interview

Kurt Custers: 'De Vijfhoek heeft al een hele weg afgelegd'

Kurt Custers (links), directeur circulaire economie en duurzame stad bij Leefmilieu Brussel, naast Marcel Rijdams, architect en stadsactivist.© Bart Dewaele

Halverwege de jaren 1990 was de Vijfhoek een waar slagveld, het gevolg van stadsvlucht en wilde speculatie. Marcel Rijdams, architect en stadsactivist (en even politicus voor Ecolo-Groen) heeft de veranderingen van op de eerste rij gemaakt. Kunsthistoricus en archeoloog Kurt Custers, nu directeur circulaire economie en duurzame stad bij Leefmilieu Brussel, heeft net als Rijdams maar dan vanuit de Delegatie voor de Ontwikkeling van de Vijfhoek de heropleving mee gestalte gegeven. Hier leest u hun verhaal.

Dertig jaar Brusselse journalistiek

Dertig jaar puur Brusselse journalistiek heeft BRUZZ-redacteur Danny Vileyn erop zitten. Tweewekelijks blikt hij terug op wat hem van die drie decennia is bijgebleven. 

Deze thema's verschenen eerder:

  • Kosmopolitisch Brussel
  • Katholiek Brussel
  • Vrijzinnig Brussel
  • Prostitutie in Brussel
  • Criminaliteit in Brussel
  • Hoe Brussel werd wat het is
  • Meertaligheid

Deze week: Marcel Rijdams en Kurt Custers over de verwaarlozing van de Vijfhoek in de jaren 1990.

Hoe bent u bij de Afvaardiging voor de Ontwikkeling van de Vijfhoek beland?

Kurt Custers: Ik werkte na mijn afstuderen aan de VUB voor de Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen. Een lid van de commissie die voor de Afvaardiging werkte, vroeg me toen of ik daar geen zin in had. En zo geschiedde: ik heb er gewerkt van 1998 tot 2002. Dat was de start. Alles moest in Brussel nog uitgevonden worden. We komen van heel ver, mensen vergeten dat. Kijk naar het Fernand Cocqplein in Elsene, nu een gezellig pleintje, maar tot anderhalf jaar geleden was dat een openluchtparking. Dat was heel de Vijfhoek tot in de late jaren 1990.

Hoe ging de Afvaardiging concreet te werk?

Custers: We waren geen ambtenaren, maar waren tijdelijk voor een welomschreven opdracht in de administratie geïntegreerd. In het begin werden we aangezien als een vreemde eend in de bijt, maar langzamerhand werden we geaccepteerd, zagen de ambtenaren de meerwaarde in van ons werk. We hadden heel veel persoonlijke contacten met eigenaars van panden, projectontwikkelaars en instellingen. Daarnaast voerden we ook campagnes naar investeerders en potentiële inwoners. We namen ook deel aan de overlegcommissies van de stad.

Renovatie van het volledig vervallen Martelaarsplein in 1997
© PhotoNews
| Kurt Custers: "In 1996 telde de Vijfhoek zeshonderd leegstaande panden, groot en klein. Die waren goed voor vijfduizend woningen. En daar waren emblematische sites bij. Het volledige Martelaarsplein stond leeg," Op de foto de renovatiewerken in 1997.

De leegstand was enorm.

Custers: In 1996 telde de Vijfhoek zeshonderd leegstaande panden, groot en klein. Die waren goed voor vijfduizend woningen. En daar waren emblematische sites bij. Het volledige Martelaarsplein stond leeg, het hele blok achter de Muntschouwburg en Muntpunt ‘La Mondiale’, waar nu een kookwinkel op de hoek is, stond helemaal leeg. De Kartuizerstraat stond leeg. De Banaan tussen de Van Arteveldestraat en het Sint-Goriksplein stond leeg.

Die leegstand werd na een paar jaar het liefst afgebroken, waarna er een openluchtparking kwam met wat reclamepanelen en nadien een hotel of kantoren. Wat openbare ruimte betreft was er niets, er waren alleen pleinen en straten in armoedige materialen, asfalt en beton, er waren amper aanplantingen en over fietsen werd zelfs niet gesproken. Eigenlijk was het een regelrechte catastrofe. 1995, dat was zes jaar na de geboorte van ons gewest. Voordien waren we het kleine arme broertje met een Brusselminister, niet eens steeds een Brusselaar, binnen de federale regering.

Kurt Custers, directeur circulaire economie en duurzame stad bij Leefmilieu Brussel
© Bart Dewaele
| Kurt Custers: "De Covid-periode heeft ons nog eens met de neus op de feiten gedrukt: als we een stolp boven Brussel hadden moeten plaatsen – wat ik achteraf gezien niet helemaal onwaarschijnlijk acht - dan hadden we na twee weken al geen voedsel meer gehad."

Dat was toch zes jaar na het ontstaan van Brussel als derde gewest.

