interview

Grégor Chapelle verlaat Actiris: 'Brussel heeft nood aan duizenden gesubsidieerde banen'

Begin deze week zwaaide directeur Grégor Chapelle af bij Actiris.© Saskia Vanderstichele

Begin deze week zwaaide directeur Grégor Chapelle af bij Actiris. Hij stopte omdat het de laatste jaren bergafwaarts ging met zijn motivatie en hij zich niet meer gesteund voelde door de Brusselse regering en minister van Werk, Bernard Clerfayt (Défi). “De minister neemt verkeerde beslissingen.”

Wie is Grégor Chapelle?

  • Geboren in 1974 in Togo
  • Studeert rechten en publiek management
  • Medeoprichter progressief advocatenkantoor
  • Schepen van Werk in Vorst (PS) van 2006 tot 2011
  • Algemeen directeur Actiris van juni 2011 tot eind mei 2021

Vlak voor zijn afscheid wilde Chapelle graag zijn hart nog eens luchten over de afgelopen tien jaar aan de top van Actiris, de Brusselse dienst voor arbeidsbemiddeling. Het gesprek vindt plaats op de dertigste verdieping van de Astrotoren, het gebouw aan Madou dat Actiris sinds 2016 betrekt. Op die etage ligt ook het salonnetje waar Chapelle de voorbije jaren 's avonds vaak zijn werkdag kwam overpeinzen, genietend van de zonsondergang en het spectaculaire uitzicht op de stad.

Chapelle is er nog steeds trots op dat hij het beheerscomité van Actiris en de Brusselse regering destijds wist over te halen om te investeren in de verhuizing naar deze volledig vernieuwde passief­toren. Behalve zijn enthousiasme moest hij daarvoor ook enige brutale forcing gebruiken, vertelt hij. “Het was echt nodig. Actiris zat in een verouderd gebouw aan de Anspachlaan en had nood aan een modern, professioneel werkkader. Bovendien wilde ik de drie grote instellingen die in Brussel met werkgelegenheid bezig zijn, Actiris, Bruxelles Formation en VDAB, in één gebouw verenigen. De VDAB is ondertussen hiernaartoe verhuisd, Bruxelles Formation niet, maar dat komt nog wel.”

Hoe trof u Actiris aan toen u tien jaar geleden de fakkel overnam van Eddy Courthéoux?
Grégor Chapelle: Het was een organisatie die niet was opgewassen tegen haar taak. Ze werkte met een kleine ploeg, 700 mensen, en een klein budget van 300 miljoen euro. Veel te weinig. Ondertussen is Actiris flink gegroeid, voornamelijk dankzij de zesde staatshervorming. Nu werken er bijna 1.600 mensen en is er een budget van ruim 700 miljoen euro. Voorts was de arbeidsdienst zeer piramidaal en hiërarchisch georganiseerd. Er heerste een regeltjescultuur. Dat paste niet echt bij mijn karakter.

Grégor Chapelle, vertrekkend directeur van Actiris
© Saskia Vanderstichele
| Grégor Chapelle: "De opleidingsvergoeding is al wel opgetrokken van één naar twee euro per uur, maar het moet vier euro worden, zodat de werkzoekende een echte aanvulling op zijn uitkering krijgt en aan het minimumloon komt."

Hoe hebt u het dan aangepakt?
Chapelle: Ik ben de organisatie ingestapt met de houding: ik wil de mening van de receptionist kennen, en ook die van de arbeidsbemiddelaar. Niemand kent hun vak beter dan zijzelf. Ik geloof niet in een systeem waar mensen aan de top denken beter te weten hoe het werk op het terrein moet gebeuren. De hiërarchische bedrijfscultuur heb ik dan ook proberen om te vormen tot een horizontale, meer participatieve cultuur. Ik geef toe, ik heb daarbij fouten gemaakt. Soms liep ik te hard van stapel. Dan deed ik me voor als stagiair en vroeg ik in de wachtzaal aan een werkzoekende of ik hem mocht vergezellen bij zijn gesprek met de arbeidsbemiddelaar. Die kreeg dan plots de directeur tegenover zich. Mystery shopping heb ik ook gedaan. Dan belde ik op en zei dat ik werkzoekende was. Dat was natuurlijk niet heel respectvol ten opzichte van mijn medewerkers. Die vertrouwden het niet helemaal. Ik ben dan ook al snel gekalmeerd wat dat betreft.

