In Brussel - Een reis door de wereld (3): Kinderen van de ayatollahs

In de jaren 2000 verwerkte Brussel een golf van Iraniërs die via passeurs overkwamen. Maar het Iraanse instroomverhaal is ouder en complexer. De spilfiguur? De baardige Khomeini.

I k ontmoet Mansur in een achterafzaaltje van café Cirio. Via een smokkelnetwerk bereikte hij in 2000, na een reis van vijftien dagen, vanuit Teheran Brussel. In zijn relaas duiken dorpen, steden, landen op die naamloos langs hem heen trokken. Door de ene passeur gedropt worden in 'god weet wat voor een gat op aarde', door een andere weer opgevist. "Ga naar dat park en wacht. Ga naar dat bos en spring vandaar op die bus. Kruip in de machinekamer van die trein. Stap in dat vliegtuig en kijk bij aankomst uit naar die persoon. Verscheur nu je paspoort." Soms in het holst van de nacht. Soms bij daglicht. Soms na een week wachten in een dorpskamer, of anders snel. Nu eens in een groep van twintig, met vrouwen en kinderen, dan weer in afgeslankte versie.

"Ik werkte als elektricien in Teheran," vertelt Mansur. "Ik was niet politiek actief, maar ik had mijn buik vol van het systeem. Waarom mag ik geen bier drinken en niet overal in T-shirt rondlopen? Waarom geen affectie tonen op straat? Wat doe ik verkeerd als ik op een toiletbril ga zitten die kort daarvoor door een vrouw is gebruikt? De invallen op feestjes, het feit dat make-up dragen vrouwen zuur kan opbreken: ik wilde weg."

Kilometers verderop ontmoet ik Anvar in het cafetaria van de Carrefour van Etterbeek. "Ik was een tijdlang woordvoerder van de sociale vluchtelingen (zoals Mansur, red.). In tegenstelling tot de mensen van mijn eigen generatie, die in de jaren 1980 om politieke redenen asiel aanvroegen, waren zij eerder apolitiek. Sommigen getuigden van een je-m'en-foutisme, ze wilden gewoon vrij reizen en waren voor de oppositie noch voor het regime. Ik kreeg soms kritiek van mijn generatiegenoten: voor hen waren de nieuwkomers opportunistisch en niet-geëngageerd. Maar ik deed het vooral uit menselijke overwegingen. Ik voorspelde hun overigens een lange irreguliere levenssituatie in België en raadde ze vaak aan om naar Iran terug te keren."

De sjah
Een verpletterende meerderheid van de asielaanvragers werd tussen 2000 en 2009 afgewezen. Daarna volgden de regularisatiedossiers. Een fractie ging over tot hongerstakingen. Pers liep de deuren plat van de Miniemenkerk aan de Zavel of de sportzalen van de ULB. Van het totale aantal aanvragen werd uiteindelijk negen procent goedgekeurd.

De hoge afwijzingsgraad van asiel en regularisatie maakt het moeilijk om het aantal Iraanse Belgen in te schatten. In 2008 leefden er 7.513 op een legale manier. Met sans-papiers erbij kom je uit op 10.500 à 12.500. In de loop van de jaren 1990 oefende Brussel de sterkste aantrekkingskracht uit; vandaag is de migratie op Vlaanderen gericht.

De populatiecijfers zijn het resultaat van gefaseerde migraties, die bescheiden begonnen in de jaren 1960 en 1970. Iran werd toen bestuurd door de dictatoriale sjah Mohammed Reza Pahlavi. De politieke onvrijheid, maar vooral de behoefte aan hoogopgeleide werkkrachten in het Westen werden de twee componenten voor een vroege migratiegolf. Die richtte zich voornamelijk op de Verenigde Staten. België stond nog niet op de kaart en trok een marginaal kleine elite aan van vorsers, professoren, studenten én enkele handelaars.

