Interview

Laurent d'Ursel: ‘Douches zijn uiteindelijk maar een lapmiddel’

Bettina Hubo
© BRUZZ
15/12/2022
© Saskia Vanderstichele | Laurent d’Ursel: “Sinds de start van Doucheflux vinden we het belangrijk om armen het woord te geven, maar er moet ook naar hen geluisterd worden.”

Het aantal dak- en thuislozen in de stad neemt zienderogen toe. Voor Laurent d'Ursel, bezieler van daklozencentrum Doucheflux, is er maar één echte oplossing: huisvesting. “Met het inzicht dat ik vandaag heb, weet ik niet of ik Doucheflux destijds zou hebben gelanceerd. Douches zijn depannage.”

Wie is Laurant d'Ursel?

  • Woont al bijna veertig jaar in Sint-Gillis
  • Opleiding als econoom en filosoof
  • Kunstenaar
  • Werkte als leraar Frans
  • Oprichter van betogingscollectief Manifestement
  • Oprichter en onbezoldigd codirecteur van Doucheflux
  • Secretaris van de Vakbond der Giganten

Met de tomeloze energie en onverzettelijkheid die hem eigen zijn, waagde Laurent d'Ursel, toen nog leraar Frans en artiest, zich in 2011 aan een ambitieus sociaal project: een dagcentrum, waar dak- en thuislozen terecht zouden kunnen voor een douche, een wasbeurt voor hun kleren, een locker.

Mede dankzij de steun van velen lukte het hem om een gebouw te vinden en het project op poten te zetten. Doucheflux in Anderlecht is nu vijf jaar open en krijgt vanaf volgend jaar ook een structurele Vlaamse subsidie. Het initiatief blijkt een groot succes. Dagelijks komen er zo'n honderd mensen langs voor een douche, die nog steeds 1 euro kost. “Neen, we hebben de prijs niet verhoogd, hoewel onze energiefactuur verdrievoudigd is. We laten de mensen in extreme armoede daar niet voor betalen.”

“Op een dag botste ik in New York op een ‘homeless’ met wie ik aan de praat raakte. Toen is mijn frank gevallen: dit is iemand zoals u en ik"

Laurent d'Ursel (Doucheflux)

Doucheflux is in korte tijd uitgegroeid tot veel meer dan de douches alleen. Klopt de naam nog wel?
Laurent d'Ursel: Dat wordt inderdaad een beetje problematisch. De douches, wasbeurten en kluisjes staan nog steeds centraal, maar er is zoveel bijgekomen: de psychosociale dienst, de medische begeleiding, de straatrondes, plus alle activiteiten die we organiseren om de mensen die hier komen hun waardigheid terug te geven. Behalve ons magazine en radioprogramma is er nu ook yoga, zwemmen, breien, tekenen, paardentherapie en nog veel meer.

Sinds corona zijn jullie ook met huisvesting bezig.
D'Ursel: Klopt, tijdens de pandemie organiseerden wij tijdelijke opvang, voornamelijk voor vrouwen, in de jeugdherberg van Jes in Molenbeek. We constateerden dat die vrouwen daarna niet terug wilden naar de straat. Een flink aantal kon ook doorstromen naar een vaste woonst.
Het heeft ons een heel nieuw inzicht gegeven, namelijk dat een kamer met eigen sanitair de minimumvoorwaarde is om weer een toekomstproject te kunnen maken. Het is de ideale tussenstap naar een duurzame woning.

Jullie willen hiermee doorgaan, hoe concreet is dat al?
D'Ursel:
Na corona hebben we de transit­opvang kunnen voortzetten in een hotel in Vorst. De financiering loopt tot in april, maar we hebben goede hoop op verlenging. Ook beschikken we, dankzij een privésponsor, over een gebouw vlak bij de Vismarkt waar we twaalf transitwoningen hebben ingericht.
De personen die we onderdak geven, worden intensief begeleid. Het is geen evidente overstap: van de straat naar een woning. Je moet leren wat een factuur is, waarvoor een vuilnisbak dient, je moet leren je buren te respecteren. Zonder begeleiding zouden velen na twee dagen weer op straat leven.
In januari krijgen we een officiële erkenning als operator van Housing First, maar in de praktijk zijn we daar nu al mee bezig.

