bijgedachte

Niet sollen met de kinderzorg

© Elke Van Oost

Het is de nieuwe politieke cultuur. Komt er een minister in moeilijkheden door een schandaal, dan heeft de administratie de boter gegeten. We zagen het al met PFOS, we zien het nu ook met het dramatische overlijden van een baby in een crèche in Mariakerke.

Meerderheid en oppositie namen Vlaams minister van Welzijn Wouter Beke (CD&V) onder vuur, maar de minister vindt niet dat hij enige verantwoordelijkheid draagt. Hij vraagt nu een audit van Kind & Gezin, de administratie van de kinderopvang in Vlaanderen. Die moet nagaan waar de zorginspectie faalde. Zo is de angel er voor de veelgeplaagde minister Beke alweer uit. En kan hij zijn mandaat rustig voortzetten. Maar of daarmee het maatschappelijk probleem van de baan is, is nog maar de vraag.

Steven Van Garsse, chef BRUZZ-magazine

Of Beke nu ontslag moest nemen of niet, is misschien niet de belangrijkste kwestie. Wel of het voorval in Mariakerke geen huizenhoog probleem aan de oppervlakte brengt bij de organisatie van de Vlaamse kinderopvang.

Het antwoord is ja.

Laten we eerst zeggen dat de sector van de kinderopvang er een is die sowieso te weinig aandacht krijgt. Dat is tijdens corona gebleken. De crèches bleven gewoon open, ook tijdens de lockdown, werden later ook hard getroffen door besmettingen en uitval van personeel. In die moeilijke omstandigheden hielden de crèches stand. Ze zaten en zitten op hun tandvlees. Maar iedereen vindt dat doodnormaal.

Fundamenteler is dat de sector er sinds de hervorming van 2014 niet echt op vooruit is gegaan, tenminste als men vertrekt vanuit het welzijn van het kind.

Dat heeft te maken met de gewijzigde kindratio. Om crèches rendabeler te krijgen en als oplossing voor de tekorten op de arbeidsmarkt, is het aantal begeleiders opgetrokken van 1 per 6,5 kinderen naar 1 per 8 kinderen. Minder begeleiders dus voor meer kinderen. Bovendien zijn de diploma­vereisten voor de kindbegeleiders versoepeld.

Ook het vrijemarktprincipe blijft in belangrijke mate van toepassing. Een crèche moet minstens break-even draaien en een businessplan is een eerste vereiste voor de opstart van een kinderdagverblijf. Wat dat allemaal voor onze baby’s en peuters betekent, is minder van belang. Crèches worden in de eerste plaats gezien als een ondersteuning en noodzakelijke voorwaarde voor de economische ontwikkeling van Vlaanderen. Want daardoor komen er arbeidskrachten vrij die anders voor de kinderen zouden moeten zorgen. Het belang van het jonge kind komt daarmee alweer op de tweede plaats.

Studies tonen nochtans aan hoe belangrijk de zorg voor het kind is in het eerste levensjaar. We hebben in België een traditie om baby’s al enkele maanden na de geboorte naar de crèche te brengen. Met die zorg mag dus niet gesold worden.

Dat het anders kan, bewijst Elmer, een organisatie die vier crèches onder haar hoede heeft. Een Brussels voorbeeld dan nog, dat door experten met toenemende interesse wordt bekeken. Elmer heeft aan de kinderopvang meteen een tewerkstellingstraject gekoppeld. Jonge kindbegeleiders in spe, veelal zijinstromers, doen er hun eerste ervaring op. Dat is niet alleen goed om de krapte op de arbeidsmarkt te lenigen, het levert meteen meer handen op in de crèche. In het jargon: de kindratio kan omlaag. Een voorbeeld dat navolging verdient, zegt professor Michel Vandenbroeck van de Universiteit Gent in De Standaard.

Het staat in schril contrast met wat de Stad Antwerpen zopas heeft aangekondigd. Het bestuur trekt extra geld uit voor bewakingscamera’s in de crèches, om potentiële mishandelingen te beteugelen. Dat soort technocratisering helpt de sector geen moer vooruit. Laat staan het welzijn van het jonge kind.

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.

 

 

Meer nieuws uit Brussel
Vooraan op BRUZZ

Nieuws en cultuur uit Brussel in je mailbox?