De mollahs en Khomeini
In het atrium van het Athénée Léon Lepage in het centrum van Brussel ontmoet ik Ahmad. "Ik kwam in 1974 aan de ULB economie studeren en daarna filosofie en godsdienstgeschiedenis. In 1979 keerde ik even terug naar Teheran voor een vakantie. De revolutie was uitgebroken. De gigantische massa op straat en de kracht van de gebundelde onwetendheid maakten me toen eigenlijk al bevreesd. In 1980 werkte ik in Brussel mijn eindwerk af en nam ik op de Tervurenlaan deel aan de bezetting van de Iraanse ambassade. Dat was een point of no return. Ik kwam op de zwarte lijst van het regime terecht. Het duurde niet lang of ik werd als beëdigd tolk opgeroepen om het Hoog Commissariaat voor de Vluchtelingen bij te staan met de opvang van de eerste echte politieke diaspora."

De corrupte sjah werd aan de kant geschoven door een monsterverbond van liberale, communistische en religieuze fracties. Het boegbeeld dat zowaar door iedereen op handen werd gedragen, was de baardige Ruhollah Khomeini, die zich in afwachting van de Dag des Oordeels en de komst van de twaalfde imam Mahdi als plaatsvervangend heilige beschouwde.

"Ik ben in 1978 nog van Brussel naar het Franse Neauphle-le-Château gespoord om te horen hoe Khomeini vanuit zijn ballingsoord het seculiere streefdoel van de communisten beweerde te verzoenen met zijn eigen islamitische ambitie," vertelt Ahmad.

Kort daarna werd God vanuit Frankrijk overgevlogen en werd de Islamitische Republiek Iran uitgeroepen. De pluralistisch samengestelde protestgolf die het koninkrijk ten val had gebracht, raakte al snel uitgehold. Een nieuwe president kreeg een keurslijf van mollahs of geestelijken om zich heen, en aan de top van de piramide stond de 'Hoogste Leider'. Khomeini was een officiële titel rijker.

Moedjahedien en communisten werden stapsgewijs opgeruimd, uni­­versiteiten werden gezuiverd. "Ik vocht mee met de Fedayan," vertelt Anvar. "Onder de sjah streden we voor een soort van Iraans communisme, dat zich afzette tegen het model van de Sovjet-Unie. Het is niet dat we pro-Khomeini waren, alleen bekritiseerden we hem niet zo openlijk omdat we vooral van de sjah af wilden. Na de revolutie splitste mijn groep zich op in mensen die nog even de ayatollah steunden en anderen - zoals ik - die hem met civiele acties, zoals het verspreiden van pamfletten, clandestien begonnen te bestrijden. Ik vluchtte uiteindelijk in 1986."

Tot overmaat van ramp sleurde de Iraakse president Saddam Hoessein Iran vanaf 1980 acht jaar lang mee in een oorlog met gifgas en scud­raketten.

De grote golf
Eerst kwamen de echte activisten naar Brussel. In hun rangen zaten royalisten, nationalisten, al wat links was, maar ook technocraten, studenten en professoren. Daarna volgden oorlogsvluchtelingen en vanaf 1985 de eerste families. De meesten maakten deel uit van een goed opgeleide stedelijke middenklasse en waren overwegend agnost.

Vanaf het eind van de jaren 1980 werd de migratie socialer en economischer. Khomeini was de pijp uit, de oorlog was ten einde. Paspoorten werden gemakkelijker verkregen, migreren werd banaler. Mensen wilden vooral een andere levensstijl. "In 1993 stopte ik met bemiddelen voor asielaanvragers. Hun dossiers waren te doorzichtig," zegt Ahmad.

Toch was er in de jaren 1990 relatief weinig emigratie. Het land moest worden heropgebouwd. De nieuwe president Rafsanjani voerde een beperkte liberalisering van de economie door, waar een middenklassepubliek de vruchten van plukte. Toen in 1997 de hervormingsgezinde Mohammad Khatami als president verkozen werd, ontstond er hoop.