U had toen u begon geen ervaring met het leiden van een grote organisatie. Wat hebt u geleerd?
Chapelle: Ik kwam inderdaad van een ploegje van twintig man. Mijn belangrijkste les is: goed communiceren en goed luisteren. Dat is nodig als je de lat niet te hoog, maar ook niet te laag wilt leggen voor je medewerkers. En voorts heb ik geleerd dat je pas een goede organisatie hebt als je de juiste mensen hebt. Je moet medewerkers aantrekken die zin hebben in een uitdaging en je moet afscheid durven te nemen van mensen die het niveau van het team naar beneden halen. Zeker dat laatste is niet simpel met alle regels van het openbaar ambt. Maar ik heb het wel gedaan. Ik heb in die tien jaar tijd ruim tweehonderd mensen ontslagen.

Grégor Chapelle, vertrekkend directeur van Actiris

De laatste jaren was de strijd tegen de werkloosheid een Brussels succesverhaal. Het aantal werklozen daalde tussen 2014 en 2020 van 110.000 naar 88.000. Nu gaan de cijfers weer omhoog, hoewel de stijging nog beperkt is. Wat staat ons te wachten?
Chapelle: Ik denk dat het heel moeilijk wordt. Momenteel worden we beschermd door federale solidariteitsmechanismen, zoals de tijdelijke werkloosheid en het overbruggingsrecht voor zelfstandigen. Als daar over enkele maanden een eind aan komt, zullen er zeker tien-, vijftien- of twintigduizend werkzoekenden extra zijn.

De Brusselse regering reageerde al en trok vorig jaar in haar relanceplan tientallen miljoenen uit om de werkgelegenheid te bevorderen.
Chapelle: Klopt, toch ben ik behoorlijk kritisch omdat ik denk dat de voogdijminister (Bernard Clerfayt, red.) verkeerde beslissingen neemt, ideologische beslissingen, in het voordeel van de werkgevers. In het relanceplan wordt 45 miljoen euro ter beschikking van de werkgevers gesteld, voor steun bij aanwerving. Maar de werkgevers zijn nog heel voorzichtig, ze werven niet aan, op enkele uitzonderingen na, die sowieso van plan waren om mensen in dienst te nemen. De maatregel wordt dus nauwelijks gebruik en als hij gebruikt wordt, heeft hij geen impact op de werkgelegenheid. En dat terwijl de noden enorm zijn.

Wat moet er volgens u dan gebeuren om de nakende werkloosheidscrisis te counteren?
Chapelle: Met dat niet-gebruikte geld moeten dringend duizenden gesubsidieerde banen gecreëerd worden voor jongeren. Zij zijn de grootste slachtoffers van deze crisis. Voor de jonge werklozen is er de Jongerengarantie, die hen een opleiding, stage of job in de privé garandeert, maar dat volstaat niet in deze tijden. Maak banen voor jongeren, tijdelijke banen in de sociale of ecologische sector. Zo komen ze de crisis door.

Voorts moet het aantal artikel 60's fors uitgebreid worden. Veel zelfstandigen, met name in de horeca, zitten zonder werk en hebben geen recht op een werkloosheidsuitkering, zodat ze bij het OCMW moesten aankloppen. Via artikel 60-contracten kunnen zij aan de slag blijven.
Voor de langdurig werklozen – Brussel telt er zo'n 50.000 – pleit ik al lang voor de oprichting van 'Zones zonder Langdurige Werkloosheid', naar Frans voorbeeld. Dat model volgt de omgekeerde weg: aan de langdurig werkloze, die anders jaarlijks 40.000 euro kost aan de staat, wordt gevraagd wat hij wil en kan. Vervolgens creëert een speciaal opgerichte lokale werkonderneming daar een baan bij die nuttig is voor de plaatselijke gemeenschap.

Volgens u ligt de oplossing dus vooral bij gesubsidieerde banen?
Chapelle:Ja, ik volg daarin de Scandinavische benadering, namelijk dat het individu geen schuld heeft aan zijn werkloosheid, het is een collectieve verantwoordelijkheid. Corona heeft me daarin radicaler gemaakt. De gemeenschap moet nog meer oplossingen aanreiken. Je kan het niet overlaten aan de markt zelf. De wet van vraag en aanbod werkt niet als het gaat om arbeid. Mensen zijn geen goederen. Een persoon die maanden zonder job zit, verliest zijn zelfvertrouwen, zijn zelfrespect en ook zijn vaardigheden. En als je eenmaal uitgesloten bent, haalt de markt je nooit meer terug. Want werkgevers willen geen langdurig werklozen aanwerven, de meesten willen liefst helemaal geen werklozen aanwerven. Ze verkiezen iemand die overkomt van een ander bedrijf en de job dus kent.

