longread

Parijs - Brussel: een reis door 126 jaar wielergeschiedenis in Brussel

In de jaren 30 tot 60 was Parijs - Brussel een groot volksfeest, met aankomst in het Ter Kamerenbos. Dit is een beeld uit 1933.© PhotoNews

Brussel – Luik, Amsterdam – Brussel en zelfs Turijn – Brussel. In het verleden deden maar liefst 142 wielerwedstrijden Brussel aan, maar vandaag blijft enkel Parijs-Brussel als profkoers, tegenwoordig de 'Brussels Cycling Classic', over. Wat is er gebeurd met al die koersen? Johan Van Win, auteur van onder meer Philippe Thys, de vergeten (Brusselse) drievoudige Tourwinnaar, neemt ons mee naar de periode waarin Parijs – Brussel hét sportevenement van de hoofdstad was.

De Brussels Cycling Classic

  • Datum: zaterdag 7 september
  • Start: Jubelpark om 11u30
  • Aankomst: Houba De Strooperlaan ter hoogte van het Koning Boudewijnstadion rond 16u
  • Afstand: 189 kilometer
  • Deelnemers: onder meer André Greipel, Arnaud Démare, Jasper Stuyven, Alvaro Hodeg en Niki Terpstra.
  • Website

We schrijven 1893. Brussel heeft vlakbij Ter Kameren juist een gloednieuwe wielerpiste geopend, die van Longchamps. “Ter ere van die nieuwe wielerpiste en op initiatief van de Belgische wielrijdersbond werd een koers ingericht”, begint Van Win zijn uiteenzetting. Bevlogen vertelt hij over de koers en Brussel, ondertussen de nodige zijweggetjes inslaand, maar constant met de juiste route in het achterhoofd. Zoals het een goed wielertoerist betaamt. “Een jaar voordien was Luik-Bastenaken-Luik voor het eerst georganiseerd, maar wedstrijden van A naar B, van die omvang, waren nog tamelijk uniek voor België.”

Johan Van Win
© Thijs Roelen
| Johan Van Win, auteur van Philippe Thys, de vergeten drievoudige Tourwinnaar.

Zo ziet Parijs – Brussel het levenslicht. De wedstrijd wordt georganiseerd als amateurwedstrijd en de Belg André Henry wint de allereerste editie. Lang lijkt het erop dat Henry de enige winnaar zal zijn, want in de jaren daarna volgt geen nieuwe editie. “Dat gebeurde wel vaker, ook bij andere wedstrijden”, legt Van Win uit. “Luik - Bastenaken - Luik werd na de drie edities ook een paar jaar niet georganiseerd. Een traditie of erelijst opbouwen was er toen nog niet echt bij. Nochtans waren 1894, 1895 en 1896 echt topjaren voor de wielersport, al lag de focus toen vooral op pistemeetings.”

De elite haalt zijn neus op

De topjaren worden snel gevolgd door een diep dal. “De wielersport lag begin 20ste eeuw op zijn gat”, legt Van Win uit. “De elite, die de sport even daarvoor nog had bestierd, was niet zo enthousiast over de democratisering van hun sport. De ketting en de luchtband hadden hun intrede gedaan en het grote voorwiel was passé. Er ontstond ook een handel in tweedehands fietsen, waardoor de wielersport minder exclusief werd. Het baanbrekende en de acrobatie waren verdwenen en de elite richtte zich vanaf toen op motoren of vliegtuigen.”

Het duurt even voordat de organiserende rol van de elite wordt ingevuld door de nieuwe, volksere wielrenners en het bedrijfsleven. Van Win: “Rond 1905 werden er weer wat nieuwe wielerclubs opgericht in Brussel en ondernemers als Delhaize staken weer wat geld in sport.”

De wielersport leeft weer op, ook in Brussel. “Maar de initiatiefnemer voor de reanimatie van Parijs – Brussel in 1906 was een Fransman: Henri Desgrange.” Dezelfde Desgrange die in 1903 de Tour de France bedacht had. Die Parijs – Brussel 2.0 wordt georganiseerd voor amateurs en in twee etappes verreden. De renners overnachten in Reims.

