reportage

Zwemmen tussen de betonmolens, waar de stad met een rotvaart groeit

Jessica en Bruno, die al drie jaar in de buurt wonen, op de Marchantbrug. Op de achtergrond het nieuwe zwembad Flow aan het Biestebroekdok. Tussen het gezin en het zwembad klinkt protest tegen de vastgoedspeculatie. "Les rêves des promoteurs sont les cauchemars des habitants."© Bart Dewaele

Als u straks in het allereerste openluchtzwembad van Brussel duikt, moet u ook eens om u heen kijken. Flow ligt immers pal in de snelst groeiende woonzone van het gewest, waar er in enkele jaren genoeg bewoners bijkomen voor een kleine gemeente. De stad groeit er op zijn Brussels: promotoren geven het tempo aan, de overheid probeert bij te benen. De nieuwe kanaalbewoners zoeken ondertussen hun weg. “Vroeger keken we 's avonds tv, nu kijken we naar de lucht.”

"Ik wou altijd al een modelspoorweg, nu heb ik er één.” We staan op het terras van een penthouse op de zestiende verdieping van het Nautiluscomplex, een woonperceel ter hoogte van de Paepsembrug over het kanaal in Anderlecht. Jean-Jacques (50) wijst trots naar de treinen die in de verte voorbijkruipen, richting Zuid­station. Maar vanuit onze royale uitkijkpost – de woning telt 75 vierkante meter terras – zien we evengoed het Dudenpark, het Justitiepaleis of de Upsitetoren verderop langs het kanaal. Achter de bomenrij, weten we, wordt een kilometer verderop ook getimmerd aan Flow, het allereerste openluchtzwembad in het gewest, dat op 1 juli opent. Maar daar duiken we straks even voor u in, beloofd.

1760 PoolisCool-08
© Bart Dewaele
| Het nieuwe openluchtzwembad aan de Biestebroekkaai.

“Wacht tot 's avonds, dan is het uitzicht nog veel beter,” zegt Christina (49). De vrouw des penthouses diept haar smartphone op en bladert door de beelden met zonsondergang en een stadshorizon als een kerstboom. “Ik ben opgegroeid op het platteland, maar dit bevalt prima. Beneden hebben we bovendien een Carrefour, heel praktisch. Er zouden alleen wat meer bewakingscamera's mogen zijn. De kelder is bijvoorbeeld niet veilig.”

Tot vorig jaar woonde het echtpaar in Tubeke, maar het traject naar Jean-Jacques' werk in de Europese wijk ging op den duur wegen. “Twintig jaar geleden deed ik er 45 minuten over, maar dat was opgelopen tot anderhalf uur in de spits. Terwijl ik van hieruit hooguit een kwartier onderweg ben en zelfs 's middags thuis kom eten.” Tijdens zijn oude pendeltraject raakte Jean-Jacques langzaam in de ban van de architectuur van de woontoren. “Het voordeel van de hoogte is ook dat je geen inkijk hebt, terwijl wij wel de stad, de bomen en de boten zien. Vroeger keken we 's avonds tv, nu kijken we vaak naar de lucht. Of het indiscreet is om naar de prijs te informeren? Dat is het zeker.”

1760 stadsontwikkeling 8
© Bart Dewaele
| Op de plek waar de middenklassewoningen van Citydev komen, ligt sinds juni Circle Park, een tijdelijke ontspanningsplek met beachvolleybal- en padelvelden en een bar.

Het appartement van 150 vierkante meter (terras niet meegerekend) kijkt niet alleen uit op de brede Brusselse horizon. Direct aan de voet van de sneeuwwitte woontoren begint een zone van bijna twee kilometer waar vandaag in een hels tempo gebouwd en gepland wordt. Het gebied tussen kanaal, Industrielaan en Kuregembrug is dé plek waar Brussel vandaag groeit. Alleen al in de zone van het bijzonder bestemmingsplan Biestebroek (47 hectare, zie plannetje p11) komen er hier 4.000 woningen bij, goed voor 10.000 nieuwe bewoners. De honderden woningen in het bouwblok van Jean-Jacques en Christina komen daar nog eens bij. En dan zwijgen we nog over het 2.000-tal appartementen dat op termijn in Kuregem moet verrijzen, tussen kanaalzone en Zuidstation, op percelen die vandaag nog in handen zijn van de NMBS. Anderlecht is hier zwanger van een kleine gemeente langs het kanaal, zoveel is duidelijk. En zoals wel vaker de voorbije jaren, zijn hier opnieuw amper sociale woningen gepland.

