longread

De derby is terug (1): Anderlecht en Union strijden ook om de gunst van de Brusselaar

De Union-supporters zijn trots op hun stad en tonen dat in het uitvak in het Anderlecht-stadion.© Belga

Op het veld gaat de Brusselse eersteklassederby om de eer van de stad, naast het veld dingen RSC Anderlecht en Union naar de gunst van de Brusselse voetbalsupporter. "Anderlecht was jarenlang alleen in de eerste klasse. Een concurrent uit eigen stad kan wel een eye-opener zijn. Als Union blijft groeien, zouden ze de stad kunnen overnemen."

Een video met Brusselse sporters, muzikanten en online beroemdheden met de stad als decor om het nieuwe shirt te presenteren. Een filmpje van Anouar Ait El-Hadj en zijn jeugdvrienden die samen een balletje trappen op een pleintje in Sint-Jans-Molenbeek om zijn nieuwe contract te vieren. Het recent aangekondigde partnerschap met het sociale sportproject BX Brussels. Het moge duidelijk zijn: RSC Anderlecht haalt de banden met de stad de laatste tijd wat steviger aan.

Jarenlang was de recordkampioen de enige Brusselse club op het hoogste niveau en had ze een monopoliepositie. Dit jaar komt daar Union Saint-Gilloise - na 48 jaar weer terug op het hoogste niveau - bij. En laat die club zichzelf nu net al decennialang een volbloed Brussels imago hebben aangemeten. “De Bruxelles la fierté", klinkt het veelzeggend in een van de populairste supportersliederen van de club uit Sint-Gillis en Vorst en in de nieuwste onlinecampagne.

Lokaal en nationaal

Beide clubs hebben een lange traditie, maar een ander imago. RSCA is de recordkampioen met internationale allure die stilaan weer de weg omhoog lijkt te hebben ingezet na een tumultueuze periode. L’USG heeft ook 11 landstitels in de prijzenkast, maar kon pas afgelopen jaar en onder impuls van de Britse gokmiljonair Tony Bloom de weg naar het hoogste niveau terugvinden. Brussel verbindt hen.

Brussel speelde een prominente rol in de aankondiging van het nieuwe Anderlecht-shirt.

De Bruxelles la fierté, is het thema van de nieuwste campagne van Union.

“Union is dé lokale ploeg met abonnees vooral uit Sint-Gillis en de omliggende gemeenten. Anderlecht richt zich meer naar buiten”, vat sporteconoom Trudo Dejonghe samen. Volgens hem kan de terugkeer van Union de verhoudingen op scherp zetten. “Anderlecht was jarenlang alleen in de eerste klasse. Een concurrent uit eigen stad kan wel een eye-opener zijn. Als Union blijft groeien, zouden ze de stad kunnen overnemen.”

Daarvoor zal er echter nog veel water door de Zenne moeten vloeien, zelfs met de huidige regenachtige zomer. Toch erkent paars-wit dat er momenteel meer aandacht is voor de hoofdstedeling. “We focussen zeker op hoe we met onze identiteit kunnen aansluiten bij de Brusselaars en de jongeren. Dat is een diverse doelgroep die al vertegenwoordigd is bij ons, diversiteit is een deel van ons DNA. Toch is er voor een merk als Anderlecht zeker nog meer groei te behalen”, zegt Tim Borguet, communicatie- en marketingdirecteur bij Anderlecht. De evenwichtsoefening bestaat erin om tegelijkertijd de fans uit de rest van het land - nog altijd de meerderheid - niet van zich te vervreemden. “We blijven ook een nationale club. Het grootste deel van onze supporters komt uit de rand rond Brussel, van Beersel over Vilvoorde tot Ninove. Er komen bussen van Verviers tot Oostende naar het stadion. Die positie willen we ook versterken.”

Philippe Bormans, CEO voetbalclub Union-Saint-Gilloise

Bij Union is er, behalve de professionaliseringsslag die er met het geld van Bloom op en naast het veld gemaakt wordt, geen sprake van een grote koersverandering. “Wij blijven de echte Brusselse, volkse club”, stelt CEO Philippe Bormans. “Wij hebben onze eigen historie en ons eigen verhaal. Natuurlijk willen ook wij onze fans betrokken houden en meten we onszelf daarin een bepaald beleid aan. We willen fans engageren ook buiten het puur sportieve om, bijvoorbeeld met onze foundation. Er is ruimte genoeg voor twee profclubs in een grote stad als Brussel.”

De maatschappij in het stadion

Ook volgens Dejonghe is er meer dan plaats genoeg voor twee Brusselse profclubs op het hoogste niveau. En er is nog groeimarge, dat blijkt wel uit de voorlopige abonnementenverkoop. Waar Union zo'n 3.500 abonnementen verkocht heeft tot nu toe, zijn dat er bij Anderlecht ruim 15.000. Zo’n 15 procent van de Anderlecht-abonnees (2.250) komt volgens de club zelf inmiddels uit het Brussels gewest. Twee jaar geleden was het nog zo'n 10 procent. In het Dudenpark is dat naar eigen zeggen zo'n 85 procent (2.975). In totaal zijn dat dus ruim 5.000 Brusselse abonnees, zeer weinig voor een gewest met 1,2 miljoen inwoners. Ook het onderlinge verschil blijft te overzien.

