11 juli: drie stemmen over verleden, heden en toekomst

© Wauter Mannaert

Het Vlaamse pluralisme is in Brussel geboren. Maar overleeft de Brusselse Vlaming zelf het kosmopolitische, multiculturele Brussel? Een driestemmig antwoord over de Brusselse Vlaming: tussen catacomben en kosmopolitisme.

Ieder jaar zakken op 11 juli de Vlaamse volksvertegenwoordigers af naar het Brusselse stadhuis en lopen de straten rond de Grote Markt vol met Vlamingen. Traditioneel een statement dat de Vlamingen (politiek) welkom zijn in hun hoofdstad en een steunbetuiging voor de Brusselse Vlamingen in de stad die niet weinig Vlamingen vreemd is. Maar ligt de jonge garde Nederlandstaligen in Brussel hier nog wakker van? En bestaat de verfranste stad van weleer nog? Maar bovenal: welke identiteit meet die Brusselse Vlaming zich anno 2017 aan? Wij spraken met twee filosofen, Antoon Vandevelde en Philippe Van Parijs, en met Daniël Buyle, onder meer ex-griffier van de Raad van de Vlaamse Gemeenschapscommissie.

11juli-ANTOON VANDEVELDE BRUZZ ACTUA 1577

Antoon Vandevelde

Identiteit is voor filosofen een interessant onderwerp, zegt professor sociale en politieke wijsbegeerte Antoon Vandevelde (KU Leuven). “Filosofen hebben een voorkeur voor identiteiten die we onszelf aanmeten, die we zelf kiezen, dat is individualisme en maar één component van onze identiteit,” oordeelt hij. “Identiteit is echter ook een zekere voorbestemdheid. Er is onze afkomst en er is het intergenerationele. Identiteit is altijd een kwestie van meer of minder en net dat maakt identiteiten boeiend.”

Politieke identiteit is maar een stukje van individuele of persoonlijke identiteit. Vandevelde: “Politieke identiteit heeft altijd te maken met identificatie. Je kiest met de verkiezingen voor de sociaal-democraten, de groenen, de liberalen, de christendemocraten of de Vlaams-nationalisten. Dat is de bewuste keuze die ik met de verkiezingen maak. Er is echter ook een passieve dimensie die ervoor zorgt dat ik me aangesproken voel door bijvoorbeeld een sociaaldemocratisch ideeëngoed: vanuit mijn verleden of ervaringen die ik opgedaan heb, vind ik de strijd tegen ongelijkheid belangrijk. Ik word met andere woorden aangesproken door ideeën of een engagement.”

In een meertalig land als België en een meertalige stad als het Brussels Gewest is taal nooit veraf, zegt Vandevelde. “Net zoals onze huidskleur hebben we onze moedertaal niet zelf gekozen, maar meegekregen. Maar je kan wel uit je taalgemeenschap stappen omdat je bijvoorbeeld naar een ander land verhuist. Je kan je identificeren met nieuwe gemeenschappen.”

“Onder de Brusselse Vlamingen heb je er ongetwijfeld enkele die zich sterk identificeren met de minderheidspositie als Vlaming en zich bedreigd voelen omdat de omgeving te Turks of te Marokkaans is of net de grote diversiteit ervaren als een bedreiging. Anderen voelen zich thuis in de multiculturele context, het zijn de kosmopolieten die zich niet identificeren met het Vlaamse, maar met de mensheid en de vele gemeenschappen die in Brussel leven een verrijking vinden.”

De stedelijke context is de jongste decennia fel gewijzigd. “Eerst was er de polarisatie Frans-Vlaams, dan was er de polarisatie Vlamingen en Franstaligen enerzijds Turken en Marokkanen anderzijds,” legt Vandevelde uit. “Nu is de diversiteit heel groot met bijvoorbeeld heel wat Brazilianen, Oost-Europeanen en Fransen. De houding tegenover het multiculturalisme is een politieke breuklijn. Problemen als gebrekkige huisvuilophaling of jongeren die met hun auto’s door de straten sjezen, worden gelinkt aan de multiculturele samenleving.”


