reportage

Een week in de klas van mijn dochter: ‘Kijk juf, jij hebt dezelfde kleur als ik’

Basisschool De Mozaïek in de Helmetwijk in Schaarbeek.© Saskia Vanderstichele

Een nijpend lerarentekort, klaagzangen over het niveau én als toetje een mondmaskerplicht voor de lagere school. Het onderwijs kreeg het zwaar te verduren in de eerste helft van het schooljaar. Onze reporter nam plaats in de klas van haar dochter en keek een week lang met onbevangen kinderblik naar de lespraktijk.

Imad, Marwa, Miraç, Houdaifa, Evan, Ensar, Diama, Hayrunissa, Rouguatou, Hafsa, Massilya, Aïsha, Elisa, Melek, Mariama, Insaf, Hira en Polly. Aan het begin van het schooljaar verscheen de namenlijst van alle achttien kinderen uit 1A in de WhatsAppgroep voor de ouders. Niet dat ik vooral Emma’s en Jules verwacht had, wij wonen in Schaarbeek, maar ik was wel verrast dat onze dochter het enige kind met Nederlandstalige ouders in haar klas, en bij uitbreiding in heel de basisschool, was.

Het Nederlandstalige onderwijs in Brussel zit al jaren in de lift. Al valt er wel een bijzondere contradictie te bespeuren. Het aantal Vlaamse Brusselaars neemt jaar na jaar af, maar het Nederlands blijft wel groeien. De meerderheid van de kinderen en jongeren in het Nederlandstalige onderwijs spreekt geen Nederlands meer thuis.

Maar hoe gaat het onderwijs in de dagelijkse praktijk met dat gegeven om? En wat betekent dat voor actuele discussies zoals die rond het niveau, diversiteit en het lerarentekort?

Ik vroeg de directie of ik een week mocht volgen in de klas van mijn dochter, een eerste leerjaar in de Nederlandstalige GO! basisschool De Mozaïek. De school ligt langs de Haachtsesteenweg, in de levendige Helmetwijk. Ze telt een kleine driehonderd leerlingen.

Juf Anna Amedzi staat sinds dit jaar in het eerste leerjaar in basisschool De Mozaïek in Schaarbeek
© Saskia Vanderstichele
| Juf Anna Amedzi staat sinds dit jaar in het eerste leerjaar in basisschool De Mozaïek in Schaarbeek.

Democratiseringsgolf

“Bloed! O nee. BLOOOEEEDDD!!!” Zesjarigen wisselen hun melktanden en die ijzeren natuurwet blijft gewoon doorlopen, ook als ze in de hoek van de klas een spannend verhaal voorgelezen krijgen. Vanmorgen is het Melek die trots een wit rechthoekje uit haar onderkaak vist, maar eerder deze week verloor ook Hafsa al een tand in de klas.

Zou het tandengebeuren geen ideaal lesonderwerp zijn, vraag ik in de pauze aan juf Anna Amedzi (25). “Ik hou me strikt aan de planning,” zegt ze. “Dit is het eerste jaar dat ik voor de klas sta. Maar de komende weken kunnen we er zeker een les rond ontwikkelen, het onderwerp past goed in de doelen rond gezondheid.”

Wim Van den Broeck, hoogleraar onderwijs- en ontwikkelingspsychologie (VUB)

Klas 1A heeft wekelijks elf uur taal, acht uur rekenen en vier uur wereldoriëntatie. Daar komen nog twee uur godsdienst en twee uur lichamelijke opvoeding bij. De school kiest voor het maximale aantal taaluren, omdat ze zoveel kinderen met een andere thuistaal onderwijst.

“In heel diverse klassen is het cruciaal dat de doelen niet verlaten worden,” stipt hoogleraar onderwijs- en ontwikkelingspsychologie Wim Van den Broeck (VUB) aan. “De lat moet hoog blijven, met deze kinderen moeten we hetzelfde proberen doen als met de arbeiderskinderen in de democratiseringsgolf van de jaren zestig en zeventig. Zij kunnen die sprong nu nog maken.”

Veilig leren lezen

Maandag 15 november, 9 uur. “Vandaag gaan we een nieuwe letter leren. De h!” Juf Anna Amedzi laat horen hoe de h klinkt. “Hhhhhhh...” Daarna toont ze een plaatje van een meisje met een donkere krullenbol met daarop het woord ‘haar’. Ze laat de kinderen de klanken apart uitspreken. H-AA-R.

