Enfant terrible: Théodore Bauthier, student fotografie/autodidact journalist

© Saskia Vanderstichele
| Théodore Bauthier, student fotografie/autodidact journalist.

Théodore Bauthier (21) studeert documentaire-fotografie aan ESA le 75 in Sint-Lambrechts-Woluwe. Hij volgde eerder een opleiding tot sociaal ondernemer in Stockholm, waarvoor hij ook 3 maanden stage liep in Los Angeles. Bij zijn terugkeer gaf hij hierover een tijdschrift uit in eigen beheer, AngelsWord. Sinds kort woont hij in Ukkel.

TERRIBLE Theodore Bauthier BRUZZ ACTUA 1635
© Saskia Vanderstichele
| Théodore Bauthier.

Ik ben nu iemand helemaal anders dan op mijn achttiende, toen ik er nog geen idee van had waar ik met mijn leven naartoe wilde. In de afgelopen drie jaar is er heel veel gebeurd. Ik heb mezelf leren kennen los van de familiecontext, ontdekt wat ik zelf belangrijk vind. Ik heb wel het geluk om ouders te hebben die doen wat ze graag doen: mijn moeder maakt prentenboeken (illustrator Kitty Crowther, red.), en mijn vader bouwt huizen en is schilder. Ze hebben me altijd gestimuleerd om mijn hart te volgen, om te gaan voor wat me echt voldoening geeft. En ze schonken me het nodige vertrouwen om een eerder ongewoon pad te volgen.

Ik kreeg de smaak van de fotografie te pakken via een vriend, die ik leerde kennen aan het ‘Youth Initiative Program’ in Stockholm. Dat is een specifieke opleiding tot sociaal ondernemerschap. We kregen er voornamelijk ‘les’ van mensen die hun eigen initiatief van nul hebben opgebouwd, met de bedoeling van onderuit in de maatschappij dingen te veranderen op het vlak van sociale ongelijkheid, onderwijs, klimaat enzovoort.

Voor die opleiding heb ik drie maanden stage gelopen in Los Angeles bij ‘Street Poets’, een vereniging die in jeugdgevangenissen en probleemscholen werkt rond poëzie om jongeren de kans te geven zich uit te drukken, én naar mekaar te luisteren. Poëzie als een vorm van therapie, zeg maar. Verrijkend, maar een beetje intimiderend ook voor mij soms.

Théodore Bauthier, student fotografie/autodidact journalist

Het waren meestal jongeren met een crimineel verleden, en ik was er vaak de enige blanke. Maar het gaf me zoveel hoop dat ik op zoek ben gegaan naar andere gelijkaardige projecten in Los Angeles. Ik kwam tien verschillende initiatieven op het spoor die allemaal op hun manier proberen om het leven in die stad rechtvaardiger te maken, van een grootschalig project voor sociale re-integratie en alternatieve economie in een probleemwijk, tot een moedige enkeling die negentig procent van de oogst van zijn moestuin aan daklozen schenkt. Ik heb er later, bij mijn terugkeer in Brussel, een magazine over gemaakt, AngelsWord.

Ik geloof in slow journalism. Of noem het ‘positieve journalistiek’, een berichtgeving die niet zozeer focust op wat er allemaal misloopt in de wereld, maar vooral aandacht heeft voor inspirerende acties van burgers die niet bij de pakken blijven zitten. Ik vind dat de reguliere media vandaag te veel inspelen op de angst van mensen door vooral problemen en spanningen in beeld te brengen. Dat dreigt ons te de-responsabiliseren, het creëert een soort fatalisme in de trant van ‘wat zou ik in godsnaam aan zulke grote problemen kunnen veranderen?’ Terwijl mijn contacten in Stockholm en Los Angeles me talloze keren van het tegendeel hebben overtuigd.

Bij de voorstelling van AngelsWord in Wiels kreeg ik meermaals de vraag wanneer ik iets gelijkaardigs zou maken over Brussel. Dat wil toch wel iets zeggen. Natuurlijk gebeuren er hier ook prachtige participatieve projecten, maar ze blijven nog te zeer onder de radar. Na mijn studies in de fotografie wil ik zeker blijven gaan voor een meer inspirerende vorm van journalistiek.

Sinds kort woon ik in Brussel. En ik voel me hier thuis, na mijn omzwervingen in Stockholm en L.A., en onlangs nog een lange fascinerende reis door Mongolië. Misschien werd het tijd om wortel te schieten (lacht). Al geef ik toe dat ik een eerder ambivalente verhouding heb met deze stad. Ik geniet van de energie en de grote diversiteit hier, maar vind het stadsleven vaak best vermoeiend. Wat ik Brussel toewens? Oeps, moeilijke vraag … (Denkt na) Dat je op een dag iemand net zo goed in het Nederlands als in het Frans op straat kan vragen hoe laat het is. Ik vind dat de twee taalgemeenschappen nog te zeer naast elkaar leven en niet gelijkwaardig zijn. Terwijl daar net de kracht van België zit, en in Brussel zou je dat toch meer mogen voelen. Dus wat mij betreft, graag meer Nederlandstaligen in Brussel (lacht)!

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.
Lees ook

Nieuws uit Brussel in je mailbox?