11 juli Buyle duo BRUZ ACTUA 1577

Daniël Buyle

Daniël Buyle, tot voor kort griffier van de Raad van de Vlaamse Gemeenschapscommissie (VGC), waarschuwt ervoor dat het enthousiasme voor het multiculturele Brussel de Vlamingen niet onverschillig mag maken. Het uitgebreide netwerk van Nederlandstalige voorzieningen, dat trouwens ook openstaat voor anderstaligen, mag met andere woorden niet op de schop: “Heel veel jonge Nederlandstalige Brusselaars, hoogopgeleid en tweeverdieners, vinden hun situatie vanzelfsprekend. Ze komen in het Nederlands aan hun trekken, er zijn bijvoorbeeld veel Nederlandstalige scholen en het Nederlandstalige cultuuraanbod is van internationaal niveau. Er is een soort gewenning ontstaan en sommigen vragen zich af of de beschermingsmaatregelen waarvan de Vlamingen genieten, een gewaarborgde vertegenwoordiging van zeventien Nederlandstaligen in het Brussels parlement bijvoorbeeld, nog wel van deze tijd zijn.” Buyle vindt dat een gevaarlijke houding, ook al omdat de tweetaligheid vandaag nog onvolkomen is: “In de openbare ziekenhuizen is tweetaligheid nog altijd ondermaats, terwijl geneeskundige verzorging in het Nederlands in de hoofdstad van Vlaanderen en België toch evident zou moeten zijn.”

Daarom gruwt Buyle ook bij de gedachte dat het onderwijs niet langer gemeenschaps- maar gewestbevoegdheid zou zijn: “Dat loopt nooit goed af, het Franstalige onderwijs doet het veel minder goed dan het Nederlandstalige. Alles in één pot gooien, zal geen opstuwende fontein opleveren, maar een neerwaartse draaikolk, waarin het Nederlandstalige onderwijs meegesleurd zal worden.”

Buyle herinnert zich dat de positie die de Vlamingen vandaag in Brussel hebben het resultaat is van een moeizame strijd: “In de jaren 1950-1960 zaten de Vlamingen in de catacomben. Je moest als Vlaming uit het goede hout gesneden zijn om niet te verfransen. De druk kwam van overal, van werkgevers, van schooldirecties, van je directe omgeving. Er waren amper Nederlandstalige scholen. Ik herinner het me goed: mijn ouders waren arbeiders die uit Oost-Vlaanderen in Brussel waren komen wonen omdat er hier werk was. Ik had bij de Broeders-Maristen kleuterschool gelopen en toen mijn moeder me ging inschrijven voor het eerste leerjaar probeerde de broeder-directeur, een West-Vlaming dan nog, mijn moeder te overtuigen om me in de Franstalige afdeling in te schrijven, omdat ik zogezegd een pienter baasje was. Mijn moeder weigerde. Maar ‘s avonds bleek, toen ik fier als een gieter mijn inschrijvingsbewijs aan mijn vader liet zien, dat ik toch in de Franstalige afdeling ingeschreven was.”

Maar Buyle liep school in het Nederlands en zette zich in Oudergem in voor het verenigingsleven: “Toentertijd werden alleen Franstalige bibliotheken en muziekacademies gesubsidieerd, al de rest was vrijwilligerswerk. In die periode is het pluralisme geboren, de Vlamingen zaten in de verdrukking en werkten als minderheid samen.”

Die samenwerking, vertelt Buyle, vertaalde zich ook politiek: “Toen Brussel in 1989 een eigen gewest kreeg met de Raad van de Vlaamse Gemeenschapscommissie trokken alle Vlaamse partijen - Vlaams Blok en Agalev inbegrepen - aan hetzelfde zeel toen het over de relatie met Vlaanderen ging. De Vlamingen maakten deel uit van de grote Vlaamse gemeenschap en Vlaanderen moest in voldoende middelen voorzien voor de Brusselse Vlamingen. De Vlaams-Brusselse partijen kregen steun van de Vlaamse moederpartijen, ook als er een andere politieke meerderheid was in Vlaanderen. Nu zijn de Vlaams-Brusselse partijen verdeeld over de band met Vlaanderen en dat ziet Vlaanderen met lede ogen aan.” Buyle vreest dat - als de Brusselse Vlamingen nog meer de gewesttoer opgaan - Vlaanderen weleens de geldkraan zou kunnen dichtdraaien.

