analyse

Jeugdrechters in Brussel: 'Covid-19 doet gezinnen van kwetsbare jongeren exploderen'

Jeugdrechters Michèle Meganck en Tine Suykerbuyck.© Ivan Put

De recente incidenten in de Marollen hebben volgens de politie vooral te maken met de aanwezigheid van jonge criminelen. We legden ons oor te luisteren bij twee jeugdrechters die net boven de Marollenwijk kantoor houden. Als geen ander begrijpen ze wat er speelt bij jonge daders én bij kwetsbare jongeren. “Covid-­19 doet de gezinnen van die laatsten exploderen.”

Wie is Michèle Meganck?

  • 59 jaar
  • Geboren in Sint-Joost, woont in Koekelberg
  • Studeert sociaal assistent en rechten
  • Is advocaat in Brussel 1987-2003
  • Jeugdrechter in Brussel sinds 2003
  • Ondervoorzitter Franstalige rechtbank van eerste aanleg
  • Secretaris van de Franstalige Unie van jeugdmagistraten

Wie is Tine Suykerbuyk?

  • 49 jaar
  • Woont in Elsene
  • Werkt drie jaar als advocaat en drie jaar als bedrijfsjurist
  • Jeugd- en familierechter sinds 2009
  • Voorzitter Unie van Nederlandstalige Jeugdmagistraten
  • Ondervoorzitter bij de Nederlandstalige rechtbank van eerste aanleg

We hebben afgesproken met Michèle Meganck (Franstalige jeugdrechtbank) en Tine Suykerbuyk (Nederlandstalige jeugdrechtbank) in het kantoor van die laatste aan de Quatre Brasstraat. De plek bevindt zich op een steenworp van het Justitiepaleis, dat ooit werd gebouwd ten koste van een deel van de Marollen. Ook toen al was Brussels oudste volkswijk overigens een rumoerige plek, waar het al eens botste met de overheid.De twee dames zullen tijdens het gesprek allebei een eigen stijl hanteren. Suykerbuyk eerder omzichtig en to the point, terwijl Meganck met zwier de verbale voorhamer hanteert en met pakkende voorbeelden strooit. Maar allebei zijn ze geboeid door een beroep dat veel mensen verkeerd begrijpen. “Ik zeg altijd aan mijn jongeren: 'Met mij erbij heb je drie ouders voor de prijs van twee.'”

Jeugdrechters Tine Suykerbuyck en Michèle Meganck
© Ivan Put
| Tine Suykerbuyk en Michèle Meganck vinden het frustrerend dat ze pas ten tonele komen als de jongeren al jaren in de problemen zitten: “Er is meer geld nodig voor preventie."

Tot 2014 waren jullie collega's in dezelfde rechtbank, maar sinds de zesde staatshervorming is de rechtbank van eerste aanleg ontdubbeld. Maakt dat uw werk niet ingewikkelder?
Michèle Meganck: Jazeker. Jeugdrechters in Brussel moeten sindsdien met drie verschillende wetgevingen werken, een voor elk gewest. We zullen niet aan alzheimer sterven, met al die mentale gymnastiek.
Tine Suykerbuyck: Soms zijn jongeren uit verschillende gewesten ook bij dezelfde feiten betrokken, waardoor er verschillende wetgevingen op worden toegepast. Een jongere kan dan bijvoorbeeld één maand geplaatst worden en een andere meteen drie maanden voor dezelfde feiten. Er is nu wel een samenwerkingsakkoord tussen Vlaanderen en Brussel in de maak.

Politie-optreden Marollen
© Instagram _ya.gaga
| Michèle Meganck: "Als je er Marokkaans uitziet, jong bent, en allemaal een beetje dezelfde haarsnit en kleren hebt, heb je toch meer kans om opgepakt te worden."

