'Naam Marolle verwees naar het hoerige gedrag in rosse buurt'

© PhotoNews

Historici en onopgeleide stadsgidsen hebben zich jaren laten meesleuren door een groot misverstand. De naam Marolle(n) komt in dit stadsdeel niet van een kloosterorde, maar van de lichtekooien die er gedoogd werden. Dat zegt Luc Surdiacourt in een nieuw historisch werk.

MArollen BRUZZ ACTUA 1612
© Pim Notebaert
| Luc Surdiacourt.

Als we op een groezelige lentedag vanaf het bordes achter het Justitiepaleis de Marollen overschouwen, voelen we dat we van hieruit in restanten van het verleden kunnen duiken. We zien de Builestroet, waar de ‘scherpvechter’ woonde die geen belastingen moest betalen (nu Valkstraat - links op de foto) en de Marollestroet (Monserratstraat), deel van de enige echte Marolle. Ja, ver van het Vossenplein en de Blaesstraat.

Luc Surdiacourt, oud-VRT-medewerker en gids, heeft twintig jaar lang talloze archieven uitgeplozen en duizenden bladzijden gelezen, om de ware historiek van de naam Marolle (zonder n) te kaderen. In tegenstelling tot wat algemeen wordt gedacht, is volgens Surdiacourt de naam Marollen niet afkomstig van een kloosterorde.

Om zijn woorden kracht bij te zetten, neemt hij ons mee op sleeptouw langs de schaarse plekken die ooit, onder een andere naam, de ruchtbaarheid aan de wijk gaven, beginnend met de vaaif stroete tussen de Wol- en Monserratstraat.

“Dat de bouw van het Justitiepaleis in 1875 schoon schip kon maken met een hoerenwijk, is historisch wat met de haren getrokken,” zegt Surdiacourt. “De hoogliggende terreinen waren tuinen die de prinsen De Merode toebehoorden. Het was dus louter bouwspeculatie: duur geld van de staat voor hun grond,” zo zegt de auteur van het boek De Marollen. Een eeuwenoud misverstand.

“Er stond een ‘kloosterkapel’, op de hoek van de Montserratstraat en de Valkstraat. Daarnaast lag ooit wel een kerkhof, pastoor Vanderbiest zou in de kelder van zijn hoekhuis op de Voorzorgstraat/Montserrat­straat nog beenderen gevonden hebben, zo gaf hij in een interviewopname aan mij toe.”

Maar hier gaat de geschiedschrijving wat overhaast uit de bocht, oordeelt Surdiacourt. “Gedacht werd dat in de wijk het klooster van de arme Marollekens (van Mariam colentes verbasterd tot zusters Maricolen, red.) heeft gestaan.

Luc Surdiacourt

Maar de Apostolinnen kwamen in 1691 naar Brussel om er des filles repenties - berouwvolle gewezen prostituees - in de Heilige Cruyskapelle, hun verbeteringsinstelling, op te vangen, naar een idee van de infante Isabella. Het toevluchtsoord om van ‘800 kinderen van den dûijvel, kinderen godts te maecken’ lag evenwel aan de Schuiterskaai in de benedenstad. Later bleek dat ook een ander klooster niet meer dan een pastorie was, afhangend van de Kapellekerk, en bestemd voor een pastor, een kapelaan met hun meid.”

“De Marollekens hebben nooit een klooster in hartje Brussel gehad,” merkt Surdiacourt op. “De devote dochtersorde ontstond in 1663 in Dendermonde, kreeg kloosters in Brugge (Marullen) en elders in het land, maar in Brussel woonden ze niet. Wel komt de naam Marolle voor in een stuk van toneelschrijver Willem Ogier (1618-1689), opgevoerd door de rederijkerskamer De Violieren. Marolle stond hier eerder om te schimpen met hoerig gedrag in de befaamde Brusselse, rosse buurt. ‘Ich had den Wegh van Brusselen genomen, om te sien het Heerlijck en vermaert Boven-dael, maar och armen ich vont het daer soo cael.’

Dat is een verwijzing naar de ruchtbaarheid van de Marollebuurt, waar alleen ellende en hoeren te zien waren. Dat blijkt ook uit een volkstelling.”

