als bedrijvige mieren door elkaar en een enkeling heeft zelf zijn eigen papieren zakjes meegebracht om te hergebruiken. Boodschappen doen op de drukste momenten heeft hier iets van een commando­-operatie.

Wie de drukte in Marché des Tanneurs kent, beseft al snel: de vraag is hier vaak groter dan het aanbod. De voorbije jaren kwamen steeds meer ondernemers tot die conclusie. De investeerders achter Färm bijvoorbeeld: de keten begon pas vijf jaar geleden met een vestiging aan de Vismarkt in het centrum, maar telt ondertussen al zeven winkels, meestal via franchising. Met de Franse keten Bio C’Bon en de Brusselaars van Sequoia (telkens vier winkels) lijken vooral de ketens de wind in de zeilen te hebben. En dan vermelden we nog niet eens The Barn (twee grote winkels) en Terrabio (Marché des Tanneurs en het kersverse Be.Here in Laken).

Brusselse biokloof

Dat het biowinkels voor de wind gaat, bevestigen ook de cijfers. Het aantal bio- en fairtradezaken steeg van 92 naar 113 sinds juli 2017, blijkt uit cijfers die we bij het Gewest opvroegen. Fair trade is in dat cijfer goed voor een verwaarloosbaar aandeel, de groei is dus wel degelijk voor bio.

Diezelfde cijfers tonen overigens ook een biokloof in het gewest. Vooral het centrum en het welvarendere zuidoosten scoren goed, terwijl het westen en het noorden braakland zijn: zo blijken Elsene (22), Ukkel (15), Sint-Gillis (14) en Brussel-Stad (12) samen goed voor ruim de helft van het totale aantal winkels. Sint-Joost, Sint-Agatha-Berchem, Molenbeek en Evere moeten het dan weer bijna zonder bio doen.

Wat verklaart het succes van de biowinkel? “De prijs, de kwaliteit en de mooie plek,” antwoordt Elsa Pluquet voor haar eigen Marché des Tanneurs. “Toen mijn vader en ik de markt in 2009 overnamen, kwam hier nauwelijks iemand en hadden we drie kassa’s. Maar dankzij ons netwerk van producenten kunnen we grote hoeveelheden aanbieden die we direct inkopen. Die hoeveelheden hebben een dubbel voordeel: de prijs zakt en de kwaliteit wordt beter, want je producten zijn verser. En dan komen de klanten.”

Biomarkt Tanneurs 1 BRUZZ ACTUA 1663
© Saskia Vanderstichele
| Biomarkt Les Tanneurs.

In de Marché des Tanneurs komen die producten vaak uit België of Italië. “De markt is opgericht toen Italiaanse biocoöperatieven die naar het Verenigd Koninkrijk exporteerden daar plots veel minder kwijt konden,” vertelt Pluquet. “In plaats van de overschotten helemaal terug naar Italië te sturen, ontstond het idee van de markt in de Marollen. Dat Italiaanse netwerk hebben we nog steeds. De oogstmomenten in België en Italië zijn vaak complementair. Zo hebben we de hele winter en lente Italiaanse tomaten. Tegelijk ondersteunen we zo die coöperatieven, die allemaal ook een sociaal nevendoel hebben.”

Dat bio tout court in de lift zit, wijt Pluquet onder meer aan de verschillende voedingscrisissen. “Bio werd lang als marginaal gezien. Als je je groenten uitlaadde op de markt kreeg je weleens opmerkingen als ‘Tu as pissé dessus?’ van andere handelaars. Maar onder meer de dioxinecrisis heeft een grote sprong vooruit veroorzaakt. Mensen willen vandaag weten wat ze eten, ze willen hun voeding ook vertrouwen en liefst nog zelf maken. Ik heb het gevoel dat we de jaren van de bereide maaltijden wat achter ons hebben gelaten. Ik zie er ook veel minder in de supermarkt.”

Copy paste

Een woensdagavond in The Barn in Sint-Gillis, de nagelnieuwe biomarkt in de Charleroisesteenweg. Hoewel de winkel nog maar enkele maanden open is, zijn er al heel wat klanten. Ze zijn hier een tikje deftiger gekleed dan in de Marollen, de winkel ligt dan ook in bemiddelde buurt en heeft een eigen parking. Het concept en het interieur van The Barn doen erg aan de Marché des Tanneurs denken: de producten, de prijzen, de ruwe afwerking, dit had een filiaal kunnen zijn. “Geen toeval,” gromt Pluquet als we de naam The Barn laten vallen. “Ze zijn letterlijk alles komen kopiëren bij ons. Ik heb ze nog gezegd: Hadden jullie tenminste niet een eigen stijl kunnen ontwikkelen?”

Het tafereel in The Barn illustreert nog een andere reden waarom bio groeit. “Mensen hechten steeds meer belang aan nabijheid en contact in de eigen buurt,” legt Julien Bacq, directeur van Hub.brussels, het gewestagenschap voor ondernemen, uit. “De weekenduitstap met de auto naar de supermarkt verliest langzaam terrein aan buurtinkopen na het werk. Dat is wellicht wat u in The Barn opmerkte die woensdag. Tegelijk is het een manier om de lokale handel te steunen.”

De populariteit van de biowinkel kadert in een bredere trend. “Er is de laatste jaren steeds meer aandacht voor gezondheid,” zegt Gino Van Ossel, retailexpert aan de Vlerick Business School. “Biologische producten passen helemaal in die trend. Op dit moment is de markt voor biologische producten trouwens nog maar een fractie van het totale voedingsaanbod. Dat zorgt ervoor dat nieuwe en grotere winkels op zich ook een groeifactor zijn. Veel mensen die vroeger moeite moesten doen om bio te kopen, vinden dat aanbod nu plots dichtbij, tegen een lagere prijs.”