Wie jeugdrechter zegt, denkt aan criminele jongeren, maar dat is maar een deel van uw publiek.
Meganck: Klopt, bij drie kwart van onze dossiers gaat het om jongeren in gevaar die we moeten beschermen, bijvoorbeeld door de familiesituatie. Dat kunnen zelfs pasgeborenen zijn. De publieke opinie beseft dat amper. Ons doel is dat elk jongere met wie wij werken un bon gars (een goeie gast, red.) wordt, een goede zoon, een goede leerling, een goede buur en een goede burger. En dat bereik je niet door ze in een donker gat te werpen en ze te vernederen. De man en de vrouw in de straat noemen ons weleens laks, omdat criminele jongeren niet altijd worden geplaatst. Maar ze weten niet welke maatregelen we ondertussen wél nemen. We zeggen tegen zo'n jongere: 'Je bent nu een beetje goed in criminaliteit, we gaan er nu eens voor zorgen dat je goed wordt in iets anders.' Naar buiten doet zo'n jongere daarna stoer, maar hij weet wat we beslist hebben.

Jeugdrechter Tine Suykerbuyck

Geeft u eens een voorbeeld van zo'n alternatieve maatregel?
Suykerbuyck: We kunnen bijvoorbeeld contactverbod of huisarrest geven. Als een zestienjarige drie maanden lang alleen met zijn ouders buiten mag na 19 uur, dan is dat horror, hoor.

Houden ze zich wel aan dat huisarrest?
Suykerbuyck: In principe wordt dat gecontroleerd door de politie. Als we merken dat ze het niet respecteren, kunnen we nog altijd plaatsen.
Meganck: De maatregel is ook een manier om het ouderlijke gezag te versterken, want als jeugdrechter willen we niet in hun plaats treden. Ik zeg altijd tegen mijn jongeren: 'Je hebt nu drie ouders voor de prijs van twee.' Ik leg die jongeren ook uit hoe beschamend het zou zijn mocht zijn of haar moeder in nachtkleed de deur moeten openen voor agenten die komen vaststellen dat hij of zij niet thuis is.
Suykerbuyck: Welke maatregel we nemen, hangt ook heel erg af van de voorgeschiedenis. De overgrote meerderheid van de jongeren die we zien komen voor een eenmalig accident de parcours.

Bij de incidenten in de Marollen wond de Brusselse korpschef zich onlangs wat op over de beschuldigingen van politiegeweld. De kern van de zaak is volgens hem de drugstrafiek in de wijk. Akkoord?
Meganck: Er is van beide wat aan, lijkt me. Ik stel toch vast dat enorm veel jongeren klagen over het délit de sale gueule. Als je er Marokkaans uitziet, jong bent, en allemaal een beetje dezelfde haarsnit en kleren hebt, heb je toch meer kans om opgepakt te worden. Ik hoor het zo vaak dat er een grond van waarheid moet inzitten. (Kijkt even glimlachend naar het schoeisel van haar collega en die van haar) Voor jeugdrechters is het uniform trouwens rode schoenen.

Jeugdrechter Michèle Meganck

Maar zijn er in die wijk meer drugsdossiers dan elders?
Meganck: We hebben er in heel Brussel. Drugs spelen op veel plekken een enorme rol. Tijdens de lockdown was wel 50 procent van de zaken die we behandelden aan drugs gelinkt, meer dan gewoonlijk. Een deel van de verklaring is wellicht dat de verkoop op openbare plekken plaatsvindt, waar normaal meer mensen rondlopen. Als die ontbreken, dan vallen de verkopers veel sneller op voor de politie. Daarnaast voelden veel jongeren zich ook niet goed tijdens de lockdown, zonder school, voetbalclub of jeugdactiviteiten. Drugs­gebruik heeft een deel van die lacune ingenomen. En het geld voor die drugs haalden nogal wat gebruikers op door zelf verkoper te worden.

