Experts: 'Geen bewijs dat ziekenhuizen rusthuisresidenten hebben geweigerd'

Senioren© Saskia Vanderstichele

Ziekenhuizen hebben geen bewoners van Brusselse woonzorgcentra geweigerd en als dat gebeurd zou zijn dan gaat het over casuïstiek (toevallige samenloop van omstandigheden red.). Dat zeggen ethici en geriaters in de Bijzondere commissie over de coronacrisis. Wel liep de wisselwerking tussen Brusselse rusthuizen en ziekenhuizen in de eerste golf behoorlijk mank. Daardoor hebben niet alle residenten in rusthuizen de zorg kunnen krijgen die ze nodig hadden.

Het is geen geheim. Brussel is in de eerste golf van de pandemie heel hard getroffen. En vooral de ouderen in woonzorgcentra zijn daar het slachtoffer van geweest.

Zowel bij de 85-plussers als in de leeftijdsgroep 75-85 is Brussel, in vergelijking met Vlaanderen en Wallonië, koploper in het aantal overlijdens. Meer dan tachtig procent van de overlijdens vond plaats in de woonzorgcentra.

De Bijzondere commissie in het Brussels parlement wil hierover klaarheid in scheppen en liet vandaag ethici en de Beroepsvereniging van Geriaters en Gerontologen aan het woord.

Paul Cosyns, psychiater (UAntwerpen), Sandra De Breucker, hoofd afdeling geriatrie ULB en Guy Lebeer (afdeling sociologie ULB)
© PhotoNews/ResearchGate/CHU Lille
| Paul Cosyns, psychiater (UAntwerpen), Sandra De Breucker, hoofd afdeling geriatrie ULB en Guy Lebeer (afdeling sociologie ULB.)

Die laatste lag in de eerste golf onder vuur omwille van een advies dat er zou toe hebben aangezet om ouderen met een al te zwakke gezondheid niet te laten opnemen op intensieve zorg. Daardoor zouden ziekenhuizen patiënten uit woonzorgcentra hebben geweigerd.

De Vereniging ontkent dat formeel. Het zegt dat het inderdaad een advies heeft gepubliceerd (op 12 en 22 maart) maar dat dat paste binnen de gangbare medische zorg. “Er was in de media heel veel verwarring hierover, die we hebben moeten rechtzetten,” aldus Sandra De Breucker, geriater in het ULB.

Concreet raadde de Vereniging aan om op basis van een ‘kwetsbaarheidsschaal’ (Clinical Frailty Scale) samen met de familie en/of de patiënt te bekijken of een opname op intensieve zorg wel verantwoord is. Leeftijd speelde daarbij geen rol. Wel achterliggende ziektes en fragiliteit.

“Vergeet niet dat bij de behandeling van Covid19 patiënten soms wekenlang op de buik moeten liggen. Wie erg kwetsbaar is, overleeft dat niet,” voegde De Breucker daar nog aan toe.

Volgens de geriater is het niet uitgesloten dat in Brussel hier en daar patiënten in de eerste golf geweigerd zijn, maar “het gaat om casuïstiek (toevallige samenloop van omstandigheden red.). Hier vallen geen conclusies uit te trekken.”

Toch misgelopen

Waarom het dan toch zo is misgelopen in de Brusselse woonzorgcentra ligt volgens De Breucker aan een heleboel factoren maar het tekort aan kennis bij de ziekenhuizen over hoe woonzorgcentra werken en vice versa, heeft de bestrijding van pandemie zeker niet makkelijker gemaakt.

Verder mochten de behandelende huisartsen op een bepaald moment niet in de woonzorgcentra komen. Daardoor was het heel moeilijk een beoordeling te maken over het al dan niet laten opnemen van de resident in een ziekenhuis.

De klassieke tekortkomingen kwamen ook aan bod: gebrek aan materiaal in de rusthuizen, tekort aan geschoold personeel in de woonzorgcentra, geen noodplan in de woonzorgcentra, etcetera.

Vanaf fase 7 in de kwestbaarheidsschaal wordt afgeraden om de rusthuisbewoner nog naar intensieve zorgen te brengen. Dat gebeurt in overleg met de patiënt en de familie.
© Brussels Parlement
| Vanaf fase 7 in de kwestbaarheidsschaal wordt afgeraden om de rusthuisbewoner nog naar intensieve zorgen te brengen. Dat gebeurt in overleg met de patiënt en de familie.

