Brussel door de ogen van LGBTQI+: divers, maar niet tolerant

© Kevin Van den Panhuyzen
| Archiebeeld Pride 2018

Een bevraging naar de veiligheidservaringen van LGBTQI+  in de hoofdstad, toont een tale of two cities. Op basis van diepte-interviews komt een beeld naar voren van een zeer diverse en open stad, waar er echter te weinig tolerantie is voor mensen met een andere seksuele oriëntatie. "Brussel is een stad met een uitgesproken machocultuur."

Ook al is Brussel een zeer diverse stad, met een uitgesproken LGBTQI+-gemeenschap (Lesbian, Gay, Bisexual, Trans, Queer, Intersex+), toch valt de stad volgens ondervraagden in het niets in vergelijking met andere hoofdsteden op vlak van tolerantie.

In de bevraging halen mensen hun ervaringen aan in steden zoals Berlijn en Parijs. Maar ook landen zoals Brazilië en Venezuela doen het beter volgens respondenten: “In Brazilië is er geen wetgeving om ons te beschermen maar toch is de situatie zeer oké, zeer vrij. Ik heb veel meer problemen hier, ondanks de wetgeving,” getuigde een deelnemer.

'Eén grote heteronormatieve zone'

De deelnemers aan de bevraging vertellen in het onderzoek dat ze zich niet veilig voelen om hun seksuele identiteit publiek te beleven. Zelfs de omgeving rond het Rainbowhouse aan de Kolenmarkt is volgens de deelnemers voornamelijk tolerant voor één bepaalde groep: “De witte, mannelijke homo’s. Zij hebben hun straat in Brussel, voor anderen ligt het moeilijker.”

Opvallend is dat de onveiligheidsgevoelens verschillen van buurt tot buurt, soms van straat tot straat. Zelfs binnen één straat, de Dansaertstraat, ervaren mensen een heel verschillend gevoel van veiligheid.

Toch is er geen sprake van echte no-go zones waar je als niet-heteroseksuele persoon niet naartoe kan. “Er zijn geen echte gevaarlijke zones, maar wel zones waar de kans groter is dat het gevaarlijk wordt. Soms gebeurt er niets, soms dan weer wel.”

KaartonveiligheidsgevoelLGBTQI
© Méthos
| Het onveiligheidsgevoel in kaart gebracht door een deelnemer. Oranje is veilig, blauw onveilig.

De ervaringen laten een geografisch verdeeld Brussel zien. In zuidoostelijke en meer welvarende buurten voelen mensen zich veiliger, tegenover het noordwesten dat meer sociaal achtergesteld is. Dat komt overeen met de algemene veiligheidsstatistieken.

Volgens deelnemers is sociale achterstelling een van de voornaamste redenen voor geweld tegen LGBTQI+ in Brussel, naast onder andere religie. In de bevraging wordt aangehaald dat Brussel ervaren wordt als een grote heteronormatieve zone, een plaats waar heteroseksualiteit de norm blijft. 

Brussel, de stad van macho's

Alle 16 deelnemers hebben te maken gehad met verbaal of psychisch geweld, de helft is fysiek aangevallen en drie van de zestien zijn het slachtoffer geworden van seksueel geweld.

Naast heteronormatief wordt Brussel ook gezien als een stad met een uitgesproken machocultuur, wat zich uit in seksistische opmerkingen en intimidatie tegenover vrouwen, maar ook in LGBTQI+foob gedrag. Sommige mannen lijken te vinden hun mannelijkheid te moeten bewijzen door holebi’s en vrouwen te intimideren.

Een transvrouw getuigde dat ze sinds haar transitie is afgerond, ze veel minder problemen heeft: “Het is dodelijk daarbuiten voor een jongen met heel vrouwelijke trekken.”

Gevallen van discriminatie kopiëren deze tendens. Zo blijkt het voor transvrouwen vaak vele malen moeilijker om correct te worden behandeld op straat, door politie, welzijnsorganisaties, overheid en werkgevers.

Drempelvrees

Het blijkt nog steeds heel moeilijk om ervaringen met geweld te delen met de autoriteiten, ook al komt het heel vaak voor. Slechts de helft van de geïnterviewden heeft ooit een klacht ingediend bij de politie en maar een fractie had ervaring met alternatieve meldpunten.

Ook al vinden ze het heel belangrijk dat er correcte informatie beschikbaar is, vaak weegt de administratieve rompslomp niet op tegenover de zwaarte van het incident. Bij de politie klacht indienen ligt moeilijk omdat velen in het verleden negatieve ervaringen met de politie hebben gehad.

Het gevoel leeft dat de politie niet geïnteresseerd is, geen kennis heeft en in sommige gevallen zelf homofoob is. Ook getuigen verschillende deelnemers dat eenmaal er klacht is ingediend, er te weinig tot geen opvolging is.

Meer sensibilisering, meer training

De studie werd besteld door Bianca Debaets (CD&V), Staatssecretaris voor Gelijke Kansen. Op haar kabinet is men niet verbaasd door de resultaten. “De studie sterkt ons in de beleidskeuzes die we hebben gemaakt.”

“We hebben ondertussen driehonderd agenten gevormd rond hoe ze moeten omgaan met homofoob geweld, maar dat is verre van genoeg, meer agenten van over het hele gewest moeten opgeleid worden want de politie komt niet goed uit dit onderzoek.”

Debaets gaat verder gaan met sensibilisering, maar het ook makkelijker maken om klacht in te dienen. “Zo gaan we de app tegen seksuele intimidatie tegen vrouwen, Touche Pas A Ma Pote, ook explicitiet naar de LGBTQI+ gemeenschap marketen.”

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.
Lees ook

Nieuws uit Brussel in je mailbox?