Vluchtelingen op de arbeidsmarkt: eerst wachten, dan werken

© Saskia Vanderstichele
| Yousef Rajab, Syriër in Brussel.

Asielzoekers mogen werken in ons land, maar pas na een wachtperiode van vier maanden vanaf de asielaanvraag. Zelfstandigen moeten een beroepskaart aanvragen.

Een recente studie van het Vlaamse Steunpunt Werk geeft een idee van de mate waarin asielzoekers deelnemen aan de arbeidsmarkt. Van degenen die zich hadden ingeschreven bij de VDAB vond ruim twaalf procent een job binnen de zes maanden. Na een jaar was bijna een kwart aan de slag.

Uit het onderzoek bleek ook dat Syriërs sneller een job vonden dan bijvoorbeeld Irakezen en Afghanen, na de Syriërs de belangrijkste groepen die in 2015 een veilig heenkomen zochten in ons land.

Voor Brusselse cijfers verwijst Actiris naar de statistieken van Eurostat. Daaruit blijkt dat de tewerkstellingsgraad van recente niet-Europese nieuwkomers in het Brussels gewest in 2017 40,7 procent was, een stuk lager dan de tewerkstellingsgraad van de Belgen, die 60,1 procent bedroeg.

Werk vinden als vluchteling is niet vanzelfsprekend, zegt Jan Gatz, woordvoerder van Actiris. “Er zijn verschillende drempels, te beginnen bij de talenkennis. De meesten spreken Nederlands noch Frans, terwijl die talen voor de meeste vacatures een minimumvereiste zijn.” Ander probleem volgens Gatz is de erkenning van buitenlandse diploma’s.

“Dat is gemeenschapsmaterie. Bij de Vlaamse Gemeenschap gaat het redelijk vlot en is het gratis. Bij de Franse Gemeenschap moet je er 200 à 250 euro voor betalen en sleept het lang aan. En zolang je diploma niet erkend is, val je in de categorie ‘geen diploma’.” Voorts kunnen oorlogstrauma’s en andere psychologische problemen de zoektocht naar werk flink bemoeilijken.

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.
Lees ook

Nieuws en cultuur uit Brussel in je mailbox?