Interview

Alain Maron over luchtkwaliteit: 'Europa tikt ons terecht op de vingers'

Eva Christiaens, Sara De Sloover
22/05/2021

| Alain Maron (Ecolo), minister van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, belast met Klimaattransitie, Leefmilieu, Energie en Participatieve Democratie. Als lid van het Verenigd College van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie (GGC), is hij ook belast met Gezondheid en Welzijn (samen met Minister Elke Van den Brandt.)

“Iedereen moet propere lucht kunnen inademen in Brussel.” Alain Maron (Ecolo) moet de dieselban in wetgeving gieten, drie keer zoveel gebouwen isoleren en nieuwe meetstations voor de luchtkwaliteit installeren. De minister van Leefmilieu en Gezondheid heeft zijn handen vol met de coronacrisis, maar moet ook de luchtkwaliteit binnen aanvaardbare grenzen zien te brengen. “CurieuzenAir moet de Brusselaar informeren en sensibiliseren over het probleem.”

Alain Maron heeft met Leefmilieu, Klimaattransitie, Netheid, Energie, Haven en Gezondheid een grote ministerportefeuille. Een halfuurtje krijgen we maar, met de vraag om het alleen over de luchtkwaliteit en CurieuzenAir te hebben. Vanaf september zullen drieduizend Brusselaars meetbuisjes aan hun raam hangen om de hoeveelheid stikstofdioxide in de lucht te meten. Het wordt een inventaris van de Brusselse luchtkwaliteit, die zowel een impact heeft op onze gezondheid als op het leefmilieu. Leefmilieu Brussel geeft wetenschappelijke en praktische steun.

Wat verwacht u zelf van Curieuzen­Air? Ziet u dit als een instrument voor bewustwording of verwacht u ook lessen te kunnen trekken?
Alain Maron: Beide. Wij denken dat de samenwerking tussen burgers, onderzoekers en politiek de dialoog kan stimuleren over luchtvervuiling. Dat is belangrijk. Burgers verwachten informatie over de luchtkwaliteit in hun wijk of in de school of crèche van hun kinderen. Slechte lucht is complex. Je ziet of ruikt die niet altijd. Daarvoor zijn meetinstrumenten nodig. Onze eerste doelstelling is de mensen sensibiliseren en informeren over het probleem.

De tweede doelstelling is om resultaten te kennen. Daarom is er begeleiding van universiteiten. We hebben al nauwkeurige meet­stations van Leefmilieu Brussel, maar de informatie van CurieuzenAir zal veel beter verdeeld zijn over het hele gewest.

Hoe wil u de resultaten dan gebruiken?
Maron: We zullen wijk per wijk kijken of er belangrijke verschillen zijn. Hoe kunnen we die verklaren? Als we zwarte punten ontdekken, met slechtere lucht dan elders, dan zijn we er tenminste van op de hoogte. Dan zullen we zien of er een specifieke oplossing bestaat.

Zoals u zegt, zijn er ook officiële meetstations. Het meetpunt aan Kunst-Wet wordt momenteel niet gebruikt voor rapportage aan Europa. Na een klacht van burgers is het Gewest door Europa veroordeeld om meetstations te installeren op drukke plaatsen. Waar komen die?
Maron: Er komt er een in de Regentlaan langs de kleine Ring en een in de Keizer Karellaan. Ter vergelijking willen we nog een derde meetstation in een voetgangerszone plaatsen. Idealiter komt die in de voetgangerszone in het centrum.

Alain Maron (Ecolo), Minister van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, belast met Klimaattransitie, Leefmilieu, Energie en Participatieve Democratie

| Alain Maron: "Slechte lucht is complex. Je ziet of ruikt die niet altijd. Daarvoor zijn meetinstrumenten nodig. Onze eerste doelstelling is de mensen sensibiliseren en informeren over het probleem."

Wanneer moeten die er staan?
Maron: Ze zullen in de komende maanden geïnstalleerd worden. Europa verplicht ons daartoe, maar het was al voorzien in het regeerakkoord. Burgers willen meer informatie krijgen over de luchtkwaliteit op verschillende plaatsen. Maar je kan niet overal officiële meetstations plaatsen. Die zijn duur en bovendien groot.

De concentratie stikstofdioxide is al tien jaar te hoog in Brussel. De Europese Commissie is een inbreukprocedure gestart. U moest in april reageren. Welke maatregelen heeft u genomen om zeker te zijn dat er geen procedure volgt bij het Europees Hof?
Maron: Europa heeft gelijk. De luchtkwaliteit is niet goed genoeg in Brussel. Het regeerakkoord voorziet er bovendien in dat we de normen van Wereldgezondheidsorganisatie (WGO) nastreven, die nog strikter zijn dan de huidige Europese normen. Iedereen moet propere lucht kunnen inademen in Brussel.

