In Brussel - Een reis door de wereld (5): In Brussels we trust

© Hans Vandecandelaere
Amerikaanse Brusselaars. Ze vinden Brussel open minded, maar ook een plek waar piep-kleine Coca-Cola's niet eens automatisch worden bijgevuld. Het zijn alvast twee van hun echo's. Maar wie zijn die mensen precies? Een verkenning.

O p de campus van de Université Catholique de Louvain in Sint-Lambrechts-Woluwe huurt The American University een verdieping. Elk semester worden vanuit de Verenigde Staten een dertigtal studenten aangetrokken. 's Nachts slapen ze bij Belgische gezinnen, overdag buigen ze zich over de werking van de Europese instellingen. Jerome Sheridan stampte de infrastructuur in 1991 uit de grond en vult de lesprogramma's in.

"De Amerikaanse gemeenschap van Brussel valt uiteen in verschillende groepen die, elk op hun eiland, relatief weinig met elkaar in contact komen," vertelt Sheridan. "De kring van militairen leeft redelijk op zichzelf in de legerbasissen van Wallonië. Dan is er de groep van diplomaten. Doorgaans verblijven die gemiddeld drie jaar in Brussel. Voor opvang, huisvesting en oriëntatie vallen ze sterk terug op de ambassade. Door het toenemende belang van Europa is hun aantal in Brussel de laatste twintig jaar gestegen."

"Vervolgens heb je een studentenpopulatie met eigen alumniverenigingen, én een groep van inmiddels gepensioneerde Amerikanen die ooit besloten hebben om in Brussel te blijven. Meestal zijn die laatsten aangesloten bij de historisch gegroeide clubs van Brussel. The American Club of Brussels en The American Women's Club of Brussels zijn op dat vlak de twee belangrijkste ijkpunten. En ten slotte is er de grootste kring: de zakenmensen en werknemers van multinationals. Een deel hiervan valt terug op de historische verenigingen, maar een niet te onderschatten deel beweegt zich in een geheel eigen sociaal netwerk dat wordt opgebouwd rond de verschillende kerken en de twee internationale scholen in Watermaal-Bosvoorde en Waterloo."

Final Friday
Zo'n analyse kan tellen als eerste kennismaking! Ik bezocht enkele van die eilanden. En al gauw blijken de woorden van Sheridan steek te houden.
De president van The American Club of Brussels, Margaret Nicholson, nodigt me uit om op de hoogste verdieping van het Sheraton-hotel aan het Rogierplein het jaarlijkse Thanksgiving bij te wonen. Gigantische gevulde kalkoenen worden bij hopen op diensttafels de zaal in gerold.

De Club werd in 1921 gesticht door Amerikaanse zakenlui die na de Eerste Wereldoorlog in België bleven hangen. Ze is een van dé referenties van de Amerikaanse aanwezigheid in de stad. Al meer dan negentig jaar blijft de ambitie min of meer dezelfde: zakenlui oriënteren in hun nieuwe leefomgeving en tegelijk een platform uitbouwen voor sociale contacten. "Elke laatste vrijdag van de maand organiseren we bijvoorbeeld een Final Friday in het Renaissance Hotel, vlak bij het Luxemburgplein. Dat zijn drinks waar oud- en nieuwkomers elkaar op een heel informele manier kunnen ontmoeten," zegt Nicholson.

Vijftien kilometer verderop, op de grens tussen Ukkel en Sint-Genesius-Rode, vind je de vrouwelijke evenknie van The American Club. The American Women's Club of Brussels werd in 1947 opgericht met de bedoeling hooggeschoolde, maar dikwijls werkeloze vrouwen uit de VS met sociale en culturele activiteiten op te vangen. De vereniging komt hiermee tegemoet aan de geheel eigen problematiek van de trailing spouses, (hoofdzakelijk) vrouwen die hun echtgenoten volgen in het kader van een werkcontract, maar zelf door hun gebrek aan talenkennis niet aan de bak komen.

En dan heb je dat derde monument, op de rand van het Zoniënwoud in Watermaal-Bosvoorde. Kort na de Tweede Wereldoorlog werd het neoclassicistische kasteel van baron de Bisschofsheim, een tijdgenoot van Leopold I, gerecupereerd als uithangbord voor The American School, die echter heel snel evolueerde tot de ISB, de International School of Brussels. Trotse moeder Julie leidt me er rond. Je weet niet wat je ziet. Rond een statig pand groeide een schaduwrijke campus met gymnastiekzalen, tennisvelden, een klimmuur, een theaterzaal, moduleerbare klassen, sportvelden voor baseball en American football. Kraaknet, soms kamerbreed tapijt in de lokalen. Een akoestiek om u tegen te zeggen. En bij goed weer zelfs een ingericht openluchtklasje in het bos.

"Afstuderen doe je op basis van een International Baccalaureate. Dat wordt wereldwijd erkend," vertelt Julie. "Leerlingen die dichter bij het Amerikaanse curriculum willen blij­ven, kunnen een Advanced Placement behalen."