Marollen 1612 BRUZZ 1612
© Pim Notebaert
| Marollen waren "hoertjes voor het leger."

Surdiacourt diept met een stadskaart een volgend bewijs op. Op die kaart uit 1695 is de naam Marollestraet, naast Oude Justice (plaats van de gehangenen), en ‘t Boven dael te lezen. Boven-dael blijft op kaarten tot 1750 aanwezig, en wordt pas in 1827 als Rue de Marolle genoteerd. In 1850 wordt de straat opgeslorpt door de Miniemen­straat. En als het Justitiepaleis in 1875 gebouwd wordt, wordt de straat Monserratstraat gedoopt, tot vandaag.

Rosse databank

Maar wat is dan de betekenis van de naam Marolle, die niet de 55 hectare van de Marollen uitmaken, maar wel verankerd ligt aan de wijk van vijf hoge straatjes, amper vijf hectare groot, boven de Hoogstraat? Het comité des Marolles zou immers pas in 1967 dat meervoud lanceren voor een hele wijk die gespaard moest blijven van bouwpromotie, waarmee schepen Vanden Boeynants een hak werd gezet. Een slag die de Marolliens thuis haalden.

Het ware karakter van de Marolle vond Surdiacourt vooral in vijfduizend bladzijden van het Archief van de officialiteit (kerkelijke rechtbank) van het aartsbisdom Mechelen. Daarin bevindt zich een lijst van de Brusselse bordelen, zeg maar de ‘rosse databank’ van de Kerk.

In de zeventiende eeuw spanden wijken als de Sint-Katharinaparochie, rond de Zenne en Boven-dael de kroon met huizen van ontucht. De stad verbood ongehuwde vrouwen weliswaar om in herbergen met mannen te drinken en dansen. Hoeren kregen straffen, zoals bedevaartstochten naar Halle of Scherpenheuvel. Maar het indijken van de prostitutie trof Boven-dael (de Marolle) niet. Of het nu het Spaanse leger, het garnizoen van Albrecht van Oostenrijk, of de Fransen betrof, hun kampementbarakken tegen Boven-dael waren altijd ‘tactisch’ gelegen.

“De Zwitser Thomas Platter schrijft in 1599 al dat in de vijf steegjes enkel hoeren en soldaten - vooral Spanjaarden - te vinden zijn. Dat het een gedoogzone is van bedenkelijk allooi en vertier, wordt almaar duidelijker.

Van beperkende ‘zuiveringsregels’ door de overheid bleef de prostitutie in de wijk toch opvallend gespaard. In een Brusselse Ordonnantie (1596) werd al gesteld dat slechts drie hoeren per compagnie van tweehonderd soldaten mochten ingeschreven staan, als ‘meerderjarige wasvrouw’. En ordonnanties van 1580, 1589 en 1599 hernemen wel dat hoerenwijken moeten worden ingedijkt, maar weliswaar tot de driehoek Boven-dael (nu Montserratstraat), de Zwaardstraat en Waaierstraat.

Lichtekooien zouden straf krijgen, mochten ze gezien worden in de ‘chique’ Hoogstraat. Ook mochten soldaten in die straten niet wonen, maar nergens wordt er gewag van gemaakt dat ze verbod krijgen om er te lopen. In Boven-dael werd zelfs bier gebrouwen en geschonken zonder accijnzen, wat alleen kon buiten de stadswallen in Ganshoren en het Pajottenland. Een wetteloze gedoogzone dus.”

Blijft nog de etymologische oorsprong van het woord maroles of marioles. Het is een miserabel geklede vrouw, une pucelle de Marolle, vrij vertaald als een ‘slet’, uit het dorp Maroilles in Noord-Frankrijk. Dat dorp stond erom bekend dat benedictijnenpaters er gretig van bil gingen met dorpsmeisjes, die die naam kregen.

Marolle in het enkelvoud is net als het oudste stadsberoep eeuwenoud. Het meervoud Marollen is een product van de revolterende mei’68-generatie, die Vanden Boeynants’ bouwwoede wou indijken.

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.
Lees ook

Nieuws uit Brussel in je mailbox?