Naar Vilvoorde

De heropleving van Parijs – Brussel markeert een groeiperiode van het Brusselse wielrennen. Niet alleen wordt de klassieker vanaf 1907 voor beroepsrenners als eendaagse georganiseerd, ook in de rest van wat wij nu als het Brussels Hoofdstedelijk Gewest kennen worden volop wielerkoersen gereden.

“Er werden veel koersen georganiseerd met start of aankomst in Brussel. Maar de wedstrijden zelf vonden plaats buiten de stad. Niet omdat er toen al zoveel auto’s in de stad reden, maar wel vanwege de slechte kasseiwegen en vele tramlijnen. Er kon geen serieuze koers georganiseerd worden in de stad. Kleine buurtwedstrijdjes waren wel zeer populair tussen de jaren 30 en 60.”

Heroïsch beeld uit de oude doos de wielerwedstrijd Parijs-Brussel in 1932
© PhotoNews
| Heroïsch beeld uit de oude doos van de wielerwedstrijd Parijs-Brussel in 1932.

De aankomst van Parijs – Brussel ligt op wisselende locaties: de Cinquantennaire, het vliegveld van Sint-Agatha-Berchem en in 1919 zelfs op de dan gloednieuwe wielerpiste van Vilvoorde. De lengte van de wedstrijd is steevast meer dan 400 kilometer.

Brussel als marketingtool

Naast Parijs – Brussel worden er in de eerste helft van de vorige eeuw enorm veel wedstrijden opgericht die niet aankomen maar vooral starten in Brussel. Van Win: “Dat gaat echt van Brussel – Ans tot Brussel – Zonhoven, van A tot Z. Soms werden die koersen eenmalig georganiseerd, soms een paar keer.” Brussel – Luik groeit tussen 1910 en 1965 uit tot een klassieker voor onafhankelijken, een categorie tussen amateurs en profrenners.

Maar waarom wilden al die organisatoren vertrekken vanuit Brussel? “Dat heeft eigenlijk te maken met de Eerste Wereldoorlog”, aldus Van Win. “Pas toen, na de oorlog, ontstond er in België iets van patriottisme. En toen ontstond er over Brussel pas echt een soort hoofdstad-sentiment. Organisatoren die vanaf die periode ergens lokaal een wedstrijd wilden inrichten, dachten: ‘als mijn koers nu vertrekt vanuit Brussel, dan moet dat wel een heel bijzondere koers zijn’.”

Organisatoren gebruiken Brussel om hun wedstrijd meer cachet te geven. Om aan de lokale bevolking aan te tonen dat zij echt wel een heel bijzonder evenement organiseren: het vertrekt immers in de hoofdstad. “Hetzelfde gebeurde bijvoorbeeld ook in Frankrijk met Parijs en in Italië voor Milaan”, voegt Van Win toe.

Sommige wedstrijden willen koste wat kost de naam Brussel in hun naam hebben. Kuurne – Brussel – Kuurne bijvoorbeeld, een koers die we nu nog altijd kennen en pas in 1945 voor het eerst wordt gereden. Die semiklassieker is, ondanks de naam, nog nooit over Brussels grondgebied gepasseerd. “Verder dan Asse zijn ze nooit gekomen”, lacht Van Win.

Bloeiperiode in Ter Kamerenbos

Maar Parijs – Brussel is een blijver. Op de oorlogsjaren na, wordt de wedstrijd vanaf 1906 onafgebroken georganiseerd. In 1922 dragen de Franse organisatoren de koers over aan de Franstalige Belgische krant Le Soir. Van 1920 tot 1927 finishen de renners in het sportpaleis aan de Bertrandlaan in Schaarbeek. Dat sportpaleis is tot 1966 gelegen op de plaats waar nu de Brusilia-toren staat.

Vélodroom Schaarbeek
© Vélomuseum
| Het Sportpaleis van Schaarbeek, waar Parijs - Brussel aankomt tussen 1920 en 1927.

Eind jaren '20 ligt de aankomst drie jaar in het Park van Woluwe, waarna de wedstrijd in 1931 verhuist naar het Ter Kamerenbos. “En dat groeide daar, tijdens de jaren waarin de wielersport enorm booming was, uit tot een echte klassieker."