De samenstelling van het publiek op die tribunes is niet hetzelfde. Het grotendeels dakloze Dudenpark vraagt wat meer toewijding dan het luxere Astridpark. “In ons stadion vind je de volledige maatschappij: of je nu in de loges wilt zitten of achter het doel staan, voor iedereen is een plaats en iedereen is daar voor die overkoepelende waarden en identiteit”, zegt Borguet. Toch moet gezegd worden dat naar internationale maatstaven ook het Astridpark verouderd is. “Je hebt sportfans en sportconsumenten”, legt Dejonghe uit. “Die sportfans komen altijd, of ze nu in de regen moeten staan of uren moeten wachten, ze zijn er. De sportconsument verwacht wat meer: een comfortabele zitplaats onder een dak, deftig voedsel. De sportconsument is ook bereid daar meer voor te betalen. In een stadion heb je ze allebei nodig: de sportconsument geniet ook van het gezang van de sportfan.”

Het voetbalstadion van Union-Saint-Gilloise in het Dudenpark
© Ivan Put
| Als het regent in het Dudenpark, worden supporters nat.

Bormans erkent dat Union die luxe momenteel niet kan bieden. “Een nieuw stadion is voor ons nu het belangrijkst om te kunnen blijven groeien. In onze huidige infrastructuur botsen we op de grenzen van onze sportieve en commerciële mogelijkheden.” Union heeft de middelen gereserveerd om een nieuwe thuishaven te bouwen, maar het dossier sleept voorlopig aan.

En het sportieve?

Tegelijkertijd legt Anderlecht de focus op veel meer dan alleen de abonnees. “Wij zijn een mediamerk, misschien wel het grootste van België”, zegt Borguet. “We kijken evengoed naar Union als naar Netflix. Onze content moet niet alleen gaan over het sportieve, of de eerste ploeg, maar we willen aanwezig zijn in de volledige leefwereld van onze fans. We willen inspelen op jongeren die een connectie met de stad hebben en hun fierheid daarop willen tonen. Zelfs fans die niet per se iets met het sportieve hebben, of een abonnement zouden nemen, kunnen nog altijd in ons truitje rondlopen.”

Beluister hier de uitzending van Radio Radzinski, de Anderlecht-podcast van BRUZZ, die werd opgenomen na de 0-5-bekerwinst van Anderlecht op Union afgelopen seizoen.

Met die visie en een mediateam met een 15-tal medewerkers, volgt de recordkampioen het voorbeeld van grote internationale voetbalclubs als Paris Saint-Germain of Ajax. Union is nog lang niet zover. De vraag is echter hoeveel je kunt compenseren met een hip imago of een modern stadion wanneer het voetbal niet goed is. “Vroeger was het bij Anderlecht bijna altijd uitverkocht”, zegt Dejonghe. “De laatste jaren was er sprake van een behoorlijke afname van het aantal abonnees, mede door de sportieve malaise. Ze moeten iets doen om de mensen terug te krijgen en het is logisch dat ze nu ook meer naar de eigen stad kijken.”

“Sportief resultaat blijft een drijfveer voor de connotatie die het publiek heeft met een voetbalmerk”, erkent Borguet. “Maar het is onze taak om, ook wanneer het minder gaat, zaadjes te blijven planten op andere manieren. Wanneer het resultaat er dan wel is, kunnen die meteen beginnen groeien.”

In 2018 versloeg Union Anderlecht met 0-3 in het bekertoernooi.

Union zag het aantal toeschouwers onder impuls van betere sportieve resultaten juist stijgen. De club wil verder op dat elan, maar volgens Bormans is een nieuw stadion op dit moment nog belangrijker. “Worden we een grijze muis in de eerste klasse, of kunnen we sportief blijven groeien? Veel zal daarvan afhangen voor de toekomst van de club. Maar het belangrijkste bij ons blijft het nieuwe stadion. Stel dat je dat kunt zetten, dan kun je weer een hoop extra supporters trekken, kan het spelersbudget weer omhoog en kunnen we sportief weer vooruit. Het is een en-enverhaal.”

Positieve rivaliteit

Veel ambitie bij beide clubs dus. Zowel in Vorst als in Anderlecht, denken ze dat de terugkeer van een Brusselse derby op het hoogste niveau daar een bijdrage aan kan leveren. “Door de aard van de Brusselaar ben ik ervan overtuigd dat we hier samen een positief verhaal van kunnen maken”, zegt Borguet. “Dit komt iedereen ten goede. Ik ben er ook van overtuigd dat we een ander soort rivaliteit tussen de clubs kunnen ontwikkelen dan wat we in andere Belgische steden of in het buitenland zien”, verwijst hij naar bijvoorbeeld de vele gevechten tussen supporters van Antwerp en Beerschot. “Daar wil je als sportorganisatie het liefst zo ver mogelijk vandaan blijven.”

Bormans onderschrijft dat. “Twee clubs op het hoogste niveau maakt dat mensen kleur moeten bekennen. Dat verdeelt een beetje, maar maakt ook dat er over ons gepraat wordt. Dat heb je nodig om het vuur aan te wakkeren. Je zag dat vorig jaar al toen we tegen RWDM speelden, of de bekerwedstrijd tegen Anderlecht: iedereen sprak erover. Ik denk dat we elkaar versterken.”

De derby tussen Union en RWDM beroerde vorig seizoen de Brusselse gemoederen.

Historische voetbalderby's

Af en toe kruisen RWDM, RSCA Anderlecht en Union Saint-Gilloise ergens de degens, in derby's die meteen herinneringen oproepen aan het roemrijke verleden van de clubs.

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.

 

 

Meer nieuws uit Brussel
Vooraan op BRUZZ

Nieuws en cultuur uit Brussel in je mailbox?