De methode heet ‘Veilig leren lezen’ en wordt gebruikt in heel wat eerste leerjaren in Vlaanderen en Nederland. Leerlingen leren steeds één nieuwe letter in combinatie met eerder geleerde letters. Zo komen ze sneller tot vlot lezen van woorden, zinnetjes en stukken tekst.

1782 School Mozaik Schaarbeek 1 Directrice Wendy Gautier

Alleen: de letter h schrijven wordt nog uitgesteld, want De Mozaïek is in een proefproject gestapt om het schoonschrift later aan te bieden. “We zien onze kinderen jaar na jaar schrijfmotorisch achteruitgaan,” legt directrice Wendy Gautier (45) uit. “Ze kunnen de swipebeweging heel goed maken, maar knippen, plakken en tekenen doen ze thuis veel minder en dat vertaalt zich ook in hun schrijfmotoriek. De universiteit van Antwerpen heeft aangetoond dat het nuttig is om het schrijven later te introduceren, en om in de eerste maanden te focussen op oefeningen die de pols goed losmaken. Het is de bedoeling dat ze aan het eind van het schooljaar de doelen van schoonschrift gewoon bereiken.”

Leesniveau

Na de speeltijd steekt zorgjuf Karen Weltens (49) haar hoofd om het hoekje. Ze haalt de kinderen één voor één uit de klas om hun leesniveau te testen, ter voorbereiding van de zogenaamde AVI-toets, die twee keer per jaar wordt afgenomen. Weltens noteert de tijd die een leerling nodig heeft om een tekst te lezen en hoeveel fouten de leerling maakt.

Basisschool De Mozaïek in de Helmetwijk in Schaarbeek
© Saskia Vanderstichele
| Het eerste leerjaar van basisschool De Mozaïek.

“Op de basisschool is er een onderscheid tussen technisch en begrijpend lezen. De AVI-toets brengt de vaardigheid van kinderen in kaart op het gebied van technisch lezen - het correct en vlot uitspreken van een tekst. Technisch lezen is een voorwaarde voor het begrijpend lezen,” verduidelijkt directrice Gautier.

De Mozaïek zet maximaal in op het opkrikken van het leesniveau omdat de school vaststelde dat, als leerlingen uitstromen in het zesde, de helft het technisch lezen onvoldoende onder de knie heeft. “Zulke kinderen zijn vogels voor de kat, het Nederlands komt in alle vakken terug, waardoor ze in het middelbaar onderwijs zeker vastlopen.”

Weltens is tevreden met het resultaat van de testen. “Er is een kopgroep van een vijftal leerlingen, een middenmoot, en een staartpeloton van een drietal kinderen,” legt ze uit. “Zowel de kop als de staart proberen we apart te benaderen, zonder de doelen voor lezen los te laten. Sterke leerlingen krijgen al een nieuwe, uitdagende opdracht als de rest nog met de vorige bezig is. Kinderen die het moeilijker hebben, spijker ik apart bij én ze krijgen extra oefeningen mee voor thuis.”

Basisschool De Mozaïek in de Helmetwijk in Schaarbeek
© Saskia Vanderstichele
| Zorgjuf Karen Weltens: “Zowel de kop als de staart proberen we apart te benaderen, zonder de doelen voor lezen los te laten. Sterke leerlingen krijgen al een nieuwe, uitdagende opdracht als de rest nog met de vorige bezig is."

De sterke leerlingen helemaal lostrekken van de zwakkere, acht ook professor Van den Broeck niet wenselijk. “Er zijn zeker kinderen die de basisschool in drie, vier jaar kunnen doorlopen, maar dan kan het zijn dat ze sociaal-emotioneel achterop beginnen te hinken, én je doorbreekt het groepsgevoel. Zo’n klas is een gemeenschap, die hou je best zoveel mogelijk samen”.

Meertaligheid

De voertaal in de klas is Nederlands. In het begin was juf Anna streng. “Als ik Turks of Arabisch hoorde, zei ik: ‘Dat is verboden!’ Nu moedig ik hen juist aan om het altijd eerst in het Nederlands te proberen, zonder hun thuistaal af te wijzen.” Op de speelplaats mogen de leerlingen wél hun moedertaal spreken, zij het met mate.

