Doucheflux: 'Maatregelen Brusselse regering voor daklozen komen te laat'

© Ivan Put
| Graaf Laurent d'Ursel, directeur en bezieler van daklozencentrum DoucheFLUX.

De Brusselse regering heeft bijkomende opvangplaatsen inclusief maaltijden goedgekeurd voor mensen zonder woning. Dat kondigde minister-president Rudi Vervoort (PS) vrijdag aan. Te laat, volgens de directeur van Doucheflux. “We hebben een winterplan voor extreme koude nodig zodat organisaties in het veld beter kunnen anticiperen.”

Sinds werd aangekondigd dat er een koudegolf zou aanbreken, werd het Brusselse programma voor de noodopvang van daklozen uitgebreid. Het aantal beschikbare opvangplaatsen was vorige week en tijdens het weekend al eens uitgebreid met 247 plaatsen.

Minister van Gezondheid Alain Maron (Ecolo) heeft de opvangcapaciteit nog eens met 131 plaatsen verhoogd. Ook wordt de daklozenronde van New Samusocial versterkt. Dat houdt in dat medewerkers tussen 21 uur 's avonds en 7 uur 's morgens de straat optrekken om daklozen naar de beschikbare opvangplaatsen te leiden.

Niet alleen de thermometer

Dat is goed nieuws, maar het had niet alleen van de thermometer moeten afhangen voordat de regering deze keuzes maakte. Dat zegt Laurent D’Ursel, de directeur van de vzw Doucheflux, die douches en andere faciliteiten voor daklozen voorziet. Zijn organisatie kreeg maandag te horen dat ze twee uur langer zouden openblijven. Het heeft heel wat vergaderingen gekost om dat voor elkaar te krijgen.

Voor de échte vrieskou, zoals we die de laatste dagen hebben gezien, moet er volgens D’Ursel daarom een noodplan komen. "In het geval van een plan voor extreme koude, zouden we alleen een mail moeten krijgen die ons vertelt dat het plan in werking treedt."

Zo zou de sector meer kunnen anticiperen. "Dan weten we wat we moeten doen, hoeveel langer we open moeten blijven en of we extra diensten moeten aanbieden. Dan zijn de talloze vergaderingen om te zien wie beschikbaar is niet nodig. Ook zouden we dan een vrijwilligersteam kunnen hebben klaarstaat voor het geval het plan in werking treed.”

In principe is het goed dat het winterplan niet meer bestaat op de manier zoals het er vroeger was, besluit D'Ursel. "Mensen sterven in de zomer en in de winter op straat. Ook andere factoren dan temperatuur spelen mee, of het erg nat is of niet." Tijdens een aantal dagen van het jaar is de kans op onderkoeling wel reëel. Voor die één à twee weken per jaar zou volgens D'Ursel een actieplan moeten bestaan voor de sector.

Meer nieuws uit Brussel

Nieuws en cultuur uit Brussel in je mailbox?