1760 stadsontwikkeling Claire Scohier

Hoe kon het plots zo snel gaan? De plan- en bouwwoede kwam in een stroomversnelling toen het gebied in 2013 een nieuw statuut kreeg. Het zijn de jaren waarin Brussel in de ban is van de demografische boom en er tot 30.000 nieuwe inwoners per jaar bijkomen. De industriegebieden langs het Biestebroekdok werden omgevormd tot 'ondernemingsgebied in een stedelijke omgeving' (OGSO), waardoor er plotseling wél woningen mochten worden gebouwd. In theorie moest zo'n OGSO de perfecte, gemengde stadswijk worden, waar ook plaats is voor veel stedelijke productie. In de praktijk bleek het vooral het begin van een woningenlawine die het Gewest amper onder controle kreeg. Maar daarover straks meer.

Slaapstad

“C'est quand même beau, non?” Met Bruno (32) hebben we afgesproken op de bouwvallige en daardoor autovrije Pierre Marchantbrug, een kilometer ten noorden van het penthouse van daarnet. We ontmoeten hem samen met zijn vrouw Jessica (31) en dochtertje Astrid (bijna 2), een wiebelkont vanjewelste die voortdurend van vader naar moeder wordt doorgegeven en dan terug. Net als Jean-­Jacques wordt ook Bruno lyrisch van het uitzicht, zij het dan van het brugniveau. “De boten, de bomen en het vergezicht over het kanaal, ook voor een stadsmens is une vue majeure belangrijk.”
Het gezin woont nu drie jaar in een appartement dat tot het Citydox-perceel behoort, een lap grond waar promotor Atenor zomaar even 1.000 woningen zal bouwen. “We wilden 100 vierkante meter nieuwbouw, met moderne isolatienormen. Hier vonden we dat op de tweede verdieping voor 200.000 euro, al zal die prijs nu wel al hoger liggen. Bovendien heb je een comfortabel kanaalfietspad van hier tot het centrum of net de stad uit.”

1760 stadsontwikkeling 26
© Bart Dewaele
| Jean-Jacques en Christina in het appartement in het Nautiluscomplex.

Of de nieuwe stadswijk ook functioneert als buurt, willen we graag weten. De gezichten betrekken. “Vandaag is dit een slaapstad,” vindt Jessica. “Voor winkels of restaurants moet je in het centrum zijn. En buiten de spits is er ook weinig openbaar vervoer. Als je 's avonds naar de Cinematek gaat, raak je niet zomaar terug thuis.” Bruno reikt zijn beweeglijke dochter ondertussen weer door aan Jessica. “Het ontbreekt gewoon ook aan plekken waar mensen elkaar spontaan ontmoeten. De groene vlek voor de deur is maar een doorloopparkje. De gebouwen zijn vaak in zichzelf gekeerd, met uitzicht op de eigen groendaken. En er is ook nog geen school waar ouders elkaar kunnen ontmoeten. Weet u wat een goed idee zou zijn? Deze brug gewoon autovrij houden.”

In de oorspronkelijke plannen voor de woonwijken aan het kanaal heette het ook dat de bouwprojecten de twee oevers zouden bijeenbrengen. Veel heeft Bruno daar tot nog toe niet van gemerkt. “In ons gebouw worden nogal wat woningen beheerd door sociale verhuurkantoren. Een van die huurders hoorde ik onlangs nog misprijzend naar de appartementsblokken aan de overkant wijzen. ‘Pff, sociale woningen, daar moet ik niets van hebben.' De ironie van de zaak is dat die huurder zelf de sociale huurder is en die overkant gewoon eigendomswoningen zijn, zij het niet meer splinternieuw (schudt het hoofd).”

Het gebrek aan sociale lijm is een reden te meer om de brug autovrij te maken, vindt niet enkel Bruno, maar ook het collectief Sur le pont. Dat voorzag de brug en kanaaloevers nog maar net van een batterij nieuwe banken. “Dit is een van de mooiste plekken aan het kanaal, het soort waar Anderlecht er te weinig van heeft,” vindt Remco Ruiter van Sur le pont.