Huisvesting is dus de oplossing. Hoe komt het dat u dat nu pas inziet?
D'Ursel:
We hebben destijds een grote vergissing begaan en het heeft jaren geduurd voor we die vergissing inzagen. We gingen ervan uit dat er altijd mensen op straat zouden leven, dat het een fataliteit is. Als je die overtuiging hebt, ben je vooral bekommerd om: waar slapen ze, hebben ze te eten, komt er een verpleger langs? Doucheflux is in die context geboren. Maar douches zijn geen oplossing, het is depannage op zeer korte termijn.

“Ik hou niet van het woord daklozen. Daarmee reduceer je deze mensen tot een probleem, een mislukking”

Laurent d'Ursel (Doucheflux)

Bovendien kost wat we nu doen een bom geld, alleen al voor dit gebouw was het twee miljoen euro. Met het inzicht dat ik vandaag heb, weet ik niet of ik Doucheflux zou hebben gelanceerd. Ik zou al mijn energie gestoken hebben in huisvesting, dat is de sleutel.

Ook preventie is essentieel. Je moet ervoor zorgen dat mensen niet op straat belanden. Zodra ze op straat terechtkomen, onttakelen ze in een recordtempo, hun levensverwachting is 48 jaar. En het vraagt enorm veel tijd en middelen om hen weer op de rails te krijgen, een krankzinnige verspilling. Uit een ULB-studie die er op ons verzoek kwam, blijkt dat een persoon op straat 40.000 euro per jaar kost, ongeveer evenveel als zijn herhuisvesting.

U bent niet de enige organisatie die die vergissing maakte?
D'Ursel: Met zijn allen hebben we het probleem verkeerd aangepakt. Neem Bruss'Help, de gewestelijke organisatie die sinds een paar jaar de hulp aan thuislozen coördineert. In de raad van bestuur zat eerst geen vertegenwoordiger van staatssecretaris voor Huisvesting Nawal Ben Hamou. Niemand had eraan gedacht. Wij zijn maandenlang elke dinsdag gaan betogen voor hun kantoor, tot er in juni uiteindelijk een vertegenwoordiger van Huisvesting bijkwam.

Laurent d'Ursel (Doucheflux)
© Saskia Vanderstichele | Laurent d'Ursel: "Met het inzicht dat ik vandaag heb, weet ik niet of ik Doucheflux zou hebben gelanceerd. Ik zou al mijn energie gestoken hebben in huisvesting, dat is de sleutel."

Wat vindt u van het beleid van de Brusselse regering?
D'Ursel:
Deze regering is de eerste van de drie die ik al meemaakte die de complexe problematiek begrijpt. Alain Maron en Nawal Ben Hamou spreken met kennis van zaken. Maar ze hebben niet altijd vrij spel, ze zitten in een coalitie. Maron heeft het budget voor de strijd tegen thuisloosheid wel kunnen verdubbelen, maar op het vlak van huisvesting gebeurt er niet genoeg. Dat is ook een verwijt aan de socialehuisvestingsmaatschappijen, die te weinig woningen gebouwd hebben of woningen hebben laten verkrotten.

Ook gebeurt er te weinig tegen leegstand. Het is de cultus van het privé-eigendom. Voor grote projectontwikkelaars wordt de rode loper uitgerold. De huren gaan de hoogte in en mensen in armoede kunnen die niet meer betalen. Dat is een verantwoordelijkheid van de politiek. Waarom zijn de huren niet gereguleerd? Waarom wordt de verhuurder niet belast?

Intussen rijst het aantal dak- en thuislozen in Brussel de pan uit.
D'Ursel:
De stijging is inderdaad explosief. Bij de vorige telling kwam men uit op 5.313 thuislozen. Deze lente komen er nieuwe cijfers. Ik heb al menige weddenschap afgesloten dat het er deze keer minstens zevenduizend zullen zijn. Onverdraaglijk.