Hoewel het instituut aanvankelijk 'American' in zijn naam had, is het geen echte Amerikaanse school. Maar de geest van het Amerikaanse onderwijsmodel leeft hier wel sterk. Dat blijkt uit de teamspirit en het onwaarschijnlijk sterk uitgebouwde net van buitenschoolse activiteiten. Sportploegen bekampen hun leeftijdgenoten uit andere internationale scholen in Parijs, Frankfurt of Amsterdam. Theater- en muziekgroepen treden internationaal op. Indirect schept dat ruimte voor de ouders om elkaar tijdens de reizen te leren kennen.

De ISB is hiermee een reële concurrent van de clubs. "Ik ervaar totaal geen noodzaak om me bij clubs aan te sluiten," zegt Julie. "De school biedt alles. Nieuwkomers worden door anciens met champagne onthaald. Ze kunnen taallessen Frans en Nederlands volgen of een oriëntatiecursus die hun leert dat je in Belgische supermarkten al een eeuwigheid niet meer met cheques betaalt, zoals dat in de VS gebruikelijk is."

Het is niet dat je er met de school en de twee clubs het hele gamma van sociale netwerken door hebt gedraaid. Maar je kunt dit trio toch wel als een historische heilige drievuldigheid beschouwen.

Kinderloos
In de jaren 1950 was het nog vooral de Antwerpse haven die Amerikanen aantrok. In de jaren 1960 en '70 kenterde het zwaartepunt in het voordeel van Brussel. De twee clubs zagen omstreeks 1975 hun ledenaantallen pieken.

Het hoogtepunt lijkt nu wel voorbij. Het einde van de Koude Oorlog deed niet alleen militairen vertrekken, maar ook zakenmensen die van het leger afhankelijk waren. De jaren 1980 waren nog topjaren, met Amerikaanse bedrijven die effectief door Amerikaanse expats werden geleid. Vanaf de jaren 1990 werd echter steeds meer geopteerd om er Belgen voor in de plaats te zetten en op deze manier te besparen. Dit kon omdat de stock aan Belgen die in de VS ervaring hadden opgebouwd, voldoende groot was. Bovendien konden de moederhuizen dankzij nieuwe technologieën, zoals internet, van een afstand controle uitoefenen.

Een andere heel markante strategie was om bij voorkeur werknemers zonder kinderen naar België te sturen. Een forse bezuiniging, als je weet dat het schoolgeld van de International School - 32.000 euro per jaar - doorgaans door de multinationals wordt betaald.

Momenteel lijkt er een stabilisering te zijn. "Wie overbodig was, werd weggefilterd. Zo hou je een residu over dat nog moeilijk verder kan zakken. Wie er nog is, kan niet worden gemist," beweert Jerome Sheridan.

In 2008 verbleven er nog ongeveer drieduizend Amerikanen in Brussel. De dalende trend is merkbaar in de clubs. Het ledenbestand van The American Women's Club en The American Club kelderde. Mogelijk heeft dit voor een deel met de opkomst van internet te maken, waardoor ze een stuk van hun sociale werking verliezen. En ook in de ISB daalt het aandeel Amerikanen. In het schooljaar 1967-'68 waren 850 van de 997 leerlingen Amerikaans, naast twintig andere nationaliteiten. In 2009-'10 zat je met 288 Amerikanen op een leerlingenbestand van 1.500, van zeventig nationaliteiten. Meteen blijkt hieruit de toenemende internationalisering van Brussel.

De gemiddelde verblijfsduur van Amerikaanse Brusselaars is vijf jaar. België en de VS werkten op het niveau van de sociale zekerheid een akkoord uit waarbij expats na een aantal jaar verplicht worden om te kiezen uit twee stelsels: trouw blijven aan het Amerikaanse model of overstappen op het Belgische systeem. Dat laatste betekent dan belastingen in België betalen, afstand doen van Amerikaanse faciliteiten en het paspoort aanpassen. Een kleine minderheid zet die stap.

Amerikanen komen van over heel het land en installeren zich voornamelijk in de beide Woluwes, Overijse, Waterloo, Kraainem en Sint-Genesius-Rode. Wat hen in Brussel kan storen, zijn de vroege sluitingsuren van de winkels, de trage bediening in de restaurants, het vuil, de agressievere rijstijl en de prijsverschillen als gevolg van de koers van de dollar tegenover die van de euro. McDonald's is in Brussel minstens dubbel zo duur. Peil je naar pluspunten, dan volgt het klassieke rijtje van troeven: het internationale en open karakter van de stad, de uitstekende centrale ligging in Europa en de hogere levenskwaliteit. Amerikanen die door hun lange verblijfsduur in staat zijn om evoluties te onderscheiden, zien Brussel erop vooruitgaan. Properder, meer gerenoveerd. "De Sint-Michiels- en Sint-Goedelekathedraal staat al lang niet meer op instorten," zegt Jerome Sheridan met een knipoog.

Met de steun van de Vlaamse overheid en Erfgoedcel Brussel
Volgende week: de Zuid-Amerikanen

In Brussel - Een reis door de wereld

De hele zomer lang bracht BDW een reeks van de historicus Hans Vandecandelaere over de verschillende etnieën die Brussel kleuren. Vandecandelaere werkte twee jaar lang aan een lijvig boek over 60 jaar migratie naar Brussel: In Brussel - Een reis door de wereld, dat in november uitkomt bij uitgeverij Epo. 

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.

 

 

Nieuws en cultuur uit Brussel in je mailbox?