Reële uitstoot dieselwagens in Brussel veel hoger dan wettelijke grenzen

© PhotoNews
| De reële uitstoot van 130.000 wagens werd geanalyseerd, voor het eerst

Dieselauto’s stoten ondanks de Dieselgate-affaire nog altijd te veel luchtvervuilende stoffen uit, al toont de nieuwste generatie beterschap. Euro 4-diesels, die vanaf januari de Brusselse lage-emissiezone niet meer inmogen, maken maar 12 procent van het wagenpark uit, maar zijn wel verantwoordelijk voor de helft van de fijnstofuitstoot en een kwart van de NO2. Het zijn een paar van de conclusies na een meting van de uitstoot van ruim 130.000 wagens op acht locaties in Brussel, waarvan de resultaten maandag zijn bekendgemaakt.

Het meetproject in Brussel is een initiatief van het True-onderzoek (The Real Urban Emissions Initiative) van de International Council on Clean Transportation (ICCT), dat na Dieselgate de reële uitstoot van dieselauto’s wil controleren. Na eerdere metingen in Londen en Parijs koos de ICCT voor een onderzoek in Brussel en Warschau.

De ‘remote sensing’-studie werkt met lichtmetingen en werd gefinancierd door de internationale stichtingen FIA en Bloomberg. Meer dan 260.000 metingen van de uitstoot van ruim 130.000 voertuigen werden van oktober tot december 2020 uitgevoerd. Bij de metingen waren ook Leefmilieu Brussel, Brussel Mobiliteit en de politiezones betrokken.

Ruim boven de norm

De resultaten laten zien dat de werkelijke stikstofoxide-emissies van dieselauto’s van voor september 2019 die in Brussel rijden ruimschoots de wettelijke grenswaarden overschrijden. De voertuigen met een Euro 4-, 5- of 6-norm van voor die datum hebben stikstofoxide-emissies die in de praktijk drie, vier of vijf keer hoger bleken te liggen dan de grenswaarden die in laboratoriumomstandigheden nog worden goedgekeurd.

De nieuwste dieselvoertuigen (euronorm 6d of 6d-temp) stoten een stuk minder uit, maar nog altijd hoger dan wat de wettelijke grenswaarden op de weg zijn. “Dat komt omdat de Europese richtlijnen over metingen op de weg in steden niet overeenkomen met de realiteit”, zegt Yoann Bernard van de ICCT. “Zij gaan uit van een rit van 30 kilometer, terwijl ritten in de stad meestal veel korter zijn. Het is net in die eerste minuten, wanneer de koude motor opwarmt, dat de meeste uitstoot vrijkomt.”

Zeer opvallend is verder dat Euro 4-personenwagens met dieselmotor slechts 12 procent van het Brusselse wagenpark uitmaken, maar dat zij verantwoordelijk zijn voor bijna de helft van de uitstoot van fijn stof en een kwart van de stikstofoxiden (NO).

"Deze auto’s worden vanaf januari 2022 in de Brusselse LEZ verboden. Het valt dus te verwachten dat we vanaf volgend jaar een flinke daling van de luchtvervuiling zien”, zegt Sarah Hollander van Leefmilieu Brussel. “Die valt wel niet exact te becijferen: verkeer veroorzaakt ongeveer 30 procent van de luchtvervuiling in Brussel, maar dat gaat voor een deel ook om verkeer buiten de stad.”

Euro 5-dieselvoertuigen, die in 2025 uit de LEZ worden geweerd, vertegenwoordigden 20 procent van de gemeten personenwagens, maar zijn verantwoordelijk voor 40 procent van de stikstofemissies.

Roetfiltercontrole bij keuring

Uit de metingen bleek ook dat ongeveer 5 procent van de dieselauto’s die normaal met een dieselroetfilter zouden moeten zijn uitgerust, een uitstoot hadden die erop wees dat ze ofwel geen ofwel een defecte roetfilter hebben. Die groep van 5 procent was zo verantwoordelijk voor 90 procent van de uitstoot van die categorie wagens. Bevoegd minister Maron (Ecolo) wees op de persconferentie dan ook op het belang van de systematische roetfiltercontrole bij de technische keuring die de drie Belgische gewesten vanaf volgende zomer invoeren.

Maron hamerde bij de bekendmaking van de resultaten op het belang van het snel invoeren van strengere Euro 7-regels en een snelle overschakeling op voertuigen die niet op fossiele brandstoffen rijden. “De volksgezondheid is in het gedrang. Jaarlijks overlijden ongeveer 1.000 mensen in Brussel aan de gevolgen van luchtverontreiniging. Meest getroffen zijn de dichtstbevolkte, armste wijken, waar veel inwoners zelf geen auto hebben.”

“Brussel was interessant voor ons omdat de stad een relatief jong wagenpark heeft, in tegenstelling tot bijvoorbeeld Polen”, zei Yoann Bernard van de ICCT maandag aan BRUZZ op de persconferentie rond de voorstelling van de resultaten. “Het leek ons interessant om het belang van een LEZ ook in zulke omstandigheden aan te kunnen tonen.”

Het volledige rapport van de ICCT kunt u hier bekijken.

Meer nieuws uit Brussel

Nieuws en cultuur uit Brussel in je mailbox?