reportage

Gentlemen's clubs in Brussel: de laatste echte Belgen

Olivier De Clippele (MR) in de Cercle Gaulois, gentlemen's club in het Warandepark.© Ivan Put

Chesterfields, whisky en sigaren. Zo brengt de Londense gentleman graag de middag door in zijn favoriete club. Ook Brussel heeft zulke clubs, en aan de chicste hangt nog trots de Belgische vlag te wapperen. “Mensen komen hier omdat het hun ego streelt, en voor de discretie,” klinkt het. BRUZZ trok zijn trouwkostuum aan, en vroeg de elite hoe het nu verder moet met België.

De Cercle Gaulois, gentlemen's club in Brussel.
© Ivan Put
| De Cercle Gaulois, gentlemen's club in Brussel.

We spreken af in de Cercle Gaulois, een traditionele mannenclub die teruggaat tot 1847 en verscholen ligt in het Warandepark, tussen Paleis en Parlement, in het hart van ons koninkrijk. Waren of zijn lid: diplomaat, politicus en bestuurder Etienne Davignon, bouwmagnaat Jacques Delens, ondernemer Paul Buysse, journalist Pascal Vrebos, oud-koninklijke kabinetschef Frans van Daele, en vele anderen.

Onze gids is oud-senator en notaris Olivier de Clippele (MR), die al bijna twintig jaar lid is van de Gaulois, en ons heeft uitgenodigd voor een lunch. Bij de laatste verkiezingen greep de tweetalige De Clippele net naast een Kamerzetel. “De schuld van Alain Destexhe,” klinkt het. Nu is hij gemeenteraadslid voor de Stad Brussel.

De Cercle Gaulois, gentlemen's club in Brussel.
© Ivan Put
| In de Cercle Gaulois wordt maar weinig over politiek of zaken gepraat. "De jacht is een couranter gespreksonderwerp," zegt oud-senator en notaris Olivier de Clippele.

“Met een das!” klinkt het verheugd, wanneer hij ons welkom heet. “Ooit was er hier een groepje Amerikaanse professoren, allemaal zonder das. Gelukkig hebben ze aan de vestiaire altijd enkele exemplaren klaarliggen voor noodgevallen.”

Langs het staatsieportret van het koningspaar leidt hij ons naar de majestueuze Kariatidenzaal, waar het jaarlijkse bal en het befaamde diplomatieke diner gehouden worden. Om hier rond te mogen schuifelen, moet je lid zijn en dat word je niet zomaar. Een universitair diploma behoort tot de vereisten. Maar belangrijker nog is de voordracht door drie bestaande leden.

“Ik ben voorgedragen door wijlen Armand De Decker (MR),” zegt De Clippele, die De Deckers vermeende link met Kazachgate een spijtige zaak noemt. “Hij is aan die beschuldigingen gestorven,” klinkt het. “Je naam zo in de krant zien staan, men onderschat wat dat met een mens doet.”

We stappen het wachtsalon binnen, een lange zaal in zachtgele en rode tinten, waar tapijten en makkelijke fauteuils een behaaglijke sfeer scheppen. Aan de muur hangt het werk van artiesten-leden. “Dit blijft een literaire en artistieke club,” zegt De Clippele. Onder de leden zijn er 75 artiesten, van wie het werk gepromoot en door clubleden besproken wordt. Zij hoeven geen lidgeld te betalen.

De Cercle Gaulois, gentlemen's club in Brussel
© Ivan Put
| Olivier de Clippele aan tafel in de Cercle Gaulois, gentlemen's club in Brussel.

Mannen weten waarom

De andere 1.100 leden betalen 750 euro per jaar om hier te lunchen, aan de bar te hangen, te bridgen op de met groene vilt beklede tafeltjes of, zoals een bebaarde man van middelbare leeftijd doet, een krant van tafel te nemen en zich in de lichtrijke leeszaal in een chesterfield te nestelen. “Mensen komen hier omdat het hun ego streelt, en voor de discretie. Maar ook omdat ze zich hier thuis voelen,” zegt directeur Olivier Sermeus, die ons is komen begroeten.