Custers: Tijdens de eerste legislatuur is de ordonnantie op de stadsvernieuwing goedgekeurd met onder meer wijkcontracten. In 1998 is het eerste wijkcontract in de Vijfhoek gerealiseerd in de Papenvestwijk. En daar was de Afvaardiging verantwoordelijk voor. Wij werkten aan de promotie van woningen – niemand wou woningen bouwen - en om panden te renoveren in plaats van ze af te breken en nieuwe woningen op te trekken.

Kurt Custers, directeur circulaire economie en duurzame stad bij Leefmilieu Brussel, en Marcel Rijdams, architect en stadsactivist
© Bart Dewaele
| Kurt Custers (links, naast Marcel Rijdams): "Ik denk dat het vandaag veel moeilijker is voor een politicus om gehoord te worden. In de jaren 1990 waren er twee, drie politici die het woord voerden en naar wie geluisterd werd. Voor de stad Brussel waren dat Charles Picqué, Henri Simons en François-Xavier de Donnea. Vandaag zijn er veel meer stemmen."

In 1995 is Ecolo in de meerderheid gestapt, Henri Simons heeft beslist toen om een speciale dienst te creëren naast de administratie, een klein studie- en actiebureau met allemaal jonge mensen, met als chef Vincent Carton, en Marie Demanet als een belangrijke pijler. Onze opdracht was: het stadscentrum doen heropleven. Als ik vandaag kijk waar we staan, dan stel ik vast dat er nog veel werk aan de winkel is, maar moet ik ook toegeven dat ons jong gewest een grote afstand heeft afgelegd.

Zijn de uitdagingen vandaag anders?

Custers: De uitdagingen zijn helemaal anders. Halverwege de jaren 1990 stond de stad gelijk aan eten vinden omdat je honger had, vandaag moet je denken aan biodiversiteit, circulaire economie en weerbaarheid. De Covid-periode heeft ons nog eens met de neus op de feiten gedrukt: als we een stolp boven Brussel hadden moeten plaatsen – wat ik achteraf gezien niet helemaal onwaarschijnlijk acht - dan hadden we na twee weken al geen voedsel meer gehad. Stadslandbouw is belangrijk, dat is geen luxe. In die zin zijn ook coöperatieven belangrijk, de filosofie dat de opbrengsten naar de mensen gaan die werken en niet naar een of ander pensioenfonds in Canada. In het midden van de jaren 1990 hebben we echt voor ons leven moeten vechten.

Wat ik mij herinner: in de jaren 1990 sloeg het discours aan. De Afvaardiging kreeg positieve aandacht in de media.

Custers: Ik denk dat het vandaag veel moeilijker is voor een politicus om gehoord te worden. In de jaren 1990 waren er twee, drie politici die het woord voerden en naar wie geluisterd werd. Voor de stad Brussel waren dat Charles Picqué, Henri Simons en François-Xavier de Donnea. Vandaag zijn er veel meer stemmen. Er zijn ook veel meer kanalen om te communiceren, iedereen spreekt mee via de sociale media. Dat maakt het boeiender, maar ook veel moeilijker voor politici om een discours te houden dat aanslaat.

De Anspachlaan in de jaren 1980 met de Ancienne Belgique La Lanterne
© AMVB
| Custers: "Halverwege de jaren 1990 stond de stad gelijk aan eten vinden omdat je honger had, vandaag moet je denken aan biodiversiteit, circulaire economie en weerbaarheid."

Eén van de grote stadskankers die heel lang is blijven staan, is de Huidenmarkt, tussen de Grasmarkt en Theater Toone.

Custers: Architect Christian Kiekens, die onlangs onverwacht overleden is, en een projectontwikkelaar hadden een mooi project, maar MR-staatssecretaris voor Ruimtelijke Ordening Willem Draps vond het ontwerp te modern en dus is de stadskanker nog twintig jaar blijven liggen. Als een project groen licht kreeg, was dat goed voor de promotor, maar niet altijd voor de stad. Lukte het niet, dan werd het terrein of pand doorverkocht tegen een hogere prijs en dan moest je weer een aantal jaren wachten vooraleer het project opnieuw rendabel werd en de nieuwe promotor dus met een ander project op de proppen kwam. Zo is de Huidenmarkt drie keer doorverkocht.

Kurt Custers, directeur circulaire economie en duurzame stad bij Leefmilieu Brussel

La Mondiale achter de Munt is in deze exemplarisch. Het blok heeft er een hele tijd half afgebroken bij gestaan.

Custers: Inderdaad, een promotor wou het huis van de Franse schilder Jacques-Louis David platgooien en er een groot hotel te bouwen. En dan werd er onderhandeld tussen de stad en de ontwikkelaars over het behoud van bepaalde delen. Over duurzaam bouwen of renoveren of materialen recupereren werd in die tijd nog helemaal niet gesproken. Het is één van de projecten waar ik trots op ben. Het art-decogedeelte is behouden en er is niet alleen een hotel, maar ook horeca, winkels en appartementen.