Eind juni trokken de Franstalige jeugdrechters aan de alarmbel. Wat is het probleem?
Meganck: Veel te weinig personeel. Vier van de veertien jeugdrechters hebben geen griffier meer en de centrale diensten zijn onderbemand. De griffiers die er wel nog zijn, zijn vaak de burn-out nabij. Sinds ik uit vakantie terug ben, werk ik 12 tot 14 uur per dag en kom ik nog eens in het weekend ook. Sinon je ne m'en sors pas! We hebben die protestactie gedaan omdat we er langzaam allemaal aan kapot gaan. Een viertal jaar geleden kregen we enkele extra mensen, maar ondertussen bleven mensen weggaan. Waarom? Omdat de FOD Justitie een héél slechte werkgever is. De materiële en financiële werkomstandigheden zijn niet goed. Als je geen inkt voor je pen koopt, heb je niets om te schrijven. Als je niet zelf boeken om bij te studeren koopt, dan heb je geen boek. Het is een beetje pathetisch. Een ander fenomeen is dat mensen na een tijdje wisselen naar een overheidsdienst dicht bij de plek waar ze vandaan komen in Wallonië.

Leverde de actie iets op?
Meganck: We hebben vier nieuwe griffiers in opleiding, maar ondertussen vertrekken er alweer mensen. Sommigen gaan naar de privé omdat ze daar zonder overuren kunnen werken. De wereld op zijn kop, c'est dingue! Ze krijgen er een goed salaris, een functionerende koffiemachine en moeten het toilet niet zelf schoonmaken. Wat ik zeg, geldt ook voor de rest van de Franstalige rechtbank van eerste aanleg. Als ondervoorzitster heb ik daar een goed zicht op.

Loopt het aan Nederlandstalige zijde beter?
Suykerbuyck: Het is hard werken, maar we hebben wel een stabiele ploeg.

Jeugdrechters Tine Suykerbuyck en Michèle Meganck
© Ivan Put
| Jeugdrechters Tine Suykerbuyck en Michèle Meganck: "Jongeren opsluiten maakt geen goede burgers van hen."

U sprak over de grotere zichtbaarheid van de drugshandel tijdens de 'lockdown'. Hoe beïnvloedde Covid-19 de jeugdcriminaliteit nog?
Suykerbuyck: Ik zie verder geen noemenswaardige invloed.
Meganck: Op de criminaliteit niet, neen. Maar voor de beschermde jongeren was de impact wél enorm. Jongeren met ouders die psychiatrische hulp nodig hebben, verslaafd zijn of elk gezag ontberen, dat explodeert op dit moment allemaal. Ik heb een verschrikkelijke maand september achter de rug. Al die gezinnen die nog net wisten te functioneren met externe hulp die langskwam, moesten het lange tijd zonder die diensten doen. Er werden telefonische belrondes gedaan in de plaats, maar dan krijg je al snel een 'Oui oui, tout va bien, madame!' Jongeren vluchten daardoor ook vaker uit het huis en een beschermde jongere kan dan al eens een criminele jongere worden. We hebben bovendien ook een boom van de psychiatrische opnames van jongeren gezien. Al die dingen zijn nu veel zichtbaarder dan in juli.
Suykerbuyck: Klopt. Ook de scholen signaleren vaak nu pas dat ze een aantal leerlingen de voorbije maanden helemaal niet hebben gehoord. 'De juf is langs geweest, er waren mensen thuis, maar niemand deed open.'

Mevrouw Suykerbuyk, u werkt voornamelijk met jongeren uit de Rand?
Suykerbuyck: Ja. De Nederlandstaligen uit Brussel zijn een minderheid. In die groep zitten ook jongeren met een andere thuistaal, dan is de schooltaal meestal doorslaggevend.
Meganck: Ik hoor toch vaak Frans spreken in deze gang (waar de Nederlandstalige jeugdrechters kantoor houden, red.). Voor de splitsing van 2014 was de eerste vraag bij het openen van een nieuw dossier meestal: Frans of Nederlands? Sindsdien gebeurt dat nog altijd zo in Brussel, maar worden de dossiers in de Rand automatisch in het Nederlands geopend. Pas later kunnen mensen vragen om een verandering van taal bij de rechtbank, iets dat ze niet vaak doen. Ik vind dat de vrijheid zo wordt beknot. Ik vermoed ook dat het bewust wordt gedaan om statistieken te spekken: 'Kijk eens hoeveel dossiers wij hebben geopend.'

Jeugdrechters Tine Suykerbuyck en Michèle Meganck
© Ivan Put
| Jeugdrechters Tine Suykerbuyck en Michèle Meganck.