We nemen plaats aan een tafeltje in het bargedeelte, dat net als de leeszaal is voorbehouden voor mannen. Alleen voor ambassadrices geldt een uitzondering. Zij zijn van rechtswege volwaardig lid van de Cercle Gaulois, maar volgens De Clippele zijn ook zij zelden te zien aan de bar. “De sfeer en gesprekken zijn toch anders zonder vrouwen erbij,” zegt hij. “En als ik aan mijn vrouw vertel dat ik op dinsdag- of donderdagavond hier een glas kom drinken, maakt ze er geen problemen van. Ze weet dat ik dan niet met andere vrouwen bezig ben (lacht).”

Terwijl hij ons door een menukaart zonder prijzen loodst – om ongegeneerd te kunnen kiezen – valt het ons op dat we redelijk veel Nederlands horen. Ook de obers in hun witte kapiteinsjassen spreken ons in het Nederlands aan. “De voertaal hier is weliswaar Frans,” zegt De Clippele, “maar de tolerantie naar andere talen toe is sterk gegroeid.”

De Universitaire Stichting, gentlemen's club in Brussel
© Ivan Put
| Het restaurant van de Club van de Universitaire Stichting. Hier voeren Nederlands en Frans de boventoon, maar in de zaaltjes erboven wordt gewerkt in het Engels.

Twijfel over België

Een ober begeleidt ons naar ons tafeltje, in de wintertuin van het restaurant, en in het hart van het koninkrijk vragen we hem of België wel nog werkt.
“Vooral in Franstalig België zijn de geesten veranderd,” zucht De Clippele. “In 2007 verliepen de onderhandelingen ook erg moeizaam. Maar toen hingen in Brussel overal Belgische vlaggen uit, als reactie op het dreigende separatisme. Nu zie ik nergens nog vlaggen wapperen.”

Als stichtend lid van de intussen opgeheven Coudenberggroep, een federalistische denktank, heeft hij zijn hele politieke leven aan de Belgische zaak gewijd. “Al in de jaren tachtig voorspelden we: ofwel gaan we voor unitarisme, ofwel spat het land uiteen.” Of we dan bevoegdheden kunnen herfederaliseren? “There’s no way back,” klinkt het somber. “Na Vlaanderen meet ook Brussel zich steeds meer een eigen, internationale identiteit aan. En in Wallonië hoor ik soms zeggen: ‘Als de solidariteit verdwijnt, waarom dan nog de Vlamingen?’ Dat is erg hard.”

Intussen wordt het voorgerecht geserveerd: twee van de smeuïgste garnaalkroketten met sla, een tomaatje en een stuk citroen. Een excellente loirewijn vergezelt de Belgische klassieker. Naast ons is een priester tegenover een man met een knalrode das komen te zitten. Ze spreken Nederlands en begroeten De Clippele als een oude bekende.

Cercle Gaulois, gentlemen's club in het Warandepark
© Ivan Put
| De Cercle Gaulois, gentlemen's club in het Warandepark.

“In deze club zijn zowel klerikalen als vrijzinnigen lid,” zegt De Clippele. “Daarom raadt men aan hier niet te veel over politiek te praten. De jacht of het oeuvre van een artiest zijn veel courantere gespreksonderwerpen.” Of er hier, tussen Parlement en Paleis, dan nooit politieke deals gesmeed worden? Hij haalt de schouders op. “Dat zou kunnen.” Of hijzelf hier al deals gesloten heeft? Opnieuw haalt hij de schouders op. “Dat zou kunnen.”

Politiek mag dan wel een grijze zone zijn, zakendoen is gewoon verboden. “De deal hier komen vieren mag wel,” zegt De Clippele, terwijl de ober het kabeljauwhaasje met een reductie van rode wijn en balsamico serveert. “Maar papieren op tafel worden niet geduld, het gebruik van de gsm evenmin.” Vroeger werd je zelfs verwacht een tournée générale te geven als je gsm afging. Het is dan ook heel stiekem dat De Clippele zijn trillend mobieltje uit zijn binnenzak haalt. “Je weet nooit dat het Charles Michel is.”

