Ecologische impact van en in steden: ‘Onze parken worden slecht beheerd’

Zicht op een bevroren Josaphatsite © Steven Van Garsse

Hoe passen dieren en planten zich aan aan de stedelijke context? Naar een antwoord op die vraag gaat een nieuwe onderzoeksgroep aan de VUB op zoek. Brussel wordt als het ware een 'levend laboratorium' voor onderzoek naar de ecologische impact van verstedelijking. Uit de opgedane inzichten volgt dan concreet advies voor stadsplanners, om steden beter te wapenen tegen onder meer de klimaatcrisis.

Op het moment van ons interview, rondt Thomas Merckx een postdoctoraat af aan de Finse Universiteit van Oulu, in een van de noordelijkste steden ter wereld. Het zijn drukke dagen voor de Belgische bioloog daar in het donkere noorden, want vanaf 1 december leidt hij de gloednieuwe onderzoeksgroep 'Global Change Biology' aan de VUB. Dat is een beetje thuiskomen voor de geboren Hallenaar, die eerder ook in Oxford en Lissabon aan de slag was.

De onderzoeksgroep richt zich in brede zin op hoe planten en dieren omgaan met wereldwijde milieuveranderingen zoals klimaatopwarming. Maar de focus ligt op urbane ecologie, het bestuderen van de ecologische impact van verstedelijking.
“De tijd is voorbij dat ecologen enkel naar zogenoemde ongerepte gebieden trokken,” zegt Merckx. “Meer en meer biologen concentreren zich op de natuur in steden. Niet enkel omdat de verstedelijking alleen maar toeneemt, maar ook omdat steden nu minder gezien worden als een puur menselijke habitat en er meer aandacht is voor de andere soorten die er leven.”

Het stadsleven is nochtans allesbehalve eenvoudig voor de meeste soorten. De overgrote meerderheid is bijzonder afhankelijk van welbepaalde hulpbronnen en overleeft daarom alleen in heel specifieke biotopen, zoals oude bossen en duinen. Natuurlijk kunnen sommige soorten zich wel behelpen, anders zou het maar een dooie boel zijn in stadsparken en -tuinen. Hoe die daar precies in slagen, dat onderzoekt Merckx al zo'n tien jaar. Hij concentreert zich vooral op kleinere beestjes zoals vlinders, motten en sprinkhanen.

Biodiversiteit en natuurobservatie op de Josaphatsite
© Ivan Put
| De plannen voor de Josaphatsite – het openbaar onderzoek loopt op 25 november af – kunnen op weinig goedkeuring rekenen bij bioloog Thomas Merckx: “ De diversiteit zal verkleinen.”

Lichaamsgrootte is vaak cruciaal om te overleven in de stad, zo toonde Merckx – samen met collega's van verschillende universiteiten – onlangs aan bij tien dergelijke diergroepen. In het gerenommeerde vakblad Nature legden ze de link met de hogere temperaturen in steden, waar er meer warmte wordt geabsorbeerd en geproduceerd dan op het platteland.

“In het algemeen zijn kleinere soorten in het voordeel in de stad, omdat hun metabolisme beter aangepast is aan warmere omstandigheden. Zo zijn stadskever- en spinnensoorten gemiddeld kleiner vergeleken met de soorten in de omliggende omgeving.” Vlinders en sprinkhanen zijn de uitzondering op die regel, omdat het voor hen essentieel is om de afstand te kunnen overbruggen tussen verschillende 'groene eilandjes' in steden – en grotere soorten zijn een stuk mobieler. Grotere vlinders kunnen bijvoorbeeld beter van stadstuintje tot stadstuintje fladderen om zo de nodige hoeveelheid nectar te vinden.

1777 Dieren in de stad Thomas Merckx bioloog

Merckx deed bovendien een opmerkelijke vaststelling bij vlinders die luisteren naar de namen klein geaderd witje en klaverspanner: die in de stad vliegen langer rond dan hun tegenhangers op het platteland. Door een genetische aanpassing aan de hogere stadstemperaturen is er een extra generatie bijgekomen in het vliegseizoen. “Omdat steden voor veel organismen een extreme omgeving vormen, kan dergelijke evolutie er heel snel gaan: in vijf à tien jaar tijd kunnen er al aanpassingen zijn. Het is een misverstand dat evolutie altijd honderden jaren zou vergen.”

Versnippering van groene ruimte

Het moge duidelijk zijn, de warmte in de stad is een belangrijke factor bij dergelijke ontwikkelingen. In die zin voorspellen steden ook algemene tendensen, want door de klimaatopwarming stijgen de temperaturen natuurlijk overal, ook buiten steden. Maar warmte is bijlange niet de enige verandering van belang. “Verstedelijking vormt een cocktail van veranderingen. Denk bijvoorbeeld ook aan de versnippering van groene ruimte en aan lucht-, licht- en watervervuiling. Al deze factoren hebben grote gevolgen voor de biodiversiteit.”

