Hof oordeelt of ex-parlementslid Van Eyken en zijn vrouw schuldig zijn aan moord

© PHOTONEWS

Het hof van beroep van Brussel doet dinsdagochtend een uitspraak in de zaak rond de moord op Marc Dellea. De beschuldigden zijn voormalige volksvertegenwoordiger Christian Van Eyken en zijn echtgenote Sylvia B, maar zij hebben altijd hun betrokkenheid ontkend. Het openbaar ministerie vraagt een gevangenisstraf van 25 jaar.

Christian Van Eyken en zijn echtgenote Sylvia B. worden vervolgd voor de moord op Marc Dellea, de eerste echtgenoot van Sylvia B. Die werd op 8 juli 2014 om het leven gebracht met een kogel in het hoofd in zijn appartement in Laken, waar hij woonde met Sylvia B. en hun dochter. Het Brusselse parket opende een gerechtelijk onderzoek en dat leidde uiteindelijk naar B. en UF-politicus Christian Van Eyken. Sylvia B. was Van Eykens parlementaire medewerker toen hij zetelde in het Vlaams parlement.

Beiden hebben steeds elke betrokkenheid bij de dood van Dellea ontkend, maar in september 2019 bevond de Brusselse correctionele rechtbank Van Eyken en zijn echtgenote schuldig aan de moord. Ze kregen 23 jaar gevangenisstraf maar gingen tegen dat vonnis in beroep.

25 jaar gevangenisstraf gevraagd

Voor het hof van beroep vorderde de advocaat-generaal een gevangenisstraf van 25 jaar voor de twee beschuldigden. De magistraat verklaarde de "intieme overtuiging" van de schuld van beide beklaagden te hebben, op basis van een reeks "zwaarwichtige, nauwkeurige en overeenstemmende aanwijzingen". Het openbaar ministerie legde de nadruk op de hoog oplopende spanningen tussen Sylvia B. en Dellea, die op het punt stonden te scheiden, en op de geldkwesties die aan de breuk ten grondslag lagen.

De advocaten van de burgerlijke partijen, Georges Nicolis en Nikolaos Korogiannakis, stelden zich ook vragen bij de aanwezigheid van de twee in het appartement net voor het overlijden van het slachtoffer. "Uit alles blijkt dat Marc Dellea zich ongemakkelijk voelde bij de aanwezigheid van Christian Van Eyken, en het is niet logisch dat de beklaagde ervoor koos om daar te gaan werken aan verkiezingsuitgaven, laat op een zondagavond, wanneer er niets dringend was, wanneer het parlementair reces was en de dochter van Sylvia B. niet thuis was", pleitte Korogiannakis. "Christian Van Eyken en Sylvia B. trokken naar het appartement en wachtten op de terugkeer van Dellea om hem in zijn slaap te kunnen vermoorden."

Tegenstrijdigheden

Volgens de verdediging zijn er talrijke tegenstrijdigheden in de these van het openbaar ministerie, zoals het tijdstip van overlijden. Het lichaam van het slachtoffer is op 8 juli 2014 rond 15 uur aangetroffen en volgens de wetsdokter moest de moord ongeveer 24 uur eerder plaatsgevonden hebben, op 7 juli rond 15 uur. Dat is "vele uren na het vertrek van de verdachten", verklaarde meester Laurent Kennes. Een andere deskundige verklaarde van zijn kant dat het overlijden eerder 36 tot 48 uur voor de vondst zou hebben plaatsgevonden, waarna een derde deskundige het overlijden eveneens 24 uur voor de ontdekking bepaalde, gezien de afwezigheid van tekenen van ontbinding.

De advocaten van de verdachten wijzen erop dat het niet duidelijk is wat het slachtoffer voor zijn dood had gedaan. "Niemand weet waar Marc Dellea was de avond van 6 juli 2014 en met wie hij was. Is dat niet het eerste wat moet gecontroleerd worden wanneer het onderzoek begint? ", had raadsman Marc Uyttendaele opgeworpen. De advocaat vernoemde een aantal elementen die hij verontrustend vindt: het feit dat de auto van Marc Dellea kort voordien was beschadigd, het feit dat hij een baseballbat in zijn voertuig bewaarde en het feit dat hij chassisnummers van auto's in zijn garage bewerkte.

Kennes en Uyttendaele noemden daarom een indringing in het appartement, door een raam aan de achterkant, een even plausibele hypothese. Deze hypothese werd door de rechter in eerste aanleg uitgesloten. De aanwezigheid van een hor die het raam blokkeerde, was niet geverifieerd.

Meer nieuws uit Brussel

Nieuws en cultuur uit Brussel in je mailbox?