analyse

Kortere vakantie, meer leerkrachten en de lat omhoog: de uitdagingen voor dit schooljaar

© Saskia Vanderstichele

Een fris begin voor de leerlingen, een nieuwe klas voor de leerkrachten en het rijk der vrijheid voor de ouders: iedereen viert de start van het nieuwe schooljaar. Toch loopt niet alles over rozen in onderwijsland. BRUZZ stelde een panel deskundigen samen, en vroeg meteen wat de belangrijkste uitdagingen voor 2021-2022 zijn. “We willen in Molenbeek graag creatief zijn, maar de uren die we krijgen om leerlingen te ondersteunen, krijgen we niet eens ingevuld.”

Lerarentekort

“Het allermoeilijkste is personeel vinden,” zegt Sophie Allein, directeur van het GO! Atheneum Etterbeek. “Zelfs al zijn we als school geliefd bij leerkrachten, dan nog vinden we moeilijk goeie leraren. Zo hebben we nog altijd een vacature openstaan voor wetenschappen en wiskunde, en krijg ik net het nieuws dat een kandidaat voor een andere vacature afhaakt, omdat ze dichter bij huis – buiten Brussel – een aanbieding heeft gekregen. En dat terwijl het schooljaar al begint.”

Dat betekent ook herschikken en schuiven binnen het bestaande lerarenkorps. Voor Els Lenaerts, lerares in de Vier Winden Basisschool in Molenbeek, heeft dat nare gevolgen. “Ik heb altijd fulltime les gegeven, maar dit jaar wilde ik een 4/5de opdracht, om zo eindelijk de weekends vrij te hebben, en geen correctie- of voorbereidings­werk te hebben. Maar dat is moeilijk als klasleerkracht, dus koos ik ervoor zorgleerkracht te worden in de eerste graad: extra ondersteuning geven aan bijvoorbeeld taalzwakkere leerlingen. Nu blijkt dat we de vacature voor het derde leerjaar niet ingevuld krijgen, waardoor ik het toch niet zal doen. En ik had mijn lokaaltje al helemaal ingericht.”

2010901 1765 ONDERWIJS Sven Gatz

Het tekort doet zich voor in alle scholen, welk onderwijsnet dan ook. “In de lagere scholen alleen zoeken we nog 30 fulltime leerkrachten, in het middelbaar onderwijs zeker nog 15,” stelt Bruno De Lille, directeur van de scholengroep Sint-Goedele Brussel, goed voor achtduizend leerlingen. “Vroeger vielen er in de loop van het jaar weleens gaten. Nu is dat al bij de opstart. Dat is ongezien. Ik weet nog niet hoe we aan elke leerling een leerkracht zullen kunnen geven. Als het moet met mensen die nu aan beleidsondersteuning doen of de directie bijstaan. Het moét lukken, maar ik krijg er grijze haren van.”

Behalve de klassieke verklaringen, zoals de vlakke loopbaan en de gedaalde status van het beroep, speelt ook een specifiek Brussels probleem. “Vlaanderen geeft dit jaar heel wat extra middelen aan ondersteuning voor taal, ICT en kleuteronderwijs,” zegt De Lille. “Daar zijn we op zich heel blij mee, maar voor Brussel is dat een vergiftigd geschenk. Want daardoor vinden de leerkrachten die uit Vlaanderen komen makkelijker een job in hun eigen gemeente, waardoor ze niet meer die extra kilometers naar Brussel willen afleggen.”

Els Lenaerts beaamt dat. “Wij hadden net nog het raarste sollicitatiegesprek ooit. Terwijl je normaal peilt naar de competenties van de gemotiveerde sollicitant, moesten wij háár, iemand uit Vlaanderen, overtuigen om bij ons in Molenbeek, te komen werken. Het is niet gelukt. De afstand, maar ik denk dat onze wijk ook meespeelde. Niet iedereen ziet dat zitten.”

Het lerarenkorps verbrusselen is dan ook een speerpunt voor minister Sven Gatz (Open VLD), in Brussel bevoegd voor Onderwijs. “Maar liefst 91,7 procent van de leerkrachten in Brussel komt uit Vlaanderen. Dat moet veranderen, met als eerste stap de Brusselse jongeren die een lerarenopleiding volgen. Maar dat gaat langzaam. De eerste resultaten verwacht ik pas over vier tot vijf jaar.”

