reportage

Vertrappeld gras, wegkwijnende bomen: onze parken happen naar adem

Overbetreding maakt de ondergrond harder en droger, waardoor bomen en andere planten niet voldoende zuurstof en water kunnen opnemen.© Ivan Put

Vertrappeld gras, wegkwijnende bomen, verdwenen paddenstoelen: de Brusselse parken en bossen zien af nu ze door het coronavirus een van de toevluchtsoorden voor de Brusselaar zijn geworden. Ademruimte voor de mens, maar wat met ademruimte voor de natuur? “We zullen keuzes moeten maken.”

Een zonnige winterse weekdag in het Jubelpark. De bodem van de fontein aan de Merodekant wordt schoongeschrobd door medewerkers van een onderhoudsfirma, die hun wagens naast het bassin hebben geparkeerd. In de smalle strook gras rond de lege fontein zitten studenten van de zon te genieten.

Eric Vandevelde, landschapsarchitect bij Leefmilieu Brussel, fronst zijn wenkbrauwen als hij de grond tussen de bestelwagens en de eerste bomenrij om de fontein heen taxeert. “Ooit kwam het gras tot aan de bomen,” wijst hij. “De laatste jaren bedekte het nog maar de helft van dat oppervlak. En sinds dit jaar is het gazon nog maar een ring van een meter of drie om de fontein heen.”

De oorzaak van het verdwijnende grasperk: de aartsvijand van alle stadsnatuur, 'overbetreding'. Te veel voorbijgangers stampen de bodem onbewust aan en laten er zo alle lucht en water uit verdwijnen. Gevolg: het gras sterft af.

Terwijl Natuurpunt tot vijf keer meer bezoekers zag in sommige Vlaamse natuurgebieden, houdt milieuagentschap Leefmilieu Brussel daar geen cijfers over bij. “Maar het is duidelijk dat er veel meer mensen naar de parken komen,” zegt Vandevelde. De hoeveelheid zwerfvuil bijvoorbeeld is in de parken die hij beheert minstens verdubbeld.

“Het coronavirus heeft ons ook overvallen. Denk maar na: álle recreatie is nu geconcentreerd in parken.” Met een armzwaai richting de zonnende en picknickende studenten, de moeders met kinderwagens, de klimmende jongeren die de gevel van het Legermuseum aan het uittesten zijn: “Dit is hun Côte d'Azur én hun Alpen. Dertig procent van de bevolking hier zou in normale omstandigheden met vakantie geweest zijn. Om van de toename in sporters nog maar te zwijgen, de joggers en fietsers voorop.”

1744 016 parken 32
© Ivan Put

Tel daar nog eens de auto's van het onderhoudspersoneel bij, en, zeker in coronatijden, de politiewagens van de zone Brussel Hoofdstad-­Elsene. In het Etterbeekse deel zijn er fietsagenten, aan de Brusselse kant achter de triomfboog zien we de politie stapvoets door het park rijden. Dat gebeurt volgens Leefmilieu Brussel ook in andere parken en eigenlijk mag het niet. Die wagens drukken de bodem nog verder aan.

Oude knakkers

Overbetreding doet niet alleen gras wegkwijnen. Ook voor bomen en andere struiken en planten werkt de aangestampte bodem als een verstikkende deken. Vandevelde wijst boomwortels aan van de oude esdoorns rondom de fontein, die meters ver naar het midden reiken, en nu hier en daar uit de kale aarde steken. De 'opa's' uit 1905 zijn op sterven na dood.

1744 016 parken 41
© Ivan Put
| Op plekken waar heel veel mensen gras plattrappen, verdwijnt dat. In coronatijd vaak net naast de wandelwegen, omdat mensen de ruimte nemen om elkaar te kruisen.

“Veel bomen in het park zijn in slechte staat, en moeten gekapt worden. Dat zal ons heel wat kritiek opleveren. Mensen willen niet dat de schaarse bomen in hun buurt omgehakt worden, zeker niet als het grote, oude exemplaren zijn."