Onderhuids was er evenwel een tweede grote migratiebeweging in de maak. Om de islamitische staat stevig uit te bouwen had het regime jarenlang mensen gestimuleerd om zoveel mogelijk kinderen te krijgen. De Iraanse arbeidsmarkt was te klein voor deze babyboomgeneratie. Inflatie en de lage inkomens maakten bovendien dat mensen vaak verplicht waren om twee à drie baantjes te combineren om rond te komen.

Ook president Khatami ontgoochelde. Hij bleef te dociel aan de opperste religieuze leiding. En ten slotte was er de impact van de migratie-industrie: de toegang was erg laagdrempelig geworden.

De 'golf van Mansur' maakte zich klaar. Deze overwegend sociale en economische migranten zorgden voor een cultuurkloof ten aanzien van de oudere generatie. Hun migratie bleef een gevolg van een politiek systeem, maar was daarom nog niet gepolitiseerd. En hun opleidings­niveau lag een stuk lager.

Atheïstisch en zoarastrisch
Er bestaat heel weinig zicht op hoe de kleine gemeenschap van Iraniërs zich in Brussel organiseert. In Anderlecht is er de sjiitische moskee Imam Reza. Ze wordt gedeeld door Iraniërs en bekeerde soennieten; de voertaal is er Farsi. Los daarvan is er weinig religieuze infrastructuur. Dat houdt wellicht verband met de hoge graad van atheïsme of agnosticisme. Religie lijkt vooral een privézaak.

De ronde langs de enkele officiële verenigingen heb je zó afgelegd. Ahmad lag in 1993 mee aan de basis van wat vandaag het Centre Culturel Omar Khayam is. Met onder meer onderzoek en debatten trekt dit centrum aan de Brugmannlaan in Vorst de kaart van het interculturalisme en zoekt het naar een weg om samen te leven vanuit de uiteenlopende achtergronden van migranten en oorspronkelijke Belgen.

Anvar is de man achter Persepolis en Europers, twee geëngageerde koepels die zich met debatten en betogingen inzetten voor de mensenrechten en die sociaalculturele activiteiten organiseren.

In de Sint-Hubertusgalerijen leidt Khosro Khazai een zoroastrisch centrum. "Ik voer een culturele oorlog tegen het regime," zegt hij. "Ons doel is de invloed van de islam terug te dringen, en terug te keren naar de echte culturele bakermat van Iran. Die schuilt in de existentiële en universele filosofie van Zarathustra. Het is een beetje alsof het Westen voorbij zijn katholieke middeleeuwen zou kijken en in de oudheid de basisbeginselen van zijn democratie terugvindt."

En hoe vergaat het de Brusselse Iraniërs professioneel, tot slot? Een meerderheid van hen is actief en veeleer goed geïntegreerd. Taxibedrijven en garages hebben een bijna mythische bijklank, maar hun belang mag niet worden overroepen: je hebt het dan over hooguit een drietal grote autogarages in Brussel, en op het hoogtepunt raasden er pakweg een honderdtal Iraniërs als taxichauffeurs door de stad. Ruimer gezien vind je professoren, dokters, bedienden en zelfstandigen, maar relatief weinig arbeiders.

____________________________________________________________

Hans Vandecandelaere werkte als historicus twee jaar lang aan een lijvig boek over zestig jaar migratie naar Brussel. In Brussel - Een reis door de wereld verschijnt omstreeks begin november bij uitgeverij Epo. Een zevendelige zomerreeks in BDW blikt vooruit met herziene, ingekorte voorpublicaties. Met de steun van de Vlaamse Overheid en Erfgoedcel Brussel.

Volgende aflevering: de Grieken

In Brussel - Een reis door de wereld

De hele zomer lang bracht BDW een reeks van de historicus Hans Vandecandelaere over de verschillende etnieën die Brussel kleuren. Vandecandelaere werkte twee jaar lang aan een lijvig boek over 60 jaar migratie naar Brussel: In Brussel - Een reis door de wereld, dat in november uitkomt bij uitgeverij Epo. 

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.

 

 

Nieuws en cultuur uit Brussel in je mailbox?