Plaatstekort

Zelfs al worden alle leerkrachten gevonden, dan nog zijn er meer leerlingen dan stoelen. En dat is al jaren een probleem. Toch doet de Vlaamse Gemeenschapscommissie (VGC) flink haar best om de demografische groei bij te benen, eerst door vooral in het lager onderwijs capaciteit bij te creëren, en nu in het middelbaar onderwijs. “Het gaat om duizend bijkomende plaatsen per jaar,” zegt minister Gatz. “Het is een probleem, maar als het jaar écht begint, vinden de meeste kinderen wel een plaats in het Nederlandstalige onderwijs.”

Dat de VGC flink bijbouwt, is ook De Lille niet ontgaan. “We worden goed geholpen door de VGC,” zegt hij. “Maar het is niet voldoende om over een mooi gebouw te beschikken, je moet ook leerkrachten en werkingsmiddelen hebben om alles in te vullen. Bij een nieuwe secundaire school, bijvoorbeeld in Schaarbeek, moeten wij die middelen het eerste jaar uit eigen zak betalen. Dat doet de overheid om te verhinderen dat iedereen zomaar een nieuwe school zou beginnen. Voor ons zijn dat serieuze financiële kosten, want ál onze scholen zijn in uitbreiding. Wij vragen aan Vlaams minister van Onderwijs Ben Weyts (N-VA) om over de brug te komen. Wij helpen jullie het capaciteitstekort op te lossen. Help ons dan ook.”

Sven Gatz wil nuanceren. “Als je een bepaald jaar moet overbruggen, is dat inderdaad niet ideaal, maar je kunt dat incalculeren. De Vlaamse overheid is wel degelijk royaal in haar middelen voor onderwijs. Het is het enige domein met een 'open end financiering': meer leerlingen betekent automatisch meer geld.”

Lat omhoog

Heel veel leerlingen spreken thuis geen Nederlands. Dat maakt het leren lastiger, en al zeker als er geen studiesfeer hangt. “Ik wist dat veel van onze leerlingen in kansarmoede leven, maar dat het zo erg was, had ik toch niet verwacht,” zegt Els Lenaerts, die door de videolessen tijdens corona onbedoeld een glimp kon opvangen van hoe haar Molenbeekse ketten wonen. “Met veel in een kleine ruimte, die dan ook nog eens volgepropt staat ook ... Het was echt schrikken.”

Het lijkt haar nog extra te motiveren. “Wij kiezen ervoor om les te geven in historisch Molenbeek en doen dat met hart en ziel. Het is voor ons geen probleem om daarom wat creatiever uit de hoek komen, maar de zorguren die we hebben om leerlingen te ondersteunen, kunnen we door het lerarentekort niet gebruiken. We willen heel graag, maar botsen op een praktisch probleem waar we geen vat op hebben.”

Dat er in een stad als Brussel soms anders lesgegeven wordt dan in een Vlaams dorp, is ook voor De Lille een evidentie. “Als ik dan lees in de kranten dat het niveau niet altijd is wat het zou moeten zijn, dan vind ik dat frustrerend. We zijn absoluut geen vragende partij om de lat lager te leggen, maar we moeten de leerlingen wel helpen om erover te raken. Daarvoor hebben we middelen nodig. Welke? Extra personeel bijvoorbeeld om de klassen kleiner te maken, of om een co-teacher in te schakelen of om te differentiëren. Maar dat is, gezien het lerarentekort, niet evident.”

1765 Onderwijs rug terug naar school 1
© Saskia Vanderstichele

Voor directeur Sophie Allein zou het dan weer helpen mochten leerkrachten meer met hun lessen bezig kunnen zijn. “Dat kan door de juridisering en papierlast voor de leerkrachten te verminderen. Veel collega's vinden dat een verschrikking. Van elk oudercontact of coachinggesprek moet er een verslag gemaakt worden, want er zou maar een leerling een beslissing kunnen aanvechten. Elk jaar zijn dat er maar één of twee, maar daardoor moeten we ook voor de andere 998 leerlingen de administratie tiptop in orde houden.”

Corona

En dan corona. Alle panelleden schoven het vervelende virus pas als derde of vierde uitdaging naar voren – zoveel prangender zijn de andere problemen. Daarenboven is het einde ervan nu wel in zicht. Of niet?
“Het is nog niet gedaan hé. De schrik voor de vierde golf zit er goed in,” zegt juf Els Lenaerts. “Zeker als je leest dat veel mensen besmet uit Marokko terugkomen. Terwijl de vaccinatiegraad in Molenbeek helemaal niet hoog is.”

Els Lenaerts, leerkracht in De Klimpaal in Molenbeek

Voor Lenaerts duurt het allemaal veel te lang. “Voor mijn leerlingen nu is dit het derde schooljaar met corona. Zij hebben de lagere school nooit anders gekend. Ik heb ze nog nooit mogen aanraken en ze houden automatisch anderhalve meter afstand. Dat vind ik wel vies. Van nieuwe collega's weet ik dan weer niet hoe ze er onder dat mondmasker uitzien. Als je gaat voor een warm schoolklimaat, is erg moeilijk.”

