analyse

Geld en grond: waarom gemeenten amper Nederlandstalige scholen kunnen oprichten

© Ivan Put

Vlaams onderwijsminister Ben Weyts (N-VA) heeft in het debat rond het plaatstekort in het basisonderwijs uitgehaald naar zuid(oost)elijke Brusselse gemeenten. Daar is het percentage Nederlandstalige plaatsen in sommige wijken soms minder dan 1 procent. Maar die kaatsen de bal terug naar Weyts: “Je moet minstens tien jaar wachten op Vlaamse subsidies. Daarnaast zijn de Vlaamse oppervlaktenormen niet aangepast aan de grootstedelijke realiteit. Grond is hier schaars en duur.”

"Het is toch om te bleiten dat gemeenten met de grootte van een gemiddelde Vlaamse centrumstad, zoals Elsene, Etterbeek, Ukkel, Ganshoren, Watermaal-Bosvoorde of Oudergem, geen Nederlandstalige gemeentelijke basisschool inrichten?”, zei Weyts vorige week, toen hij in de commissie Onderwijs van het Vlaams Parlement ondervraagd werd over het plaatstekort. Die voelen zich niet aangesproken, blijkt uit een rondvraag door BRUZZ.

“Ik was blij om te horen dat minister Weyts dezelfde doelstellingen heeft als wij”, reageert Els Gosse (Groen), Vlaamse schepen in Elsene. "Een Nederlandstalige gemeentelijke basisschool is een prioriteit voor het Elsense college", zegt Gosse. “We weten dat het capaciteitstekort in onze gemeente enorm is, vandaar dat de school ingeschreven staat in ons meerderheidsakkoord.”

Kapers op de kust

Concreet heeft de gemeente intussen een projectleider aangeworven, budgetten vrijgemaakt voor een architectuurstudie en al een tiental locaties bezocht met de architect. “Maar telkens loopt het vast op de hoge eisen vanuit de Vlaamse overheid qua benodigde oppervlakte per leerling”, zegt Gosse.

“Voor een school van 240 leerlingen heb je 4.000 vierkante meter nodig. Dat zijn eisen die niet zijn aangepast aan de specifieke Brusselse grootstedelijke context, bijvoorbeeld de peperdure grondprijzen in Elsene en andere zuidoostelijke gemeentes. Er zijn altijd kapers op de kust vanuit de privésector, die makkelijk het veelvoud kunnen neertellen voor een gebouw, om het om te vormen tot woningen.”

“Bij elk nieuwbouwproject kan de gemeente weliswaar opleggen dat een deel voor voorzieningen wordt voorbehouden, maar dat gaat nooit om 4.000 vierkante meter.”

Deze interactieve kaart toont het aantal plaatsen in Nederlandstalig basisonderwijs tegenover het aantal kinderen in de betrokken wijk. De vastgelegde norm is 20 procent Nederlandstalige plaatsen, 80 procent Franstalige. Bron: BISA/perspective.brussels.

De wachttijd voor een reguliere subsidie van het Vlaamse Agentschap voor Infrastructuur in het Onderwijs (Agion) bedraagt bovendien gemiddeld tien jaar, zegt Gosse. “Een eventuele tijdelijke locatie moet dus eigenlijk al meteen de oppervlakte hebben van de definitieve locatie, want in tien jaar tijd heb je een volledige school opgebouwd.”

De gemeente Zaventem was de lange wachttijden bij Agion zo beu dat ze een lening van 5 miljoen euro is aangegaan om een school te bouwen in deelgemeente Sint-Stevens-Woluwe, aan de grens met het Brussels gewest, meldt de VRT woensdag. Zonder die lening zou de gemeente pas in 2027 kunnen beginnen bouwen, terwijl de subsidieaanvraag al een paar jaar geleden gebeurde.

Geschikte locatie

"Ben Weyts stelt het voor alsof we maar op een knopje moeten duwen om een school uit de grond te doen floepen, terwijl het in realiteit veel moeilijker ligt", zegt schepen Gosse. "Ik hoop dat de minister ons eens uitnodigt op zijn kabinet om eens te bespreken hoe we die gemeenschappelijke doelstelling concreet kunnen realiseren."

Gosse hééft trouwens wel een geschikte locatie op het oog, die dan ook nog eens al is ingericht als een school. “Twee jaar geleden heeft de VGC 315.000 euro geïnvesteerd in een gebouw op de kazernesite, zodat het geschikt was om de leerlingen van de vrije Sint-Lutgardisschool daar een paar jaar op te vangen, tot hun eigen gebouwen verbouwd zijn. In het najaar gaan die leerlingen terug."

