interview

Sven Gatz: 'Politici moeten niet altijd het voorbeeld geven'

Sven Gatz (Open VLD), Minister van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, belast met financiën, begroting, openbaar ambt, promotie van meertaligheid en het imago van Brussel.© Bart Dewaele

Dat hij als minister van Begroting onvoorziene miljoenen uitgeeft, vindt hij geen groot probleem. Als VGC-collegelid voor Onderwijs wil hij meer scholen bouwen in wijken waar Nederlandstaligen een plaats zoeken. Tussendoor vond Sven Gatz nog tijd om in de Black Lives Matterbetoging mee te lopen. “Ooit zei ik dat racisme hier niet zo erg is. I've been proven wrong.”

Wie is Sven Gatz?

  • 53 jaar
  • Geboren in Sint-Agatha Berchem
  • Drie kinderen
  • Woont in Jette
  • Volgt middelbaar onderwijs in het Sint-Pieterscollege in Jette
  • Studeert rechten aan KU Leuven
  • 1995-2004: Brussels parlementslid (Volksunie, daarna Spirit en Open VLD)
  • 2001-2012: Vlaams Parlementslid
  • Van 2011 tot 2014: directeur Belgische brouwers
  • 2014-2019: Vlaams minister van Cultuur, Jeugd, Media en Brussel
  • Brussels minister van Financiën, Begroting, Openbaar Ambt en Meertaligheid, bevoegd voor Onderwijs in de VGC

We hebben met Gatz (Open VLD) afgesproken op het terras van de Caberdouche, op het lommerrijke Vrijheidsplein. De liberaal is zichtbaar opgetogen dat dit niet de zoveelste videocall wordt. Dat hij de voorbije dagen een paar keer onder vuur is gekomen – als deelnemer aan de BLM-betoging én als minister die het begrotingstekort laat aandikken – lijkt hem weinig te deren. “Een minister mag zijn geweten volgen. En wat dat tekort betreft: mensen moeten beseffen dat Brussel nog steeds ondergefinancierd wordt. Men maakt van ons een bedelaar, terwijl we dat niet zijn.”

Was u een telewerkende minister?

Sven Gatz: Zelf werkte ik meestal op het kabinet, waar we vaak maar met zijn drieën waren. Maar ik geloof wel in het potentieel van telewerk. We willen dat zowel voor de administratie van de Vlaamse Gemeenschapscommissie (VGC) als voor het Gewest stimuleren. Of dat dan twee dagen of meer is per week moeten we nog bekijken. Het kan een mooie manier zijn om de work-lifebalans te verbeteren en tegelijk een deel van de mobiliteitsknoop te ontwarren. Als je 5 procent van de filedruk met telewerken kan wegnemen en 5 procent met fietsen, maakt dat al een verschil.

Sven Gatz (Open VLD), Minister van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, belast met Financiën, Begroting, Openbaar Ambt, de Promotie van Meertaligheid en van het Imago van Brussel.
© Bart Dewaele
| Sven Gatz: "Je kan niet klagen over de mobiliteitsdruk en tegelijk telewerk tegenhouden. De lokale economie en de overheidsfinanciën zullen dat voelen en als beleid zullen we daarop moeten inspelen."

Als telewerk op grote schaal wordt gestimuleerd, zullen administraties en bedrijven minder ruimte nodig hebben in Brussel. Dat zou weleens flink lagere inkomsten kunnen betekenen voor het Gewest, want de inkomsten uit immobelastingen zijn een belangrijke geldbron.

Gatz: Ik ben me daarvan bewust, maar je kan niet klagen over de mobiliteitsdruk en tegelijk telewerk tegenhouden. De lokale economie en de overheidsfinanciën zullen dat voelen en als beleid zullen we daarop moeten inspelen. We zullen ook een beetje moeten investeren in die omslag. Al was het maar omdat mensen ook thuis een goede stoel nodig hebben.

Wat is u persoonlijk het meest opgevallen in de stad de afgelopen maanden? Hoe is die veranderd?

