kijk op 2017

Jan Lauwers: 'Ook een mislukte kunstenaar is interessant'

Jan Lauwers: 'Ik ben eigenlijk niet iemand die erop uit is een ander zijn boek te bewerken, want ik schrijf liever mijn eigen teksten.'© Ivan Put

Begin deze maand ging in Antwerpen Jan Lauwers’ theater­bewerking van Stefan Hertmans’ bestseller Oorlog en terpentijn in première. Een mooie bekroning van een druk verjaardagsjaar voor zijn Needcompany, dat zopas naar Molenbeek verhuisde. 'Hier gaan nog heel interessante dingen gebeuren.'

Het jaaroverzicht 2017 ziet er bij Jan Lauwers en Needcompany als volgt uit: in januari maakten ze in Montpellier het stuk Begin the beguine, op basis van de laatste tekst van cineast John Cassavetes. In maart verhuisden ze na 25 jaar van Brussel-centrum naar MILL in de voormalige sigarettenfabriek Gosset in Molenbeek.

In april maakten twaalf mensen van Needcompany samen met twaalf Taiwanese dansers The time between two mistakes op het internationale kunstenfestival in Taipei, en begon ook de tentoonstelling Silent stories met beeldend werk van Lauwers te lopen in Bozar.

Daarna werd het tijd om te beginnen aan decor en kostuums voor Lauwers’ operaregie van Monteverdi’s L’incoronazione di Poppea, die in 2018 op de Salzburger Festspiele in première gaat. En om Stefan Hertmans’ bestseller Oorlog en terpentijn naar de scène te vertalen. En dan laten we alle reizende en hernemende voorstellingen, en de projecten van de andere Needcompany-artiesten, zoals Lauwers’ eega Grace Ellen Barkey, nog onvermeld.

“We zijn sterk bezig,” vindt Lauwers ook. “We hadden een wat lastige transitieperiode achter de rug. We moesten nieuwe mensen inwerken, en de crisis dwong ons harder te knokken voor onze plaats op de grote podia in het buitenland. Maar met het succes van The blind poet en de goede ontvangst van Oorlog en terpentijn hebben we weer een boost gekregen.”

Het is niet evident om Oorlog en terpentijn voor het theater te bewerken, maar misschien wel dat jij dat zou doen, gezien je band met Stefan Hertmans.
Jan Lauwers: Ik ken Stefan inderdaad al lang. We kennen elkaars werk en we gaan af en toe eens samen iets eten. Ik heb in het verleden regelmatig samengewerkt met zijn vrouw Sigrid Bousset, en ook onze kinderen kennen elkaar. Maar ik ben eigenlijk niet iemand die erop uit is een ander zijn boek te bewerken, want ik schrijf liever mijn eigen teksten.

Alleen raakte dit boek een aantal elementen uit mijn eigen familieverhaal aan. Ik had ook een vroeggestorven, getraumatiseerde grootvader die schilder-kopiist was en de Eerste Wereldoorlog meemaakte, maar daar nooit over had verteld. Ik was lang van plan om uit te zoeken wat er met die man was gebeurd, maar toen Oorlog en terpentijn verscheen, hoefde ik dat niet meer te doen, want alles stond daar al in.

De bewerking blijft trouw aan de tekst, maar elimineert wel grote delen, en legt het vertel­standpunt bij het vrouwelijke personage, dat vertolkt wordt door Viviane De Muynck.
Lauwers: De melancholische mijmeringen van Stefan als de onderzoekende kleinzoon heb ik eruit gehaald, omdat ik geen Stefan Hertmans-­figuur op de scène wilde zetten. Viviane speelt de tragische rol van Gabrielle, de vrouw van grootvader Urbain, die in het boek een kleine maar belangrijke rol speelt, net zoals de andere vrouwelijke personages. Haar heb ik op het voorplan gehaald om afstand te nemen van het boek, en om een ander conflict te creëren.

Een groot deel van het boek is er dus wel uit, maar de conflicten die erin zaten heb ik als leidraad gebruikt. En kiezen voor Viviane was natuurlijk evident. De directeur van het Malta Festival in het Poolse Poznan zei na de première nog dat hij haar de grootste actrice van Europa vindt.