Jean Aerts won als enige Brusselaar ooit de wielerwedstrijd Parijs-Brussel
© Vélomuseum
| Jean Aerts won als enige Brusselaar ooit de wielerwedstrijd Parijs-Brussel.

Duizenden Brusselaars trokken naar het bos, waar de hele dag door afwachtingswedstrijden georganiseerd werden. In die tijd was de aankomst van Parijs – Brussel, jaarlijks op een zondag in juni, echt een groot volksfeest.”

Uitgerekend in het jaar waarin de wedstrijd voor het eerst in het Ter Kamerenbos aankomt, staat de enige Brusselaar op de erelijst. In 1931 rijdt Jean Aerts als eerste over de meet.

Tot 1962 komt Parijs –Brussel aan in het Ter Kamerenbos, voor een uitzinnige menigte. Zij zien daar grote namen als Briek Schotte, Rik Van Steenbergen en Rik Van Looy zegevierend over de streep rijden.

20190902 24 april 1938 Marcel Kint wint de wielerwedstrijd Parijs-Brussel en wordt gefeliciteerd door Brussels burgemeester Adolphe Max
© PhotoNews
| Op 24 april 1938 wint Marcel Kint de wielerwedstrijd Parijs-Brussel. Hij wordt gefeliciteerd door Brussels burgemeester Adolphe Max.

Democratisering van de auto

Maar nadat de wedstrijd nog een paar keer in Vorst aankomt, is het in 1967 plots gedaan met Parijs – Brussel. Aan meer dan 70 jaar wielertraditie komt een einde. “Het was de tijd waarin overal volop de ruimte gegeven moest worden aan de auto. Niet alleen in Brussel was dat te merken. De Franse wetgeving veranderde: de grote wegen mochten niet meer afgesloten worden voor wielerkoersen. Organisator Le Soir kon of wilde niet investeren in een ander parcours over kleinere wegen en de wedstrijd hield ermee op.”

20190902 25 april 1965 Edward Sels wint voor Roger Verheyden Parijs-Brussel
© PhotoNews
| 25 april 1965, Edward Sels wint voor Roger Verheyden Parijs-Brussel

Er wordt in 1967 nog wel geprobeerd een Parijs – Brussel te laten rijden, maar dan voor amateurs en in drie ritten. “Daar bleek in België weinig animo voor”, zegt Van Win. Het blijft bij die ene keer. De Italiaan Felice Gimondi, onlangs overleden, is in 1966 de laatste winnaar bij de profs.

Van Win ziet in de democratisering van de auto een grote oorzaak voor het verdwijnen van niet alleen Parijs – Brussel, maar ook Brussel – Luik, de Brabantse Pijl en tal van kleinere wedstrijden in die jaren. De Brabantse Pijl, zegt u? “Die wedstrijd had aanvankelijk ook start en aankomst in Brussel, in de buurt van het Zuidstation. Maar ook zij zijn in 1967 de stad, waar de auto vanaf dat moment voorrang kreeg, uitgetrokken.”

De allergrootste op de erelijst

Het is wachten tot 1973, in volle Merckx-gekte, voor er weer een Parijs – Brussel georganiseerd wordt. Rode Sportief en drukkerij Demol wekken de wedstrijd een tweede keer tot leven. Rode Sportief, uit Sint-Genesius-Rode, organiseert dan al mee de Brabantse Pijl. De aankomst van Parijs – Brussel ligt die eerste jaren buiten de stad, in Sint-Genesius-Rode, met twee slotronden over de Alsemberg. Winnaar van die eerste editie na de pauze van 7 jaar? Eddy Merckx, wat dacht u?

Eddy Merckx (Molteni) wint Parijs-Brussel in 1973
© KOERS, Museum van de Wielersport
| Eddy Merckx (Molteni) wint Parijs-Brussel in 1973.

Ook de start schuift op in die jaren en de wedstrijd is nog zo’n 300 kilometer lang. Parijs – Brussel wordt ook niet langer in juni gereden, maar in september. De wedstrijd wordt een najaarsklassieker. Gimondi wint tien jaar na zijn eerste zege opnieuw.