Olivier De Clippele (MR)

Cercle du Parc

De Cercle Gaulois is niet de enige eliteclub in Brussel. Nog selecter is de Cercle du Parc, aan de vijvers van Elsene, waar De Clippele ook lid van is. “Om daar toe te treden volstaat het niet om rijk te zijn,” zegt hij, “tenzij je zeer rijk bent (lacht). Je familie moet al een zekere ouderdom hebben, zoals de mijne. Het is een club voor aristocraten, maar het is ook, misschien nog meer dan de Gaulois, een heel warme club. Iedereen kent er elkaar, van generatie op generatie.”

Olivier De Clippele (MR) in de Cercle Gaulois, gentlemen's club in het Warandepark
© Ivan Put
| Olivier De Clippele (MR) in de Cercle Gaulois, gentlemen's club in het Warandepark.

“Een adellijke titel hoeft niet, maar het helpt wel,” preciseert Gaétan baron van der Bruggen. Hij is penningmeester van de 540 leden tellende club, gesticht in 1842. Sinds 1971 komen er ook vrouwen over de vloer, volgens de overlevering omdat men hopeloos op zoek was naar leden die overdag tijd hebben om bridge te spelen. Nog steeds hebben vrouwen niet alle rechten. Zo mogen ze in het restaurant niet aan de table d’hôtes zitten, waar leden zonder reservatie kunnen aanschuiven.

Net als bij de Cercle Gaulois hangt ook in de tuin van Cercle du Parc een grote Belgische vlag. “Leden moeten voorstander zijn van het unitaire België,” zegt Van der Bruggen. “We gaan ook regelmatig naar de Rode Duivels kijken. Omdat het zo moeilijk is om aan tickets te geraken, heb ik onze kring zelfs als supportersclub laten erkennen,” zegt hij trots.

Het gesprek verloopt in het Nederlands, maar de voertaal is ook hier Frans. “We hebben Vlaamse leden, maar ook die spreken Frans. Een erfenis uit de 19de eeuw,” zegt hij, “dat was toen snob.”
Veel meer kan Van der Bruggen er niet over kwijt. “We doen hier niet aan politiek,” klinkt het. “Dit is in eerste instantie een vriendenclub.”

Verdeelde elite

Vrienden mogen natuurlijk kiezen welke taal ze spreken, maar toch blijft het vreemd dat deze twee, bij uitstek Belgicistische instituten, eentalig Frans zijn. Als Nederlandstalige blijf je er zo toch altijd een beetje te gast. Wel kunnen Nederlandstaligen sinds 1987 terecht in de Warande, de Vlaamse reactie op de Cercle Gaulois. Maar die poogt dan weer enkel om Vlaanderen te verbinden, zo staat toch in hun slogan.

Ook door de elite van dit land loopt dus de taalgrens als een muur. “En dat terwijl we aan de bar allemaal goed overeenkomen,” zegt De Clippele. “Dat heb ik toch gemerkt in de bar van het federale parlement. Weet je: wij Belgen zijn makkelijke mensen – les petits Belges zegt men weleens, maar ik ben daar trots op. Maar we moeten elkaar natuurlijk wel nog tegenkomen. Door in onze eigen parlementen te zitten, kennen we elkaar niet meer. En onbekend maakt onbemind.”

Is er dan echt geen plek, buiten het federaal parlement, waar de Nederlands- en Franstalige elite elkaar tegenkomen? Toch wel. Zo is er de Club van Lotharingen, Cercle de Lorraine in het Frans, die zich als tweetalig profileert. Ze legt zich toe op wat de andere twee clubs zo verafschuwen: zakendoen.

“Het is een voornaam decor, en doordat het tegenover het Justitiepaleis ligt, vinden al mijn gasten makkelijk de weg,” zegt Ghelamco-­bestuurder Philip Neyt. “Maar echt leven doet de plek niet. Ik boek er vergaderzalen, ik lunch er en ik ga er naar speeches luisteren. Napraten kan, maar ’s avonds is de club dicht.

Het gaat er daardoor veel minder kameraadschappelijk aan toe dan bijvoorbeeld in Londen. Als je daar ’s avonds een club binnenvalt voor een glas, stelt men je meteen aan iedereen voor. Ook is de Club van Lotharingen toch nog vooral Franstalig, al doen ze wel hun best.”