De oprichting van 'Zones zonder Langdurige Werkloosheid' stond ook al in het Brusselse regeerakkoord. Waarom zijn die er nog niet?
Chapelle:Alles is klaar om uit de startblokken te schieten en heel wat gemeenten zijn geïnteresseerd. Maar de voogdijminister heeft een erg vooringenomen visie, hij gaat ervan uit dat het een project van de PS is. Daarom steunt hij het niet. Hij vindt bovendien dat de federale overheid mee moet financieren, omdat die het grootste profijt heeft. Als er minder langdurige werklozen zijn, dan moeten er inderdaad minder werkloosheidsuitkeringen worden betaald. Maar als je zo redeneert, kunnen we volledig stoppen met onze tewerkstellingspolitiek, want die komt altijd ten goede aan de federale overheid.

1756 Gregor Chapelle 4
© Saskia Vanderstichele
| Grégor Chapelle wijst naar de gemeenschap voor oplossingen. “Het individu heeft geen schuld aan zijn werkloosheid, het is een collectieve verantwoordelijkheid."

In het regeerakkoord is ook sprake van de verhoging van het opleidingsinkomen.
Chapelle: Ja, en ook daar moet dringend werk van gemaakt worden. De opleidingsvergoeding is al wel opgetrokken van één naar twee euro per uur, maar het moet vier euro worden, zodat de werkzoekende een echte aanvulling op zijn uitkering krijgt en aan het minimumloon komt. Hoe kan je anders een logistiek medewerker op de luchthaven, die nu zonder werk zit, ervan overtuigen zich gedurende maanden om te scholen, bijvoorbeeld tot isoleerder van gebouwen, iets waar heel veel vraag naar is. Die persoon moet immers zijn hypotheek of huur betalen. Zonder degelijke opleidingsvergoeding zal hij er al gauw voor kiezen om Uberchauffeur te worden.

Vorming is essentieel. Samen met de discriminatie bij de aanwerving is het gebrek aan opleiding het grootste probleem van de Brusselse arbeidsmarkt. Dus moet er massaal geïnvesteerd worden in onderwijs en vorming. Ik weet dat ik er niet veel vrienden mee maak, maar ik pleit voor een regionalisering van het onderwijs. Dit gewest moet kunnen investeren in het onderwijs dat het nodig heeft.

U hebt een heel duidelijke visie op wat er moet gebeuren in deze crisistijd. Is het nu dan wel het juiste moment om Actiris te verlaten?
Chapelle: Voor alle duidelijkheid, ik heb geen ontslag genomen, ik heb alleen beslist om mij niet kandidaat te stellen voor een nieuw mandaat. Het was een moeilijk besluit. Ik heb sterke overtuigingen, maar ook mijn persoonlijke limieten.

Grégor Chapelle, vertrekkend directeur van Actiris
© Saskia Vanderstichele
| Grégor Chapelle, vertrekkend directeur van Actiris: "Ik heb ondertussen geleerd dat ik slecht ben in de strijd om de macht. Ik ben heel openhartig en zeg wat ik denk. In de politiek is dat een zwak punt, je maakt er vijanden mee en mislukt daardoor."

Ik denk dat na een jaar of acht je motivatie om zo'n team te leiden, vermindert. Toen ik begon, zat ik aan 200 procent, sinds een jaar of twee is het nog 100 procent. Dat is niet genoeg. Ik heb nood aan vernieuwing en Actiris ook.

Heeft het feit dat de Brusselse regering, in het bijzonder minister van Werk Clerfayt, u niet voldoende steunde, meegespeeld in uw beslissing?
Chapelle: Dat heeft mijn besluit zeker beïnvloed. Als de regering, en zeker de voogdijminister zich enthousiast hadden getoond voor mijn voorstellen en aanpak, dan zou dat mijn motivatie zeker gevoed hebben.
Voordien werkte ik lange tijd samen met Didier Gosuin (ook Défi, red.), voor mij de beste minister van Werk. Hij was erg betrokken bij de werkloosheidsproblematiek, luisterde naar onze voorstellen en deed de noodzakelijke investeringen. Daardoor hebben we veel kunnen realiseren, de Jongerengarantie bijvoorbeeld, en ook werk kunnen maken van de digitalisering en de strijd tegen racisme.
Ik stel vast dat de regering sinds twee jaar de prioriteit geeft aan andere, ook belangrijke Brusselse uitdagingen, mobiliteit, huisvesting. In april vorig jaar heb ik aan de alarmbel getrokken: het budget voor werkgelegenheid moet de hoogte in.

