Terugkeercijfers dalen door moeilijk identificeerbare transmigranten

© PhotoNews
| Het Klein Kasteeltje, opvangcentrum van Fedasil, het federaal agentschap voor de opvang van asielzoekers, aan de Negende Linielaan.

Een derde van de plaatsen in gesloten centra wordt ingenomen door transmigranten die moeilijk identificeerbaar zijn en daardoor niet terug te sturen zijn. De terugkeercijfers dalen daardoor fors. In 2018 werden 1.678 minder mensen zonder verblijfspapieren ons land uitgezet dan in 2017.

Het totale terugkeercijfer (9.392) is daarmee onder de 10.000 gezakt. Dat blijkt uit een antwoord van minister voor Asiel en Migratie Maggie De Block (Open VLD) op een vraag van Monica De Coninck (SP.A), waarover De Standaard donderdag schrijft. Het is al de derde jaar op rij dat er een daling vastgesteld wordt.

De daling is bij elke populatie te zien: sans-papiers die naar hun land van herkomst teruggestuurd worden, die vrijwillig vertrekken, aan de grens ­teruggedreven worden én bij asielzoekers die naar een ander Europees land terugmoeten.

Volgens De Block weegt het aantal trans­migranten op de gesloten centra. "Een derde van de plaatsen wordt er ingenomen door transmigranten die moeilijk geïdentificeerd kunnen worden en bijgevolg moeilijk verwijderbaar zijn", aldus de minister. "Deze plaatsen worden niet meer benut om andere personen in illegaal verblijf te verwijderen. Het resultaat is een daling van de terugkeercijfers."

Een andere verklaring voor de dalende terugkeercijfers is de wetgeving over het vasthouden van vreemdelingen die voor de behandeling van hun asielaanvraag naar een ander EU-land terugmoeten. Die maakt dat De Block die beslissingen niet kan delegeren aan de Dienst Vreemdelingenzaken, en dus elke beslissing tot vasthouding zelf moet ondertekenen. Dat zorgt voor vertraging.  Een wetsvoorstel moet dat verhelpen.

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.
Lees ook

Nieuws uit Brussel in je mailbox?