De Cercle Gaulois, gentlemen's club in Brussel
© Ivan Put
| De Cercle Gaulois, gentlemen's club in Brussel.

Universitaire stichting

Maar volgens De Clippele is er nog een andere, écht tweetalige club in Brussel. Na het dessert - fruit, ijs en Irish coffee - neemt hij ons mee naar de Egmontstraat. Achter een onopvallende gevel zit daar de Universitaire Stichting, een van de laatste nationale Belgische instellingen, opgericht met Amerikaans geld, uit medelijden met poor little Belgium, dat zwaar gehavend uit de Eerste Wereldoorlog kwam.
Vandaag komen rectoren en professoren uit het hele land er samen, op volstrekt neutraal terrein. Ook de koninklijke familie en politici komen vaak over de vloer.

“Volgende week kom ik hier eten met Sven Gatz (Open VLD) en Guy Vanhengel (Open VLD),” zegt De Clippele. “Dat doe ik liever hier dan in de Gaulois. Dat blijft … Gaulois.”

De Universitaire Stichting, gentlemen's club in Brussel
© Ivan Put
| De Universitaire Stichting, gentlemen's club in Brussel.

De sfeer hier is losser dan in de vorige clubs, maar wel op en top British, met makkelijke fauteuils, een uit de kluiten gewassen bibliotheek, verschillende vergaderzalen en een hotel, dat een vreemde maar geslaagde combinatie vormt van een viersterrenhotel en een jeugdherberg. De veertien kamers zijn alleen toegankelijk voor leden en hun genodigden.

Elk jaar reikt de stichting de Franqui uit, zowat de Belgische Nobelprijs. Filosoof Philippe Van Parijs (UCL) won die prijs in 2001 en kent de stichting op z’n duimpje. “De club is echt tweetalig,” zegt hij. “Maar de seminaries en activiteiten zijn meer en meer in het Engels. Logisch, want er zijn ook vaak buitenlandse gasten.

Maar ook zonder die gasten maakt het Engels de connectie tussen beide landsdelen veel makkelijker. Bondscoach Roberto Martinez zei bijvoorbeeld dat de Rode Duivels pas goed begonnen te draaien, toen ze Engels met elkaar begonnen te praten. Dat zorgde voor cohesie. Ervoor zaten de Vlamingen aan het ene uiteinde en de Franstaligen aan het andere uiteinde van de tafel. Taal scheidt onvermijdelijk.”

Kan een Engelstalige club dan de oplossing zijn om de elite van dit land, en dus ook het land zelf, dichter bij elkaar te brengen? “Ik denk dat dat al voor een stuk bestaat”, zegt Van Parijs. “Niet in de clubs, die toch een beetje passé zijn, maar in de zeer actieve think tanks zoals CEPS (Centre for European Policy Studies), EPC (European Policy Center) en Bruegel. Daar is het al Engels wat de klok slaat. Die denktanken hebben ook netwerk­events achteraf, waardoor ze een beetje op een club lijken.”

Rijken F BRUZZ ACTUA 1678
© Ivan Put
| Het Koningshuis is prominent aanwezig in de Brusselse gentlemen's clubs.

De elite van beide landsdelen vindt elkaar dus toch nog, in de Universitaire Stichting en in think tanks. “En zakelijk,” voegt De Clippele eraan toe, “want België is politiek gesplitst, maar nooit economisch. We gaan hoe dan ook met elkaar moeten blijven praten. Hopelijk lukt dat wat vlotter dan de voorbije jaren.”

Met die conclusie nemen we afscheid van de notaris, die in zijn drukke agenda ruim vier uur de tijd voor ons maakte, deuren openhield, ons trakteerde op een driegangenlunch en ons als een echte gentleman rondleidde. Als uitsmijter vragen we hem wanneer we een federale regering mogen verwachten.

“Zowel de Waalse als de Brusselse regering heeft in haar regeerakkoord staan dat ze geen nieuwe belastingen wil heffen,” zegt hij mysterieus. “Dat is een voorbode van een nieuw electoraal jaar. Schrijf maar op: volgend jaar in oktober zijn er nieuwe verkiezingen. En ik ben kandidaat (lacht).”

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.
Lees ook

Nieuws uit Brussel in je mailbox?