"Ik zou er ook graag zoveel mogelijk bewaren, maar dan zullen we delen van het park af en toe moeten afsluiten om die bomen ademruimte te gunnen. In coronatijden is dat onmogelijk, zeggen de burgemeesters, mensen hebben ook ademruimte nodig, nu ze bijna nergens anders naartoe kunnen. Ik begrijp dat, maar toch zullen we keuzes moeten maken."

"In Parijs bijvoorbeeld worden de Jardin du Luxembourg en de Jardin des Tuileries 's nachts en ook op andere momenten afgesloten. Ook wij zouden dat moeten kunnen doen, maar dan hebben we extra bewaking nodig om daarop toe te zien.”

“Als we niets doen, moeten de esdoorns hier weg. Zomaar vervangen kan echter niet. Die oude knakkers hebben nog vijftig of meer jaren gehad waarin ze vrij ongestoord konden groeien. Nieuwe boompjes zijn veel minder robuust: als mensen voortdurend over hun wortels zullen lopen, hebben ze geen schijn van kans. Als het zo doorgaat, gaat alles stuk.”

Hij geeft een ander voorbeeld van de drukte, terwijl we onder de triomfbogen van het park door stappen. Het Molenbeekse Bonneviepark is midden 2019 in opdracht van Leefmilieu Brussel heraangelegd. Er kwamen een speelstructuur en twee sportvelden. “Maar door het immense succes van het park klagen de buren nu over geluidsoverlast. In die buurt is er per inwoner maar één vierkante meter groen."

"Dat is een kwestie van stadsplanning: wat is er in Brussel qua groen voorzien voor 2030 en 2050, als er overal nieuwe woonwijken moeten verrijzen?"

"Het Jubelpark en ook het Warandepark in coronatijd geven een beeld van hoe parken binnen tien à twintig jaar gebruikt zouden kunnen worden. Nog meer vraag, nog meer druk: we moeten manieren vinden om daarmee om te gaan.”

Aan de andere kant van de triomfboog is het Jubelpark kuipvormig, met zachte hellingen die naar de uitgangen leiden. Joggers en fietsers nemen de kortste weg om het park te kruisen. “Het gras verdwijnt in een ijltempo, wat leidt tot erosie van de grond, waardoor de boomwortels bloot komen te liggen,” legt Vandevelde uit. “Die worden zo beschadigd.”

Kwetsbaar daslook

Van het Jubelpark gaat het naar de andere kant van de stad, naar het Koning Boudewijnpark in Jette. Daar wacht bioloog Mathias Engelbeen, ook van Leefmilieu Brussel, ons op aan een 'stobbenwal', een mix van braamstruiken en takkenbundels. Die is een goede schuilplaats voor diertjes, maar moet passanten tegelijk ook intuïtief weghouden van de paar tientallen meters groen naast de hoofdweg in het park. Een van de redenen daarvoor kun je momenteel zelfs ruiken: groene blaadjes daslook ontspruiten hier en daar in de bosgrond achter de stobbenwal.

“Daslook is heel fragiel en uiterst gevoelig voor betreding,” zegt Engelbeen. “Het is een typische soort voor oude, vochtige bosbodems, en dan enkel nog in Brabantse lemige grond met wat kalk. Hoewel hij lokaal veel kan voorkomen, is het een vrij zeldzaam plantje. In mei vormt het daslook een wit tapijt, een beetje zoals het paarse boshyacintentapijt in het Hallerbos. We moeten die meest kwetsbare voorjaarsflora echt beschermen.”

Op één plaats is de stobbenwal onderbroken en het is duidelijk te zien dat daar veel mensen het bosdeel zijn ingelopen. Langs het gebaande paadje groeien brandnetels. Een teken, leren we, van homo sapiensen die het bos insluipen om er plassen.