La Mondiale, op de hoek van de Schildknaapsstraat en de Léopoldstraat, met op het gelijkvloers Home of Cooking
© Bart Dewaele
| La Mondiale, op de hoek van de Schildknaapsstraat en de Léopoldstraat, met op het gelijkvloers Home of Cooking.

In die periode werden ook de kiemen voor de voetgangerszone gelegd.

Custers: Inderdaad. Er werd beslist dat de centrale lanen tegen Brussel Culturele Hoofdstad 2000 heraangelegd moesten zijn. Maar de werken konden pas worden opgestart in 1998. Dat was onmogelijk. Het was wel de aanzet voor de kwalitatieve heraanleg van de openbare ruimte. Een van de projecten die toen wel gerealiseerd is de heraanleg van de Oude Graanmarkt die ook een openluchtparking was, er stonden amper bomen, op het stuk voor het gemeenschapscentrum De Markten na. Nu is het een mooie plek.

p2_parkeer_BDW06-360-Gemeente%20Elsene.jpg
© BRUZZ
| Kurt Custers: "We komen van heel ver, mensen vergeten dat. Kijk naar het Fernand Cocqplein in Elsene, nu een gezellig pleintje, maar tot anderhalf jaar geleden was dat een openluchtparking."

Ook de Kolenmarkt als voetgangerszone dateert van die tijd met het pleintje met fontein voor café Le Fontainas en een terras voor Le Soleil. Ook het Oud Korenhuis stamt uit die tijd en de Rollebeekstraat als voetgangersstraat. Er moest iedere keer opnieuw keihard onderhandeld worden, maar het is gelukt.

Henri Simons heeft weliswaar de vlag geplant voor de heropleving van het stadscentrum, maar de uitvoering is het werk van velen. Simons zei in besloten kring: wonen in de stad is het beste antwoord dat de mens kan geven op zijn bestaan op aarde, in plaats van uitbreidingen en verkavelingen op het platteland. Dat was de ecologische drijfveer. Over twintig jaar woont tachtig procent van de wereldbevolking in de stad. Om mensen naar de stad te lokken moet je woningen creëren en de stad aangenamer maken.

Oud Korenhuis vandaag, met het standbeeld van Jacques Brel
© Bart Dewaele
| Oud Korenhuis vandaag, met het standbeeld van Jacques Brel.

En dan was er het succes van de collectieve aankopen.

Custers: Bij de collectieve aankopen werden industriële gebouwen verkocht tegen 100 euro per vierkante meter. Dat was ongelooflijk goedkoop. En daar waren gebouwen in goede staat tussen. Maar niemand zag er het nut nog van in, de industrie was vertrokken naar industriële zones in de Rand. Wat moest je ermee aan? Er zijn nadien ook nog collectieve aankopen geweest in Vorst en Laken. Vandaag is dat geschiedenis en hebben we Community Land Trust en dat is zeer goed.

De heraanleg van het park aan het Fontainasplein als eindpunt van de voetgangerszone aan de centrale lanen werd afgerond in 2020
© Bart Dewaele
| De heraanleg van het park aan het Fontainasplein, het eindpunt van de voetgangerszone aan de centrale lanen werd afgerond in 2020.

Eén minpunt: wonen boven winkels, ook een actiepunt van de delegatie, is nooit gelukt.

Custers: Dat heeft te maken met de rentabiliteit van de benedenverdiepingen. Winkels brengen vandaag genoeg op om er niet de lasten van het beheer van de bovenverdiepingen te moeten bijnemen. Ook als er geen winkelruimte opgeofferd moet worden voor een afzonderlijke ingang. Verhalen over bovenverdiepingen die nodig zijn als opslagruimte, zijn larie en apekool. Leveringen gebeuren just-in-time.

We hebben nochtans heel erg ons best gedaan, ik herinner me folders met foto’s van mooie dakgebinten in middeleeuwse panden. Er zijn wel een paar geslaagde voorbeelden van promotoren die een bijdrage wilden leveren aan de stad - met brugjes achteraan gebouwen om toegang te creëren tot de bovenverdiepingen zowel in de Nieuwstraat als aan de Kolenmarkt – maar we zijn nooit verder geraakt dan het stadium van de proefprojecten. Ik moet glimlachen als ik in iedere beleidsverklaring sindsdien lees dat wonen boven winkels prioritair is.

Vileyne gedachten

Dertig jaar puur Brusselse journalistiek heeft BRUZZ-redacteur Danny Vileyn erop zitten. Nu blikt hij om de twee weken terug op wat hem van die drie decennia is bijgebleven.

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.

 

 

Lees ook

Nieuws en cultuur uit Brussel in je mailbox?