We hebben verschillende argumenten om Europa te overtuigen, maar zekerheid hebben we niet. Ik vind dit vooral een opportuniteit. Europa kent de maatregelen die we al hebben ingevoerd: de lage-emissiezone (LEZ), het Good Move-plan en het isolatieplan voor gebouwen om de uitstoot van fijn stof te verlagen. Ik denk dat Europa ons nu zal vragen om die plannen te versnellen. Vanaf volgend jaar is de LEZ strenger en we zullen binnenkort de nieuwe regels bepalen vanaf 2025. We investeren 350 miljoen euro in de isolatie van gebouwen. Dat is beter voor het milieu en voor het klimaat, maar het is ook beter voor de vervuiling. Het zal het gebruik van fossiele energie – mazout, koolstof en gas – verlagen. Verder investeren we 1 miljard euro, een zesde van onze totale begroting, in openbaar vervoer. Ik denk niet dat een ander gewest dat doet.

"Leefmilieu Brussel heeft al een kaart opgesteld met zones waar te weinig groen is. Zonder twijfel zullen die voor een groot deel overeenkomen met de probleemzones voor de luchtkwaliteit"

Alain Maron, Alain Maron, minister van Leefmilieu en Gezondheid

Alain Maron (Ecolo), Minister van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, belast met Klimaattransitie, Leefmilieu, Energie en Participatieve Democratie

De LEZ is al enkele jaren in werking. Hoe heeft dat de luchtkwaliteit verbeterd?
Maron: We zien al een effect, maar het probleem is dat de cijfers sinds maart 2020 vertekend zijn. Er is minder verkeer door de coronacrisis. Tussen juni 2018 en december 2019 is de uitstoot van stikstof­dioxide met 11 procent verminderd. De totale uitstoot van het verkeer zou volgens Brussel Leefmilieu in 2025 86 procent lager moeten liggen dan in 2015.

Hoeveel auto’s zullen vanaf januari volgend jaar niet meer binnen mogen?
Maron: 96.000 volgens cijfers van begin dit jaar. Dat zijn er 36.000 uit Brussel. Dat cijfer zal nog dalen omdat mensen anticiperen op de nieuwe regels en al vroeger van auto veranderen. Tegen het einde van het jaar zullen we de Brussel’Air-premie verhogen en vernieuwen. Het wordt een cheque om alternatieve mobiliteitsoplossingen te vinden.

Hoe zit het met de geplande dieselban tegen 2030?
Maron: We werken momenteel aan een nieuw besluit. Mijn administratie heeft op basis van impactstudies verschillende scenario’s uitgewerkt over wat er tussen 2025 en 2035 zou moeten gebeuren. Het is een grote omslag. Die vraagt goede sociale, economische en operationele begeleiding.

Tegen 2035 staat een verbod op benzinewagens in het regeerakkoord. Dat gaat ook zeker door. Wat nog niet vastligt, zijn de etappes om daar te geraken. Die zullen we de komende weken bespreken met de regering. Normaal gezien nemen we nog voor de zomer een besluit.

Een deel van het fijn stof komt ook van banden en remmen. Alleen minder auto’s kunnen dat verhelpen. Wat is de huidige timing voor het rekeningrijden?
Maron: De fiscale vragen bespreken we tijdens het overlegcomité volgende week. Verder willen wij nog een advies van de Raad van State afwachten. Kunnen we dit alleen doorvoeren zonder samenwerkingsakkoord? Het is onmogelijk om een planning op te stellen zonder dit soort antwoorden.

Alain Maron (Ecolo), Minister van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, belast met Klimaattransitie, Leefmilieu, Energie en Participatieve Democratie

| Alain Maron: "De luchtkwaliteit is niet goed genoeg in Brussel. Het regeerakkoord voorziet er bovendien in dat we de normen van Wereldgezondheidsorganisatie (WGO) nastreven, die nog strikter zijn dan de huidige Europese normen."

Heeft u een doelstelling over het aantal groene ruimtes die u nog wil creëren? Dat speelt ook een rol in de luchtkwaliteit.
Maron: Dat is een apart dossier. We zullen dat in loop van de komende maanden voorstellen. Er zijn al een paar nieuwe parken aangekondigd, zoals het Becopark en de Neerpede. Het is de bedoeling om een groen netwerk uit te bouwen, zeker in dichtbebouwde gebieden. Leefmilieu Brussel heeft al een kaart opgesteld met zones waar te weinig groen is. Zonder twijfel zullen die voor een groot deel overeenkomen met de luchtkwaliteit. Dat wordt wel een bijkomend argument om er iets aan te doen.