Gatz: We zitten nog maar in de helft van de match, dus hoed ik me voor definitieve analyses. Het viel me wel op dat mensen vaker groetten op straat. Wat ook heel confronterend was in mijn hectische ministerleven, is dat je ’s avonds plots thuis zit en vaststelt dat dat ook gaat. Dit is niet enkel een sociale, economische en gezondheidscrisis, maar ook een filosofische. Je denkt na over je leven en het model waarin je meedraait. Dan groeit bijvoorbeeld het besef dat meer telewerken een stap vooruit zou zijn.

Het openbare leven herneemt nu steeds meer, maar toch zijn er mensen die nog steeds angstvallig binnen blijven. Met een deel van de leerlingen in het Nederlandstalig onderwijs hebben de scholen ook geen contact meer. Hoe groot is dat probleem?

Gatz: Ik ga ervan uit dat we vijf procent van de leerlingen die we voor de crisis in de klassen hadden niet meer bereikt hebben sinds de corona-uitbraak. Die harde kern zullen we op een of andere manier opnieuw moeten bereiken. De zomerscholen zullen daarbij helpen.

Maar die zomerscholen zijn net vrijwillig, terwijl die leerlingen zelfs niet voor het verplichte onderwijs opdagen.

Gatz: Dat is een valkuil, ja. Maar de VGC heeft met haar eigen zomerschool wel wat ervaring met het aantrekken van moeilijker bereikbare groepen. We kunnen de bijkomende zomerscholen daarmee ondersteunen.

Sven Gatz (Open VLD), Minister van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, belast met financiën, begroting, openbaar ambt, promotie van meertaligheid en het imago van Brussel

Hoeveel zomerscholen worden er nu georganiseerd?

Gatz: We hebben vandaag al weet van negentien scholen en daar kunnen er nog bij komen. Maar voor de moeilijke groep die we nu kwijt zijn, hebben we daarmee nog geen oplossing op korte termijn. We laten die niet vallen, maar er moeten op dit moment zoveel dingen tegelijk gebeuren op scholen, dat het amper te kanaliseren is. We hebben de hele tijd moeten bijbenen, vanaf het najaar zullen we hopelijk weer anticiperen.

Over bijbenen gesproken, vierduizend ouders kregen onlangs weer te horen dat er geen plaats was in een school van hun keuze.

Gatz: Als overheden hebben we twee sociale contracten te vervullen: ervoor zorgen dat elk kind een plaats krijgt én de vrije schoolkeuze garanderen. Het eerste lukt wel degelijk, met de VGC, de Franse en Vlaamse Gemeenschap samen. Alleen klinkt de communicatie daarover heel dreigend. Mensen krijgen een weigeringsattest en weten niet dat drie vierde van de ‘geweigerden’ de voorbije tien jaar toch nog een plaats vond in de weken na die weigering. We zullen die communicatie toch eens moeten bijsturen. Wat die vrije schoolkeuze betreft: we hebben wel degelijk objectieve criteria om nieuwe capaciteit bij te creëren in de gemeenten waar de grootste demografische groei is: Schaarbeek, Laken, Molenbeek en Anderlecht. Alleen zijn dat niet noodzakelijk de plaatsen waar de Nederlandstaligen het meest ontevreden zijn over het feit dat ze geen plek vinden. Elsene is daar het beste voorbeeld van. Ik denk dat het tijd is om de criteria aan te passen.

Sven Gatz (Open VLD), Minister van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, belast met financiën, begroting, openbaar ambt, promotie van meertaligheid en het imago van Brussel
© Bart Dewaele
| Sven Gatz: "We hebben wel degelijk objectieve criteria om nieuwe schoolcapaciteit bij te creëren in de gemeenten waar de grootste demografische groei is."

Het aantal Nederlandstaligen in een bepaalde zone moet dus een bijkomend criterium worden voor scholenbouw?

Gatz: Inderdaad.