“Als ik bij een inschrijving een moeder gebrekkig Nederlands hoor praten tegen haar kind, leg ik uit dat ze gerust haar moedertaal kan spreken,” vertelt Gautier. “Die taal beheerst ze vaak veel beter. Dat biedt voordelen voor haar kind om Nederlands te verwerven.”

Maar wat zijn die voordelen precies? “Als de moedertaal rijk genoeg is, en als meertaligheid thuis goed wordt gehanteerd – de moeder spreekt bijvoorbeeld consequent Frans en de vader consequent Turks tegen het kind - dan zie je dat het kind een groter linguïstisch bewustzijn krijgt,” legt Van Den Broeck uit. “Het ontwikkelt meer inzicht in hoe taal werkt dan een eentalige leeftijdsgenoot.”

Basisschool De Mozaïek in de Helmetwijk in Schaarbeek
© Saskia Vanderstichele

Hebben Nederlandstalige kinderen ook voordelen bij zo’n meertalige omgeving? In de vorige basisschool van directrice Gautier schreven zeven Nederlandstalige ouderparen hun kinderen samen in. “Die hebben in enkele jaren tijd vlot Frans geleerd, daar hebben we ook op ingespeeld via extra lesuren in het Frans - de leeromgeving daar liet dat toe - dus het kan zeker tot een wisselwerking leiden.”

Van den Broeck is terughoudender. “Het is goed dat de thuistaal wordt gewaardeerd, maar soms wordt het belang daarvan overschat. Het gros van deze kinderen moet Nederlands leren als tweede taal, en dat vraagt grote inspanningen. Daar moet de school zoveel mogelijk oefentijd aan besteden.”

Wim Van den Broeck, hoogleraar onderwijs- en ontwikkelingspsychologie (VUB)
© PhotoNews
| Wim Van den Broeck, hoogleraar onderwijs- en ontwikkelingspsychologie (VUB): “Het is goed dat de thuistaal wordt gewaardeerd, maar soms wordt het belang daarvan overschat. Het gros van deze kinderen moet Nederlands leren als tweede taal, en dat vraagt grote inspanningen. Daar moet de school zoveel mogelijk oefentijd aan besteden.”

IJsbergrekenen

Dinsdag 16 november. 11 uur. Juf Anna prutst aan haar laptop. In het moderne eerste leerjaar ruikt het niet langer naar krijt. Er wordt een werkschrift met rekenoefeningen op het bord geprojecteerd.

De gebruikte methode heet ijsbergrekenen. Heel het GO! voert die aanpak voor wiskunde geleidelijk in. Wendy Gautier: “Het is een goede methode om op getalinzicht te werken. Kinderen leren vaak sommen uit het hoofd, maar ze begrijpen niet altijd wat 7 plus 5 echt betekent. Vergelijk het met het alfabet: het is niet omdat je het kan opzeggen dat je kan lezen.”

Het lerarentekort strooit roet in het eten. De methode wordt momenteel ingevoerd in het eerste en het tweede leerjaar, maar intussen is de leerkracht van 1B naar een andere school getrokken. Dus moet Gautier erop toezien dat het ijsbergrekenen toch wordt aangeleerd, want volgend jaar bouwt de leerkracht van het tweede leerjaar op de verworven kennis verder.

“De leerplannen, die los ik nooit,” zegt Gautier. “Niemand moet bij mij aankomen met iets dat we in het derde jaar zouden moeten aanbrengen, terwijl dat in feite al in het eerste jaar moet gezien zijn. En ik geloof heilig in directe instructie.”

Aangebrachte leerstof inoefenen gebeurt nu vaak in de vorm van invulboeken. En die liggen steeds meer onder vuur. “Ik volg die kritiek wel,” zegt de directrice. “Er zijn te veel invulboeken, en die maken leerlingen passief, het mogen er gerust minder worden.”

Digitaal lesgeven, aan de hand van bordboeken, krijgt voornamelijk in de eerste twee jaren een hoofdrol, nadien wordt dat minder. “Ik hamer erop dat leerkrachten sowieso een goede les aan het klassieke bord kunnen geven. Zo leren ze samenvatten, een schema maken. En op die manier hebben de kinderen een helder overzicht van de aangebrachte stof.”