Behalve gezondheid speelt het toegenomen belang van authenticiteit een rol, legt Van Ossel uit. “Dat zie je vandaag op veel vlakken, kijk maar naar de opmars van craft beers. Het hoeft daarbij lang niet altijd over bio te gaan. Het vlees van de artisanale slagerij Dierendonck is daar nog een voorbeeld van. Het is wellicht een reden waarom biowinkels in opmars zijn, terwijl er al een erg groot aanbod van bio is in de supermarkt: supermarkten hebben niet dezelfde geloofwaardigheid en worden in de categorie ‘industrieel’ ingedeeld.”

Biomarkt Tanneurs 31B BRUZZ ACTUA 1663
© Saskia Vanderstichele
| De Marché des Tanneurs in de Marollen: zo succesvol dat het soms aanschuiven is.

Hoofddoek

Of het nu in de Marollen, Sint-Gillis of Laken is, het valt op dat het publiek van de biowinkel steeds breder wordt. Als we een kijkje nemen in de Be.Here, de gloednieuwe winkel van Terrabio in het Byrrhgebouw nabij Thurn & Taxis, zijn er maar een handvol klanten. De winkel is dan ook pas voor de tweede dag open. Maar onder die klanten zien we wel een heer in maatpak, een bejaarde vrouw en een dame met hoofddoek. Elsa Pluquet knikt als we dat opmerken. “Voor mij is dat het echte succes, dat we langzaam alle lagen van de bevolking bereiken. Dat is nog niet zo lang zo hoor. De Marokkaanse gemeenschap zien we nog maar een jaar of twee.”

De publieksverbreding is de logica zelve, legt Van Ossel uit. “Nabijheid en prijs verlagen de drempel voor veel mensen. Daarnaast kadert bio ook in een maatschappelijke trend: meer mensen hebben aandacht voor milieu en een partij als Groen scoort ook steeds beter.”

Van Ossels analyse klinkt wat als een echo van wat we een paar uur daarvoor horen van de kassierster van de Färmwinkel aan de Vismarkt. “Sinds de klimaatmarsen zien we plots duidelijk meer jongeren.” Wat ze in de vestiging in het centrum ook steeds meer zien, zijn ... dieven. “Vooral vlees en cosmetica, dus hebben we het vlees nu elektronisch moeten beveiligen.”
Ook de winkels zelf zijn de voorbije jaren trouwens veranderd. Er is de grotere omvang, maar ook het bulkaanbod steeg spectaculair. The Barn biedt in Sint-Gillis zo al zeventig grote bulktonnen aan. Het aanbod past in de trend naar verpakkingsvrije winkels die nog steeds groeit.

Over te nemen: kleine biowinkel

Een donderdagmiddag in het centrum van Sint-Gillis. Biowinkel Manuka aan de overkant van Brasserie Verschueren is hier al decennia een kleine maar vaste waarde. Van de uitbaters willen we graag horen hoe zij de recente boom van de grote biowinkels beleven. In de plaats moeten we het doen met een gesloten deur en een affiche ‘Over te nemen’.

“Natuurlijk heeft de nieuwe concurrentie daar iets mee te maken,” vertelt de advocate van Manuka aan de telefoon. “De uitbaatster heeft me een kaartje getoond met alle nieuwe winkels die onlangs geopend zijn in de buurt. Dat waren er best veel. Maar ook de werken aan het Voorplein en de markt die uit de straat verdween speelden mee.”

Dolma op de Elsensesteenweg vlak bij het Flageyplein is nog zo’n kleinere winkel. Ook hier voelen ze de impact, in dit geval van de nieuwe Färm-supermarkt aan het Fernand Cocqplein, een kleine kilometer richting centrum. “De omzet is met dertig procent gedaald,” zegt een verkoper die er al ruim tien jaar werkt, “terwijl we vroeger elk jaar wat groeiden.”

De situatie is zo nijpend dat de kleine winkels zich ondertussen verenigden in het platform AmiBIO, waarmee ze onder meer samen willen inkopen. Wat veel kleine bio-uitbaters daarbij extra tegen de borst stuit, is de agressieve strategie van ketens als Färm. Het Jourdanplein, een pleisterplek voor eurocraten, telt zo binnenkort vier biozaken.

Een kleine kruidenier en een kruidenwinkel die het water aan de lippen staat, maar ook een flinke vestiging van Sequoia en binnenkort ook nog eens een Färm. “Dat is toch duidelijk om de bestaande klandizie van die kleine winkels over te nemen?” wierp een van de AmiBIO-stichters Färm-baas Alexis Descampe onlangs voor de voeten, in een tv-debat op BX1. “Waar staat u dan met uw zogenoemde menselijke waarden?”

Zelfs een grote waarde als Tanneurs voelt de druk groeien. “Elke nieuwe vestiging van The Barn betekende tien procent minder omzet voor ons,” geeft Pluquet mee. “Geloof me, die wachtrijen voor de deur, die worden steeds zeldzamer.”

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.

Oproep: Lees of reageer je wel eens op online comments, op nieuwssites of social media? Wil jij bijdragen aan een constructief online debat? Doe dan nu mee met het RHETORiC-onderzoek en ontvang een waardebon. Meer info en inschrijven.

Lees ook

Nieuws en cultuur uit Brussel in je mailbox?