Vorige week werd Doucheflux door de Vlaamse regering erkend als vereniging waar armen het woord nemen. Een belangrijke erkenning?
D'Ursel: ​​​​​​​Ja, sinds onze start in 2011 vinden we het belangrijk om armen het woord te geven. Daarom was er van in het begin een magazine, een radioprogramma, en organiseerden we betogingen.
Hun het woord geven is echter niet genoeg, er moet ook naar hen geluisterd worden en ze moeten antwoord krijgen. Die strijd voer ik met onze Vakbond der giganten, een drukkingsgroep die we drie jaar geleden hebben opgericht. Ja, ik noem hen Giganten oftewel Geweldige Individuen in Gigantische Armoede, maar Niet zonder Trots. In het Frans zijn het voor mij les Immenses, Individus dans une Merde Matérielle Enorme, non Sans Exigences. Ik hou niet van het woord daklozen. Daarmee reduceer je deze mensen tot een probleem, een mislukking.
Vorig jaar organiseerde de vakbond een zomeruniversiteit op de VUB. Zopas verscheen het boek daarover, met het verslag.

Laurent D'Ursel (Doucheflux)d
© Saskia Vanderstichele | Laurent d'Ursel: "Je moet ervoor zorgen dat mensen niet op straat belanden. Zodra ze op straat terechtkomen, onttakelen ze in een recordtempo, en het vraagt enorm veel tijd en middelen om hen weer op de rails te krijgen, een krankzinnige verspilling."

Met de vakbond houden jullie lange gesprekken. Hoe inspireren de giganten u?
D'Ursel: We zien elkaar wekelijks drie uur, één keer zelfs op kerstdag. In het begin waren we met vijf, zes, nu komen er telkens dertig tot vijftig giganten. Het zijn mensen met papieren, mensen zonder papieren, die op straat leven of geleefd hebben. Elke keer steek ik er iets van op, het is de grootste politiek-menselijke ervaring uit mijn leven.

Hebt u nog tijd voor uw artistieke werk?
D'Ursel:
​​​​​​​Nauwelijks. En ook niet voor het plan dat ik al dertig jaar heb om het ultieme Franse taalleerboek te schrijven. Ik heb nu wel net samen met een vrouw die in het transithotel verblijft een expositie gemaakt die eind deze week opent in het Museum voor Spontane Kunst.

Bij Doucheflux werken ondertussen dertig betaalde medewerkers en honderdtwintig vrijwilligers. U noemt zich 'vrijwillig codirecteur'.
D'Ursel:
Klopt, ik doe dit werk al elf jaar onbetaald. Ik ben vrijwilliger en ben er trots op. Kwatongen zeggen: omdat hij het zich kan permitteren.

Kunt u het zich permitteren? Waarvan leeft u?
D'Ursel:
​​​​​​​Van de verhuur van mijn appartementen.

U hebt er meerdere?
D'Ursel:
​​​​​​​Zeven, het mijne inbegrepen. Drie ervan zijn verhuurd via een sociaalverhuurkantoor. De huurprijs van de overige heb ik bewust niet geïndexeerd.

Waar haalt u al elf jaar die tomeloze energie vandaan, vanwaar uw engagement?
D'Ursel:
Ik heb inderdaad veel energie, te veel volgens sommigen. Maar dat is vooral chemisch. Ik neem antidepressiva nadat ik vier depressies heb gehad.
Mijn engagement? Ik denk dat het begonnen is toen ik als student in New York woonde. Op een dag liep ik de metro uit en botste ik op een homeless met wie ik aan de praat raakte. Toen is mijn frank gevallen: dit is iemand zoals u en ik.

Ik maak sindsdien geen enkel onderscheid tussen giganten en anderen. De meeste mensen doen dat wel. En ze meten met twee maten en twee gewichten. Je zag het met de vluchtelingen uit Oekraïne. Voor hen kon plots alles. Waarom? Omdat men hen niet beschouwt als gigant, de mislukkeling op zijn karton.
Die onrechtvaardigheid boeit me mateloos, het is bijna een drug. Eigenlijk denk ik dat ik in een ander leven zelf een gigant was.

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.

Lees meer over: Brussel, Samenleving, Doucheflux, Laurent d'Ursel, daklozen, Vakbond der Giganten, huisvesting

Iets gezien in de stad? Meld het aan onze redactie