Stijgt de jongerendelinquentie de voorbije jaren eigenlijk?
Suykerbuyck: Ik zie eerder een stagnering of een terugloop op ons niveau.
Meganck: Aan Franstalige zijde hebben we de indruk dat er een beetje minder jongeren ter beschikking worden gesteld van het gerecht.

Hoe interpreteert u die daling?
Meganck: Het kan betekenen dat er minder jongeren opgepakt worden of dat het parket er minder doorverwijst naar een rechter. Persoonlijk heb ik de indruk dat de jongeren die we wél zien voor ernstigere feiten komen. Drugsverkoop op grote schaal, overvallen, verkrachtingen, soms in netwerken waar ook volwassenen in zitten. Mogelijk vangen de GAS-boetes een deel van de lichtere inbreuken op. Maar we hebben daar geen enkel zicht op en functioneren alleen als beroeps­instantie als iemand niet akkoord gaat met zo'n GAS-boete. Ik heb zo mijn vragen bij die administratieve sancties, die ook een werkstraf kunnen zijn. Die maatregelen gebeuren tenslotte niet binnen een kader van jeugdbescherming, maar eerder om een geldboete te vermijden.

Wat is het typische profiel van jonge daders die u hier ziet?
Suykerbuyck: Er is een groot verschil tussen wie één accident de parcours heeft en wie regelmatig hervalt. Bij die laatsten is er bijna altijd meer aan de hand. Daar is er vaak schoolse achterstand, ouders met niet genoeg ruggengraat …
Meganck: Vaak zijn dat jongeren die in niets geïnteresseerd zijn. Ze zijn niet verliefd, dromen er zelfs niet van eens met een parachute te springen, het zijn vaak jongeren zonder dromen.

Jeugdrechters Michèle Meganck en Tine Suykerbuyck
© Ivan Put
| Jeugdrechters Michèle Meganck en Tine Suykerbuyck.

Is het niet frustrerend om als jeugdrechter pas ten tonele te komen op een moment dat jongeren al jaren in de problemen zitten: op school, in het gezin, misschien ook met kleinere criminaliteit die niet opgemerkt werd?
Suykerbuyck en Meganck: (Samen volmondig knikkend) Ja, dat is zo.

Wat moet er dan tijdens dat voortraject beter?
Meganck: De nieuwe code voor de jeugdbescherming Brussel en Wallonië maakt meer plaats voor preventie. Toch in theorie, want je moet er ook nog middelen voor vrijmaken. Die preventie is nodig, want ik ken jongeren die al drie jaar niet meer naar school gaan. Dan moeten we niet verwonderd zijn dat ze cannabis zitten te roken en oude vrouwtjes beroven. Die preventie mag forser. Als die maatregelen stoppen zodra jongeren er geen zin in hebben, is dat geen oplossing.
Suykerbuyck: Die vrijwillige preventie verricht wel goed werk, maar sommigen glippen door de mazen van het net en komen veel te laat bij ons. Het mag inderdaad kordater, want elk jaar telt. Ook wij proberen trouwens de jongere en de ouders mee te krijgen. Alleen zo kan je echte vooruitgang boeken.

En behalve meer preventie?
Meganck: Ik ben ook kwaad op het schoolsysteem, op zijn minst aan Franstalige kant. Als een jongere van school wordt gestuurd voor gedragsproblemen krijgt hij gewoon een adres mee waar hij een andere school kan zoeken. Er is verder geen enkele controle of hij ook gaat. De verantwoordelijke van de bijzondere jeugdzorg in Sint-Gillis zei ooit dat ze maar tien procent van meldingen van problematisch spijbelgedrag kunnen opvolgen. Niemand kijkt dus naar de negentig procent anderen! We hebben geld voor vliegtuigen en wapens, maar daarvoor niet?
Weet u, ik doe mijn job erg graag. Maar als men die jongeren eerder zou helpen en mijn job overbodig zou maken, verander ik met plezier van functie.

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.

 

 

Meer nieuws uit Brussel
Vooraan op BRUZZ

Nieuws en cultuur uit Brussel in je mailbox?