Het afgelopen jaar was niet leuk, besluit Lenaerts. “Geen pintje meer op vrijdag in de Walvis, geen ladies night met de mama's, waar de sluiers uitgaan, geen bosklassen. Daarom gaan we dit jaar expliciet voor plezier. We moeten wat lichtheid geven.”

De roep om weer normaal les te kunnen geven klinkt luid, én wordt gehoord. Het antwoord klinkt intussen bekend in de oren. “Vaccinatie is de makkelijkste weg naar lessen zonder mondmasker,” zegt Sven Gatz. “Daarbij hanteren we twee modellen: ofwel gaat de school met de leerlingen naar een vaccinatiecentrum in de buurt dat nog open is. Voor andere scholen is er dan weer vaccinatie mogelijk op de campus. Nu is 22 procent van de leerlingen in het secundair onderwijs gevaccineerd. We hopen toch nog twee derde te kunnen overhalen om dat ook te doen. Om principiële én praktische redenen. De 16- en 17-jarigen kunnen zelf beslissen. Bij de 12- tot 15-jarigen is een schriftelijke verklaring van de ouders nodig.”

Vakantie

Tot slot, de vakantie. Want hoewel het schooljaar nog maar net begonnen is, sluimert het debat over de negen weken lange, grote vakantie.
De panelleden spreken in hun eigen naam, maar allemaal zijn ze er voorstander van om die met twee weken in te korten, en die weken dan aan de herfst- en krokusvakantie te plakken. Zoals dat in 2022-2023 in het Franstalig onderwijs wordt ingevoerd.
“Zo is de leerachterstand na de zomer minder groot én krijgt iedereen de tijd om tijdens die andere vakanties de batterijen op te laden,” zegt Bruno De Lille. “Ook de leerkrachten.”

Want zo'n weekje is maar kort, bevestigt Els Lenaerts, die aan het begin van de vakantie altijd nog wat moet opruimen, verbeteren of cursussen op orde brengen, om aan het einde ervan alweer lessen te moeten voorbereiden.

Sophie Allein wijst er dan weer op dat er veel families zijn die kinderen hebben in het Franstalig én het Nederlandstalig onderwijs. “Met corona zagen we daar al problemen mee: de ene school ging open, de andere weer dicht. Meer overleg zou goed zijn.”
Tijd voor wat politiek gelobby dus. En jawel, dat gebeurt al. “Ik heb minister Weyts laten weten dat ik het Franstalige systeem graag zou overnemen. Niet alleen om de scholen in Brussel op elkaar af te stemmen, maar omdat het gewoon een goeie regeling is,” zegt Sven Gatz. “Nu is het nog alle hens aan dek om het lerarentekort op te lossen, maar eens zal dat debat weer opflakkeren. Tegen Kerstmis zou ik dan graag willen weten of die Franstalige regeling ook voor de Vlaams-Brusselse scholen zal gelden.”

De schooldirecteur

Sophie Allein (53) Woont in Stad Brussel Sinds 2019 directeur van het Go! Atheneum Etterbeek Stond zeventien jaar voor de klas als fysica- en wiskundeleerkracht Studeerde fysica aan de VUB

De minister

Sven Gatz (54) Woont in Jette Brussels minister van onder meer Financiën en Meertaligheid voor Open VLD, en binnen de VGC ook bevoegd voor Onderwijs Was eerder Vlaams minister van Cultuur, Jeugd, Media en Brussel en voorzitter van de Federatie van Belgische Brouwers Studeerde rechten aan de KU Leuven en Bestuursrecht aan de UL.

De leerkracht

Els Lenaerts (45) Woont in Koekelberg Geeft les aan het derde leerjaar aan de Vier Winden Basisschool in Molenbeek Nog kleuterjuf en theatermaak ster geweest. Ook bekend van het - initiatief ‘Ieder kind een stoel’ Studeerde leerkracht lager onderwijs in Sint-T

De scholengroepdirecteur

Bruno De Lille (48) Woont in Stad Brussel Sinds 1 september 2020 directeur van de scholengroep Sint-Goedele Brussel Voordien Brussels parlementslid en staatssecretaris voor Groen Studeerde Woordkunst aan het Koninklijk Conser vatorium Antwerpen

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.

 

 

Meer nieuws uit Brussel
Vooraan op BRUZZ

Nieuws en cultuur uit Brussel in je mailbox?