De Breucker vermeldde tot slot ook hoe moeilijk het afscheid was voor familie en rusthuispersoneel van de stervende residenten. Ook de rouw nadien was heel moeilijk: “afscheid nemen van je overleden naaste in een body bag is enorm traumatiserend.”

Patiënten triëren

In een tweede deel kwamen psychiater Paul Cosyns (Universiteit Antwerpen) en gezondheidssocioloog Guy Lebeer (ULB) aan bod. Beiden maken deel uit van het Raadgevend Comité voor Bio-ethiek. Ze hebben zich gebogen over de vraag wanneer een zieke resident moet worden opgenomen, én hoe het gesteld stond met de beschikbare zorg in de woonzorgcentra.

Cosyns wees eerst op de context van de pandemie met een grote medische onwetendheid over Covid19. “Dokters moesten de ziekte ontdekken tijdens de pandemie. Er heerstte een soort onmacht.” Volgens Cosyns was het in het begin van de pandemie niet aangewezen om zieke residenten naar het ziekenhuis te brengen omdat er geen behandeling bestond.

Volgens Cosyns was de corona-epidemie in de eerste golf een echte stresstest die de zwakke plekken van de woonzorgcentra heeft blootgelegd. Hij wijst op het materiaalgebrek in de rusthuizen, “verergerd door het feit dat de ziekenhuizen voorrang kregen in de verdeling van beschermings- en therapeutisch materiaal.”

Cosyns wees ook nog op advies 48 van de Raadgevend Comité voor Bio-ethiek, nog gevraagd door toenmalig minister Onkelinx (PS), waarin duidelijke richtlijnen staan over hoe een pandemie moet worden voorbereid. En waarbij beschermingsmateriaal een belangrijk deel van uitmaakt.

Cosyns legde nog uit hoe triage werkt. “Dat is geen zeldzaamheid in de zorg,” zei de psychiater. “Ook bij orgaantransplantie moet er een voorrang worden bepaald. Triage betekent kiezen en dat heeft een ethische dimensie. Maar ook niet-kiezen heeft een ethische dimensie.”

Volgens Cosyns wordt daarbij het utilitaristisch principe gehanteerd van de maximalisatie van het geluk voor de grootste groep. “En dat kan soms in tegenspraak zijn met het rechtvaardigheidsbeginsel.”

Concreet heeft het Raadgevend Comité voor Bio-ethiek zich de vraag gesteld of de patiënt een redelijke kans op overleving maakt als hij of zij wordt gehospitaliseerd, en of de opname een gezondheidsvoordeel oplevert. Dergelijke vragen zijn niet altijd eenvoudig. Zo heeft het Comité zich bijvoorbeeld ook de vraag gesteld of patiënten ontkoppeld kunnen worden van de zorg om andere patiënten te redden.

België is gelukkig nooit in dergelijke situatie beland “er waren altijd nog bedden op intensieve zorg vrij.”

Guy Lebeer (ULB) wees als laatste spreker eveneens op de problemen van wisselwerking tussen de ziekenhuizen en woonzorgcentra. Die manke interactie heeft de zorg van oudere patiënten zeker in de weg gestaan. “Er was een gebrek aan onderlinge kennis.”

Huisartsen verboden

Hij wees ook met de vinger naar de Verenging van Coördinerende rusthuisartsen die op een bepaald moment de behandelende huisartsen verboden zou hebben om naar de woonzorgcentra te gaan. “Dat maakte een doorverwijzing naar ziekenhuizen wel extra moeilijk. Soms was er zelfs geen enkele dokter meer verbonden met het woonzorgcentrum. Dan is ook de legitimiteit weg om patiënten naar het ziekenhuis te sturen.”

Lebeer riep ook op om iets te doen aan de omkadering in de woonzorgcentra. Niet alleen is er een tekort aan zorgpersoneel, er moet ook wat gedaan worden aan de opleiding.

Dat steeds meer woonzorgcentra in handen komen van private groepen die een winstmodel hanteren, draagt volgens Lebeer zeker niet bij tot verbetering van de ouderenzorg. Ook Cosyns wees erop dat de publieke rusthuizen de eerste golf door de band beter hebben doorstaan dan privé-rusthuizen.

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.

 

 

Nieuws en cultuur uit Brussel in je mailbox?