In een recent dubbelinterview met VUB-rector Caroline Pauwels in ‘La Libre’ zei u dat we in het verleden scholen bijbouwden in de hoop dat dat veel nieuwe Vlamingen zou opleveren, maar dat we ons vergist hebben. Wat was dan wel het resultaat van die bijkomende schoolplaatsen die vaak anderstaligen aantrokken?

GATZ: We hebben veel kinderen die een goede vorm of toch minstens een vorm van meertaligheid bereiken. Bovendien bouwen ze een affectieve relatie met het Nederlands op.

Die meertaligheid wordt altijd erg positief voorgesteld. Maar dreigen we niet ook met een groep nontalige kinderen te eindigen, die geen enkele taal goed schrijft of spreekt?

Gatz: Rapporten wijzen inderdaad uit dat er zo’n groep is, kinderen bij wie de thuistaal, de maatschappelijke taal én de schooltaal verschillen. Dat is wel een probleem, want je moet toch één taal goed kennen als basis. Als we de volgende jaren meer samenwerken met Franstalige scholen, mogen we dat niet uit het oog verliezen. Het is trouwens niet gezegd dat die groep er beter aan toe zou geweest zijn in het Franstalig onderwijs. Het probleem was dan misschien hetzelfde. Maar voor minstens tachtig procent halen we die goede basis wel.

Vorige week bleek dat de Brusselse schuld kan oplopen tot 11 miljard euro. U relativeerde dat, maar is die oplopende schuld niet hoe dan ook een tikkende tijdbom? Het volstaat dat de rente over een aantal jaar stijgt en we zitten op een gigantische schuldenberg die enorm duur wordt.

Gatz: Kent u het land dat het grootste schuld ter wereld heeft in verhouding tot het bnp (redacteurs wagen verdienstelijke, maar foute gokjes)? Japan, met een staatsschuld van 250 procent. For the record: ik pleit daar niet voor in Brussel. Maar we hebben ook niet het beeld van Japan als failliet land. Dat is omdat de economie daar krachtig is. Na de crisis van 2008 heeft iedereen vooral bespaard, ikzelf ook in de Vlaamse regering. Het probleem is dat je dan niet alleen dood hout wegsnijdt, maar ook hier en daar nieuwe scheuten. Zo fnuik je de economische groei. We moeten ook investeren – bijvoorbeeld in openbaar vervoer – zodat we twee dingen realiseren: de levenskwaliteit verbeteren én de economische ruggengraat versterken. Maar het klopt ook dat het een heel ander verhaal wordt als de rente plots stijgt.

Sven Gatz (Open VLD), Minister van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, belast met Financiën, Begroting, Openbaar Ambt, de Promotie van Meertaligheid en van het Imago van Brussel.
© Bart Dewaele
| Sven Gatz: "Dit is niet enkel een sociale, economische en gezondheidscrisis, maar ook een filosofische. Je denkt na over je leven en het model waarin je meedraait. "

De perceptie blijft wel dat Brussel weer in het rood belandt, terwijl het Gewest er in 2015 nog 500 miljoen euro per jaar heeft bijgekregen.

Gatz: Die perceptie is er zeker, maar toch wordt Brussel nog altijd ondergefinancierd. Met tien procent van de bevolking realiseren wij twintig procent van de welvaart. De manier waarop de personenbelasting wordt betaald, is niet goed geregeld in dit land. We zijn daarin een uitzondering op andere landen: daar betalen mensen personenbelasting deels of gedeeltelijk op de plaats waar ze werken. Dat doen de pendelaars in Brussel nu niet. Om dat recht te trekken, is opnieuw een staatshervorming nodig. Maar mensen moeten beseffen dat Brussel niet krijgt waar het recht op heeft. Men zegt aan Brussel: los het maar op met uw onroerende fiscaliteit. Men maakt van ons een bedelaar, terwijl we dat niet zijn.

Het aangekondigde gratis openbaar vervoer tot 25 jaar, komt dat er dit jaar?

Gatz: Ik vraag me af of dat er wel moet komen. Die discussie is momenteel aan de gang binnen de regering. We zullen misschien niet alles uit onze regeerverklaring kunnen realiseren.