1744 016 Park Daslook 4
© Ivan Put
| Daslook is een zeldzame plant die in Brusselse parken voorkomt, maar erg gevoelig is voor overbetreding.

“Zulke 'olifantenpaadjes' zie je nu overal ontstaan in de Brusselse bossen en parken,” zegt Engelbeen. “Er is een duidelijke nood aan speelruimte voor kinderen, aan plaatsen om je te verstoppen of een hutje te bouwen. Maar als te veel mensen op dezelfde plekken lopen, verdwijnt de vegetatie daar. Kwetsbare soorten als daslook offer je dan echt op.”

Iets verderop is een stuk van het park helemaal ingepalmd door kinderen van de Heilig-Hartschool, die in coronatijden ook aan de parkkant een schoolpoort heeft om de leerlingen te spreiden. Kinderen die net van de speelplaats komen, klimmen er in de tachtig jaar oude bomen, en drukken er nietsvermoedend de aarde aan, waardoor de daslook zich alleen nog vlak bij een paar grotere ongastvrije struiken handhaaft.

Tussen de bioloog en de landschapsarchitect ontspint zich een discussie over hoe hier nu mee om te gaan. Regels zijn er nodig, daar zijn ze het over eens. Maar laat je dit toe en offer je de bomen op vrij korte termijn op?

1744 016 parken 61
© Ivan Put
| Bezoekers aan de Brusselse parken banen zogezegde olifantenpaadjes, om uit gemakzucht een hoek sneller te ronden, of op zoek naar plekjes waar minder volk komt.

“Intuïtief kun je enorm veel sturen, bijvoorbeeld met een stobbenwal,” zegt Engelbeen terwijl we verder wandelen. “Mensen volgen altijd de gemakkelijkste weg. Normaal kun je ze zo samenbrengen in bepaalde zones, maar door corona willen mensen juist meer afgescheiden zitten. Ze gaan actief op zoek naar plekken waar ze rustig en fris kunnen zitten, en hun kinderen een kampje kunnen bouwen.”

De Brusselse regering stelde vlak na de eerste coronagolf een internationaal wetenschappelijk comité aan om na te gaan wat de pandemie betekent voor het leven in de stad. Die experts pleiten in hun recente rapport voor één nieuw groot park, op gewestelijke schaal, zodat de Brusselaar op vijfhonderd meter van zijn woonplek een park kan vinden dat minstens een hectare groot is.

1744 016 parken 1
© Ivan Put
| Bioloog Mathias Engelbeen toont een stobbenwal, die wandelaars op het juiste pad moet houden.

Iets wat ook Vandevelde wil zien gebeuren, om het evenwicht te bewaren. “In Antwerpen en Gent staat al expliciet in de beleidsplannen dat binnen vierhonderd meter van de woning een buurtpark moet te vinden zijn van minstens één hectare groot.”

Nochtans heeft het Brussels gewest de hoogste bevolkingsdichtheid in België: gemiddeld 7.500 inwoners per vierkante kilometer, tegenover 2.600 in Antwerpen en 1.700 in Gent. “Sint-Joost, bijvoorbeeld, is de dichtstbevolkte gemeente van het land met meer dan 23.000 inwoners per vierkante kilometer. Nu in Brussel veel nieuwe woonwijken worden ontwikkeld, zou buurtgroen expliciet in alle plannen moeten worden opgenomen, om de mensen meer te spreiden over de beschikbare natuur.”

1744 016 parken 20
© Ivan Put
| Leerlingen van de Jetse Heilig-Hartschool spelen in het aangrenzende Koning Boudewijnpark eens de bel gaat

Breiwerk

Engelbeen: “Door corona hebben mensen zich bijvoorbeeld het moeras van Ganshoren, hier vlakbij, toegeëigend als park. Het is de favoriete plek van veel hondenbezitters om hun hond even een badje te laten nemen in een van de poelen. Met verstoring voor watervogels tot gevolg.”