Basisschool De Mozaïek in de Helmetwijk in Schaarbeek
© Saskia Vanderstichele
| Professor Van den Broeck: “Er zijn zeker kinderen die de basisschool in drie, vier jaar kunnen doorlopen, maar dan kan het zijn dat ze sociaal-emotioneel achterop beginnen te hinken, én je doorbreekt het groepsgevoel. Zo’n klas is een gemeenschap, die hou je best zoveel mogelijk samen.”

Gautier zet in op een feedbackcultuur. “Ik woon regelmatig zelf een les bij. Dat was voor sommigen wennen. Wij filmen tegenwoordig lessen in de kleuterschool, enkele jaren geleden was dat ondenkbaar. Wat goed en slecht gaat bespreekbaar maken, zonder dat het personeel zich aangevallen voelt, is daarbij cruciaal”.

Lerarentekort

Woensdagochtend 17 november. 9 uur. Op een korps van 24 leerkrachten, heeft Gautier half november nog steeds drie openstaande vacatures, zo vertelt ze in haar bureau. Ze zoekt nog iemand voor het eerste en het vijfde leerjaar én een zorgleerkracht voor de kleuterschool. Op het einde van onze volgweek zal de deeltijdse turnjuf vertrekken naar een baan dichter bij huis.

Ook voor de vakken katholieke én islamitische godsdienst (negentig procent van de leerlingen in de Mozaïek volgt islamlessen) is het voortdurend behelpen. “En dan mogen we nog van geluk spreken, in andere scholen is het nog erger.”

Voor de directrice gaat de niveaudaling in het onderwijs hand in hand met het lerarentekort. “Je hebt te weinig vat op het lesgeven als je teamsamenstelling voortdurend wijzigt.” Ze vindt dat de top van het onderwijs meer naar de vloer moet luisteren. “Neem nu de Koala-test van Ben Weyts om het taalniveau van kleuters te meten. Wel, daar komen net dezelfde kinderen uit die we voor de testronde ook al in het vizier hadden. Voor ons betekent de invoer van die Koala-test veel extra planlast. Eigenlijk zijn er drie weken verspild. En dat stoort. Wij weten wat we doen, wij hebben expertise, maar luister alsjeblief naar onze noden. Los het lerarentekort op, kijk kritisch naar de planlast, en bied ons goede handvaten om onze doelen te bereiken.”

1782 School Mozaik Schaarbeek 1 De dochter van de journaliste
© Saskia Vanderstichele
| Polly is de enige leerling in haar klasje met Nederlandstalige ouders.

Professor Van den Broeck ziet zeker nog mogelijkheden voor die nood aan handvaten. Volgens hem hebben scholen nu te veel opties om een lesmethode te kiezen, zonder dat het per se een goede is. “Daar zouden we het kaf meer van het koren moeten scheiden door scholen goede informatie te geven over wat werkt en wat minder goed werkt. Dan zullen ze sneller de juiste aanpak hebben en geen ineffectieve methodes gebruiken.” ‘s Mans pensioen is nakende, en hij zegt dat hij erop broedt om zich verder toe te leggen op die kwaliteitssprong die het onderwijs moet maken.

Sociale vaardigheden

Donderdag 18 november. 13.30 uur. Klas 1A is doorgaans rustig en enthousiast, maar als de sfeer té vrolijk wordt, grijpen juf Anna of zorgjuf Karen in. Discipline en klasmanagement zijn heilig, net als conflicten snel oplossen.

Anna, die opgroeide in een gezin met Congolese roots, is de eerste leerkracht van kleur in het lerarenkorps van de Mozaïek. Dat lijkt een troef in haar diverse klas. “Toen Diama aan het begin van het schooljaar naar mijn arm wees en zei: ‘Hey juf, kijk! Jij hebt dezelfde kleur als ik,’ wist ik dat dit speciaal was.” Zelf had ze geen rolmodellen van kleur die leraar of advocaat werden. “Dat verandert nu en ik ben blij dat ik mijn steentje kan bijdragen.”

Gautier geeft aan dat ze in haar aanwervingen rekening houdt met de Brusselse realiteit. Haar lerarenkorps was voor de komst van juf Anna nog helemaal blank. “Als ik twee even sterke kandidaten heb, en er zit een persoon van kleur bij, zal ik altijd voor die laatste kiezen.”

Ook in de klas wordt diversiteit benoemd en omarmd. Hafsa volgt in het weekend Arabische les en Anna vraagt haar om daarover kort iets te vertellen tijdens de taalles. “Zo voelt Hafsa zich betrokken en leren haar medeleerlingen iets bij.”