"Het gebouw op de kazernesite komt dan vrij en voldoet aan de Vlaamse normen, wat niet evident is. Wij blijven dan ook herhalen dat we vragende partij zijn om daar een gemeentelijke basisschool te starten. De site is echter in handen van het Gewest, dat er plannen heeft voor woningen en studentenkoten. Maar bij woningen horen voor het Elsense bestuur ook voorzieningen, zoals een school.”

Tegelijk zoekt de gemeente al twee jaar samen met gewestelijke planagentschap Perspective.brussels naar een andere geschikte locatie. “De scholenfacilitator van de Dienst Scholen, die bij Perspective.brussels hoort, lanceert volgende week een vastgoedprospectie voor locaties in Sint-Gillis en Elsene.”

In buurgemeente Sint-Gillis staat de ambitie om “de haalbaarheid van een Nederlandstalige school op middellange termijn te onderzoeken” immers in het meerderheidsakkoord.

Brussel Kiest 2018 Groen Sint-Gillis Jos Raymenants plaats 6 inzet 2

“De bestaande scholen in Sint-Gillis zitten zo goed als vol”, zegt bevoegd Vlaams schepen Jos Raymenants (Groen). Verdere capaciteitsuitbreiding is dringend nodig, en Raymenants benadrukt net als Gosse dat de gemeente de Vlaamse overheid én de VGC nodig heeft om een nieuwe gemeenteschool te kunnen financieren.

“Het is bijzonder moeilijk om een betaalbaar gebouw van voldoende grootte te vinden”, zegt Raymenants. “Vandaar dat ik de scholenfacilitator van het Gewest om hulp heb gevraagd. We kijken daarbij vooral naar een locatie in hoog Sint-Gillis – want de drie bestaande scholen liggen in laag-Sint-Gillis –, en we denken daarbij eventueel aan de gevangenissite als die herbestemd wordt."

"De eerste consultatie van de markt moet het college een idee geven van de haalbaarheid. Maar het is nu al duidelijk dat het vinden van een geschikte locatie niet evident zal zijn. De immobiliënprijzen gaan al jaren de hoogte in, met ongeveer 30 procent de voorbije jaren.”

Ook Raymenants noemt de Vlaamse oppervlaktenormen niet op maat van de Brusselse realiteit. “Ze zijn het cruciale struikelblok. Er wordt gemiddeld 8m² per leerling gevraagd. Als je uitgaat van een basisschool van bijvoorbeeld 250 leerlingen (en vaak is de tendens juist meer leerlingen), dan kom je al snel aan 2000 m², op een totale oppervlakte van 2,5km² voor heel Sint-Gillis.”

“Bovendien zou de Vlaamse overheid de complexe procedure kunnen versoepelen, om sneller werk te maken van extra capaciteit. Nu wordt uitgegaan van makkelijk 8 jaar wachttijd op subsidiëring voor een schoolgebouw vanaf de erkenning van de onderwijsinstelling, die pas ten vroegste kan vier jaar nadat je de school bent gestart. Dat betekent dus 12 jaar voor Sint-Gillis als we morgen kunnen beginnen. Dat moet echt sneller kunnen.”

Grond en geld

Carine Gol-Lescot (MR) is de (Franstalige) schepen van Onderwijs in Ukkel. “Het probleem is een locatie te vinden”, zegt zij over gemeentescholen. De schepen wijst erop dat er meerdere Nederlandstalige vrije scholen in de gemeente zijn, en ook een Franstalige immersieschool, waar een aanzienlijk deel van de lessen in het Nederlands plaatsvindt. Het gemeentebestuur verhuist tegen het einde van het jaar naar andere lokalen, en heeft een deel van de huidige gebouwen afgestaan aan de aanpalende basisscholen Sint-Vincentius (NL) en Saint-Vincent-de-Paul (F), die zo allebei kunnen uitbreiden.

RONDE FRANK VAN BOCKSTAL BRUZZ ACTUA 1608

Niet alleen plaatstekort speelt gemeenten parten, ook hun financiële toestand legt hun limieten op. “Ganshoren biedt qua gemeentelijk basisonderwijs enkel twee Franstalige kleuterklasjes aan”, zegt de lokale Vlaamse schepen Marina Dehing (ProGanshoren/CD&V). “Een gemeenteschool bouwen kost heel veel geld, en Ganshoren staat al onder financieel toezicht van het Gewest. Bovendien zouden we ook een nieuw rusthuis moeten voorzien.” De schepen wijst er wel op dat de vrije Sint-Lutgardisschool vanaf september 2021 parallelklassen voorziet, en zo over tien jaar volledig ontdubbeld zal zijn.