Er zijn toch forse bedragen op komst. In het kader van het Europese relanceplan is er 85 miljoen euro bestemd voor vorming en werk.
Chapelle: Klopt, er werden bedragen aangekondigd die ooit zullen komen, maar Actiris heeft nu dringend geld nodig. Momenteel is er zeven miljoen euro tekort om het personeel te betalen. Daardoor zullen geplande investeringen in IT uitgesteld moeten worden. En ja, Actiris kreeg vanwege de crisis geld voor vijftig extra werkkrachten, maar het is niet duidelijk of dat budget er volgend jaar ook nog is.

1756 Gregor Chapelle 3
© Saskia Vanderstichele

U bent sinds jaar en dag lid van de PS. U wou meedoen aan de gewestverkiezingen van 2019, werd genoemd als minister van Werk. Uiteindelijk, na vele discussies binnen de partij, stond u niet op de lijst. Hebt u nog politieke ambities?
Chapelle: Ambities niet, overtuigingen wel. Ik heb nog altijd zin om de wereld te veranderen. Maar ik heb ondertussen geleerd dat ik slecht ben in de strijd om de macht. Ik ben heel openhartig en zeg wat ik denk. In de politiek is dat een zwak punt, je maakt er vijanden mee en mislukt daardoor. Mijn antwoord op dit moment: ik denk dat ik nooit meer in de actieve politiek stap. Maar je weet natuurlijk nooit wat de toekomst brengt.

Voelt u zich nog helemaal thuis binnen de PS?
Chapelle: Ja en neen. Ik ijver al een hele tijd voor een rodere, ecologischere en minder hiërarchische PS. Ik ben socialist en ecologist. Als ik mij zou aansluiten bij de ecologisten zou ik me zeker goed voelen op het vlak van ecologie, maar niet op het vlak van de sociale strijd. Bij de PS is het andersom. Als beide partijen konden mixen, zou me dat goed uitkomen.

De PS is momenteel verdeeld over de hoofddoekenkwestie bij de MIVB, een zaak die veel stof doet opwaaien. Ook bij Actiris verwierp de rechter in 2015 het hoofddoekenverbod.
Chapelle: Klopt, drie werkneemsters met een hoofddoek waren naar de arbeidsrechter getrokken en die oordeelde dat je via een arbeidsreglement nooit het dragen van religieuze tekens kan verbieden. Het beheerscomité heeft het toen pragmatisch aangepakt en besist om niet in beroep te gaan. Het beroep was immers niet opschortend. Stel dat Actiris gewonnen zou hebben, dan zou er minstens twee jaar overheen gegaan zijn. Al die tijd hadden die drie werkneemsters, en misschien nog enkele andere, de hoofddoek kunnen dragen. Het zou nog al een schok geweest zijn als we hen na twee jaar hadden moeten ontslaan.

Daarom hebben we het toegelaten, maar we hebben toen wel aan de regering gevraagd om een regeling op gewestelijk niveau voor alle openbare diensten te maken. Die moet er dringend komen. Ik vind dat onze verkozenen een compromis moeten uitwerken, een compromis tussen exclusieve neutraliteit, waarbij alle alle uiterlijke religieuze tekenen verboden zijn, en inclusieve neutraliteit, waarbij religieuze tekenen toegelaten zijn.

Hebben de coronacrisis en de lockdown u op persoonlijk vlak nieuwe inzichten gegeven?
Chapelle: Ik ben vooral gaan nadenken over de toestand van onze planeet, die hoogdringend beschermd moet worden. Ik heb daarover veel gepraat met mijn dochters van acht en twaalf. Wat zullen ze me over twintig jaar voor de voeten werpen?
Het heeft me ook geïnspireerd om een job te gaan zoeken in de sector van de ecologische transitie.

Hebt u concrete plannen?
Chapelle: De gesprekken lopen nog. In elk geval wordt het een organisatie op mensenmaat. Ik kreeg al enkele mooie voorstellen, maar die kwamen telkens van grote organisaties.
Ik wil een betere balans tussen werk en gezin en kies daarom voor iets kleiners, iets waar je geen zeven dagen per week verantwoordelijk bent voor een heel groot team.

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.

 

 

Meer nieuws uit Brussel
Vooraan op BRUZZ

Nieuws en cultuur uit Brussel in je mailbox?