1760 stadsontwikkeling 30
© Bart Dewaele
| Zicht richting Kuregem en het centrum uit het Nautilusgebouw, vlakbij de Paepsembrug.

Omzeil eens je eigen regels

Als het buurtleven in de nieuwe wijken maar moeilijk op gang komt, is dat geen wonder, vindt Claire Scohier van Inter-Environnement Bruxelles. De Franstalige milieufederatie volgt het dossier van de zuidelijke kanaalzone nu al jaren en Scohier wordt er bepaald niet vrolijk van. “De motor achter deze wijk is vastgoedspeculatie, niet de zoektocht naar hoe je de best mogelijke nieuwe stadswijk kan bouwen. Het is een typisch Brussels verhaal, waarbij de promotoren snel een waardevolle lap grond konden kopen, vervolgens met een woonproject komen aandraven en het Gewest daar dan moet op reageren. Het gevolg zie je vandaag: een wijk met enorm veel woningen, maar te weinig andere functies: een groot park, scholen, crèches, degelijk openbaar vervoer, productieactiviteiten, het is er allemaal niet of amper.”

In de zone van het bijzonder bestemmingsplan Biestebroek alleen al komen vierduizend woningen
© Aries/Buur
| In de zone van het bijzonder bestemmingsplan Biestebroek alleen al komen vierduizend woningen. Nautilus, waar de repo start, ligt nog een kilometer verder naar het zuidwesten.

Bij de projecten die er zitten aan te komen, ziet Scohier vaak weinig verbetering. “Neem nu Key West aan de Kuregembrug: woontorens tot tachtig meter en ruim vijfhonderd dure woningen, daarmee verpletter je vooral de omliggende wijken, die al zo dichtbevolkt zijn.”

In theorie is de nieuwe stadswijk nochtans geen pure woonwijk, maar is er in een OGSO net veel plaats voor productieactiviteiten. Alleen valt die vermenging in de praktijk wel even tegen. “Doordat de lucratieve woonblokken eerst verschijnen, wordt het lastiger om nadien lichte industrie toe te voegen,” zegt Steyn Van Assche van stadsvereniging Bral. “De regering heeft trouwens de omzeiling van haar eigen regels ingebouwd. Productie van niet-materiële goederen telt immers ook mee, dat is toch een lachertje? Op die manier gelden architectenbureaus of grafisch vormgevers plots als productie, terwijl die bedrijven in de praktijk natuurlijk gewoon kantoren zijn.”

1760 stadsontwikkeling Paul Steinbruck

'Kan dat park niet bij de buren?'

De verenigingen zijn niet de enige die die vaststelling maken. Zelfs planningsadministratie Perspective maakt zich in een recent rapport zorgen over de afname van de productieoppervlakte ten voordele van huisvesting. “Welke plaats willen we geven aan activiteiten die tewerkstelling en rijkdom verschaffen aan het Gewest en zijn inwoners?” klinkt het bezorgd.

En ook de Brusselse bouwmeester geeft grif toe dat de nieuwe stadswijk niet bepaald een toonbeeld van stadsplanning is. “Toen ik in 2015 begon, was het Gewest nog maar net begonnen met een masterplan, terwijl de promotoren wel al elk hun lap grond hadden gekocht en daar een concept voor uitwerkten,” herinnert Kristiaan Borret zich. “Toen ik met die investeerders ging praten en ze vroeg waar dan bijvoorbeeld een nieuw park zou komen voor die grote wijk, was het antwoord overal: 'Bij de buren toch?'”

1760 stadsontwikkeling 18
© Bart Dewaele
| Zicht uit de 16 verdiepingen hoge woontoren van het Nautilusproject aan de Paepsembrug.

En net als bij Thurn & Taxis zitten we hier opnieuw met een wijk waar de mobiliteit achter de feiten aanholt, beseft Borret. “We houden nu wel rekening met een mogelijke tram, maar er is geen concreet plan. In het ideale geval doe je aan 'Transport oriented development': eerst je mobiliteitsinfrastructuur op orde, dan bouwen. Nu riskeer je dat de nieuwe bewoners zich op de auto richten en die later niet meer opgeven.”