In 1987 ligt de streep weer in Brussel. “Het Laatste Nieuws organiseerde de koers toen mee”, herinnert Van Win zich. “De finish moest liggen voor hun redactie aan de Jacqmainlaan, midden in de stad. Op een woensdag in volle avondspits was dat een behoorlijke chaos.”

Van het Astridpark naar de Heizel

In de jaren 90 duikt de afstand van de wedstrijd definitief onder de 300 kilometer. Met de aankomst vanaf 1993 aan het Anderlecht-stadion en de Keperenberg in Itterbeek in de finale, wordt Parijs – Brussel een aanvallerskoers. Frank Vandenbroucke, Andrea Tafi, Kim Kirchen en Nick Nuyens sieren de erelijst in die jaren.

Frank Vandenbroucke (Mapei) in Ploegsteert in 1995, het jaar waarin hij Parijs-Brussel won
© PhotoNews
| Frank Vandenbroucke (Mapei) in Ploegsteert in 1995, het jaar waarin hij Parijs-Brussel won.

De verhuizing van de finish naar de Houba de Strooperlaan in 2005, vormt Parijs – Brussel om tot de sprintkoers die wij nu kennen. De start vindt dan al lang niet meer plaats in Parijs en de afstand is rond de 200 kilometer. Robbie McEwen wint de wedstrijd vijf keer, maar ook André Greipel en Tom Boonen sprinten naar de winst.

Boonen is de laatste winnaar van Parijs – Brussel. Vanaf 2013 knipt de wedstrijd definitief de banden met Parijs door – waar toch al lang niet meer gestart werd - en herdoopt de organiserende Flanders Classics van Wouter Vandenhaute de wedstrijd voortaan naar 'Brussels Cycling Classic'. Zoals wielerkoersen in de jaren na de Eerste Wereldoorlog Brussel graag in hun naam wilden hebben, willen wedstrijden tegenwoordig graag een Engelse naam.

Andre Greipel, John Degenkolb en Nacer Bouhanni op het podium van de eerste Brussels Cycling Classic-wielerwedstrijd Parijs-Brussel in 2013
© PhotoNews
| Andre Greipel, John Degenkolb en Nacer Bouhanni op het podium van de eerste Brussels Cycling Classic-wielerwedstrijd Parijs-Brussel in 2013.

Eén profkoers moet kunnen

Brussels Cycling Classic, erg stijlvol klinkt dat misschien niet, maar de wedstrijd bestaat tenminste nog. Bijna al die andere 142 koersen op dewielersite.be zijn verdwenen. Sowieso is de Brussels Cycling Classic de enige koers op profniveau die overleefd heeft. Hoe kan dat? “Enerzijds is er het autoverkeer en meer nog de parkeerplaatsen, die heilig zijn in Brussel", klinkt Van Win cynisch.

"Anderzijds omdat Brussel sociologisch veranderd is. Volkswijken zijn verkleurd, echte Brusselaars met (wieler)stamboom zijn verdwenen en met hen ook de wielerclubs en het traditionele verenigingsleven waarin de lokale kermis en de aansluitende koers nog een rol opeiste", vertelt Van Win enigszins weemoedig. "De Franstalige en Mediterrane cultuur in Brussel zijn dominanter geworden en daar speelt wielrennen, in tegenstelling tot bijvoorbeeld voetbal, geen grote rol in."

Maar waarom is dan juist de Brussels Cycling Classic nog overgebleven? "De politici zullen denken: ‘het moet toch nog één keer per jaar kunnen. Er moet toch nog één traditierijke profkoers overblijven.'" Al besluit Van Win optimistisch: "In de slipstream van de Grand Départ, de Merckx-manie, de recente BXL Tour en het initiatief van Vélomuseum, liggen er zeker mogelijkheden om het stedelijk wielrennen opnieuw op te krikken."

Sporting Flagey

In Sporting Flagey verzamelen we het Brusselse sportnieuws en de portretten van lokale sporters. En elke maandagavond is er de radioshow op BRUZZ radio.
Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.
Lees ook

Nieuws uit Brussel in je mailbox?