Een knelpunt in het moeras is ook dat er veel te weinig toezicht is, zegt Engelbeen. “Het is een vrij toegankelijk natuurgebied, maar ineens is de situatie geëxplodeerd. Daarom starten we er een project met wandelwegen in dijkvorm. Door het hoogteverschil zullen mensen daar minder vaak van afwijken, zeker als we ook in een natte zone naast de weg voorzien. En we zullen sensibiliseren met borden. Pas in laatste instantie sluiten we zo'n gebied af.”

“Een park is als een breiwerk: trek je één draad los, dan ontrafelt ook de rest,” zegt Vandevelde. “De effecten op de planten hebben gevolgen voor de insecten, en die hebben dan weer een invloed op de grotere dieren.” “Ook paddenstoelen zijn enorm betredingsgevoelig,” vult Engelbeen aan. “In sommige Brusselse parken zagen we zeker minder paddenstoelen. En als hun ondergrondse netwerk verdwijnt, gaan ook de omringende bomen achteruit.”

“De natuur kan zich zeker herstellen, maar op bepaalde plekken is dat moeilijker dan op andere. Oude natuur op intacte bodems bijvoorbeeld, zoals daslook, is erg fragiel. Dat kan tientallen jaren nodig hebben. Dan is het soms wel nodig om een pad af te sluiten om een zone te vrijwaren. Moeten we dat, gezien de situatie, niet vaker doen?"

"Parken en bossen zijn voor het welzijn van de inwoners belangrijker dan ooit nu. Daarom moet het openhouden ervan het eerste doel zijn, maar misschien moeten we ook bij andere groene ruimtes de bezoekersstromen kanaliseren zoals in het Zoniënwoud (zie kader). Zo kun je kwetsbare habitats beschermen zonder de toegang volledig te verbieden.”

Reeën blijven weg uit delen van 'oververzadigd' Zoniënwoud

Ook in het Zoniënwoud zien de boswachters opvallend meer bezoekers. In een poging de mensenmassa's wat te doen slinken, werden een paar maanden geleden twee parkings in het woud afgesloten. Bezoekers worden sindsdien doorgestuurd naar parkings meer aan de rand, aan de hippodroom van Bosvoorde en het Rood Klooster in Oudergem.

“De intensiteit van het aantal bezoeken aan het bos heeft consequenties voor de flora en fauna,” verantwoordde Leefmilieu Brussel destijds de sluiting, en de aanwerving van twee extra boswachters. “Vanaf een bepaalde drempel worden dieren zodanig gestoord dat hun voortplanting eronder lijdt of zelfs verhinderd wordt.” Bij de houtsnip bijvoorbeeld, een vogel die op de grond broedt en overdag rust. Of amfibieën, die niet kunnen verhuizen als iemand hun schuilplaats verstoort.

De sluiting van de bosparkings deed het aantal sluikstorters dalen. Maar het aantal bezoekers nam niet af, zeker niet aan de hippodroom en het Rood Klooster. “Beide toegangspoorten kunnen niet nog meer mensen slikken,” zegt bosbeheerder Stéphane Vanwijnsberghe, die de afdeling Bos en Natuur bij Leefmilieu Brussel leidt. “Het woud is er meer dan verzadigd. We roepen Brusselaars op om eens een ander deel van het bos te verkennen. Dat kan via de ingang aan het Solvaydomein in Terhulpen, of andere ingangen in het Vlaams of Waals gewest.”

“Bezoekers blijven niet altijd op de paden of houden hun honden niet aan de lijn, wat de rust van de dieren verstoort. Bij de hippodroom bijvoorbeeld zien we door de drukte steeds minder reeën.” Pasgeboren reeën die nog niet goed kunnen lopen, worden geregeld doodgebeten door loslopende honden. Die stormen ook op joggers, fietsers en ruiters af en veroorzaken zo valpartijen.

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.

 

 

Nieuws en cultuur uit Brussel in je mailbox?