interview

Nora De Kempeneer: 'Gemeenschapscentra mogen vaker de deur uit komen'

Nora De Kempeneer leidde bijna 40 jaar Gemeenschascentrum De Markten.© Ivan Put

Wist u dat De Markten ooit De Val heette, een racistisch café huisvestte en Rosas er debuteerde? Nora De Kempeneer (64) wel. De vrouw die het centrum bijna veertig jaar leidde, zette een expo op naar aanleiding van vier decennia De Markten. We blikken met haar terug op vier bewogen decennia en kijken vooruit naar de toekomst. “We hebben meer zichtbaarheid nodig op straat.”

Wie is Nora De Kempeneer?

  • 64 jaar
  • Groeit op in Ukkel
  • Volgt secundair onderwijs in het Maria Boodschaplyceum
  • Doet studies opbouwwerk
  • Is later sociaal cultureel werkster Brussel-centrum en centrumverantwoordelijke De Markten van 1978 tot 2019

Hoeveel mensen die zaal kan ontvangen? Geen idee.” Nora De Kempeneer moet het antwoord op de vraag van een passerend personeelslid schuldig blijven. Tenslotte is ze vandaag al ruim een jaar op pensioen. “Maar het overkomt me nog vaak, dat mensen denken dat ik verantwoordelijk ben. 39 jaar is niet niets.”

De Kempeneer is dan ook vergroeid met De Markten, waar ze ondanks haar pensioen nog steeds vrijwilliger is. Als redacteur voor huistijdschrift De Vijfhoek. En vandaag ook als curator van de tentoonstelling naar aanleiding van de veertigste verjaardag van het huis. Het is geen expo over de geschiedenis geworden, maar een eclectische bloemlezing van hedendaagse werken die refereren aan het begrip tijd.Onder haar leiding klom De Markten de voorbije decennia ook geregeld op de stadsbarricaden, deed het centrum mee aan de kraak van Hotel Central en ijverde het voor een autoluwe binnenstad. “Een leefbare stad is een van de doelstellingen van dit huis.”

Hoe is De Markten ontstaan?
Nora De Kempeneer: Staatssecretaris voor Brussel Vic Anciaux kocht het gebouw al in 1977. Oorspronkelijk was het de showroom van Cristallerie Val Saint-Lambert. Het was een puinhoop, met onder meer een magnifiek, maar niet te redden glazen dak over de koer. Ik herinner me dat de vleermuizen op mijn bureau vielen en dat het een achttal keer heeft gebrand. In het begin zaten hier allerlei organisaties: Bral, het contact- en cultuurcentrum, een boksclub en wij op een halve verdieping. We zijn trouwens begonnen als 'De Val', een verwijzing naar Val Saint-Lambert en een naam die me persoonlijk beter beviel. Je kon er veel kanten mee op.

Dat is toch de tijd van de gebouwenrivaliteit tussen de Vlaamse en de Franse Gemeenschap?
De Kempeneer: Ja, Anciaux deed toen ook alsof hij de Botanique wou kopen, met de bedoeling de AB aan te schaffen. Dat lukte. Zelf was ik in die jaren 1970 sociaal-cultureel werker voor het centrum van Brussel. In het begin was dat zonder lokalen, via omwegen zijn we dan hier terechtgekomen. Gaandeweg is het centrum dan verbouwd door zanger-architect Zjef Vanuytsel.

Nora De Kempeneer leidde bijna 40 jaar Gemeenschascentrum De Markten

U liep al school op Groot Mabo in de jaren 1970. Hoe was de Dansaertwijk toen?
De Kempeneer: Best wel grauw en met een rauwe reputatie. Het toerismebureau aan de Grote Markt raadde toeristen zelfs af om hier te komen en wie er woonde was vaak te beschaamd om dat toe te geven. De Vlaamse Gemeenschap heeft toen even overwogen om te verkopen aan een hotelketen 'omdat het toch niet zo goed gelegen was' (glimlacht). Horeca hier vlakbij was er ook amper. Hoop en al een viertal cafés: de Roskam, de Daringman, het Kapiteintje en de Paon Royal. Aan Mabo heb ik wel goede herinneringen. De school stond open voor de omgeving, we gingen zelfs naar het Franstalige Théâtre du Parc.