U heeft grote plannen in alle domeinen, maar u heeft zoveel bevoegdheden, de meeste van alle ministers. Nu u zoveel tijd moet besteden aan gezondheid, is er dan nog tijd en geld om uw groene ambities te verwezenlijken?
Maron: Gelukkig wel (lacht). De administratie van Leefmilieu Brussel heeft niet rond Covid gewerkt. Op mijn kabinet is de Cel Sociaal Beleid en Gezondheid sterk ingezet voor de crisis. Zij hebben inderdaad zes maanden tot een jaar vertraging opgelopen in andere projecten. Dat geldt ook voor de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie (GGC) en zelfs voor Iriscare. Nu zijn we weer vertrokken. Op het milieubeleid is er geen impact geweest. Onze ambities zijn niet verminderd en de budgetten ongewijzigd. De begroting staat globaal onder druk, maar niet meer voor mij dan voor andere ministers. We werken voort.

Het vaccinatiecentrum op de Heizel: 70% van de bevolking gevaccineerd zou groepsimmuniteit betekenen

| Alain Maron: "Momenteel is onze hoofdzorg het overtuigen van de 65-plussers die nog niet gevaccineerd zijn. We zitten nu boven de 75 procent. We doen ons best om boven de 80 procent te klimmen, maar we gaan ook voort met de jongere leeftijdsgroepen."

Brussel krijgt veel kritiek over de lagere vaccinatiegraad. Intussen blijkt dat we tienduizenden Vlamingen en Walen hebben gevaccineerd. Weet u hoeveel niet-Brusselaars er zijn gevaccineerd in Brussel?
Maron: We hebben tot en met maandag (17 mei, red.) 506.000 dosissen toegediend sinds de start van de campagne. We vaccineren dus niet trager dan andere gewesten. We weten wel dat er heel wat niet-Brusselaars hier zijn ingeënt. Het verschil tussen het aantal toegediende dosissen en het aantal dosissen voor mensen die in Brussel wonen, is min of meer 100.000. Dat aantal blijft oplopen omdat sommige niet-Brusselaars nog een tweede dosis krijgen. Het zijn trouwens niet alleen Vlamingen of Walen, maar ook diplomaten, eurocraten en mensen zonder papieren. Opgeteld is dat een aanzienlijke groep, die niet apart in de statistieken van Sciensano zit.

Dan zijn er nog niet-Brusselaars (illegaal) ingeënt. Ze vulden foutief een Brusselse postcode in op het inschrijvingsplatform Bruvax.
Maron: Dat zijn maar enkele honderden personen, maximaal 2.000. Op de 100.000 dosissen die zijn toegediend aan niet-Brusselaars, is dat peanuts. Bovendien is het systeem nu aangepast en beveiligd. Het lukte misschien enkele dagen, maar nu is het voorbij.

Zal u een vergoeding vragen voor de Vlamingen en Walen die hier zijn gevaccineerd?
Maron: Daarover onderhandelen we nog met de andere gewesten en de taskforce vaccinatie. Het gaat voornamelijk om de dosissen voor andere beroepsgroepen zoals de politie. In de zorginstellingen is de verdeling aan het begin van de campagne realistisch ingeschat, die kosten vragen we niet terug.

Zullen we tegen de zomer aan de vereiste 70 procent geraken voor groepsimmuniteit?
Maron: Ik hoop het. Het zal niet anders lopen in Brussel dan elders. Momenteel is onze hoofdzorg het overtuigen van de 65-plussers die nog niet gevaccineerd zijn. We zitten nu boven de 75 procent. We doen ons best om boven de 80 procent te klimmen, maar we gaan ook voort met de jongere leeftijdsgroepen. Sinds vrijdag kunnen 40-plussers een afspraak maken en mogen 35-plussers zich inschrijven op de wachtlijst. Ondertussen blijven we sensibiliseren op het terrein. Er gebeuren veel acties door lokale overheden en via verschillende organisaties.

Dat zijn meestal kleinere, zeer gerichte acties voor niet al te veel mensen tegelijk.
Maron: Les petits ruisseaux font les grandes rivières. Alle kleine beetjes helpen. Als het callcenter een telefonische rondvraag doet, zeggen mensen vaak: ‘Ik wacht.’ Ze willen eerst zien wat het geeft. Nu kennen we allemaal meer en meer mensen die gevaccineerd zijn en zien we dat er geen problemen zijn. Dat zal twijfelaars hopelijk helpen overtuigen.

CurieuzenAir

CurieuzenAir is het eerste grootschalige burgeronderzoek naar de luchtkwaliteit in het Brussels Gewest. De komende maanden hangen 3.000 Brusselaars een testbuisje op aan hun venster.

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.

Lees meer over: Brussel , Milieu , Gezondheid , CurieuzenAir , Alain Maron , luchtkwaliteit , curieuzenair

Lees ook

Iets gezien in de stad? Meld het aan onze redactie

Site by wieni