11juli van parijs BRUZZ ACTUA 1577

Philippe Van Parijs

Een Brusselse Vlaming is voor de Brusselse professor-emeritus Philippe Van Parijs een inwijkeling uit Vlaanderen die van plan is om ooit naar Vlaanderen terug te keren. Van Parijs: “Zo ben ik zeventien jaar een Waalse Brusselaar geweest, ik woonde in Louvain-la-Neuve, maar heb me nooit Waal gevoeld, ik ben altijd Brusselaar gebleven. Ik heb Nederlands geleerd dankzij mijn Molenbeekse grootvader en ik ben hem er nog altijd dankbaar voor. De Brusselse Vlamingen voelen zich nog altijd Vlaming, zoals een Belg die een tijdje in het buitenland woont en zich Belg blijft voelen. Hij is niet per se jong en hoog opgeleid, maar de identificatie met de stad gebeurt niet.”

Een Vlaamse Brusselaar daarentegen, zo legt Van Parijs uit, identificeert zich wel met de stad. “Hij is zoals een Marokkaanse, katholieke of feministische Brusselaar. Het Vlaams is één van de vele identiteiten.”

Tien jaar geleden voorspelde Van Parijs in Brussel Deze Week dat de Brusselse Vlamingen gingen verdampen: steeds minder mensen kennen Nederlands, omdat ze oud-Belgische Nederlandstaligen zijn. Van Parijs: “De proportie Brusselaars die Nederlands kennen omdat de voorouders Vlamingen of Nederlandstalige Brusselaars waren, is volgens de cijfers van VUB-onderzoeker Rudi Janssens minder dan vijf procent. De tweede volkstelling van 1860 leert dat meerderheid van de Brusselaars Nederlands kende en geen Frans, dan kwamen de tweetaligen en dan de puur Franstaligen. De groep etnische Vlamingen wordt steeds kleiner. Maar dat betekent niet dat het Nederlands verdampt. Zoals u weet ben ik voorstander van een uitbreiding van het Nederlandstalige onderwijs, idealiter zouden alle Brusselse kinderen leren lezen en schrijven in het Nederlands.”

Taaldiversiteit wordt daarentegen belangrijker voor de identiteit, zegt Van Parijs. “Het perspectief dat Brussel ooit een Vlaamse stad was, is nostalgie naar de negentiende eeuw. Je kan ook niet meer over Brussel denken als ville francophone, zoals tijdens de hoogdagen van het FDF in de jaren 1970, toen velen ervan overtuigd waren dat een puur Franstalige stad in het verschiet lag en het alleen wachten was op de beslissende clash tussen Vlamingen en Franstaligen. Er zijn nog Franstaligen die zo denken, maar ze zijn een kleine minderheid.” Van Parijs haalt een verkiezingsdebat aan voor de jongste gewestverkiezing in zaal La Tricoterie, waar bleek dat alle politieke partijen van het FDF (nu Défi) tot de N-VA ervan overtuigd zijn dat je geen goede Brusselaar kan zijn als je niet openstaat voor verschillende talen. Van Parijs: “Meertaligheid is broodnodig om een goede burger te zijn in een hoofdstad waar het Frans de dominante taal is in een land waar Nederlands de dominante taal is en een Europese Unie waar Engels, ook na de Brexit, de lingua franca blijft.”

Lees over 11 juli ook: 'C'est quoi un Flamand Bruxellois? Franstaligen aan het woord' en 'Vlaming in Brussel: de 4 types'

11 juli 2017

Ieder jaar zakken op 11 juli de Vlaamse volksvertegenwoordigers af naar het Brusselse stadhuis en lopen de straten rond de Grote Markt vol met Vlamingen. Een overzicht van 11 juli in Brussel.   

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.

 

 

Meer nieuws uit Brussel

Nieuws en cultuur uit Brussel in je mailbox?