Hoe is De Markten veranderd, op het gerenoveerde gebouw na dan?
De Kempeneer: In het begin hadden we meer aandacht voor wat er in de stad gebeurde. We gingen bijvoorbeeld de straat op voor het autovrije plein hier voor de deur. We waren bij de bezetting van Hotel Central (tegen speculatie in de binnenstad, red.). Of we voerden actie rond de Zwarte Toren (van de eerste stadsomwalling, red.), die eerst helemaal in het Novotel geïntegreerd zou worden. Naarmate onze eigen infrastructuur beter werd, verplaatsten onze activiteiten zich ook naar binnen.

Nora De Kempeneer leidde bijna 40 jaar Gemeenschascentrum De Markten
© Ivan Put
| Nora De Kempeneer: "Ik herinner me dat de vleermuizen op mijn bureau vielen en dat het een achttal keer heeft gebrand."

De voorbije jaren zijn burgerbewegingen in opmars, met Picnic The Streets, Filter Café Filtré, de verkeersveiligheidscollectieven … Maar in de decennia daarvoor waren jullie al institutionele activisten?
De Kempeneer: Eigenlijk wel, meestal in een alliantie met verschillende organisaties. Een van die initiatieven – Street Sharing op het Beursplein – was trouwens een voorloper van Picnic The Streets, dat een tiental jaar later op zijn beurt de beslissing over de voetgangerszone heeft geforceerd. Ook voor het autovrije plein hier voor de deur hebben we jaren gestreden. In het begin leverde dat veel tegenstand op, van handelaars, politici … Maar de tijden veranderen: vandaag vragen de handelaars van de Sint-Katelijne­straat zelf om de straat autovrij te maken.

Is er vandaag meer grip van het beleid op de gemeenschapscentra?
De Kempeneer: De sociaal-culturele raden zijn gestart als zelforganisaties van burgers. Pas later zijn de Nederlandse Cultuurcommissie (NCC) en vervolgens de Vlaamse Gemeenschapscommissie (VGC) de centra gaan steunen en is het beleid steeds meer gaan sturen, waardoor de 'Vrijheid Blijheid' verdween. Een voorbeeld: de centra aanzetten om gezamenlijk in projecten te stappen. Ook beslissingen over de infrastructuur worden weleens genomen zonder de vrijwilligers en bestuurders daar voldoende in te kennen. Dat is bijzonder spijtig. Vrijwilligers worden daar moedeloos van en haken af.

Is dat niet logisch? Die overheid stopt er ook veel geld in.
De Kempeneer: Ja, maar er moet ruimte blijven voor eigen initiatieven en herkenbaarheid. Soms krijg ik het gevoel dat politici de gemeenschapscentra gebruiken om zichzelf op de kaart te zetten. Ze dringen ook al eens aan om projecten van derden te huisvesten, ten nadele van het eigen programma van het centrum. Dat kan niet, natuurlijk.

Nora De Kempeneer leidde bijna 40 jaar Gemeenschascentrum De Markten
© Ivan Put
| Nora De Kempeneer:" Het toerismebureau aan de Grote Markt raadde in de jaren 1970 toeristen zelfs af om hier te komen en wie er woonde was vaak te beschaamd om dat toe te geven."

De Markten was ook een broedplaats voor veel kunstenaars. Rosas bracht hier zijn eerste voorstelling 'Asch'.
De Kempeneer: En Ja Ja maar Nee Nee van Dito Dito is hier ook geboren. Onder meer het Bordes van Hilde Wils en Tristero waren hier thuis. Ook beeldende kunstenaars kregen altijd een plek.

Wat waren uw memorabelste momenten hier?
De Kempeneer: Wit over zwart in de vroege jaren 1990 was er een van: een grote educatieve expo over de blanke beeldvorming over zwarten in de westerse populaire cultuur. Het thema blijft vandaag commotie veroorzaken: kijk naar de zwarte­pietendiscussie.

Er was ook een vreselijke periode met het eerste café hier, de Kristallen Bol. Dat was hier door de overheid en de derdeleeftijdsorganisaties geopend, maar kreeg een uitbater die in Vlaams Blokkringen vertoefde. Verschrikkelijk. We begonnen toen net met taallessen voor migranten en die mensen werden uit het café gezet en uitgescholden, met kletterende ruzies tot gevolg met het gemeenschapscentrum.

