analyse

Knelpuntberoep in Brussel : vrederechter

Het vredegerecht aan het Kardinaal Mercierplein in Jette.© Belgaimage

Brussel kampt met een groot tekort aan vrederechters. Zeven van de negentien kantons zitten zonder titularis en voor de vacante plaatsen zijn er nauwelijks kandidaten.

Vorige week legde Nicolas Lhoëst, een voormalig advocaat met vele jaren dienst, de eed af als vrederechter van het kanton Oudergem. “Heuglijk nieuws,” zegt Simon Cardon de Lichtbuer, voorzitter van de Nederlandstalige rechtbank van eerste aanleg van Brussel en aldus verantwoordelijk voor de Brusselse vredegerechten. “Vrederechter is in Brussel een knelpuntberoep geworden.”

Het gerechtelijke arrondissement Brussel telt 26 kantons, waarvan negentien in Brussel-hoofdstad en de rest in de rand. Van de negentien Brusselse kantons zijn er zeven zonder titularis, de beide Anderlechtse kantons, kanton Brussel 1 en 2, Neder-­over-Heembeek (Brussel 4), Sint-Joost-ten-Node en Elsene. Twee van de vaste vrederechters postuleren momenteel voor een andere post, dus volgend jaar zijn er mogelijk negen kantons zonder eigen rechter.

“Je krijgt een sneeuwbal­effect: hoe minder vrederechters, hoe lager de aantrekkingskracht van het beroep,” zegt Cardon. “Mensen vrezen dat ze voortdurend elders zullen moeten inspringen. Dat klopt niet. Kantons zonder titularis krijgen een plaatsvervangende vrederechter, vaak een advocaat of een gepensioneerde vrederechter die een deel van de taken verricht en de helft van de wedde krijgt.”

De vredegerechten van Laken (Brussel 3) en Ganshoren zitten samen in de Fransmanstraat.
© Saskia Vanderstichele
| De vredegerechten van Laken (Brussel 3) en Ganshoren zitten samen in de Fransmanstraat.

Tweetaligheid

Volgens Cardon draait het op deze manier voorlopig allemaal nog wel. “Maar ik hou mijn hart vast, want het wordt ook steeds moeilijker om plaatsvervangers te vinden.” Een echte achterstand is er niet, zegt hij. “Maar in de Anderlechtse kantons bijvoorbeeld kan het soms enkele maanden duren voor een zaak behandeld wordt.”

Waarom er zo weinig juristen vrederechter willen worden? Behalve dat de belangstelling voor het beroep van magistraat in het algemeen daalt en de Hoge Raad voor Justitie, die de rechters aanwerft, dus voor alle ambten moeilijker kandidaten vindt, speelt in Brussel de strenge tweetaligheidsvereiste mee. Cardon: “De Brusselse vredegerechten zijn tweetalig gebleven. Van de kandidaten wordt dan ook een zogenoemde 'grote' tweetaligheid vereist, actief en passief. Het is een serieuze filter.”

Ander gegeven dat sommige kandidaten afschrikt is het isolement van de vrederechter. “Een vrederechter werkt toch een beetje alleen, op een eiland,” zegt Cardon, die zelf vrederechter geweest is in Sint-Genesius-Rode. Om dit euvel te verhelpen is er ondertussen een project in gang gezet waarbij de negentien kantons gegroepeerd worden in zes pools. “Zo zitten Brussel 1 en 2 en Elsene al samen op het Poelaertplein. De vrederechters werken er nu met één griffie, gezamenlijk voor de drie kantons. Dit moet ook een oplossing bieden voor het personeelstekort op de griffies.”

Inhoudelijk is het beroep van vrederechter de afgelopen jaren enigszins veranderd. “Het romantische beeld van de vrederechter die bemiddelt in familiekwesties is weg. Vroeger nam de vrederechter voorlopige maatregelen bij huwelijkscrisissen. De familierechtbanken hebben dit overgenomen.”

“Wel zijn er nog de burengeschillen. Toen ik vrederechter was, stond ik geregeld in de tuinen van de mensen. In stedelijke kantons ben je daarnaast heel veel bezig met armoedebeheer, alle huurzaken en onbetaalde facturen. En dan zijn er de bewindvoeringen, de beslissingen voor mensen die wilsonbekwaam zijn. Dat is ook een flink pakket.”

Cardon erkent dat de werklast hoog is. “Maar niet overdreven. Vrederechter is een prachtig beroep, heel afwisselend.”

In Brussel worden de vredegerechten anders geleid dan bijvoorbeeld in Vlaanderen. Daar kregen de vredegerechten en politierechtbanken bij de gerechtelijke hervorming acht jaar geleden een voorzitter die samen met een ondervoorzitter en een hoofdgriffier, instaat voor de hele organisatie en het beleid. Door de taalsituatie, met tweetalige vredegerechten en eentalige politierechtbanken, werd de leiding in Brussel in cobeheer gegeven aan de voorzitters van de Nederlandstalige en Franstalige rechtbank van eerste aanleg. “Wij doen het boven op onze eigenlijke job en worden ook niet ondersteund door een hoofdgriffier,” zegt Cardon. “Met een eigen leiding zouden de vredegerechten beter gemanaged zijn en beter opgewassen tegen de huidige personeelsproblematiek.”

Minister van Justitie Vincent Van Quickenborne (Open VLD) laat weten dat hij de Brusselse problematiek wil aanpakken. Zo zijn er wetsontwerpen in de maak voor een beter beheer van de vredegerechten en een grotere doorstroming van advocaten naar het magistratenberoep. Ook plant justitie een 'employer branding campagne', voor een beter imago van het beroep.

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.

 

 

Meer nieuws uit Brussel
Vooraan op BRUZZ

Nieuws en cultuur uit Brussel in je mailbox?