Huiswerk

Vrijdag 19 november. 9 uur. De juf doet een warme oproep aan haar zesjarigen om hun agenda te laten zien thuis. Ze krijgen drie à vier keer per week huiswerk. De agenda is het communicatiemiddel bij uitstek met de ouders. De communicatie verloopt grotendeels in het Nederlands.

1709 school directrice Wendy Gauthier
© Ivan Put
| Schooldirectrice Wendy Gauthier: "Wij weten wat we doen, wij hebben expertise, maar luister alsjeblief naar onze noden. Los het lerarentekort op, kijk kritisch naar de planlast, en biedt ons goede handvaten om onze doelen te bereiken”

Ouders spreken de taal niet altijd voldoende om hun kinderen te kunnen helpen bij schoolwerk. En dus zet een aantal onder hen in op bijlessen. “Elke zaterdag komt er een studente langs die de kinderen twee uur helpt met Nederlands,” vertelt Hélal Fatoumata, de moeder van Mariama Bah uit 1A. Zij is kinderverzorgster en spreekt Frans, haar man is onderhoudsmedewerker in het Afrikamuseum in Tervuren en spreekt een mondje Nederlands, maar zijn moedertaal is het Pulaar, uit Guinee. Het gezin heeft het huiswerk verdeeld: zij doet de cijfers, hij de letters. “We vinden het belangrijk dat onze kinderen goed Nederlands leren spreken en schrijven. Dit land is tweetalig, Mariama en Ibrahim zullen zich zo beter uit de slag kunnen trekken, zeker op de jobmarkt.”

Van den Broeck vindt het van betrokkenheid getuigen dat ouders voor bijles kiezen, maar waarschuwt voor de trend. “Kinderen zouden genoeg aan de school alleen moeten hebben om de doelen te halen, anders creëer je twee snelheden. Maar bijlessen zijn voor allerlei vakken aan een opmars bezig, zeker ook in Vlaanderen.” Hij vraagt zich af of er geen andere modellen in ons huidige onderwijssysteem moeten komen. “Zodat anderstalige ouders ‘s avonds bijvoorbeeld Nederlandse les kunnen volgen op de school van hun kind. Dat zou de zaken mogelijk vooruithelpen.”

De school probeert alvast te investeren in de brug met de ouders, maar de taalbarrière blijft een struikelblok. Een wereldwijd virus helpt de zaken evenmin vooruit. Gautier: “Ik was net voor de eerste lockdown druk bezig om een ouderraad op te richten, maar door corona is dat blijven liggen. Daar moet ik opnieuw werk van maken.”

De ouderlijke interesse is er wel, zo blijkt uit een oproep van de school om naar een expo rond voorlezen te gaan. Op vrijdagmiddag dagen maar liefst zestien ouders op: vijftien moeders, één vader. In de plaatselijke bibliotheek krijgen ze in het Nederlands en het Frans uitleg over het belang van voorlezen en hoe dat ook in de eigen moedertaal kan. En dat je niet altijd hippe boekjes nodig hebt, maar dat ook met een folder van Colruyt een leuk voorleesmoment kan ontstaan.

Schoonste beroep

Zorgcoördinator Sofie Verbaanderd (39) is opgetogen met de hoge opkomst. Ze vertelt hoe triest ze het vindt dat het onderwijs vaak zo alarmistisch in het nieuws komt. Ze behaalde een diploma logopedie aan de universiteit, stapte in een praktijk, maar maakte tien jaar later een carrièreswitch. “Ik werd er niet gelukkig van. Dit werk, in een school, doe ik oneindig veel liever. Het vormende, dat contact met die kinderen. Je ziet ze in het eerste leerjaar binnenkomen, en je begeleidt hen tot in het zesde. Echt waar, het is nog steeds het schoonste beroep ter wereld.”

De uitdagingen in het Brussels onderwijs

BRUZZ buigt zich over de grote werven voor het onderwijs in Brussel. Zo is er niet enkel een tekort aan plaatsen, maar ook aan leerkrachten. En hoe omgaan met heikele zaken als taalgebruik op school?

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.

 

 

Meer nieuws uit Brussel
Vooraan op BRUZZ

Nieuws en cultuur uit Brussel in je mailbox?