U zei dat de betere infrastructuur ook als gevolg had dat de werking zich meer in het gebouw concentreert. Is dat jammer?
De Kempeneer: Ergens wel. Ik heb ooit in een interview gezegd dat de gemeenschapscentra te veel binnen hun muren bleven, terwijl het belangrijk is dat ze de stad in trekken. Dat is me toen erg kwalijk genomen, maar ik vind dat nog steeds. Als er discussie is over maatschappelijke thema's, dan moeten we erbij zijn. Zo hebben we bijvoorbeeld altijd veel aandacht besteed aan gemeenteraadsverkiezingen, onder meer met debatten. Ook de discussie rond de vijf blokken (het sociale huisvestingscomplex aan de Papenvest, red.) hebben we ons aangetrokken. Dat zou vandaag nog wat meer mogen zijn.

Dat maatschappelijke engagement veronderstelt een visie op de stad. Hoe zag die er dan uit bij De Markten?
De Kempeneer: Dat de stad er moet zijn voor haar bewoners en voor iedereen. Dat het een leefbare stad moet zijn. Die leefbaarheid is een van de doelstellingen van dit huis en veronderstelt dat je keuzes maakt voor de mensen, de bewoners, de omgeving.

En bijvoorbeeld minder voor autobereikbaarheid?
De Kempeneer: Ja. Of voor de heel grote evenementen zoals Winterpret, die economisch misschien belangrijk zijn, maar ook zwaar wegen op het centrum. Ook de woonsituatie hebben we altijd belangrijk gevonden, dat ook minderbedeelden een plek moeten kunnen vinden in de stad.

GC DeMarkten
© Cultuurcentrum Brussel
| Staatssecretaris voor Brussel Vic Anciaux kocht het gebouw al in 1977. Oorspronkelijk was het de showroom van Cristallerie Val Saint-Lambert.

Speelt De Markten daar geen dubbele rol in? De hele buurt is toch ook trendy geworden door de aantrekkingskracht van instellingen als De Markten?
De Kempeneer: Dat is zo, maar we hebben ook altijd geprobeerd om aandacht te geven aan mensen die het moeilijker hebben. Ik zou ons gewicht daarin ook niet overroepen.

De Dansaertwijk is gaandeweg uitgegroeid tot dé Nederlandstalige buurt van Brussel. Waarom eigenlijk?
De Kempeneer: De wijk was inderdaad veel minder Nederlandstalig in de jaren 1970. Toen waren er eerst de cultuurinstellingen als Beursschouwburg, de bibliotheek en later Kaaitheater, dan de mode die de Dansaertstraat op de kaart zette, nog later de overname van cafés door jonge Vlamingen en de komst van scholen en studenten.

Wat vindt u nog belangrijk voor de toekomst van De Markten?
De Kempeneer: De zichtbaarheid van het gemeenschapscentrum. We zijn achteruitgeduwd met de werking naar het binnenplein en we hebben geen plaats meer in de straat.

Het café leidt je ook niet meteen het centrum in.
De Kempeneer: Die link is niet sterk genoeg, nee. Vroeger hadden we ons onthaal naast het café, maar die band met de stad zijn we kwijt. De huidige uitbater heeft ook weinig voeling met wat het gemeenschapscentrum doet. Er zijn nochtans overeenkomsten waarin staat dat er samenwerking en communicatie moet zijn, maar dat gebeurt amper.
Ook ons maandblad De Vijfhoek blijf ik belangrijk vinden, ik schrijf er nog voor. Het moest altijd meer zijn dan programma-info, maar ook iets zeggen over de stad zelf. Ergens ben ik hier altijd de opbouwwerker gebleven van het begin.

De Markten organiseert 'Over tijd-Du temps', een tentoonstelling naar aanleiding van 40 jaar De Markten. Veertien kunstenaars tonen nieuw of bestaand werk dat refereert aan de notie tijd. Van 18 septembertot 8 november 2020, Gemeenschapscentrum De Markten vzw, Oude Graanmarkt 5, 1000 Brussel

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.

 

 

Nieuws en cultuur uit Brussel in je mailbox?