Yassine Atar: 'Voor dit proces had ik de naam Abdeslam nog nooit gehoord'

© BRUZZ-Belga-FOD Justitie
| De beschuldigden van de aanslagen in Parijs in 2015.

In het proces van de aanslagen van 13 november 2015 in Parijs, brak dinsdag een nieuwe fase aan: de veertien aanwezige beschuldigden komen aan het woord. Na Salah Abdeslam en Mohamed Abrini, de "man met het hoedje", moet Yassine Atar zich verantwoorden voor het speciale hof van assisen, bericht de Franse krant Le Figaro. Bij hem werden de sleutels gevonden van een safehouse in Schaarbeek waar Salah Abdeslam zich wekenlang schuilhield.

Atar wordt beschuldigd van het lidmaatschap van een terreurcel. Maar over hun religieuze overtuiging en radicalisering zal het speciale hof van assisen de veertien aanwezige beschuldigden de komende dagen niet ondervragen. Die aspecten komen pas in januari aan bod, in maart wordt hun psychologische en psychiatrische evaluatie besproken. Dinsdag werd Atar door de voorzitter van het hof, Jean-Louis Périès, en verschillende advocaten aan de tand gevoeld over zijn leven voor de aanslagen.

Atar schetste het beeld van "een heel gelukkige, heel vrolijke kindertijd" in Laken, tot zijn oudere broer vertrok naar Irak. Atar was veertien, vijftien jaar oud toen Oussama het land verliet. "Ik dacht dat hij zou terugkomen, ik dacht niet dat ik twintig jaar lang geen broer zou hebben. Ik was graag opgegroeid met een broer naast me," vertelde Atar voor het hof. Oussama stond aan het hoofd van de cel binnen IS die zelfmoordterroristen uitstuurde. Hij wordt beschouwd als het brein achter de aanslagen. Hij is naar alle waarschijnlijkheid omgekomen bij een luchtaanval in Syrië in november 2017.

Yassine Atar liep enkele veroordelingen voor verkeersmisdrijven op, hij zat een tijdlang in de cel voor zijn betrokkenheid in een zaak van verdovende middelen. Van de andere beklaagden kende hij naar eigen zeggen enkel Mohamed Bakkali en Ali El Haddad Asufi. "Voor dit proces had ik de naam Abdeslam nog nooit gehoord," vertelde hij volgens de verslaggevers van de omroep France Inter en de nieuwszender LCI.

Mohamed Abrini

Mohamed Abrini werd gezocht sinds de aanslagen in Parijs, nadat bewakingsbeelden twee dagen voor de aanslagen, samen met jeugdvriend Salah Abdeslam, lokaliseerden in een tankstation langs de snelweg naar Parijs. Toen hij in april 2016 werd opgepakt in Anderlecht, bekende hij dat hij de "man met het hoedje" was, die op bewakingsbeelden van de luchthaven van Zaventem te zien was kort voor zijn twee mededaders zich daar opbliezen. Hij liet in de vertrekhal zijn bagage achter, met de zwaarste lading explosieven.

"Toen ik heel klein was, noemde men me Spiderman", omdat hij op muren klom. Later kreeg hij nog de bijnamen Brioche en La Brink's. Abrini had naar eigen zeggen "een normale jeugd", tot het misliep. "Gefaald op school, gefaald in de sport, schaakmat", vertelde Abrini. "Ik weet niet hoe ik het moet uitleggen: in Molenbeek heb je geen keuze." Volgens Abrini slaagt 80 procent van de jongeren die opgroeien in Sint-Jans-Molenbeek niet in het leven, slechts 20 procent lukt het wel. "Ik maak deel uit van zij die niet geslaagd zijn", stelde hij.

Nog veel meer dan zijn jeugdvriend Abdeslam gokte hij. "In tegenstelling tot bij Salah, was het een ziekte", gaf hij toe. In een periode van vier tot vijf maanden zou hij "soms wel 5.000 euro per dag" hebben verspeeld. Een bijstaande rechter vroeg hem naar zijn alcoholgebruik en cannabisconsumptie. "We gingen naar discotheken, we dronken, we rookten", vertelde Abrini. "We zijn niet zo uit de buik van onze moeders gekomen, bebaard met een Kalasjnikov in de hand."

"Men krijgt de indruk dat u niet echt een doel had in het leven", schatte voorzitter Périès. Zes dagen voor zijn achttiende verjaardag, kwam hij na een veroordeling voor inbraak voor het eerst in de gevangenis terecht. Daarna volgden nog elf veroordelingen voor allerlei feiten. Een week voor zijn celstraf ten einde liep in 2015, kreeg Abrini te horen dat zijn jongere broer, die zich aangesloten had bij de Islamitische Staat, om het leven was gekomen in Syrië. "Ik wilde niks anders doen dan naar Syrië gaan", vertelde hij. "Salah Abdeslam en ik, we zijn op dezelfde manier door het lot getroffen, we hebben allebei een broer verloren", vertelde Abrini. "Wat er gebeurd is, is compleet geschift. Ik weet dat iedereen hem haat. Maar Salah Abdeslam is als een broer."

Farid Kharkhach zou oorspronkelijk dinsdag verhoord worden, maar dat wordt uitgesteld naar vrijdag. Woensdag komen Hamza Attou, Sofien Ayari, Mohamed Bakkali et Abdellah Chouaa aan de beurt.

Meer nieuws uit Brussel

Nieuws en cultuur uit Brussel in je mailbox?