Toch is Borret ook hoopvol. “Sinds 2015 is er beterschap. Het kabinet van Vervoort richtte toen het kanaalteam op, waarin alle gewest- én gemeentespelers worden betrokken. Sindsdien is de aanpak coherenter. We konden de promotoren bijvoorbeeld verplichten om nu toch een stuk park ter te creëren, aan de Marchantbrug, waar nu het zwembad ligt. Van daaruit loopt dan een groene as tot aan de Grondelswijk in Kuregem.”

Ook de functievermenging ziet de bouwmeester de volgende jaren nog verbeteren. “In elke nieuwe wijk is die vermenging in het begin moeilijk, het duurt even voor er genoeg bewoners zijn om bijvoorbeeld de nodige winkels aan te trekken. Op het Eilandje in Antwerpen was dat ook zo, terwijl het er nu bruist. En wat de productieactiviteiten betreft: het klopt dat er in het begin veel omzeiling was en die regel van niet-materiële goederen was inderdaad hallucinant. Maar we zijn vandaag strenger en je zult zien dat elk nieuw gebouw op dat vlak beter wordt, omdat we met architectuurwedstrijden werken. Op het Urbanitiesperceel zal de sokkel bijvoorbeeld helemaal voorbehouden zijn voor echte productie en blue collar-tewerkstelling. Het moet een plek worden waar de stedelijke loodgieter terechtkan, een bedrijf dat parket renoveert ... Een stad kan niet zonder dat soort activiteiten.”

1760 PoolisCool-06
© Bart Dewaele
| Openluchtzwembad Flow, met op de achtergrond het terrein waar Urbanities moet verrijzen en daarachter de bestaande sociale woningen in de Grondelswijk, die aansluit op de Biestebroekwijk.

Een zwembad met een missie

Terug naar de Marchantbrug. Aan de voet van de brug opent op 1 juli Flow, het langverwachte openluchtzwembad. We deden voor u de test op de eerste dag dat het bad gevuld was en bevestigen hier graag wat u al vermoedde: zo'n openluchtbekken in de stad is gewoon een steengoed idee, het uitzicht op de kanaalwijk is adembenemend en een duik in het water zorgt voor een instant dosis geluksgevoel.

Dat het zeventien meter lange bad er ligt, is vooral de verdienste van de vrijwilligers van Pool is Cool, die zich de voorbije maanden uit de naad werkten om de constructie af te krijgen. En ook wel van de geldschieters Vlaanderen, het Brussels Gewest, de gemeente Anderlecht én de vastgoedpromotoren.

Het zwembad is niet gewoon wat tijdelijke waterpret – minstens één jaar, wellicht meer – het heeft ook een missie. Op zijn manier wil Flow ook een brug zijn die de twee kanaaloevers verbindt. Buurtvereningen van de omliggende wijken krijgen aparte zwembeurten, de inkom is gratis en de helft van de zwemplekken wordt ter plaatse gereserveerd, om te vermijden dat digitale hazen alle beurten beet krijgen.

Pool is Cool ziet Flow verder als een vliegwiel voor definitieve openluchtzwemplekken in het gewest, een plek die naar meer moet smaken. Tegelijk is het zwembad een statement voor de ontwikkeling van de Biestebroekwijk. “We willen tonen hoe belangrijk het is dat je hier kwaliteitsvolle openbare ruimte én publieke voorzieningen ontwikkelt,” legt Paul Steinbrück van Pool is Cool uit. “Er komt uiteindelijk nu toch wat groen, maar waar is het cultuurcentrum? Waar is de bibliotheek of de tram?”

Steinbrück zou graag zien dat de lat voor de wijk een stuk hoger gaat. “Als je zo'n grote zone plant, kan je dat niet enkel voor de nieuwe wijkbewoners doen. Deze hele kanaalzone moet ook inspelen op de noden van de 1,2 miljoen Brusselaars. Die hebben bijvoorbeeld meer groen nodig en ook een openluchtzwembad. Dan kan je je er niet vanaf maken met een wijkparkje.”

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.

 

 

Meer nieuws uit Brussel
Vooraan op BRUZZ

Nieuws en cultuur uit Brussel in je mailbox?