In Etterbeek staat in het meerderheidsakkoord dan weer dat de bevoegde Vlaamse schepen Frank Van Bockstal (CD&V) “de financiële haalbaarheid van kwalitatief onderwijs in het Nederlands gaat onderzoeken”. Anderhalf jaar later is daar nog niks van in huis gekomen, bekent Van Bockstal, die Etterbeek trouwens “de gemeente met het dichtste onderwijsnetwerk in België noemt”. “De plannen voor de wijkcontracten in de gemeente zijn ingediend, en het is afwachten of daarna nog financieel haalbaar is een Nederlandstalige gemeenteschool in te richten. Daarvoor is bijvoorbeeld ook een administatieve omkadering bij de gemeente nodig.”

Tegen het najaar of ten laatste begin volgend jaar wil Van Bockstal een "gefundeerd dossier" op tafel van het college kunnen leggen. De gemeentelijke immersieschool in de gemeente is wegens succes wel twee jaar geleden ontdubbeld, zodat er sindsdien twee keer zo veel leerlingen in een Nederlands taalbad ondergedompeld worden.

'Geen plaatstekorten'

Andere gemeenten zien dan weer geen nijpende tekorten. “In Bosvoorde bestonden tot de jaren vijftig-zestig gemeentelijke Nederlandstalige basisscholen. Maar die zijn toen gesloten bij gebrek aan leerlingen”, vertelt Daniel Soumillion (Groen-Ecolo), Vlaamse schepen in Watermaal-Bosvoorde – hoewel niet bevoegd voor onderwijs. “De gebouwen bestaan nog altijd en er staat zelfs nog altijd ‘Jongens-‘ en ‘Meisjesschool’ op, al is de verf intussen flink afgebladderd. Er huizen nu administratieve diensten in.”

In Watermaal-Bosvoorde bestaan geen plannen om die gemeentescholen herop te richten, maar dat betekent niet dat Nederlandstaligen slecht bedeeld zijn, reageert Soumillion op Weyts’ kritiek. “23 procent van de plaatsen in de basisscholen op ons grondgebied zijn Nederlandstalig, terwijl de Nederlandstalige bevolking vermoedelijk een stuk kleiner is.”

“Je kan dit niet zomaar gemeente per gemeente bekijken, er is een algemene aanpak nodig over heel Brussel”, reageert Oudergems schepen van Nederlandstalig onderwijs Lieve Jorens (Groen). “Met steun van de Vlaamse Gemeenschap en de VGC moet bekeken worden waar er nog plaats is voor extra scholen, en op welke locatie die het best voldoen aan de noden. In Oudergem zijn er geen plaatstekorten.”

Brussel Kiest 2018 Groen Oudergem Lieve Jorens plaats 3

De wijk Putdaal is nochtans een rode zone op de capaciteitskaart van het gewest? “Het voorbeeld van de wijk Putdaal is een mooi voorbeeld van waarom je dit probleem ruimer moet bekijken. De wijk valt binnen twee gemeenten en waar het om draait is dat elk kind een plaats kan vinden dicht bij huis. Specifiek voor Oudergem zijn er geen concrete plannen om in deze wijk een Nederlandstalige gemeenteschool te voorzien, omdat deze geen antwoord zou bieden op de noden.”

Sint-Joost

Niet genoemd door Weyts, maar eveneens kampend met een groot capaciteitstekort aan Nederlandstalige kant, zoals uit de kaart blijkt: de gemeente Sint-Joost-ten-Node. Schepen Lydia Desloover (SP.A) bleef daar in januari in de coalitie toen burgemeester Emir Kir uit de PS werd gezet. Ze deed dat volgens haar partij om de rechten van Nederlandstaligen te vertegenwoordigen, en dan in het bijzonder de al lang aangekondigde tweede Nederlandstalige school te realiseren tegen het einde van haar termijn, zij het dan een “waarin meertaligheid centraal zal staan”.

“We werken aan het subsidiedossier om het snel bij het Vlaamse Agentschap voor Infrastructuur in het Onderwijs (Agion) in te dienen”, zegt Desloover. Op de vraag of die subsidieaanvraag betekent dat het effectief een Nederlandstalige school wordt? “Over het pedagogische poject van de school moeten we nog beslissen. Brussel is de meest kosmopolitische stad in de wereld na Dubai. Twee derde spreekt noch Frans noch Nederlands. Ik hoop u over een paar maanden uitsluitsel te kunnen geven.”

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.

 

 

Lees ook

Nieuws en cultuur uit Brussel in je mailbox?