De regering had 500 miljoen euro aan investeringen buiten de begroting aangekondigd, vooral voor mobiliteit. Kunnen die wel doorgaan?

Gatz: Ook daar zullen we misschien niet het volledige bedrag investeren. Die discussie zal ik met mijn collega’s voeren. Iedereen zal wellicht een deel van zijn wensen of dromen moeten opbergen.

Moet het accent vooral op duurzaamheid liggen of op digitalisering? Want 5G vordert maar moeizaam in Brussel.

Gatz: Ik vind ze alle twee belangrijk. Wat digitalisering betreft hadden we gisteren (vorige donderdag, red.) een interessant gesprek in de regering, waar openingen ontstaan. Al was het maar omdat je bijkomende stappen richting 5G moet zetten om cybersecurity te garanderen voor de Navo of de Europese Commissie. 5G is ook een manier om dingen te realiseren die ecologisch – denk aan mobiliteit – en sociaal – denk aan gezondheidszorg – interessant zijn. Het UZ Brussel komt mij bijvoorbeeld opzoeken om voor 5G te pleiten.

1712 BLM 7
© Ivan Put
| Sven Gatz: "Ik heb genoeg contacten binnen Brussel om te merken dat racisme ook hier een echt probleem is."

We hebben nu met zijn allen net drie maanden erg strenge veiligheidsrichtlijnen gevolgd. Wat brengt u er dan toe om nog tijdens die periode naar de Black Lives Matter-betoging te gaan?

Gatz: Je kan zeggen ‘We zetten de wereld even on hold omwille van de pandemie’, maar die wereld staat niet stil. De gevoelens die de dood van George Floyd hier losmaken, moet je kanaliseren. Als de burgemeester van Brussel de manifestatie niet had getolereerd, waren mensen ook op straat gekomen, maar dan was het niet met 99 procent mondmaskers geweest. De enige fout die Philippe Close volgens mij maakte, was dat hij niet overwogen heeft het op een plaats te doen waar er meer ruimte was.

Maar waarom wou u per se gaan?

Gatz: Ik heb genoeg contacten binnen Brussel om te merken dat racisme ook hier een echt probleem is. De politie doodt hier geen burgers zoals in de VS, maar mensen worden er wel te vaak uitgepikt. Toen ik zes jaar geleden terugkwam in de politiek, heb ik ooit publiek gezegd dat racisme al bij al niet zo’n groot probleem was in België. I’ve been proven wrong. Ik zat ernaast. Soit, ik vond dat ik daar moest zijn.

Hebben politici dan geen voorbeeldfunctie?

Gatz: Ik vind het te gemakkelijk te zeggen dat politici overal het voorbeeld moeten geven. Publieke figuren mogen ook een geweten hebben, waar ze naar handelen. Je mag de politieke functie niet verengen tot een pastoorsfunctie. Ik hou niet van wat ze in Nederland het geraniummoralisme noemen, het ‘Kijk eens hoe voorbeeldig ik wel ben en zo moet jij ook leven’.

Moeten alle standbeelden van Leopold II uit de openbare ruimte?

Gatz: Niet allemaal, dat zou een te gemakkelijke oplossing zijn tegenover het verleden, terwijl we het heden nog niet eens de baas kunnen. Maar we moeten wel vooruit. Ik vond de voorzet van Bart Somers goed om experten én vertegenwoordigers van de betrokken gemeenschappen samen te laten zoeken naar een uitweg. Op sommige plaatsen zullen standbeelden weg moeten, elders heeft een tegenstandbeeld misschien meer zin. Maak er vooral een gezamenlijk proces van. Als je vandaag alle beelden gewoon wegneemt, verhard je een groot deel van de publieke opinie opnieuw. ‘Ik ben een goeie, want ik haal standbeelden weg en jij een slechte, want je wil ze houden.’ Daarmee zullen we er niet komen.

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.

 

 

Lees ook

Nieuws en cultuur uit Brussel in je mailbox?