Met de theaterbewerking breng je ook het medium van de beeldende kunst binnen in een verhaal dat daarover gaat.
Lauwers: Het is een ode aan de kunst. Wat zo geweldig is aan dat boek, is dat het gaat over een man die de twintigste eeuw vervloekt, terugkeert naar de kunst van voor die tijd, en mede daardoor faalt als kunstenaar. Maar ook een mislukte kunstenaar is interessant. Zoals Hugo Claus zei: “Ik weet hoe moeilijk het is een slecht boek te schrijven. Het vergt dezelfde aandacht, energie, zelfdiscipline als een goed boek.”Ik heb ook een oom gehad die wansmakelijke schilderijen maakte, maar bezeten was door kunst en schoonheid. Hij toonde me zijn kunstboeken en leerde me waarnemend tekenen vanaf mijn vijfde. Nu weet ik pas wat dat voor mij heeft betekend.

1597 Jan Lauwers
© Ivan Put
| Jan Lauwers: 'Ik doe ook nog heel extreme dingen hoor, maar dan voor een kleiner publiek.'

Het lijkt me wel boeiend om te zien hoe het publiek van de bestseller zich vermengt met het publiek van Jan Lauwers.
Lauwers: Ik heb dit stuk ook willen maken voor een groter publiek. Ik vind het fijn om alles wat ik de afgelopen dertig jaar heb onderzocht goed te communiceren. Sinds De kamer van Isabella (uit 2004, mb) ben ik daarmee bezig, en nu heb ik daar nog een stap verder in gezet door een soort anekdotiek binnen te brengen in de regie. Zo staat er een bed op de scène, wat ik vroeger nooit gedaan zou hebben, en waar Viviane trouwens eerst heel boos om was.

Je creëert voor jezelf een ander soort uitdaging wanneer je je eigen dogma’s in vraag stelt. Je kunt trouwens een groter publiek bereiken en tegelijk een bepaalde radicaliteit aanhouden. Dat heb ik geleerd door in China te werken (waar Lauwers de expo Silent stories creëerde, mb). Dictatuur en censuur zorgen er daar voor dat je je moet aanpassen om iets te bereiken. Maar het is juist interessant om als radicale kunstenaar om te gaan met de radicale eisen die zo’n maatschappij stelt. Ik doe ook nog heel extreme dingen hoor, maar dan voor een kleiner publiek.

Wat vandaag opvalt: het publiek lust fictie nog liever als er een waargebeurd, persoonlijk verhaal van de auteur in doorschemert.
Lauwers: Dat zie je bij Oorlog en terpentijn en bij De kamer van Isabella, dat over mijn vader ging: twee werken die iets hebben opengebroken in onze respectieve oeuvres. De twintigste eeuw heeft de kunstenaar waarschijnlijk toch iets te veel afgescheiden van het publiek en het maatschappelijke debat.

Zowel Stefan als ik staan graag in dat debat, maar we maken natuurlijk geen documentair theater. Stefan is heel duidelijk een dichter. Wij gaan uit van fantasie. Het witte blad is nog altijd de basis. Maar dat blad ligt wel in de hele wereld.

Je hebt ook gepast voor de anekdotiek van de Eerste Wereldoorlog-herdenkingen.
Lauwers: Je kunt niet werken met zandzakjes en plastic geweren. Maar ik wilde wel oorlog. Ik twijfel zelfs nog altijd of de scène waarin de performers elkaar verrot slaan, niet langer had moeten zijn. Ook in het boek zijn de verveling en de afstomping van de oorlog voelbaar.Ik zocht naar een metafoor daarvoor, maar we moeten erover waken dat die niet te virtuoos en behendig wordt gebracht. Alles moet kapot. Al is een gedeserteerde Syrische vluchteling die Stefan en ik kennen gecrasht toen hij dat gevecht zag. Dan zie je wat een trauma teweegbrengt, en daar word je toch stil van.

Doordat de vrouwelijke performers genadeloos werden betrokken in de gevechten en verkrachtingen op scène, moest ik ook even aan #metoo denken.
Lauwers: Ik denk dat iedereen daar tegenwoordig aan denkt. We hebben er in de groep ook over gesproken. Een man uit het publiek die ik niet kende, kwam me na de voorstelling vragen waarom de vrouwelijke performers een beha dragen op het moment dat de mannen het bovenlijf ontbloten. Het klopt dat die ene keer dat Urbain een naakte vrouw ziet, bepalend is in zijn leven, maar hij bant het moment ook meteen uit zijn geheugen. En de seksuele tragiek binnen zijn huwelijk met de zuster van zijn gestorven geliefde heeft daar zijn wortels.