Josaphatsite vorst
© Steven Van Garsse
| Meer recent ging bioloog Thomas Merckx op zoek naar soorten vlinders en motten in de Schaarbeekse wildernis van de Josaphatsite, een zeer bewuste keuze. “De site vormt een groen eiland in de stad, niet aan de rand ervan, wat het extra interessant maakt voor urbane ecologen. Je vindt er een rijkdom aan soorten, waarvan sommige eerder zeldzaam zijn in onze contreien.”

Hoewel hij tot nu toe nog nooit aan een Brusselse kennisinstelling werkte, maakte Merckx wel al voor verschillende studies gebruik van de natuur hier. Zo bemonsterde hij enkele jaren geleden vlinders en sprinkhanen op de ULB-campus aan de Pleinlaan, de abdij Ter Kameren en de site waar nu het Delta-ziekenhuis staat.

Meer recent ging hij op zoek naar soorten vlinders en motten in de Schaarbeekse wildernis van de Josaphatsite, een zeer bewuste keuze. “De site vormt een groen eiland in de stad, niet aan de rand ervan, wat het extra interessant maakt voor urbane ecologen. Je vindt er een rijkdom aan soorten, waarvan sommige eerder zeldzaam zijn in onze contreien.” Merckx verwijst bijvoorbeeld naar de boomkrekel, die ondanks zijn naam niet in bomen leeft en een “aangename zomerse zang laat weerklinken op zwoele avonden”.

Wat vindt hij dan van de voorlopige plannen voor de Josaphatsite, waarbij maar 1,28 hectare van de 25 hectare als biopark behouden zou blijven en waar veel weerstand tegen is? “Als die plannen doorgaan, zullen veel soorten er zonder twijfel verdwijnen. Zo'n oppervlakte is gewoon te klein om een hoge diversiteit aan soorten te blijven herbergen. Bovendien zal het koelend vermogen van de site dan sterk verminderd worden, een gemis bij hittegolven. Het is mooi dat burgers zich verenigen om het gebied te beschermen.”

Vanaf december zal de bioloog uiteraard nog veel meer tijd doorbrengen in het Brusselse groen. De bedoeling is om de stad te gebruiken als een 'levend laboratorium'. “Aangezien Brussel een grote stad is, een miljoenenstad, kun je er tal van ecologische veranderingen en evolutionaire aanpassingen verwachten,” zegt Merckx. “We zullen de stad trouwens niet enkel aanwenden voor onderzoek, maar ook voor onderwijsdoeleinden. Ik wil de stad intrekken met studenten, om hen ter plaatse meer inzicht te geven in de stad als unieke biotoop.”

De missie van de onderzoeksgroep gaat echter verder dan observeren en kennis vergaren. De bedoeling is om inzichten om te zetten in bruikbaar advies voor stadsplanners. Zo wil Merckx met zijn team onder meer bijdragen tot de strijd tegen klimaatopwarming en biodiversiteitsverlies.

“Natuurlijke oplossingen zijn doorgaans doeltreffender dan hoogtechnologisch vernuft omdat ze tegelijk verscheidene ecosysteemdiensten aanbieden. Bomen bijvoorbeeld hebben een verkoelend effect, zuiveren de lucht en zijn essentiële schakels in tal van biologische processen. Ook waterpartijen halen de temperatuur naar beneden en kunnen een heel ecosysteem vormen. Het is wel cruciaal om doordachte maatregelen te nemen, die het gewenste effect hebben in de specifieke context. Welke boomsoorten plant je best op een bepaalde plek? Hoe maak je functionele verbindingen tussen groene plekken, zodat dieren een groter gebied kunnen bestrijken? Goede wetenschap biedt de beste antwoorden op zo'n vragen.”

Het wilder maken van groene ruimtes kan al veel zoden aan de dijk brengen. “Onze parken worden vanuit biologisch opzicht slecht beheerd, met te weinig aandacht voor biodiversiteit. Ik zeg niet dat stadsparken volledige wildernissen moeten worden, maar er moet gestreefd worden naar meer variatie en op termijn minder menselijk ingrijpen. Zorg voor hoofdzakelijk autochtone soorten en maai bijvoorbeeld sommige zones niet meer, andere één à twee keer per jaar en nog andere om de maand. Zo krijg je een veel rijkere natuur, wat goed is voor het hele stadsecosysteem.”

Volgens de bioloog zou dat ook het welbevinden van stadsmensen ten goede komen. “Onderzoek toont aan dat een hogere biodiversiteit leidt tot een hoger mentaal welzijn, onder meer omdat het stressverlagend werkt. Bepaalde studies linken het zelfs aan een hogere economische productiviteit.”

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.

 

 

Meer nieuws uit Brussel
Vooraan op BRUZZ

Nieuws en cultuur uit Brussel in je mailbox?