Ik heb mezelf ook in vraag gesteld door die #metoo-verhalen, want ik vond en vind het wel oké als acteurs naakt zijn – ook de mannen. Ik doe het wel weinig, omdat ik vind dat het afleidt en dus duidelijk iets moet betekenen. Maar je merkt dat er meer over gesproken wordt dan vroeger.

Toen Needcompany begon, waren we allemaal even oud en neukte iedereen met iedereen. Omdat dat leuk was. Nu ben ik zestig en klop ik wel voor ik de kleedkamer binnenga. Bij Needcompany wordt het heel zuiver gespeeld, daar ben ik zeker van. Maar mensen die in de performancewereld zijn opgegroeid of audities komen doen bij Needcompany kennen het oeuvre, en weten natuurlijk ook dat als ze met mij of Grace werken, ze weleens naakt zouden kunnen spelen.

In Begin the beguine zit bijvoorbeeld heel veel bloot, en daar hebben de vier performers voor gekozen. Naakt op zich is dan ook het probleem niet. In dat stuk is het zelfs grappig.

Verder al wat thuis hier in Molenbeek?
Lauwers: We doen de laatste aanpassingen, en dan gaan we ook wat verder uitzoeken hoe we MILL ook toegankelijk kunnen maken voor de buurt. Je kan hier geen voorstellingen tonen, maar wel leuke undergroundavonden houden. Met Cinemaximiliaan (de pop-up­cinema voor en met mensen op de vlucht, mb) hebben we hier al onze film Goldfish game getoond, over Chinese vluchtelingen, en we zullen zien wat we nog meer kunnen doen.

Maar onze opdracht is natuurlijk kunst. Gelukkig kun je daar in een fantastische stad als Brussel ook veel mee doen. Kijk naar al die expliciete muurschilderingen in de publieke ruimte en de reacties daarop. Of de naakt­fietsers die in het midden van de ramadan protesteren tegen het fietsbeleid. Daar werd niemand agressief van.

In Molenbeek komen trouwens almaar meer kunstenaars wonen en gaan nog interessante dingen gebeuren. Dat ze Molenbeek nu in de hele wereld kennen, is dan geen nadeel.

Ondertussen staan je kinderen Victor en Romy Louise klaar om de boîte hier over te nemen.
Lauwers: Zij maken met Lisaboa Houbrechts deel uit van het collectief Kuiperskaai, dat hier kantoor en repetitieruimte heeft. Ik bewonder hoe mijn kinderen met kunst omgaan en een groep rond zich hebben verzameld om dat te doen.

Ik kan er zelfs emotioneel van worden als ik zie hoe jonge mensen, in een maatschappij die zich toch enorm snel ontwikkelt en waarvan we heel veel dingen niet meer begrijpen, toch behendig en kritisch hun weg vinden. Maar ik heb daar geen verdienste aan. Ik ben vergeten hen op te voeden, denk ik. (Lacht)

Wie is Jan?

Jan Lauwers (Antwerpen, 1957) is theatermaker, beeldend kunstenaar, muzikant en regisseur. Hij studeerde schilderkunst, maar richtte eind 1979 het Epigonentheater op, een collectief waarmee hij tot de vernieuwende ‘Vlaamse golf’ in de podiumkunsten behoorde. Needcompany richtte hij op in 1986.

Jan Lauwers en Needcompany kregen verschillende prijzen, residenties en gastregies in het buitenland. In eigen land werden creaties als De kamer van Isabella (2005) en De blinde dichter (2015) geselecteerd voor Het Theaterfestival.

Rond Needcompany cirkelen andere kunstenaars en projecten, zoals Grace Ellen Barkey (Lauwers’ vrouw), Maarten Seghers, Ohno Cooperation, Lemm&Barkey en Kuiperskaai (met Lauwers’ kinderen Victor en Romy Louise). Zopas ging Needcompany’s bewerking van Oorlog en terpentijn in première.

> Oorlog en terpentijn. 27 > 30/3, 20.30, Kaaitheater, Brussel-Stad

Kijk op 2017

BRUZZ dook in de eigen archieven voor een overzicht van het voorbije jaar. Samen met experten blikken we terug op een voor de hoofdstad bijzonder bewogen jaar.

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.

Oproep: Lees of reageer je wel eens op online comments, op nieuwssites of social media? Wil jij bijdragen aan een constructief online debat? Doe dan nu mee met het RHETORiC-onderzoek en ontvang een waardebon. Meer info en inschrijven.

Lees ook

Nieuws en cultuur uit Brussel in je mailbox?